Op weg naar de kunst

Bestel hier onze: Gids naar Nederlandse musea Op weg naar de kunst

bespreekt de eigen collectie van musea in Nederland en elders.

Den Haag, Kunstmuseum Den Haag voorheen Gemeentemuseum 1

Lokaal en Internationaal: Haagse School, Delfts Blauw en Mondriaan
Het Kunstmuseum Den Haag is wat mij betreft HET schoolvoorbeeld van een prachtig museumgebouw. Het heeft een heldere structuur met mooie ruime zalen die worden afgewisseld met kabinetten. Er zijn ruime gangen en overal is verbinding met het daglicht, of wel door ramen, of door glazen daken. Het oorspronkelijke plan van H.E. van Gelder, en zijn architect, H.P. Berlage, om van het museum vooral een toegankelijk museum voor iedereen te maken, staat nog steeds als een huis. Aan het begin van de 20ste eeuw hoorden kunst en cultuur alleen bij de bovenlaag van de stedelijke bevolking. Van Gelder wijst er herhaaldelijk op dat ook de “jeugd der arbeidersklasse” welkom is in het museum. Dat was een noviteit, net als het plan educatie op te zetten. Voor het Gemeentemuseum, zoals het Kunstmuseum eerder heette, was educatie naast collectievorming en onderzoek een eerste prioriteit: lange tijd was dit een unicum  in Nederland museumland.

Het museum opende uiteindelijk in 1935. De eerste plannen van Berlage en Van Gelder uit 1918 waren in alle opzichten megalomaan. Naast het museum moest er een congres- en muziekcentrum komen. Door geldgebrek bij de gemeente ging dit enorme complex niet door. Het ontwerp werd niet alleen ingeperkt, maar ook qua stijl totaal veranderd. Nu staat er een mooi, elegant, licht gebouw waarin we de invloed van Frank Lloyd Wright herkennen in de langgerekte verticale vlakken, de evenwichtige verdeling van de ramen en vooral in de glazen gang die naar het museum leidt. Een langgerekte galerij tussen twee vijvers verwijderd van de drukte op de straat.

 

Dienende architectuur
Berlage en Van Gelder maakten niet alleen voor de bezoekers, maar ook voor de inhoud een programmatische indeling in het gebouw. Wat vroeger de toegepaste kunst, of kunstnijverheid werd genoemd, zoals keramiek, glas en zilver, kwam op de begane grond. De kunst met schilderijen en beelden werden op de verdieping getoond. Dat was een symbolische stap van de voorwerpen in het dagelijks leven naar de hogere kunst. Na de toegepaste kunst, liep de bezoeker letterlijk omhoog naar de kunst.
De keuze voor glazen daken was een principiële keuze voor het steeds veranderend heldere zee-licht. Wie hier vroeger op een wat druilerige dag kunst bekeek, maakte, als de zon doorbrak, mee hoe de kunstwerken plotseling oplichtten. Inmiddels verdween het grootste deel van die bovenlicht plafonds achter een velum, een dun half doorzichtig doek, en beleef je dat minder direct. Dat is jammer.
Dat beroemde Hollandse zee-licht is nog wel goed te ervaren op het binnenplein, dat sinds 2014 van een glazen dak is voorzien, waardoor het letterlijk bij het museum is getrokken. Wie hier koffie drinkt, zit niet alleen droog, maar beleeft ook het speciale Haagse School licht.

Binnenplaats september 2016
Binnenplaats september 2016

In het huidige museum is design, de voormalige kunstnijverheid, nog steeds op de begane grond te vinden. Hier zijn wisselende tentoonstellingen, al dan niet uit de eigen collectie, te zien. Het is opvallend dat er heel vaak ook de kwetsbare stukken uit de Mode Collectie bij worden gebruikt. Mode staat ook elders, bijvoorbeeld bij Mondriaan & De Stijl. Het Kunstmuseum is overigens inmiddels beroemd door zijn grote vaak opzienbarend vormgegeven tijdelijke mode tentoonstellingen.

