Op weg naar de kunst

Bestel hier onze: Gids naar Nederlandse musea Op weg naar de kunst

bespreekt de eigen collectie van musea in Nederland en elders.

‘s Hertogenbosch: Noordbrabants Museum

Grote variatie Brabantse kunst
Het Noordbrabants Museum is ook al een van die musea met een lange geschiedenis. Het ontstond uit hetProvinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen dat al in 1836 werd opgericht. Toch kreeg het museum pas in 1987 aan de Verwerstraat een gebouw op stand. Oorspronkelijk was het een tehuis / werkplaats voor een soort mannelijke begijnen die wollen lakens weefden en verfden (vandaar Verwerstraat). Eind 16e-eeuw werd het pand een Jezuïetenklooster. Toen in ‘s Hertogenbosch, na de verovering door de ‘staatse troepen’ in 1629, het katholicisme werd verboden, werd het gebouw gouvernementspaleis. In 1770 moest het toch worden herbouwd trok men de voorgevel op in de moderne classicistische Lodewijk XIVe-stijl.  Deze zandstenen gevel is nog steeds de klassieke entree van het museum.


One word leads to another, Henk Visch, 2000

Aan de indeling van dit oudste deel is sindsdien weinig veranderd.  Gedurende twee eeuwen was de Statenzaal de vergaderzaal van de Provinciale Staten van Noord-Brabant. Aan grandeur ontbrak het niet door de glas-in-loodramen, de enorme kroonluchters en het bewerkte plafond.


De voormalige Statenzaal, zaaloverzicht 2018

Het museum heeft ook een tuingalerij en een stadstuin met hedendaagse beelden. Enkele jaren geleden werd het museum uitgebreid en verbonden met het naastliggende Design  Museum. Door de renovaties en uitbreidingen is het een ingewikkeld gebouw. Op het kaartje is rechts boven de ingang van het Design Museum (het vroegere Stedelijk Museum) en rechts onder de ingang van net Noordbrabants Museum. De eigen collectie van dit staat in het paarse deel, minus de vleugel links voor de tijdelijke tentoonstellingen.


Plattegrond 2018

Je moet dus goed opletten bij het bezoek. De kunstcollectie, die overigens voor een deel uit langdurige bruiklenen bestaat, is grotendeels in het oude Gouvernement ondergebracht, links en rechts van de ingang. In het nieuwere deel is naast de tijdelijke tentoonstelling, een afdeling over de geschiedenis van de provincie waar ook kunst wordt getoond.

Oudste geschiedenis
Het museum heeft uit haar beginperiode een historische collectie. Die gaat terug tot vondsten uit het neolithicum. Ze zijn tentoongesteld naast de talrijke resten uit de Romeinse tijd. De honderden vindplaatsen laten zien hoe noordelijk de Romeinen kwamen. De historische artefacten, zoals ze worden genoemd, zijn netjes opgesteld ter illustratie van het vroegste leven in deze omgeving, hoewel er toentertijd rond ‘s Hertogenbosch nog geen nederzetting waren. Dit gebied hoorde in de middeleeuwen bij het jachtbos van de hertog van Leuven.

Eigen kunsthistorische traditie
Wie aan het verleden van Nederland denkt, heeft het, zeker in de kunstgeschiedenis, toch al snel over de 17e eeuw en de dominante Hollandse provincies. In de lange driehoek van Alkmaar tot Dordrecht met Utrecht in het oosten, bloeiden de economie en dus ook de kunsten in steden als Haarlem, Gouda, Delft, Dordrecht, natuurlijk Den Haag en vooral Amsterdam. We vergeten maar al te makkelijk dat Limburg en Brabant een eigen kunsthistorische ontwikkeling doormaakten. In de tijd van Jeroen Bosch, de 15e eeuw, ontstonden naast de kerk en de adel, nieuwe opdrachtgevers in de steden, van vroedschappen tot gilden. Niet veel later volgden rijke burgers. Die bloeiende cultuur strekte zich uit over de grotere regio. ‘Ons’ Brabant, het noordelijke Brabant richtte zich op zuidelijke deel in het huidige België met belangrijke steden uit het Bourgondische en Habsburgse rijk zoals Damme, Brugge, Gent, Antwerpen en Ieper in Vlaanderen, maar ook Aalst, Mechelen, Leuven en Brussel in Brabant. ‘s Hertogenbosch hoorde ook bij de belangrijke steden. Het hele gebied was sinds de middeleeuwen tot in de 17e eeuw een belangrijk Europees cultureel en handelscentrum.


Aartshertog Albrecht (1559-1621) en aartshertogin Isabella (1566-1633) van Habsburg, uit het atelier van Frans Pourbus II, ca 1600

