Op weg naar de kunst

bespreekt de eigen collectie van musea in Nederland en elders.

Den Haag, Gemeentemuseum 1

Mondriaan, De Stijl, Delfts Blauw en moderne kunst
Het Gemeentemuseum Den Haag hoort bij mijn favoriete musea, omdat het zo’n bijzonder gebouw is en een collectie heeft waar een mens blij van wordt. Twee Amsterdamse socialisten, de eerste directeur, H.E. van Gelder, en zijn architect, H.P. Berlage, bouwden in Den Haag een museum voor de hele bevolking. Niet alleen was, zoals toen gebruikelijk, de financiële en intellectuele bovenlaag uit de stad welkom, maar ook en vooral jongeren: “En ik denk daarbij niet alleen aan de jeugd der arbeidersklasse, want ik zie de geestelijke tekorten, de geestelijke verwildering in de andere klassen evenzeer, maar voor haar is de weg het moeilijkst,” schreef Van Gelder in de Mededelingen van het Museum in april 1928. Voor het Gemeentemuseum was educatie naast collectievorming een eerste prioriteit: een unicum  in Nederland museumland.

De eerste plannen van Berlage en Van Gelder uit 1918 waren in alle opzichten megalomaan. Het museum moest in een complex komen met een congres- en muziekcentrum en zalen voor wisselende tentoonstellingen. Gelukkig ging dit door geldgebrek bij de gemeente niet door. De bouw werd eindeloos uitgesteld , het ontwerp totaal veranderd en het museum was pas in 1935 klaar. Nu staat er een mooi, elegant, licht gebouw waarin we de invloed van Frank Lloyd Wright herkennen.

Dienende architectuur
Hier staat het gebouw in dienst staat van zijn functie: het onderzoek naar beeldende en toegepaste kunst en daarvan afgeleid het exposeren van die kunst in een context. Dit zien we het beste in de tentoonstelling van de eigen collectie. De zalen op de eerste verdieping hebben glazen daken en aan de buitenkant van het gebouw zijn vitrines met glazen plafonds, zodat ook daar het daglicht in kan komen. Berlage ontwierp  ze zowel voor de binnen- als ook aan de buitenkant als mooie decoratieve elementen. Van Gelder en Berlage bepaalden dat De Kunst: schilderijen en beelden op de verdieping kwamen, zodat de bezoeker omhoog loopt naar de kunst. De keuze voor de glazen daken was een principiële keuze voor een steeds veranderend helder licht. Wie hier vroeger op een wat druilerige dag liep, maakte als de zon doorbrak, mee hoe de kunstwerken plotseling oplichtten. Inmiddels verdween het grootste deel van die bovenlicht plafonds achter een velum, een dun half doorzichtig doek, en beleven we dat veel minder direct. Dat is jammer.
Maar het beroemde Hollandse zee-licht is nog wel goed te ervaren op het binnenplein, hoewel dat ook sinds 2014 door een glazen dak is bedekt. In september 2006 was ik betrokken bij de opening van de Bouwfonds tentoonstelling Room with a view en maakten we mee hoe spectaculair de hemel boven Den Haag kan zijn. Dit is nog steeds te zien, maar wel gekaderd binnen de lijnen van het nieuwe glazen dak. Het voordeel is weer wel dat wie hier koffie drinkt, niet alleen droog zit, maar ook dit Hollandse licht beleeft.

Binnenplaats september 2016
Binnenplaats september 2016

September 2006
September 2006

Van Gelder en Berlage ontwikkelden een helder programma voor de bezoekers: in de zalen op de begane grond stond wat toen nog kunstnijverheid heette en wat we nu design noemen. Deze indeling wordt in dit oudste deel van het museum nog steeds toegepast. Toen wij er waren, was er een vrolijke tentoonstelling over dieren in allerlei vormen en toepassingen uit de collecties kunstnijverheid, beeldhouwkunst en mode. Daarna kwam er een tentoonstelling over Franse negentiende-eeuwse keramiek uit de eigen collectie en daarna zullen op deze plaats wel weer andere tentoonstellingen worden gemaakt waarbij de eigen collecties toegepaste kunst een belangrijke rol spelen. Het is opvallend dat in de vaste tentoonstellingen altijd een aantal stukken uit de collectie Mode staan. Niet alleen hier bij de toegepaste kunst, maar ook elders, bijvoorbeeld bij Mondriaan & De Stijl. Kleding is moeilijk te tonen omdat het zo kwetsbaar is, dus extra leuk als er iets is te zien.