Delfts blauw en andere kleuren
Tussen de afdeling Mondriaan & De Stijl liggen de Stijlkamers, ruimtes die maar al te vaak over het hoofd worden gezien. Wie verwacht er dan ook een 18e-eeuws poppenhuis in het Kunstmuseum Den Haag?? Het is een van de weinige overblijfsels uit de collectiegeschiedenis van het museum. Eerder hoorde daar ook kunst uit vroegere eeuwen bij, bijvoorbeeld 17e-eeuwse schilderijen. Die zijn inmiddels naar andere musea, of eigenaren verhuisd. Maar de Stijlkamers hebben nog altijd elementen, zoals goudleerbehangsel of geweven wandbespanningen, uit de rijke interieurs van vroeger. Om de bijzondere behangsels te sparen, is ook hier het licht aangepast. Zo krijg je het gevoel in oude schatkamers te komen. De eerste zaal heet niet voor niets Wonderstukken.


Eerste zaal Wonderstukken.

De Wonderstukken komen uit de grote collectie keramiek, porselein en aardewerk. Het Delfts Blauw staat in vitrines in een grote spiegelwand, zo lijkt het tussen het geweven boslandschap op de muren te zweven. Het aardewerk is heel gevarieerd. In een grote vitrine met oud blauw, kan je tussen oude Delfts Blauwe dierfiguren soms Nijntje ontdekken.


Nijntje

Bij de Wonderstukken is ook het Poppenhuis van Sara Rothé, uit 1743 neergezet. Dames staan zich hier regelmatig in licht sentimentele vreugde te vergapen. Niemand vergeet het wonder van het licht dat aangaat in je eigen poppenhuis, of als je met een zaklamp in een schoenendoos met meubeltjes schijnt. Hier staat een chique kast vol herkenning en vertedering.


Dames bewonderen het Poppenhuis van Sara Rothé.

 

Onverwacht interieur
Bij de collectie toegepaste kunst hoort ook de zogenaamde Dijsselhof kamer op de eerste verdieping, een ensemble dat de Amsterdamse huisarts W. van Hoorn in 1895 bij G.W. Dijsselhof bestelde. De kamer werd al bij de bouw van het Kunstmuseum ingebouwd. Na het wegschuiven van een gordijn ontdek je een prachtig voorbeeld van Nederlandse art nouveau. De gebatikte wandbespanningen zijn net als de meubels door Dijsselhof ontworpen; zijn echtgenote Willy Keuchenius heeft hier en daar geborduurde accenten toegevoegd.

Detail wandbespanning uitgevoerd in batik, met borduursel van Willy Keuchenius.

LET OP, je mist het gordijn maar al te makkelijk, dus ga er vooral op de eerste verdieping naar op zoek en geniet van deze intimiteit. Het weinige licht noopt je tot goed kijken en brengt je tot rust. 


Dijselhof wachtkamer.

Eigenzinnig
De conservatoren van het Kunstmuseum Den Haag volgden nooit zo zeer de smaak van de tijd, maar bepaalden zelf wat ze belangrijk vonden uit verleden en heden. Zo bezit het Kunstmuseum een klein, maar voor Nederland uniek, ensemble vroege expressionistische kunst met Duitse, Oostenrijkse en Belgische kunstenaars zoals: Schiele (1890 -1918), Kirchner (1880 -1938), Jawelensky (1864 – 1941) en Kandinsky (1866 – 1944) uit de eerste dertig jaar van de twintigste eeuw.


Twee schilderijen van Kirchner en een van Paula Modersohn Becker.

