Op weg naar de kunst

bespreekt de vaste collectie van musea in Nederland en elders.

Heerenveen, Belvédère

Museum Belvédère: schilderkunst uit het noorden

“Ik dacht ik kom nu maar, want vanmiddag zijn de schaatswedstrijden, dat wil ik toch niet missen”, zegt de man met het wollen mutsje bij de kassa. Waar anders dan in Friesland, in het Museum Belvédère, kun je zo’n gesprekje in de winter verwachten? Buiten is het grijs, nat en koud, toch komen de bezoekers op deze zaterdagochtend gestaag binnen zowel van verder weg uit het land en, zoals de schaatsliefhebber, uit de buurt. Na 13 jaar is het duidelijk: Museum Belvédère heeft zijn plek en bestaansrecht veroverd.

Dat is mooi, want zo vanzelfsprekend was dat niet. Ik weet nog dat er openlijk werd gefluisterd toen Koningin Beatrix in 2004 het museum opende of dit nu wel zin had. Wie zou er naar een museum van vooral Friese kunstenaars komen dat buiten Heerenveen lag, een stad die hoogstens bekend was door de gelijknamige voetbalclub en een schaatsbaan? Bovendien sloeg na een jaar of vijf de recessie toe en als het slechter gaat met de economie, is de cultuur het eerste kind van de rekening. De tweede directeur- conservator Han Steenbruggen verdient alleen al om het feit dat het museum er nog steeds is en er verrassende tentoonstellingen maakt, veel waardering.

Thom Mercuur had een droom
Het begon allemaal met Thom Mercuur (1940-2016), de markante Friese kunstliefhebber en kunsthandelaar die samen met twee bevriende kunstenaars, Sjoerd de Vries (1941) en Boele Bregman (1918-1980), droomde van een museum voor Friese kunstenaars niet in de stad, maar buiten in de natuur. Mercuur stond middenin het Friese kunstleven. Zijn leven cirkelde om beeldende kunst. Na een antiek- en kunsthandel in Leeuwarden en Heerenveen, werd hij directeur van ’t Coopmanshûs, het stedelijk museum in Franeker. Dat werd een groot succes. Vervolgens maakt hij een tiental jaar als freelancer moderne kunst tentoonstellingen in het Fries Museum, dan weer een kunsthandel en nog later een restaurant.
Het idee van een museum voor Friese kunst dat buiten in het landschap staat, laat hem niet los. Uiteindelijk komt het landgoed Oranjewoud bij Heerenveen in beeld. Na goedkeuring door Staatsbosbeheer, wordt besloten het nieuwe museum dwars over een vaart te leggen. De architect Eerde Schippers ontwerpt een prachtig laag gebouw naar Mercuurs idee van een kijkdoos: twee schijnbaar volledig gesloten vleugels bekleed met platen donkere natuursteen. In welk jaargetijde ik ook kom, ik moet altijd even zoeken naar het museum in het landschap. Zo mooi verglijden de donkere muren in het groen van de zomer, of het grauw van de winter.


Een foto van een eerder zomers bezoek

In het midden is het restaurant voorzien van glazen muren waardoor je van verre door het gebouw naar het oude landhuis van de Friese Oranjes kijkt. In het restaurant heb je aan alle kanten vrij uitzicht op de natuur. Het felle licht dat voortdurend verandert is prachtig om naar te kijken. In de vaart drijft een kunstwerk van de Belgische schilder Roger Raveel:

]
“De Zwanen van Brugge Belvédère”, een bewegend kunstwerk uit 2004 van Roger Raveel


De zwanen van Brugge / Belvédère, Roger Raveel, 2004


Vanuit het restaurant naar Oranjewoud

Binnen buitenlicht
Het aardige is dat het felle buitenlicht ook in alle tentoonstellingszalen als plint aanwezig is. Dat lijkt een detail maar het heeft grote impact op je ruimte beleving doordat je contact met ‘buiten’ blijft houden. Voor een collectie die de natuur als belangrijkste verzamelgebied heeft, is dat prettig. Bovendien krijg je door het wisselende buitenlicht een gevoel van lichtheid in de zalen. Soms kreeg ik zelfs het gevoel dat het museum helemaal boven het water is gebouwd, zo sterk zijn de waterweerspiegelingen van het Friese licht. Maar de tentoonstellingszalen zijn op land gebouwd.


