Op weg naar de kunst

Bestel hier onze: Gids naar Nederlandse musea Op weg naar de kunst

bespreekt de eigen collectie van musea in Nederland en elders.

Leiden, Museum De Lakenhal: de collectie

Integer en verrassend
De Lakenhal is een stedelijk museum dat aandacht schenkt aan de geschiedenis van de stad. Tegelijkertijd werkten er belangrijke kunstenaars of werden er, zoals Lucas van Leyden, Jan van Goyen, Jan Steen en Willem van der Velde, geboren. De beroemdste was echter Rembrandt, de zoon van de molenaar, en lange tijd ook diens vriend en concurrent Jan Lievens. Als er in je stad zulke bekende kunstenaars hebben gewoond en soms ook enige tijd hebben gewerkt, kan dit een behoorlijke opsteker voor je collectie zijn. Daarnaast was Leiden jarenlang de producent van het Leidse Laken, een prachtige stevige wollen stof.

In het stuk over de renovatie en nieuwbouw van het museum hebben we al de Leidse lakenindustrie behandeld. Door het laken werd de stad in de 17de eeuw  een internationaal handelsknooppunt. De stof werd in kleine bedompte huisjes in de binnenstad van wol tot stof verwerkt en aan de buitensingels geverfd. Na de komst van veel Vlaamse weverfamilies en handelaren kreeg de handel in laken en goedkopere varianten zoals snaai, een enorme ontplooiing. Dit werd bevestigd in 1641 door de bouw van de grootse Laekenhal aan de Oude Singel: een werkpaleis met allure. Sinds 1874 zit het Stedelijk Museum in die Lakenhal.
Leiden werd een behoorlijk bestuurde stad, dat moest ook wel wilde men de kwaliteit en de aantrekkingskracht van de textiel handhaven. Net voor die bloei doorstond Leiden een ramp: het beleg door de Spanjaarden in 1573. Pas na een jaar kon de verhongerde stad op 3 oktober ontzet worden. In het stadhuis werd vrijwel meteen een ‘herinneringsruimte’ ingericht voor de opofferingen en veerkracht van de bevolking. Tot in de negentiende eeuw kregen kunstenaars de opdracht de geschiedenis te laten zien. In de grote zaal op de eerste verdieping is dit bijen gebracht.

Thema tentoonstellingen behandelen zowel kunsthistorische hoogtepunten als ook de financiële welvaart van toen, dit gaat eigenlijk altijd samen. Zo is er een zaal over devotie in middeleeuwen en de renaissance en de zaal over Leiden als bakermat van de Hollandse schilderkunst, maar er is ook aandacht voor de universiteit en natuurlijk voor de moderne schilderkunst. Tegelijkertijd zijn er zalen met ensembles van verzamelaars uit de 18e en 19e eeuw.

Werkpaleis wordt museum
Dit werkpaleis op stand werd na drie eeuwen een museum dat bovendien nog een aantal keer is uitgebreid. Bij de heropening is het niet zo zeer een ingewikkeld als wel een verrassend museum geworden.


Plattegrond museum

Het is knap hoe uit deze wir war van zalen over drie verdiepingen een coherent museaal verhaal tevoorschijn komt. Het is handig voor je oriëntatie een plattegrond mee te nemen. Tegelijkertijd is het spannend bij het eerste bezoek je te laten leiden door de route.
Het nieuwe Van Steijngebouw is in ons eerste verhaal over de renovatie besproken. We beginnen in de Harteveltzaal met middeleeuwse en renaissance kunst. Deze heeft door het glazen plafond een prachtig natuurlijk licht. Als eerste valt  het imponerende drieluik op met Het Laatste Oordeel van Lucas van Leyden. Een aantal schilderijen waren in de 16de eeuw al beroemde kunstwerken. Ze hingen oorspronkelijk in de Pieterskerk en het Augustinessenklooster Mariënpoel vlakbij Leiden en trokken daar al voor de Beeldenstorm veel aandacht van binnen- en buitenlandse bezoekers.


Twee drieluiken van Cornelis Engebrechtsz.; op de korte kant Het Laatste Oordeel van Lucas van Leyden, 1526 /27.

Alle drieluiken staan los in de ruimte. Zo ontdek je dat het middenpaneel aan de achterkant onbewerkt is: in de kerk zag men dat nooit. Alleen tijdens de kerkdienst en soms alleen op hoogtijdagen gingen de drieluiken open. Nu kunnen we de binnen- en buitenkant zien.