Expressionisme
Door de aanwezigheid van deze eerste generatie expressionisten krijgen latere aankopen een eigen context in een doorlopende lijn. Bij die latere groep horen de Cobra schilders, Francis Bacon en Duitse neo expressionistische schilders uit het einde van de twintigste eeuw, zoals Baselitz (1938), Lüpertz (1941) en Kiefer ( 1945) en nog later Anton Henning (1964). Het is dan mogelijk in de eigen collectie onverwachte combinaties van oudere en recente kunst te maken.
Regelmatig wordt deze deel collectie veranderd. Zo worden regelmatig combinaties met het vroege werk van de Nederlandse kunstenaar Constant (1920-2005) gemaakt. Het museum verzamelde zijn werk al vroeg en bleef hem trouw waardoor het uit al zijn wisselende periodes schilderijen en objecten heeft. Lang werd zijn werk uit de New Babylon tijd niet meer getoond, maar inmiddels staat er met enige regelmaat weer kunst van Constant op zaal. Mogelijk heeft zowel de artistieke als politieke betekenis weer aan actualiteit gewonnen. Constant was sinds zijn eerste tijd bij de Cobra, vlak na de Tweede Wereldoorlog, een utopist met een duidelijk politiek engagement Dat engagement en dat van de wereldverbeteraars uit de vroege twintigste eeuw staan dichtbij bij onze actualiteit en haar problematiek.


Constructie in Oranje, Constant, 1958

Constant maakte objecten en schilderijen waarin hij vooruitliep op een nieuwe, optimistische, maatschappij. Hierin zouden machines ons werk overnemen. Zo zou iedereen vrije tijd krijgen en vooral, dat was belangrijk, ruimte voor creatieve activiteiten. Wij zouden Huizinga’s ideale Homo Ludens, de spelende mens, waar kunnen maken. Na de zeventiger jaren was er niet veel over van dit optimisme. Op de schilderijen die het museum uit die tijd van Constant kocht, zijn mensen vlekken geworden die door een desolate omgeving dwalen, als ze al bewegen.
Collectie presentaties veranderen regelmatig. Niet alleen omdat men meer, of andere kunst uit het eigen bezit wil laten zien, maar het kan ook door een bruikleenaanvraag zijn. In de afgelopen jaren verdween een belangrijk kunstwerk als de Caroussel van Nauman enige tijd naar het Stedelijk in Amsterdam, en ook het Spinnenpaar van Bourgeois is weggeweest. Wij kiezen uit de collectiegeschiedenis belangrijke en bizondere kunstwerken die vaak te zien zullen zijn, maar soms ook niet. Zo voegen wij onze interpretatie van de collectie toe aan het verhaal van het museum.

Ontdek het moderne
Het werk van Constant staat van tijd tot tijd in de eigen collectie tentoonstelling “Ontdek het moderne” op de eerste verdieping. Wat valt nog meer op bij “Ontdek het moderne”? Wie wil, kan in een aantal kunstwerken uit verschillende tijden een neurotische lijn ontdekken, te beginnen bij het prachtige Portret van Edith (De vrouw van de kunstenaar), door Egon Schiele uit 1912. Hier lijkt een vrouw gevangen te zitten tussen de streepjes van haar kleding; met grote ogen en verkrampte handen kijkt ze ons aan.


Portret van Edith (De vrouw van de kunstenaar), door Egon Schiele uit 1912

Vervolgens zien we dat neurotische in de schilderijen van Francis Bacon, 1909-1992. Zoals er al vroeg expressionistische kunst uit Midden-Europa werd aangekocht, gebeurde dit na de oorlog met Bacons werk. (Daarnaast verwierf men een prachtig bruikleen van het Rotterdamse Boymans van Beuningenmuseum.) Bacons schilderijen met vervormde  menselijke lichamen grijpen me elke keer aan. Onthutsend zijn “Paralytic Child Walking on All Fours (from Muybridge)” of het portret dat Bacon maakte van zijn minnaar, John Edwards in onderbroek.


Studie van het Menselijk Lichaam I & II, Francis Bacon, 1987

De Bacon schilderijen hingen een tijd bij de Carroussel van Bruce Nauman (1941). De combinatie van de schilderijen met de draaiende Carrousel met karkassen van vier dieren maakte deze zaal niet vrolijker. Er hing een totale rauwheid die ontregelt.


Carroussel , Bruce Nauman

Als laatste in dit rijtje komt het grote Spinnenpaar uit 2003 van Louise Bourgeois (1911 – 2010), dat een klein kabinet domineert. Anders dan wat je in eerste instantie zou vermoeden zie je hier een moeder en kind.  De 2,3 meter hoge moederspin hangt dominant, of toch beschermend, over het grote kind. Telkens komt Bourgeois terug op de verhouding die ze met haar ouders had, een gespleten relatie.


