Op weg naar de kunst

Bestel hier onze: Gids naar Nederlandse musea Op weg naar de kunst

bespreekt de eigen collectie van musea in Nederland en elders.

Den Haag, Mauritshuis

Mauritshuis, al twee eeuwen Koninklijke Kabinet
Het Mauritshuis, het eerste koninklijke museum in Nederland, bestaat al bijna 4 eeuwen als gebouw en 2 eeuwen als museum. Sinds 1816 heet de collectie die hier is te zien: het Koninklijk Kabinet van Schilderijen. Het grootste deel kwam uit de verzameling van Stadhouder Willem V, Prins van Oranje (1748-1806), de vader van Koning Willem I. Na de Franse verovering van Nederland in 1795 werd zijn collectie als oorlogsbuit naar het Louvre gebracht. Het duurde nog 20 jaar voor bijna alles weer terug was en vervolgens door Koning Willem I aan de Nederlandse Staat werd geschonken. Zowel het latere Rijksmuseum, als het Mauritshuis kregen ieder een deel, maar het meeste bleef toch in Den Haag. In 1822 verhuisde deze verzameling naar het Mauritshuis.  Het is een rijke verzameling met grote namen uit de Vlaamse en Nederlandse schilderkunst uit de 17e en 18e eeuw.

Lees verder »

’s Hertogenbosch: Het Noordbrabants Museum

Kunst en maatschappij uit verleden en heden
Het Noordbrabants Museum is ook al een museum met een lange geschiedenis. Het ontstond in 1836 uit het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen . Toch kreeg het museum pas honderdvijftig jaar later een gebouw op stand aan de Verwerstraat. Oorspronkelijk was dit een tehuis / werkplaats voor een soort mannelijke begijnen die wollen lakens weefden en verfden (vandaar Verwer/ verven/ straat).
Eind 16e-eeuw werd het pand een Jezuïetenklooster, Na de verovering door de ‘staatse troepen’ in 1629, werd het katholicisme verboden en kwam hier het gouvernementspaleis. In 1768 werd dit herbouwd door Pieter de Swart die bijvoorbeeld ook het Haagse Paleis Lange Voorhout ontwierp, het huidige Escher museum. Hoewel dit gebouw groter is, zie je ook wel overeenkomsten in de strakke gevel verdeling met een versierd timpanon, de driehoek bij de dakgoot.

Lees verder »

Eindhoven, Van Abbemuseum

Moderne en hedendaagse Kunst, en / of antropologie?
In het Van Abbe kun je de kunst van de 20ste en 21ste eeuw zien. Het is net als het Kröller Müller Museum voor de Tweede Wereldoorlog door een particuliere verzamelaar gesticht. In 1936 gaf de tabaksfabrikant Henri Van Abbe opdracht voor een weinig opvallend gebouw voor zijn eigen kunstcollectie. Alleen het torentje boven de ingang valt op. Begin deze eeuw werd aan de achterkant van het oude gebouw een groot nieuw deel toegevoegd. Het ligt er mooi in de elleboog van de Dommel, de rivier die door Eindhoven loopt.

Lees verder »

Heerenveen, Belvédère

Museum Belvédère: schilderkunst uit het noorden
In welk jaargetijde ik naar Museum Belvédère ga, ik moet er altijd even in het landschap naar zoeken. Zo mooi verglijden de donkere muren in het groen van de zomer of het grauw van de winter. Het museum is als een eenvoudige doos zo maar over de vaart van het aanpalende landgoed Oranjewoud neergezet. Mensen met kleine bootjes, of op sub-planken varen onder het doorzichtige glazen deel door. Hier zit je als museumbezoeker fijn, je hebt aan alle kanten vrij uitzicht tot aan het dorpje De Knipe waar Jan Mankes met onderbrekingen woonde en overleed. Je kijkt naar het kunstwerk van De Zwanen van Brugge / Belvédère van de Vlaamse schilder/beeldhouwer Roger Raveel.
Het museum is een instituut geworden waar tijdelijke exposities aansluiten bij de regelmatige wisselingen in de eigen collectie,. Rechts is altijd de eigen collectie te zien en links dat wat voorbij gaat.

Lees verder »

Haarlem: Vlamingen en Brabanders in het Frans Hals Museum

Andere blik op eigen collectie
Het is niet gebruikelijk dat we over een tijdelijke tentoonstelling berichten. Deze uitzondering maken we omdat de tentoonstelling Nieuwkomers, Vlaamse kunstenaars in Haarlem (1580-1630) laat zien dat de eigen collectie van het Haarlemse Frans Hals museum wortels heeft die we misschien wel niet vermoeden. In de expositie zien we hoe Vlaamse en Brabantse immigranten de stad en de cultuur van Haarlem vernieuwden. Niet alleen Haarlem profiteerde van de talenten uit de Zuidelijke Nederlanden, Dordrecht, Amsterdam en Leiden kenden ook een grote bloei dankzij deze instroom.
In de loop van de Tachtig Jarige Oorlog groeiden Noord- en Zuid Nederland ook cultureel uit elkaar. Maar eerst was er een symbiose: kunstenaars, wetenschappers en ambachtslieden uit de Zuidelijke Nederlanden zorgden voor opzienbarende veranderingen in het Noorden.

Lees verder »