De achterkant en een van de zijluiken bij een drieluik van Cornelis Engebrechtsz.

Stad beschermt kunst
Na de Beeldenstorm van 1566 besloot het Leidse stadsbestuur de beroemde religieuze (katholieke) kunstwerken uit Leiden en directe omgeving te beschermen. Ze werden uit kerken en kloosters gehaald en in het stadhuis ondergebracht. De furie was gaan liggen en kennelijk werden Bijbelse voorstellingen buiten de kerk toegestaan.

Kruisiging Christus, Cornelis Engebrechtz., 1515-17, gemaakt voor het altaar van het Augustinessenklooster Mariënpoel bij Leiden.

De manier van schilderen van Cornelis Engebrechtz. (ca. 1462 – 1527) en Lucas van Leyden (ca. 1494 – 1533) verschilt behoorlijk.  Engebrechtz.  is nog ingebed in de late middeleeuwen, met een ongebreidelde aandacht voor het detail naar voorbeeld van de Antwerpse maniëristen. Engebrechtsz komt waarschijnlijk door zijn schilderende zoons in aanraking met het Antwerps maniërisme van onder meer Quinten Messijs. Schilderkunst met figuren in ingewikkelde poses en vreemde standpunten / perspectieven, dat is typisch voor de woelige Nederlandse vijftiende eeuw.
Zijn leerling, Lucas van Leyden, staat al in de renaissance. De renaissance begon in Italië met Rafaël als belangrijkste eerste schilder en gaat uit van het schoonheidsideaal van de klassieken, de Grieken en Romeinen. De renaissance leidt uiteindelijk tot een vrij denkende mens. Van Leyden was vooral bekend door zijn prenten. Hij leerde in Vlaanderen die nieuwste ontwikkelingen kennen, hetgeen te zien is in Het Laatste Oordeel. Er zit meer rust in het beeld van middenpaneel door de compositie in een driehoek met min of meer symmetrische groepen onder de goddelijke drie-eenheid. In deze zaal zien we goed twee verschillende opvattingen over de ideale kunst.


Het Laatste Oordeel, Lucas van Leyden, ca 1526-27.

Lucas van Leyden werd beroemd door zijn grafiek, maar hier staat Het Laatste Oordeel. Bedenk wat voor schrikbeeld de gelovigen hier zagen op de dagen dat deze triptiek openging. In de hel op het rechterluik worden zondige mensen door duivelse figuren naar de hellemuil geduwd en getrokken. Wie denkt er tegenwoordig dan niet aan Bosch? Wel met het verschil dat ondanks de horror de figuren van Van Leyden elegant blijven. Het is vooral een gecultiveerde, beschaafde wereld, weliswaar met zondaars, Het linker binnenluik is veel serener: de naakte mensen worden in stille vreugde naar de hemel geleid.


Detail: Rechter binnenluik van Het Laatste Oordeel, Lucas van Leyden, ca 1526-27, met de mensen die naar de muil van het hellevuur worden geleid.


Detail: linker binnenluik van Het Laatste Oordeel, Lucas van Leyden, ca 1526-27, met de mensen die vergezeld door engelen naar de hemel wandelen.


Linker buitenluik van Het Laatste Oordeel, Apostel Paulus Lucas van Leyden, ca 1526-27.

Het Laatste Oordeel was een memoriestuk, een herinnering ter nagedachtenis van Claas van Swieten. Deze vermogende houthandelaar staat als schenker echter niet, zoals de gewoonte was, afgebeeld. Het werd in opdracht van drie van zijn vier kinderen gemaakt en in de Pieterskerk geplaatst, vermoedelijk dicht bij de schepenbank. Van Swieten en één van zijn zonen was zelf schepen. Op deze plek herinnert het drieluik de stadsbestuurders aan hun christelijke taak rechtvaardig te besturen. Waarschijnlijk staan daarom op de buitenluiken de patroonheiligen van Leiden: de apostels Petrus en Paulus.

In de hoek van deze zaal lijkt een Asmat uit Nieuw Guinea in shorts en hemdje te staan, hij houdt een enorm houten kruis vast. Het is een beeld van Roy Vilevoy. In het bijschrift staat: “Het levensgrote kruis verwijst misschien naar Jezus’ dood die de (chirstelijke) mensheid van zijn zonden verloste. Ook de Asmat geloven dat leven alleen mogelijk is via de doden. Is hun opvatting over de invloed van de dood op het leven zo anders dan die op de westerse panelen?”