De muur met werk van Jan Mankes, 2017

Mercuur schonk een deel van zijn eigen collectie aan het museum. Inmiddels is deze verzameling flink uitgebreid. Er zijn verschillende verzamelgebieden die allemaal uitgaan van kunstenaars die wonen / woonden en of werken / werkten in de noordelijke provincies. Rondom Gerrit Benner (1897-1981) wordt het Lyrisch Expressionisme verzameld; rondom het werk van Thijs Rinsema (1877-1947)  de abstract-geometrische kunstenaars, en de derde belangrijke collectie component is de kunst van Jan Mankes (1889-1920).
Alle keren dat ik in het museum kwam, werd in de linker vleugel een tijdelijke tentoonstelling gehouden en in de rechter vleugel de eigen collectie getoond. Die eigen collectie heeft dan vaak een verband met de tijdelijke expositie waardoor er vaak wordt gewisseld. Zo was er bij ons bezoek in december 2017 geen werk van de grote lyrische Friese expressionist Gerrit Benner te zien. Dat is vooral jammer voor het filmpje, omdat ik nu niets over diens prachtige werk kon vertellen, maar dat komt wel weer bij een volgend bezoek. Dan passen we ook het filmpje aan.

Helder beleid
Het museum is heel helder in wat en wie ze zijn en wat ze doen. In het jaarverslag van 2016 staat het zo: ‘Museum Belvédère wil een levendige ontmoetingsplek zijn waar een zo breed mogelijk publiek kennis kan nemen van het werk van Friese beeldende kunstenaars en het werk van geestverwanten uit binnen- en buitenland’.  Daarbij wil het museum zich vooral concentreren op ’twintigste-eeuwse en eigentijdse schilderkunst die relaties aangaat met landschap en natuur’. Daar is het weer: binnen en buiten.
Bij elk bezoek aan Friesland, Groningen en de Wadden eilanden is het licht anders. Niet alleen doordat de zon wel of niet schijnt, maar ieder jaargetijde lijkt hier een eigen lichtsoort, of letterlijk daglicht, te hebben. Van helder ver en hard, tot mistig en grijs waarin je met moeite het lage zwarte museumgebouw, of onderweg de boerderijen in het land en het vee eromheen kunt ontdekken.
Al die soorten licht zie je terug in de schilderijen. Natuurlijk bij Jan Mankes (1889-1920) die hier een eeuw geleden nog vlakbij in De Knipe (of Knijpe) woonde. Je kunt het lintdorpje vanuit het museum zien liggen.


De Knipe 2017

Mankes heeft intense aandacht voor zijn onderwerp, of dat nu zijn familie is of een vogel – van hoen tot lijster en torenvalk. Al zijn schilderijen zijn klein, maar de vogels zijn heel klein. (Ik vroeg Kristoffel zijn hand naast de Torenvalk te houden om aan te geven hoe klein dit prachtige werk is.)

 


Torenvalk, Jan Mankes, 1910

Jan Mankes is zo’n typische kunstenaar uit het begin van de vorige eeuw die, net als de Tachtigers in de literatuur, het innerlijk van zijn onderwerp wil laten zien. Dat schreef hij ook: ‘Ik wil mijn doek zolang koesterend bewerken tot het een stukje ziel wordt’. Vaak wordt gedacht dat Mankes opgroeide op het platteland van Friesland, maar dat klopt niet. Zijn vader was belastingambtenaar die uiteindelijk in Zuid-Holland werd geplaatst. Jan groeide op in Meppel en Delft. In de laatste stad werkte hij in een glasatelier. Beïnvloed door de etser Toon Derkzen van Angeren bezoekt hij de Haagse musea en komt op de hoogte van de actuele kunststromingen. Uiteindelijk besluit hij kunstenaar te worden. Na de pensionering van zijn vader, verhuisde de 20-jarige ‘kunstenaar’ met de ouders mee naar oud familiebezit in De Knijpe (Nu Knipe).
Jan Mankes trouwde de eerste vrouwelijke dominee in Nederland, Anna Zernike, een geëmancipeerde vrouw die na zijn vroege dood, Mankes werd dertig, de eerste oeuvrecatalogus verzorgde.