Spinnenpaar, Louise Bourgeois, 2003

Het is aan de staf om uit de rijke collectie te laten zien wat zij van belang vindt. Ieder team toont zijn eigen visie op de collectie en vult het bestand aan met eigen aankopen. “Ontdek het moderne” is een doolhof waarin je als bezoeker vrij indrukken kunt verzamelen. Wie meer wil weten kan op kleine borden extra informatie vinden. Hopelijk is dat genoeg aanleiding om later naar meer informatie te zoeken. Als iemand zo door een tentoonstelling wordt geïnspireerd, is de opzet geslaagd.

Cubisten
Uit de grote stromingen van de vroege 20ste eeuw is niet alleen expressionistisch werk gekocht. De tegenhangers, de cubisten, zitten ook in de collectie: Picasso, Braque en Gris. Het late cubisme is vrij gesloten en op het eerste zicht moeilijk te ontcijferen. Het helpt wellicht te onthouden dat, terwijl we naar hun schilderij kijken, we als het ware OM het onderwerp heen lopen. De cubisten wilden ons tegelijkertijd zowel de voor- als ook de achterkant van hun onderwerp laten zien. Dat leidde tot fragmenten, vaak vierkantjes, cubes, waarin zo’n fles, vrouwenkop, of viool wordt verdeeld en als een patroon wordt uitgelegd.


Vrouw met mosterdpot, Picasso, 1910

Beroemd internationaal museum
Het Kunstmuseum Den Haag hoort bij de internationale top tien door zijn Mondriaan collectie, bijna 300 schilderijen en tekeningen. Door de jaren heen is er veel rondom De Stijl bij verzameld. Een keuze uit deze collecties is bijeengebracht op de begane grond in de permanente tentoonstelling: “Mondriaan & De Stijl”.
Je zoekt je weg in een labyrint dat door beeldend kunstenaar Krijn de Koning en architect Anne Holtrop is bedacht. In brede ensembles wordt geprobeerd het adagium van De Stijl dat leven, werk en kunst één zijn te laten zien en beleven. Er is een tintelende combinatie gemaakt van schilderijen, mode, meubels, vazen, maquettes van al dan niet uitgevoerde gebouwen, tekeningen, beelden en filmpjes uit de tijd. In dit labyrint loop je heen en weer en ontdek je steeds weer nieuwe kunstwerken.


Zaalfoto De Stijl

Naast veel verrassingen, komen we ook oude bekenden tegen, zoals de keuken die Piet Zwart in 1938 voor Bruynzeel ontwierp. Wie herinnert zich niet die dikke halfronde dikke aluminium handgrepen, de houten broodplank die uitgetrokken kan worden en de forse glazen trekbakken voor suiker, zout, meel en zo meer?


Bruynzeel keuken, Piet Zwart, 1938

Piet Mondriaans ontwikkeling
Het grootste deel van de Mondriaan collectie komt uit de nalatenschap van Sal Slijper, de Gooise Mondriaan vriend en verzamelaar. Wijsenbeek, de toenmalige directeur van het museum, ging na de oorlog jarenlang regelmatig met Slijper lunchen in de hoop de toezegging te krijgen dat het museum diens enorme Mondriaan collectie kon erven. En zo geschiedde, waardoor het Kunstmuseum een unieke verzameling met veel vroeg werk van Mondriaan in haar bezit heeft. Er is dan ook terecht een eigen afdeling voor gemaakt waarin Mondriaan en De Stijl net als toen een soms wat knorrig verlopen samenwerking aangaan.
De manier waarop Piet Mondriaan (1872-1944) tot de abstractie komt, is in principe goed te volgen omdat er ook vaak vroeg werk wordt getoond. Daarin kan je zien hoe Mondriaan de ruimte in het schilderij probeert weg te vagen. Hij maakt steeds minder gebruik van het centraal perspectief en daardoor verdwijnt de diepte in een landschap. In plaats van het gevoel naar iets ver weg te kijken, zet hij als het ware de verschillende lagen boven elkaar. Hij trekt het landschap vacuüm.