Preparations, Roy Villevoye, 2009.

De titel, Preparations, (Voorbereidingen) roept bij mij andere associaties op. De levensechte man vraagt om een uitleg waar niet veel mensen tijd voor nemen. Ik vrees dat dit verband de meesten dan ook ontgaat. Als je het bijschrift leest, of de app gebruikt, brengt dit beeld je wellicht wel aan het denken, anders blijft het een curiosum tussen laat middeleeuwse schilderijen.


Detail; Preparations, Roy Villevoye, 2009.

Zeventiende eeuw
De beroemdste Leidse kunstenaar is natuurlijk Rembrandt Harmenszoon van Rijn. Toen hij jong was, werd Jan Lievens, zijn grootste concurrent, een wonderkind gevonden. Voor beiden was het niet vanzelfsprekend dat ze kunstschilder zouden worden: Rembrandt was de zoon van een molenaar en Lievens van een naaldwerker. Volgens tijdgenoten waren ze zowel grote concurrenten, als ook vrienden. Ze werkten in hun jonge jaren veel samen. Rembrandt zou Lievens benijden om zijn techniek en zijn manier van verfmengen. Lievens zou meer van Rembrandts inlevingsvermogen en intellectuele kennis willen hebben. Ze kozen vaak dezelfde onderwerpen. De Lakenhal heeft bijvoorbeeld de ‘Lezende vrouw’ van Lievens, het Rijksmuseum in Amsterdam heeft er een van Rembrandt.  Ze schilderden en tekenden elkaar en zichzelf. Waarschijnlijk voltooide Rembrandt op aanraden van Lievens zijn opleiding bij de Amsterdamse historieschilder Pieter Lastman, waar Lievens ook al in de leer was geweest. Lievens werd beïnvloed door Rubens en de Utrechtse Caravaggisten die een hevig licht/donker schaduw gebruikten, of vaak met een heldere lichtbron werkten. Dit zijn ook typische elementen in het werk van Rembrandt.
Na hun jeugdjaren zou hun vriendschap nooit meer zo intens zijn. Rembrandt vertrok al vroeg naar Amsterdam waar hij wereldberoemd werd. De Lakenhal heeft twee schilderijen van Rembrandt. Hoewel Lievens ook niet lang in Leiden bleef, zijn er meer werken in Leiden gebleven. Jan Lievens verhuisde van stad naar stad. Hij werkte onder andere in Londen, Antwerpen, Berlijn en Amsterdam. Hij stierf overigens, net als Rembrandt, in grote armoede in Amsterdam.

Nieuwe genres / onderwerpen
Wie aan de Nederlandse zeventiende eeuw denkt, denkt aan de ontwikkeling van het landschap als zelfstandig onderwerp. Jan Porcellis (1584-1632) was de eerste schilder die van zeegezichten een onderwerp maakte. Bovendien bracht hij zijn kleuren terug tot een reeks van bruine en grijzen. Monochrome schilderijen, geschilderd binnen één kleurengamma. De laatste jaren van zijn leven werkte hij in Leiden; zijn bekendste navolger werd de lokale schilder Jan van Goyen (1596-1656.) Bij Porcellis gaat het vaak over drama: slecht weer op komst, of net geweest. Bij Van Goyen kabbelen de rivieren meestal wat rustiger, ook al zijn er soms dreigende wolken. Naast werk van beide schilders hangt hier ook werk van Willem van de Velden de Oude (1611-1693), de zeeschilder van zijn tijd die met wetenschappelijke preciesie handels- en oorlogsschepen vastlegde.

Echte Leidse roem was weggelegd voor Rembrandts enige leerling Gerard Dou, de grondlegger van de Leidse fijnschilders. Als Rembrandts schilderijen op het einde van zijn leven te grof en te onnauwkeurig worden gevonden, is Dou’s reputatie groot. De waardering voor deze schilders is dan ook te vergelijken met communicerende vaten: als Rembrandt zakt, stijgt Dou.  Dou schilderde verhaaltjes op klein formaat. Er valt geen toets, geen penseelstreek te ontdekken. Vergelijk het met de ideale foto waar lang aan is gefotoshopt, de mooi gemaakte foto’s van Facebook bijvoorbeeld. De lichtinval  is aangepast aan het onderwerp, de omgeving is puik in orde en de mensen staan er bevallig op. Deze geïdealiseerde zeventiende-eeuwse werkelijkheid wordt ook beleefd als een theaterstuk, wat blijkt uit de vele gordijnen die het plaatje omlijsten.
De schilderijtjes van Dou werden niet alleen door rijke burgers gekocht, ze waren ook geliefd bij vorstenhuizen. Een van Dou’s  beroemdste leerlingen was Frans van Mieris. Maar ook diens twee zonen, Jan en Willem werden bekende en dus goed verdienende schilders.