De theeschenkster, Jan Mankes, 1915, detail

Inmiddels heeft museum Belvédère een aantal werken in hun collectie en kunnen ze gebruikmaken van langdurige bruiklenen. Een van de ontroerendste portretten vind ik de Theeschenkster, zijn vrouw Anna die op een herfstmiddag thee schenkt. Ik associeer het grijs mistig licht achter de ramen en de nog net niet kale bomen met de herfst. Door de weerkaatsing van dat licht in de vaart langs het huis, zie je hoe goed Mankes kijkt. Liefdevol tikt het buitenlicht haar voorhoofd aan. Tegelijkertijd is het geen naturalistisch schilderij, er zit wel degelijk een lichte abstractie in de opbouw, zelfs ook in de manier waarop Anna Zernike daar tussen die twee ramen staat. Getypeerd door de hoge schouder, de beetje kromme rug en de geconcentreerde blik op haar hand met het theepotje. Er spreekt tederheid, maar vooral geoefend kijken uit de schilderijen van Mankes.

Herwaardering
Thom Mercuur was belangrijk voor de herwaardering van het werk van Jan Mankes. Mercuur herkende wel vaker de waarde van vergeten Friese kunstenaars. Zo woonden er in Drachten 2 schoenmakers, de broers Thijs en Evert Rinsema. Thijs werd in 1877 geboren en Evert drie jaar later; er was nog een jonger zusje, Rienkje die in Amsterdam bij de PTT gaat werken. Hun vader was oorspronkelijk leerlooier, maar opende later een schoenmakerij. De zonen gaan in die richting verder. De schoenwinkel  is gedeeltelijk nagebouwd in Museum Dr8888 in Drachten. Dat kleine museum is na Belvédère een bezoek waard. In Belvédère zijn er twee stijlkamers in een van de twee staat een aantal objecten en hangen kunstwerken van Thijs Rinsema.

Evert is bekend door zijn aforismen die ooit door Theo van Doesburg werden gebundeld. Evert en later Thijs waren bevriend met Theo van Doesburg en Kurt Schwitters. Onderaan de gele deur vlakbij hun stijlkamer staat in het museum een mooie uitspraak: ‘De mensch is van nature hoekig’.


Evert Rinsema

Iedere maal dat we in het museum kwamen is er een tafel, een lamp, een stoel uit het huis van Thijs Rinsema te zien. Vaak staan er meer dingen omheen, soms ontworpen door Henk Wouda, en altijd hangen er meestal schilderijen of tekeningen van Thijs. Wie de onderstaande foto’s goed bekijkt ziet een mooie verbinding tussen vroeger en nu:
Foto 1 laat de situatie in Belvédère, december 2017, zien met de lamp uit de huiskamer van Thijs. Op foto 2 zie je de dezelfde lamp zoals hij bij Thijs in huis hing. Let op het klokje op de schoorsteen, want op foto 3 staat het klokje, dat tegenwoordig in een particuliere verzameling zit, en door een bruikleen in het museum is gekomen. Het klokje werd ontworpen door de Groningse Ploeg kunstenaar Jan van der Zee. Op foto 4 staat het klokje in de Rinsema stijlkamer op een ladenkastje uit die tijd.


Foto 1: delen uit de kamer van Thijs Rinsema


foto 2 vroeger bij Thijs thuis


Foto 3 klok ontworpen door Jan van der Zee


Het klokje op een ladenkast van Thijs

Je merkt dat Steenbruggen, de directeur conservator, zo goed in zijn collectie zit dat hij dit soort kleine nuances en verdiepingen aan kan brengen. Oorspronkelijk was hij een expert van de Groningse kunstenaars groep De Ploeg. Het is dan ook niet verwonderlijk dat in het kader van de Noord-Nederlandse kunstenaars hun werk hier een plek heeft gekregen. Museum Belvédère initieert ook nieuwe projecten. Op basis van een onscherpe vooroorlogse zwart wit foto, een aquarel en materiaalonderzoek, is een replica gemaakt van een verloren gegane muurschildering die Wobbe Alkema in 1931 voor het Groningse huis van zijn vriend de schilder en architect Job Hansen maakte. Drie studenten van de Academie Minerva uit Groningen werkten in 2017 onder leiding van Matthijs Hendriks aan het grote werk.