Vroeg werk van Mondriaan

In deze afdeling is Mondriaans werk weliswaar leidend, maar niet dominant. Dit maakt het volgen en begrijpen van zijn ontwikkeling voor niet ingewijden moeilijk. De controverse met de wat minder principiële Theo Van Doesburg komt ook niet uit de verf. Gezeur? Ik had het ons, de bezoekers, gegund. Nu wordt de waaier zo breed uitgeslagen dat duiding mist.

Mondriaan en Van der Leck
Toch, in het grote geheel zijn prachtige vondsten te zien: er is bijvoorbeeld een drietal schilderijen van Bart van de Lek waarin we de overgang van figuratie naar abstractie op zijn manier uitgelegd krijgen. Van der Leck bracht Mondriaan overigens op het idee om primaire kleuren te gebruiken. Mondriaan inspireerde Van der Leck op zijn beurt tot een verregaande abstractie, een weg die Van der Leck, mede op aandrang van Bremmer en mevrouw Kröller Müller, zijn directe en belangrijkste opdrachtgevers, niet verder onderzocht.
Elders op onze website is er onder Kunstmuseum Den Haag 2,  collectie Mondriaan, aandacht voor zijn ontwikkeling van figuratie tot abstractie binnen de collectie van het museum. Op het onderstaande filmpje vertellen we zijn verhaal aan de hand van een tijdelijke tentoonstelling met alleen Mondriaans werk uit de eigen collectie van het Kunstmuseum Den Haag.
Op het onderstaande filmpje vertellen we Mondriaans verhaal aan de hand van een tijdelijke tentoonstelling met alleen Mondriaans werk uit de eigen collectie van het Kunstmuseum Den Haag.

Bart van de Leck
Bart van de Leck was een van de protegé´s van Bremmer en Kröller-Müller. Ze kochten zoveel van hem dat dit waarschijnlijk zijn bekendheid in de bredere kunstwereld in de weg heeft gezeten. Het Kunstmuseum Den Haag heeft toch een aantal schilderijen van Van der Leck kunnen kopen. In de collectie zitten naast de schilderijen ook ontwerpen voor kleine sieraden. Die zijn soms in de vitrines bij tijdelijke tentoonstellingen te zien.


Twee schilderijen van Bart van der Leck

Van der Leck en Mondriaan hebben elkaar in 1916, toen beiden in Laren woonden, korte tijd hevig beïnvloed. Waarschijnlijk hadden ze elkaar al iets eerder in Den Haag door toedoen van Bremmer, of van de verzamelaar Van Assendelft leren kennen. Van der Leck werkte plotseling in dat jaar met vrijwel abstracte vormen die hij bij Mondriaan had gezien en Mondriaan ontdekte de primaire kleuren, in het schilderij De Storm van Van der Leck. (Tegenwoordig in de collectie van het Kröller Müller Museum.) In het filmpje hieronder is dit te zien.

Nederlands eigen topstuk: Victory Boogie Woogie
In de afdeling hangt ook de prachtige Victory Boogie Woogie, Mondriaans laatste schilderij dat nog op de ezel stond toen hij met een longontsteking naar het ziekenhuis moest, waar hij na een kort ziekbed overleed. Op het schilderij zitten stukjes gekleurd plakband. Hoewel de toekomstige eigenaren het schilderij al hadden goedgekeurd, bedacht Mondriaan toch dat hij het nog wilde veranderen. De kleurige stukjes plakband geven een idee van zijn plannen. Juist door die wat slordige stukjes plakband wordt het schilderij een getuigenis van een idee, een plan dat nooit zou worden uitgevoerd. Tegelijkertijd kun je in je hoofd vermoeden hoe het eruit zou hebben gezien en dat de toevoegingen het hele doek zou doen vibreren,  net zoals in de Grijze Lijnen uit 1918. Hieronder staat een klein filmpje over de Victory Boogie Woogie in de opstelling van 2018.