Zijzaal met tijdelijke eigen collectie presentatie
Zaalfoto 2015 met tijdelijke eigen collectieopstelling.

Delfts blauw en andere kleuren
Achter deze tentoonstellingsruimte liggen De Stijlkamers. In deze ruimtes wordt een idee gegeven van de rijke interieurs van vroeger. Tegelijkertijd wordt er op een speelse manier “Het Wonder Van Delfts Blauw” getoond. In de verschillende stijlkamers worden oude stukken op een bijzondere manier gecombineerd met hedendaagse keramische objecten.
Je kunt “Het Wonder Van Delfts Blauw” aan twee manieren binnengaan: min of meer toevallig via de straatkant van het museum, of uit het hart van het gebouw. Hier is feitelijk de entree. Wie, zoals wij, vanuit de andere kant binnenkomt, begint met een lange wand vitrine vol oud Delfts blauw.


Overloop Delfts blauw


Bord met uitleg

Langs de gang ligt iets lager een eerste stijlkamer met prachtig leer behang. Hier is informatie over de keramiek in de vitrine te vinden. In deze ruimte is een oude schouw met bovenschildering geplaatst waarvoor de beeldhouwer Hans van Bentem een vlam van koperkleurig keramiek schonk.


Oude schouw met “Vuur”van Hans van Bentem.

Om de bijzondere behangsels te sparen, is het licht in een aantal zalen aangepast. Daardoor krijg je het gevoel in oude schatkamers te komen. De eerste zaal van deze kant heet Wonderstukken.


Eerste zaal Wonderstukken.


Dames bewonderen het poppenhuis van Rothé.

Het Delfts Blauw staat in vitrines in een grote spiegelwand, hierdoor lijkt het tussen het geweven boslandschap op de muren te zweven. Waar de kinderen met een museumdocente de schatten ontdekken, staan vier dames zich in licht sentimentele vreugde te vergapen aan het Poppenhuis van Sara Rothé, uit 1743. Vermoedelijk heeft niemand van hen zo’n mooi en oud poppenhuis gehad. Wie ooit zijn zaklamp door een schoenendoos met meubeltjes liet schijnen, of het wonder meemaakte van licht dat aangaat in een poppenhuis, vergeet die eerste sensatie nooit meer.  Hier staat een chique kast vol herkenning: vertedering, bewondering en met het ouder worden misschien wel gecombineerd met sociaal inzicht.

Iets verderop ontdek je een grapje: Nijntje staat tussen oude Delfts Blauwe dierfiguren.


Overzicht


Nijntje

Eigen collectie
Bij de collectie toegepaste kunst hoort ook de zogenaamde Dijsselhof kamer op de eerste verdieping, een ensemble dat door in 1895 de Amsterdamse huisarts Van Hoorn bij G.W. Dijsselhof bestelde. De kamer meteen bij de bouw op deze plek bedacht. Na het wegschuiven van een gordijn ontdek je een prachtig voorbeeld van Nederlandse art nouveau. Je mist het gordijn maar al te makkelijk, dus ga er vooral naar op zoek en geniet van deze intimiteit. Wij hebben onze foto overigens behoorlijk aangepast om een indruk te kunnen geven. Er mag in een museum niet geflitst worden, gelukkig is digitaal het een en ander te doen, maar we doen dat eigenlijk nooit. In dit geval kan het niet anders. Wie binnen is, ziet overigens genoeg.


Dijselhof wachtkamer

Eigenzinnig
De conservatoren van het Gemeentemuseum volgden niet zo zeer de smaak van de tijd, maar bepaalden zelf wat ze belangrijk vonden uit verleden en heden. Dit museum dankt aan die eigengereidheid een klein maar voor Nederland uniek ensemble Midden Europese expressionistische kunst uit de eerste dertig jaar van de twintigste eeuw: Schiele (1890 -1918), Kirchner (1880 -1938), Jawelensky (1864 – 1941), Kandinsky (1866 – 1944) zijn met prachtige werken vertegenwoordigd.


Zaaloverzicht met werk van Kandinsky en anderen.

Door de aanwezigheid van deze eerste generatie krijgen latere aankopen zoals van de Cobra schilders, Francis Bacon en Duitse expressionistische schilders uit het einde van de twintigste eeuw, als Baselitz (1938), Lüpertz (1941) en Kiefer ( 1945) en nog later Anton Henning (1964) een eigen context. In oktober 2015 hing in een van deze zalen een combinatie met schilderijen van deze vroege Duitse expressionisten met onder meer het werk van de Nederlandse kunstenaar Constant (1920-2005).