Stedelijke hoekjes en Verzamelaars
Het museum laat de verbinding met de stad zien in speciale ruimtes, zoals de Staalmeesterskamer die bekleed is met goudleerbehangsel uit 1649. Dit behangsel zat oorspronkelijk elders en is in 1880 met schouw en al naar het museum gebracht. Sinds 1940/41 is het in de voormalige Staalmeesterskamer geplaatst.


Goudleer behangsel, 1649, uit de Staalmeesterskamer.

Boven de deur hangt een portret van de Staalmeesters uit 1675 door Jan de Baen. Dat waren de mannen die het laken keurden en het merk aan de stof hingen. Door dit betrouwbare kwaliteitsmerk werd de stof wereldberoemd. De heren waren zo tevreden over het portret dat ze De Baen een compliment maakten in de houten lijst die speciaal voor het werk en de plek is gemaakt: ‘uit doode verw, staelmeest’ren als herschapen door Banes penseel’ ( uit dode verf werden de Staalmeesters door Baen’s penseel herschapen).


Staalmeesters, Jan de Baen, 1675.

Er is een Bierbrouwerskamer die in 1879 aan het museum werd geschonken. In de achttiende eeuw werden hele muurpartijen door ‘behangselschilderingen’ gevuld. Bij particulieren waren dat vaak landschappen, of allegorische voorstellingen. Hendrik Meijer schilderde waarschijnlijk rond 1772 het hele bierbrouwproces van de hopoogst tot aan het vervoer van het bier uit de brouwerij.


Hopoogst, Hendrik Meijer, ca. 1772.

In de vitrine staan eenvoudige kannen, ze zijn geijkt. Bier op fles bestond niet, iedereen haalde bij tapperijen zijn eigen tafelbier met weinig alcohol dat in plaats van het vervuilde water werd gedronken. Om zeker te zijn dat je de juiste hoeveelheid in je eigen kan kreeg, gebruikte men deze geijkte maateenheden.


Maatkannen voor het bier.

Willem van Mieris en diens zonen komen we weer tegen in de zogenaamde Arnhemse kamer waar een klein deel van de collectie van de Leidse lakenhandelaar Pieter de la Court van der Voort is te zien. Hij verzamelde het werk van Willem van Mieris. Er staat onder andere een sierezel met opdracht die Van Mieris voor hem maakte.


Arnhemse Kamer.

Naast de Arnhemse Kamer is er een Leidse Kamer. De stijlkamers geven een indruk van de verfijnde inrichting van de rijke burgerij uit de achttiende en eerste helft van de negentiende eeuw.

Een eeuw Moderne tijd 1840-1940
Bij deze interieurs past het werk van Alexander Hugo Bakker Korff, 1824-1882. Bakker Korff was eigenlijk een anachronisme. Hij werkte in het midden van de negentiende eeuw in de stijl van de Leidse fijnschilders uit de zeventiende en achttiende eeuw. In tegenstelling tot de moralistische verhaaltjes van de oudere kunstenaars, is er bij hem sprake van een stille gniffelende humor, althans zo ervaar ik het. Op het eerste zicht maakt hij tuttige genretafereeltjes met opgedirkte luitjes in volgepropte interieurs. Wie verder kijkt, ontdekt enige ironie die te vergelijken is met Hildebrands Camera Obscura. Beiden observeren hun eigen milieu en lijken dit neutraal weer te geven. Ondertussen ontstaat het gevoel dat al die keurige dames en heren in de maling worden genomen.

