Op weg naar de kunst

bespreekt de eigen collectie van musea in Nederland en elders.

‘s Hertogenbosch: Noordbrabants Museum

Grote variatie Brabantse kunst
Het Noordbrabants Museum is ook al een van die musea met een lange geschiedenis. Het ontstond uit hetProvinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen dat al in 1836 werd opgericht. Toch kreeg het museum pas in 1987 aan de Verwerstraat een gebouw op stand. Oorspronkelijk was het een tehuis / werkplaats voor een soort mannelijke begijnen die wollen lakens weefden en verfden (vandaar Verwerstraat). Eind 16e-eeuw werd het pand een Jezuïetenklooster. Toen in ‘s Hertogenbosch, na de verovering door de ‘staatse troepen’ in 1629, het katholicisme werd verboden, werd het gebouw gouvernementspaleis. In 1770 moest het toch worden herbouwd trok men de voorgevel op in de moderne classicistische Lodewijk XIVe-stijl.  Deze zandstenen gevel is nog steeds de klassieke entree van het museum.

Lees verder »

Eindhoven, Van Abbemuseum

Moderne Kunst uit de 20ste eeuw
Het Van Abbe is het museum in Nederland waar je de moderne kunst van de 20ste eeuw kan zien. Het is er na de oorlog altijd in geslaagd bizondere directeuren aan te trekken waardoor het stoffige en wat dorpse karakter van de eigen collectie al snel op een ander plan kwam. Het oude gebouw werd in 1936 neergezet, gefinancieerd door de tabaksfabrikant Van Abbe. Begin deze eeuw werd een nieuwbouw toegevoegd aan de achterkant van het oude gebouw in de ellenboog van de Dommel, de rivier die door Eindhoven loopt.

Lees verder »

Tilburg: Museum De Pont

Zeeziek op het droge

Het Museum De Pont is ontstaan uit een legaat van de Mercedes importeur Jan De Pont (1915-1987). De erfgenamen besloten daarmee een stich­ting voor moderne kunst op te richten. Hendrik Driessen werd in 1992 de eerste directeur en is dat nog steeds. Nadat bleek dat in de boedel ook een oude wolspinnerij in Tilburg zat, werd besloten de toekomstige collectie in dit gebouw onder te brengen. Benthem Crouwel Architecten maakten een prachtig museum van het industrieel erfgoed. Ze respecteerden op een slimme manier het verleden: de dakconstructie met bovelichten die iedereen meteen opviel, bleef bestaan en de oude ‘wol-hokken’ werden kleine tentoonstellingsruimtes. Soms zie je rails waar de karren op reden, nog door de vloer lopen. Zo is het een robuust museum geworden, geen malligheid, geen opsmuk, dat straalt De Pont uit.

Lees verder »