Het is beleid in het Gemeentemuseum om ook de zalen met de eigen collectie regelmatig te veranderen. De oorzaak is niet alleen meer, of andere kunst uit het bezit te laten zien, het kan ook een bruikleenaanvraag zijn. Zo is de Caroussel van Nauman later in 2016 uitgeleend naar het Stedelijk in Amsterdam, maar was hij in de volgende jaren weer te zien. de tentoonstelling van de eigen collectie is niet vaststaand. Er vinden steeds wisselingen plaats, door bruiklenen, door eigen tentoonstellingen waar een bepaald kunstwerk bij nodig is, of door een andere opstelling. We proberen alles bij te houden door regelmatig de musea te bezoeken. Onze insteek is altijd het verhaal van de collectie waar een aantal bizondere kunstwerken bij horen. Soms zijn die aanwezig en soms niet, wij voegen onze eigen laag toe aan het verhaal van het museum.


Twee schilderijen van Kirchner en een van Paula Modersohn Becker.


Meisje met kind, Paula Modersohn-Becker, 1902

Constant
Het Gemeentemuseum heeft een breed overzicht van Constant, waaronder New Babylon objecten en schilderijen waarin Constant een optimistische nieuwe maatschappij laat zien. Iedereen zou ruimte voor vrije, creatieve tijd krijgen doordat machines het werk zouden overnemen. Hij hoopte dat die manier Huizinga’s ideaal van de Homo Ludens, de spelende mens, werkelijkheid zou worden. In zijn werk zien we dat zowel Constants naoorlogse politieke engagement, als ook de utopieën van de wereldverbeteraars uit de vroege twintigste eeuw, helaas nog steeds dichtbij onze actualiteit staan. In de loop van de tijd verbindt Constant zich niet meer met de politieke ontwikkelingen, maar vindt hij troost in de mogelijkheden van de schilderkunst. In het Gemeentemuseum is deze ontwikkeling niet altijd zichtbaar, een aantal kunstwerken staan bijna altijd in de eigen tentoonstelling “Ontdek het moderne” op de eerste verdieping.


Constructie in Oranje, Constant, 1958

Ontdek het moderne
Wat valt nog meer op bij “Ontdek het moderne”? Wie wil, kan een neurotische lijn ontdekken, te beginnen bij het prachtige Portret van Edith (De vrouw van de kunstenaar), door Egon Schiele uit 1912. Hier lijkt een vrouw gevangen te zitten tussen de streepjes van haar kleding met grote ogen en verkrampte handen kijkt ze ons aan.


Portret van Edith (De vrouw van de kunstenaar), door Egon Schiele uit 1912

Na de oorlog werd werk van Francis Bacon (1909-1992) aangekocht, of verwierf men een prachtig bruikleen van het Boymans van Beuningen. Bacons schilderijen met vervormde  menselijke lichamen grijpen me elke keer weer aan.  Onthutsend zijn “Paralytic Child Walking on All Fours (from Muybridge)”, of het portret van dat Bacon van zijn minnaar, John Edwards in onderbroek maakte,


Studie van het Menselijk Lichaam I & II, Francis Bacon, 1987

Ze hingen lange tijd bij de Carrousel van en Bruce Nauman (1941). De combinatie met de draaiende Carrousel met karkassen van vier dieren van Bruce Nauman maakt deze zaal niet vrolijker. Deze totale rauwheid ontregelt.


Carroussel , Bruce Nauman

Als laatste in dit rijtje komt het grote Spinnenpaar uit 2003 van Louise Bourgeois dat een klein kabinet domineert.


Spinnenpaar, Louise Bourgeois, 2003

Het is het privilege van de directeur  en conservatoren om te laten zien wat zij van belang vinden. Ieder team toont door de jaren heen zijn eigen visie op de collectie en vult het bestand aan met eigen aankopen. “Ontdek het moderne” is een doolhof waarin je als bezoeker vrij indrukken kunt verzamelen. Er wordt op kleine borden extra informatie gegeven, hopelijk is dat genoeg aanleiding om later naar meer informatie te zoeken. Als iemand  zo door een tentoonstelling wordt geïnspireerd,  is de opzet gelukt.

Cubisten
Vlak bij de emoties van de expressionisten hingen een tijdlang kubistische schilderijen van Picasso, Braque en Gris, gecombineerd met een sculptuur van Carel Visser die een veertig jaar later is gemaakt. Hier kan ik even op adem komen. Het late cubisme is vrij gesloten en op het eerste zicht moeilijk te ontcijferen. Maar het helpt misschien om te onthouden dat de cubisten probeerden een tijdsverloop in hun werk te laten zien. Ze wilden het idee geven dat we terwijl we naar hun schilderij kijken we OM het onderwerp heen lopen: dus zowel de voor- als ook de achterkant kunnen zien.


