Op weg naar de kunst

Bestel hier onze: Gids naar Nederlandse musea Op weg naar de kunst

bespreekt de eigen collectie van musea in Nederland en elders.

,

Utrecht, Museum Catharijneconvent

Heiligen te kust en te keur
Het is niet verwonderlijk dat in Utrecht het het Catharijneconvent, het nationale museum voor de geschiedenis van het christendom in Nederland, staat. Utrecht was altijd al een belangrijk religieus centrum. Niet alleen slaagde de stad er in tijdens de tachtig jarige oorlog lang katholiek te blijven, na het toestaan van de katholieke godsdienst in het midden van de 19e-eeuw is het uiteindelijk een aartsbisdom geworden. Het Catharijneconvent speelde in de geschiedenis van de stad speelde  een belangrijke rol.

Lees verder »

Leiden, Het Rijksmuseum van Oudheden

Vroeger dachten we dat de Grieks-Romeinse beschaving de bakermat van de West-Europese cultuur was. Inmiddels is dit wel wat veranderd en worden ook de toenmalige lokale culturen in het gebied dat nu Nederland heet minstens zo belangrijk gevonden. Het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden heeft een belangrijke collectie uit dat gebied, maar ook van de Etrusken die ook in Italië leefden, uit het oude Egypte en uit de nog oudere Sumerische cultuur (4500-3000 vC). Als deze beschavingen hebben grote invloed gehad op onze ontwikkeling. Wie er meer over wil weten, kan beginnen met een bezoek aan het Rijksmuseum van Oudheden (RMO). Deze Leidse instelling werd in 1818 gesticht door Koning Willem I en is nog steeds ons nationale archeologiemuseum. Musea waren in de negentiende eeuw meer dan tegenwoordig instituten waar cultuur werd bewaard en voor het publiek toegankelijk werd gemaakt.

Lees verder »

Otterlo. Het Kröller-Müller Museum 2, Het Beeldenpark -tuin en bos-

Beelden in de natuur
Herinneringen komen soms zomaar opzetten. Rond 1992 kwam ik bij de Fondation Maeght in het Zuid-Franse Saint Paul de Vence. Veel later begreep ik waarom ik meteen bij de eerste passen na het hek aan Bram Hammacher van het Kröller-Müller moest denken. In de muur was een hek waardoor ik op een glooiend grasveld kwam. Aan het eind staat het prachtige museumgebouw ontworpen door de Spaans / Amerikaanse architect Josep Lluís Sert (1902-1983). Alles is binnen de proporties en het voelt alsof gebouw en omgeving altijd al bij elkaar waren. Er hangt eenzelfde sfeer van natuurlijke eenheid tussen de beelden en de beeldentuin die ik uit het Kröller-Müller kende. Ieder beeld heeft een ruime eigen plaats. Ze zijn zo neergezet dat je ook andere beelden ziet. Onwillekeurig zoek je naar verschillen en of overeenkomsten, verbanden tussen werk uit verschillende periodes. Dat is een prettige manier van kijken, ontdekken.
Lees verder »

Den Haag, Kunstmuseum Den Haag voorheen Gemeentemuseum 1

Lokaal en Internationaal: Haagse School, Delfts Blauw en Mondriaan
Het Kunstmuseum Den Haag is wat mij betreft HET schoolvoorbeeld van een prachtig museumgebouw. Het heeft een heldere structuur met mooie ruime zalen die worden afgewisseld met kabinetten. Er zijn ruime gangen en overal is verbinding met het daglicht, of wel door ramen, of door glazen daken. Het oorspronkelijke plan van H.E. van Gelder, en zijn architect, H.P. Berlage, om van het museum vooral een toegankelijk museum voor iedereen te maken, staat nog steeds als een huis. Aan het begin van de 20ste eeuw hoorden kunst en cultuur alleen bij de bovenlaag van de stedelijke bevolking. Van Gelder wijst er herhaaldelijk op dat ook de “jeugd der arbeidersklasse” welkom is in het museum. Dat was een noviteit, net als het plan educatie op te zetten. Voor het Gemeentemuseum, zoals het Kunstmuseum eerder heette, was educatie naast collectievorming en onderzoek een eerste prioriteit: lange tijd was dit een unicum  in Nederland museumland.

Lees verder »

Leiden, Museum De Lakenhal: de collectie

Integer en verrassend
Denk je aan Leiden, dan denk je aan de universiteit, het beleg en het ontzet op 3 oktober 1574 dat nog jaarlijks wordt gevierd. Wellicht denk je ook aan het zwarte Leidse laken dat de rijke zeventiende-eeuwse burgers vaak dragen op de portretten van Rembrandt, Hals, Bol en andere schilders uit de Gouden Eeuw. Het was een bizonder duurzame en dus dure stof.
In de ‘Laecken Halle’ werd in de 17e-eeuw het laken gekeurd en verhandeld. In de 19e-eeuw is het gebouw een museum geworden. De geschiedenis van de stad staat centraal in dit stedelijke museum. In de stad werkten belangrijke kunstenaars of werden er geboren, denk aan Lucas van Leyden, Jan van Goyen, Jan Steen en Willem van der Velde. De beroemdste was echter Rembrandt, de zoon van de molenaar. Als tweede moet zijn vriend en directe concurrent Jan Lievens worden genoemd. Rembrandt en Lievens werden echter zo beroemd in andere steden dat er in de Leidse stedelijke collectie slechts een enkel werk is te vinden.

Lees verder »