Een jaar nadat Bakker Korff in 1882 te Leiden is gestorven, werken Menso Kamerlingh Onnes en diens latere zwager Floris Verster samen in de stad. Het zijn jonge schilders die mee gaan met de moderne kunst van hun tijd. Ze zorgen voor een eigen artistiek klimaat. Floris Verster kun je, meer nog dan Kamerligh Onnes, een Tachtiger onder de schilders noemen. Hij was gedreven op zoek naar de essentie van zijn voorstelling. De Lakenhal heeft een aantal prachtige grote stillevens van Verster. Het mooie portret dat Menso Kamerlingh Onnes van zijn zusje Jenny schilderde is een bruikleen van het Rijksmuseum en hangt bij de stillevens van Verster, haar latere man. Jenny schikte, net zoals Menso, vaak de bloemstillevens voor Floris.


Papavers,Floris Verster, 1888.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog trekt de radicale Moderne Tijd Leiden in met Theo van Doesburg en zijn echtgenote, de pianiste Nelly van Moorse. Ze woonden aan het Korte Rapenburg in Leiden. Van Doesburg richt hier in 1917 De Stijl op. Kunstenaars en architecten wilden af van onnodige poespas en versieringen. Rechte lijnen, primaire kleuren en strakke hoeken werden het fundament van hun werk. Een heel lief voorbeeld is de wieg die Kees van der Wilk voor zijn kind ontwierp.


Wieg, Kees van der Wilk, 1924. In de achtergrond het Zelfportret, Theo van Doesburg, 1914.

Hij staat prachtig in de zaal met werk van Van Doesburg, zowel abstract, als eerder expressionistisch figuratief. Er zijn glas in lood ramen in een losse wand gezet en er staat een vleugel met muziek van Satie die Nelly bij hun Dada optredens speelde. Erbij hangen schilderijen van Harm Kamerlingh Onnes, de zoon van Menso en de neef van Verster, en Hendrik Valk. Ze werden op bescheiden wijze door De Stijl beïnvloed.


Zaaloverzicht De Moderne Tijd, rondom De Stijl.

NB.
Het is de moeite waard gebruik te maken van de de website, de museum app en de kaarten die je in de zalen vindt. Ze staan vol weetjes en feiten, bij https://www.lakenhal.nl/nl/verhaal/leiden-universiteitsstad staan bijvoorbeeld 4 video’s over de geschiedenis van de universiteit. Die werden in 2015 gemaakt ter ere van het 440 jarig bestaan van de universiteit.
Op de kaart in de Staalmeesterkamer las ik dat het maken van goudleer, waar de muren mee zijn bekleed, patsen heet. Grappig, want “Een patser is iemand die met zijn rijkdommen pronkt, een opschepper.” Dit soort kleine grapjes die je in de voorlichting, maar ook in de inrichting ziet, maken het bezoek vrolijk en lichtvoetig.
Bovendien is er in vrijwel alle zalen aandacht voor kinderen. Er staan ladekasten met extra informatie, of kunst die bij de zaal past. De onderste la is echter altijd voor de kinderen met vragen, aanwijzingen en opdrachten om hen beter te laten kijken en zoeken. En er is een hele zaal voor hen ingericht.

EXTRA   Het verhaal over de uitbreiding en renovatie van het museum staat op onze site

Informatie en voorzieningen

Museum De Lakenhal
Oude Singel32, 2312 RA Leiden
W website De Lakenhal
T 071 5165360
di t/m zo 10.00-17.00 uur. Actuele info op website nakijken.

bereikbaarheid
OV 12 minuten lopen van station
Parkeergarage Lammermarkt, heeft een website
collectie informatie
folder summier samen met andere info ok, met goede plattegrond
zaalteksten helder de essentie van een zaal met app goed
presentatie collectie soms verrassend bv kleur zalen; aparte info., of kunstwerk
route informatie helder
digitaal - app heel goed in museum en thuis in combi website info
vriendelijkheid
suppoosten ernstig kijkend, nog beetje rol bewaker
winkel afrekenen bij de kassa van het museum
kinderactiviteiten
Familiespoor te volgen, kaart afhalen bij info. balie. Vanaf 6 jaar.
mooi atelier zondags 13.00-16.00 uur voor hele fam!, kijk bij ACTIVITEITEN op de website.
museumwinkel
assortiment klein
kunstboeken voornamelijk eigen collectie en of Leiden gericht
kinder-kunstboeken idem
grappige kleine cadeautjes niet veel, wel bizonder Laken, speciaal ontworpen
museumrestaurant
prijs/kwaliteit goed
menu leuk Leids lokaal gericht
wc
schoon redelijk aan het eind van de dag
makkelijk op de eerste verdieping zitten prachtige art deco wc's

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.