Zaaloverzicht met cubistische schilderijen en een beeld van Carel Visser.

Beroemd internationaal museum
Het Gemeentemuseum De Haag hoort bij de internationale top tien door hun collectie met werk van Piet Mondriaan, bijna 300 schilderijen en tekeningen. Door de jaren heen is er veel rondom De Stijl bij verzameld. Een keuze uit deze collecties is bijeengebracht in de permanente tentoonstelling: “Mondriaan & De Stijl” op de begane grond.
In een labyrint dat door de studio van de beeldend kunstenaar Krijn de Koning en architect Anne Holtrop is bedacht, zoek je je weg door het werk van De Stijl en Mondriaan. In brede ensembles wordt geprobeerd het adagium van De Stijl kunstenaars dat leven, werk en kunst volgens één zijn, te laten zien. Er is een tintelende combinatie gemaakt van schilderijen, mode, meubels, vazen, maquettes van al dan niet uitgevoerde gebouwen, tekeningen, beelden en filmpjes uit de tijd. In dit labyrint loop je heen en weer en ontdek je steeds weer nieuwe kunstwerken.

Zaalfoto De Stijl[/caption]

In deze tentoonstelling staan naast heel veel verrassingen, oude bekende zoals de keuken die Piet Zwart in 1938 voor Bruynzeel ontwierp. Wie herinnert zich niet die half ronde aluminium handgrepen, de houten broodplank die uitgetrokken kan worden en de dikke glazen trekbakken voor suiker, zout, meel en zo meer?


Bruynzeel keuken, Piet Zwart, 1938

Piet Mondriaans ontwikkeling
Het grootste deel van de Mondriaan collectie komt uit de nalatenschap van Sal Slijper, de Gooise Mondriaan vriend en verzamelaar. De toenmalige directeur Wijsenbeek ging na de oorlog jarenlang regelmatig met Slijper lunchen in de hoop de toezegging te krijgen dat het museum diens enorme Mondriaan collectie kon erven. En zo geschiedde waardoor het Gemeentemuseum een unieke verzameling met veel vroeg werk van Mondriaan in haar bezit kreeg. Er is dan ook terecht een eigen afdeling voor gemaakt waarin Mondriaan en De Stijl net als toen een soms wat knorrig verlopen samenwerking aangaan.
De manier waarop Piet Mondriaan (1872-1944) tot de abstractie komt, is in principe goed te volgen. Er wordt vaak vroeg werk getoond waarin je kunt zien hoe Mondriaan de ruimte in het schilderij probeert weg te vagen. Hij maakt steeds  minder gebruik van het centraal perspectief en daardoor de diepte in een landschap. In plaats van het gevoel naar iets ver weg te kijken, zet hij als het ware de verschillende delen boven elkaar.


Vroeg werk van Mondriaan

Doordat het een opstelling is waarin Mondriaans werk weliswaar leidend is, maar niet dominant, is zijn ontwikkeling voor een onschuldige bezoeker moeilijk te volgen. De controverse met de wat minder principiële Theo Van Doesburg komt ook niet uit de verf. Gezeur? Ik had het ons, de bezoekers, gegund.
Nu wordt de waaier zo breed uitgeslagen dat de bezoeker duiding mist. Dat is een keuze. In het grote geheel zijn prachtige vondsten te zien: er is bijvoorbeeld een drietal schilderijen van Bart van de Lek waarin we de overgang van figuratie naar abstractie op zijn manier uitgelegd krijgen.
Op het onderstaande filmpje vertellen we zijn verhaal aan de hand van een tijdelijke tentoonstelling met alleen Mondriaans werk uit de eigen collectie van het Kunstmuseum Den Haag.

Bart van de Leck
Bart van de Leck was net als Piet Mondriaan een protegé van Henk Bremmer en Hélène Kröller Müller. Maar waar beiden de ontwikkeling van Mondriaan niet meer wilden volgen, bleef Van der Leck wel in hun dienst. Ze kochten zoveel van schilderijen dat dit uiteindelijk zijn doorbraak belemmerde. Maar het Gemeentemuseum heeft toch aantal schilderijen kunnen kopen. Naast de schilderijen zitten ook een aantal ontwerpen voor kleine sieraden in de collectie. Die zijn soms in de vitrines bij tijdelijke tentoonstellingen te zien.