Replica wandschildering van Wobbe Alkema origineel uit 1931, replica 2017

Als ik aan De Ploeg denk, associeer ik hun werk altijd met de schilderijen en grafiek van de Duitse schilder Kirchner. Het aardige van deze (na-)schildering is dat je verbindingen met een heel ander internationaal expressionisme ziet. Hier loopt de abstracte Russische schilder Wassily Kandinsky opeens voor Wobbe Alkema uit. Heel verrassend, maar ook weer niet. Alkema zat slechts een jaar bij De Ploeg. Hij had veel contact met de Vlaamse constructivisten, en door hen leerde hij het werk van Kandinsky kennen.

Als altijd is het geld belangrijk
In deze december maand ontbrak het werk van misschien wel de beroemdste Friese schilder: Gerrit Benner. Het paste minder als aansluiting bij de tijdelijke tentoonstelling: “Constructivistische Verbanden – Noord-Zuid”, die tot einde januari 2018 werd getoond. Het pleit dat de eigen collectieopstelling niet per se iedere keer met dezelfde kunstenaars komt, dat is voor ons als bezoekers leuk. Je ziet iedere keer andere schilderijen. Daarom is het zo’n goed idee toch met enige regelmaat naar Heerenveen te reizen. In de collectie tentoonstellingen kun je goed zien hoe, zonder geforceerd te zijn, sommige impulsen, of ideeën door de Noordelijke kunstenaars werden en worden verwerkt.


Red dots, Willem Hussem, 1964

In december 2017 waren er prachtige schilderijen van Willem Hussem, een oude liefde van directeur Steenbruggen. De kunstwerken komen zowel uit het eigen bezit, als bruiklenen van het Gemeentemuseum Den Haag, als ook van een particulier. Nog steeds wordt de lijn van Thom Mercuur gevolgd, maar gelukkig voegt de huidige directeur er zijn eigen kennis en voorliefdes aan toe. Het is altijd mooi om te zien hoe iemand zich binnen de grenzen van een collectie uitleeft waardoor het geheel op een hoger plan komt.

Geruchten
Er waren geruchten dat Museum Belvédère het financieel niet zou halen: door de recessie van de afgelopen jaren trokken niet alleen particuliere sponsoren en bedrijven zich noodgedwongen terug, ook de provincie en de stad Heerenveen kwamen niet tot langdurige afspraken voor de financiële onderbouwing. In het kader van Leeuwarden Culturele Hoofdstad van Europa was er gelukkig wel geld voor een Morandi tentoonstelling in 2018. Inmiddels is de stad Heerenveen bereid om een structurele subsidie aan het museum te geven. De provincie maakte weliswaar hetzelfde gebaar, maar dat is nog niet structureel. Nu de potten van 2018 zijn verdeeld en verteerd, zou het wijs zijn weer naar de lange termijn te kijken en een museum dat voortdurend moet schipperen met de financiële middelen te belonen voor moed, trouw en ijver waarmee de kwaliteit wordt hooggehouden.
Kortom wat let je om zeker tweemaal per jaar naar Museum Belvédère te gaan? Het is niet alleen goed voor het museum, maar het is er ieder keer anders. En dus altijd goed.

NB
Er zijn leuke wandelingen uitgegeven in samenwerking met Staatsbosbeheer; voor 2018 staan activiteiten op stapel met het oude buiten ‘Oranjewoud’; dus altijd goed de website na te kijken bij activiteiten voor nieuwe ideeën.

Informatie en voorzieningen

Museum Belvédère, Oranje Nassaulaan 12;  8448 MT Heerenveen-Oranjewoud

W website Belvédère
T 0513-644999
di t/m zo 11.00 – 17.00 uur,  actuele informatie en meer info op de website nakijken.  Rabobank klanten krijgen korting zie website museum.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.