Door een schenking in 1998 van de Nederlandse Bank aan de Stichting Nationaal Fonds Kunstbezit die het op zijn beurt aan de staat schonk, kwam het schilderij als langdurig bruikleen in het Kunstmuseum. De Victory Boogie Woegie is dus niet alleen het laatste en een van de beroemste werken van Mondriaan, maar ook een zichtbare herinnering aan de periode van 1814 tot 2002 toen De Nederlandsche Bank verantwoordelijk was voor de gulden als betaalmiddel.


Een schoolklas krijgt les voor de Victory Boogie Woogie, Piet Mondriaan, 1942/44.


Detail van de Victory Boogie Woogie, Piet Mondriaan, 1942-44

Het Kunstmuseum Den Haag is wel drie bezoeken waard: er is veel te zien en er is ook te veel kwaliteit om in een keer te beleven. Het museum hoort duidelijk bij mijn favorieten door de combinatie van gebouw en collecties. Als extra toegift is ooit bedacht dat kunstenaars als Soll LeWitt, Günther Förg en Niele Toroni muurschilderingen konden maken.


Muurschildering Sol Lewitt

 


Muurschildering Günther Förg


Muurschildering Niele Toroni

Bovendien wil ik je nog mijn favoriete plek in het museum verraden: de erezaal: de open ruimte op de eerste verdieping. Als je na de kaartjescontrole  in de hal meteen naar boven kijkt, ziet je hem de hal in steken. Berlage bedacht hier prachtige kleine accenten die pas echt opvallen als je de tijd neemt ze te bekijken.
Op de foto’s die in de erezaal zijn gemaakt, zie van boven naar beneden:
1 het plafond; 2. de trap naar de hal; 3. de hal.

plafond erezaal
1. plafond erezaal

 2. trap naar de hal
2. trap naar de hal


3. de hal

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

NB.
Per 1 oktober 2019 veranderde het museum voor de vijfde keer in zijn geschiedenis van naam. Sinds 1998 heette het Gemeentemuseum Den Haag, daarvoor overigens Haags Gemeentemuseum. De directeur Benno Tempel vindt dat deze naam een associatie met belastingaanslagen oproept. Hij koos voor het swingende Kunstmuseum Den Haag. Helaas kunnen buitenlanders nu nooit meer naar dat Mondriaan museum met die gekke naam vragen.

NB.2
Tuinen van verbeelding – Monet centraal in het Kunstmuseum
Hoewel het niet onze gewoonte is tijdelijke tentoonstellingen te bespreken, maken we voor Tuinen van Verbeelding een uitzondering omdat Monets schilderij Blauweregen in de eigen collectie van het Haagse Kunstmuseum zit. Claude Monet maakte het tussen 1917 en 1920 en het werd in 1961 uit diens nalatenschap aangekocht. Dit kunstwerk is voor de tentoonstelling uitgebreid onderzocht, zowel het werk, als ook de periode waarin Monet het maakte. Zo ontstond een even zo spannende, als mooie tentoonstelling.
De grootste bruikleengever van deze expositie is het Parijse Musée Marmottan Monet. De samenwerking kwam tot stand omdat het Kunstmuseum in staat is als ruil uit de eigen collectie schilderijen van Mondriaan uit te lenen. Het belang van de eigen collectie, het onderwerp van onze website, wordt zo nogmaals onderstreept. (De Tuinen van Verbeelding loopt tot en met 2 februari 2020.)

 

Informatie en voorzieningen

Gemeentemuseum Den Haag

Statenlaan 41,  2517 HV Den Haag
W kunstmuseum dh
T 070- 3381 111
di t/m zo 10.00-17.00 uur

bereikbaarheid
makkelijk met OV: tram 17 uit Den Haag Hollands Spoor en ook van Den Haag CS; bus 24 ook van CS
parkeren voor en in de buurt van het museum
collectie informatie
folder / plattegrond
zaalteksten
presentatie collectie
route informatie
digitaal app niet gezien
vriendelijkheid
suppoosten
winkel
kinderactiviteiten
in het museum / iedere dag, informatie op de website
eigen ruimte / atelier
museumwinkel
assortiment groot, maar niet verrassend
kunstboeken veel en gedegen
kinder-kunstboeken
grappige kleine cadeautjes
museumrestaurant
prijs/kwaliteit
menu
wc
schoon
makkelijk te vinden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.