Twee schilderijen van Bart van der Leck

Van der Leck en Mondriaan hebben elkaar in 1916 korte tijd hevig beïnvloed toen beiden in Laren woonden. Waarschijnlijk hadden ze elkaar al iets eerder in Den Haag door toedoen van Bremmer, of de verzamelaar Van Assendelft leren kennen. Van der Leck werkte plotseling in dat jaar met vrijwel abstracte vormen die hij bij Mondriaan had gezien en Mondriaan ontdekte de primaire kleuren, in het schilderij De Storm van Van der Leck .(Tegenwoordig in de collectie van het Kröller Müller Museum.) In het filmpje hieronder is dit te zien.

Nederlands eigen topstuk: Victory Boogie Woogie
En er is de zaal met de prachtige Victory Boogie Woogie, Mondriaans laatste schilderij dat nog op de ezel stond toen hij met een longontsteking naar het ziekenhuis moest. Waar hij na een kort ziekbed overleed. Op het schilderij zitten stukjes gekleurd plakband, want hoewel de toekomstige eigenaren het schilderij al hadden goedgekeurd, bedacht Mondriaan toch opeens dat hij het nog wilde veranderen. De kleurige stukjes plakband geven nog steeds zijn plannen aan. Juist door die wat slordige stukjes plakband wordt het schilderij een getuigenis van een idee, een plan dat nooit zal worden uitgevoerd. Tegelijkertijd kunje in je hoofd vermoeden hoe het eruit zou hebben gezien en dat het net zoals in de Grijze Lijnen uit 1918 het hele doek zou vibreren. Hieronder staat een klein filmpje over de Victory Boogie Woogie in de opstelling van 2018. Op onze website is er bij Gemeentemuseum 2 collectie Mondriaan aandacht voor zijn ontwikkeling van figuratie tot abstractie binnen de collectie van het museum.

Door een schenking in 1998 van de Nederlandse Bank aan de Stichting Nationaal Fonds Kunstbezit die het op zijn beurt aan de staat schonk, kwam het schilderij als langdurig bruikleen in het Gemeentemuseum. Hier is het de zichtbare herinnering aan de periode 1814-2002 toen De Nederlandsche Bank verantwoordelijk was voor de gulden als betaalmiddel.

 


Schoolklas bij de Victory Boogie Woogie, Piet Mondriaan, 1942-44

 


Detail van de Victory Boogie Woogie, Piet Mondriaan, 1942-44

Het Gemeentemuseum Den Haag is wel drie bezoeken waard: er is te veel te zien en er is ook te veel kwaliteit om in een keer te beleven. Het museum hoort duidelijk bij mijn favorieten door de combinatie van gebouw en collecties. Als extra toegift is ooit bedacht dat kunstenaars als Soll LeWitt, Günther Förg en Niele Toroni muurschilderingen konden maken.


Muurschildering Sol Lewitt

 


Muurschildering Günther Förg


Muurschildering Niele Toroni

Bovendien wil ik je nog mijn favoriete plek in het museum verraden: de erezaal: de open ruimte op de eerste verdieping. Als je na de kaartjescontrole  in de hal meteennaar boven kijkt, ziet je hem de hal in steken. Berlage bedacht hier prachtige kleine accenten die pas echt opvallen als je de tijd neemt ze te bekijken.
Op de foto’s die in de erezaal zijn gemaakt, zie van boven naar beneden:
1 het plafond; 2. de trap naar de hal; 3. de hal.

plafond erezaal
1. plafond erezaal

 2. trap naar de hal
2. trap naar de hal

de hal
3. de hal

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

 

Informatie en voorzieningen

Gemeentemuseum Den Haag

Statenlaan 41,  2517 HV Den Haag
W gemeentemuseum
T 070- 3381 111
di t/m zo 10.00-17.00 uur

bereikbaarheid
makkelijk met OV: tram 17 uit Den Haag Hollands Spoor en ook van Den Haag CS; bus 24 ook van CS
parkeren voor en in de buurt van het museum
collectie informatie
folder / plattegrond
zaalteksten
presentatie collectie
route informatie
digitaal app niet gezien
vriendelijkheid
suppoosten
winkel
kinderactiviteiten
in het museum / iedere dag, informatie op de website
eigen ruimte / atelier
museumwinkel
assortiment groot, maar niet verrassend
kunstboeken veel en gedegen
kinder-kunstboeken
grappige kleine cadeautjes
museumrestaurant
prijs/kwaliteit
menu
wc
schoon
makkelijk te vinden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.