In de ban van Bruegel / Brueghel
De zalen op de bovenverdieping van het oude gebouw, rechts van de trap, zijn voorbehouden aan het werk van Brueghel (of Bruegel) en Teniers. Aan de andere kant hangen De Meesters van het Zuiden. Dat zijn de 17e-eeuwse schilders die vaak in Antwerpen zijn opgeleid, of daar werkten.
Pieter Bruegel de Oude ( ca 1530-1569) is een generatie ouder en markeert het begin van de nieuwe, meer stadse, kunst waarin de godsdienst niet alom aanwezig is. De belangrijke onderwerpen worden wereldser door verwijzingen naar de mythologie uit de oudheid, of zelfstandige portretten. Bruegel was eigenlijk de eerste genreschilder in de Nederlanden, vóór schilders als Adriaen Brouwer en Jan Steen. Hij schilderde gewone mensen in hun omgeving, ook als hij schilderijen maakte met een religieus thema, zoals de Vlucht naar Egypte. Hij voegt aan bijbelse verhalen alledaagse activiteiten toe. Dat ging soms zo ver dat het religieuze onderwerp naar de achtergrond verdwijnt en je moet zoeken waar het zit. Er hangt hier een Kruisiging van Christus, een schilderij dat Pieter Brueghel de Jonge maakte naar een voorbeeld van zijn vader.
In de Kruisiging (rond 1600) gebeurt zoveel dat je misschien vergeet naar het eigenlijke onderwerp te kijken. In de achtergrond zien we Italiaanse steden en landschappen die Bruegel senior tijdens zijn tocht naar Rome had geschetst en later in etsen verwerkte. We zien dat de kruisiging onder een duistere hemel plaatsvindt, omdat in het Bijbelverhaal wordt beschreven dat de aarde drie uur is verduisterd op het moment dat Jezus aan het kruis sterft. Deze verwijzing zie je niet vaak. Die duisternis schijnt de mensen op de berg Golgotha niet uit te maken, ze gaan door met wat ze deden: aan de voet van het kruis wordt gevochten en links is men onverstoorbaar bezig het derde kruis op te richten. Rechts zien we de treurende vrouwen Maria en Maria Magdalena.


Kruisiging, Pieter Brueghel de Jonge, ca. 1621-29


Detail uit de Kruisiging, Pieter Brueghel de Jonge, ca. 1621-29


Detail uit de Kruisiging, Pieter Brueghel de Jonge, ca. 1621-29

De zonen Pieter en Jan Brueghel (met een h in hun naam) kopieerden schilderijen van hun vader. Ze gebruikten hiervoor doorprikkaarten van de voorstelling. In ons stuk over het Bonnefantenmuseum staat dit uitgebreid beschreven. Ook de volgende generatie Breughel gebruikte deze voorbeelden.  Bonnefantenmuseum bij Opwegnaardekunst.nl
De twee zonen van de oude Bruegel leerden het vak van hun oma Maaiken Verhulst, de schoonmoeder van vader Bruegel. Toen de laatste op jong stierf (ongeveer 40 jaar), voedde zij hen op en leerde hen schilderen. Jan junior ging zich specialiseren in landschappen en bloemstilleven. Hij kreeg de bijnaam de Fluwelen Brueghel. Deze Brueghel maakte ook een eigen soort landschapsschilderijen. Hier hangt een bijna lege omgeving met slechts een paar mensen en molens. Wie echter goed kijkt ziet steeds meer: een stad in de verte en een kerk midden in een groot bos. Er gebeuren intrigerende dingen. Mensen zijn zwaar beladen op weg, wellicht naar die stad verderop.


Landschap met molens en reizigers, Jan Breughel I, 1614


Detail Landschap met molens en reizigers, Jan Breughel I, 1614


Detail Landschap met molens en reizigers, Jan Breughel I, 1614

En wat doet dat eenzame figuurtje man, vrouw, daar rechts? Neem de tijd om het allemaal goed te bekijken. Er gebeurt meer dan je denkt op dit schilderij met het vreemde licht.


Detail Landschap met molens en reizigers, Jan Breughel I, 1614

In de Brueghel zaal hangt een schilderij van de toen zeer beroemde schilder Peter Coecke van Aalst, de man van Maaiken en schoonvader van Bruegel. Naast het werk van de Breughels hangen in dit deel van het museum bloemstillevens, historische stukken, taferelen uit het gewone leven en een late kopie van het zeer intrigerende Spreekwoorden schilderij (dat in 1559 door Bruegel I werd gemaakt). De oorspronkelijke titel was De Dwaasheid van de Wereld, een thema dat Bruegel veelvuldig behandelde. De meeste spreekwoorden – er  schijnen er 125 in te zitten, worden niet meer gebruikt maar enkele zijn snel herkenbaar. Die worden nog steeds gebruikt: paarlen voor de zwijnen werpen, achter het net vissen, de put vullen als het kalf verdronken is, als twee honden vechten om een been loopt een derde er mee heen, de kat de bel aanbinden, enzovoorts. (Onderaan staan m’n opmerkingen over het verwarrende gebruik van Breugel Bruegel door het museum.)

Schilders-dynastieën
In dit Brabantse museum zie je schilders die in andere Nederlandse musea spaarzaam aanwezig zijn, zoals David Teniers. Ook hier is sprake van een Oude Teniers, een Jonge David Teniers en een nog jongere David Teniers. De tweede David Teniers (1610-1690) was getrouwd met Anna Brueghel, de dochter van Jan (Fluwelen) Brueghel. Peter Paul Rubens was getuige bij hun huwelijk. Hij verkeerde dus in goede kringen. Later werd deze Teniers kamerheer en hofschilder van de landvoogd der Spaanse Nederlanden in Brussel. Hij woonde riant in kasteel de Drye Torrens in Perk (gemeente Steenokkerzeel, bij Zaventem, niet ver van Brussel.) Ondanks zijn sociale aanzien en positie schilderde hij onder invloed van Adriaen Brouwer en Joos de Momper, volkse types en genrestukken. In zijn Vier jaargetijden zijn zowel voorstellingen uit dat eenvoudige boeren bestaan te zien, als ook een glimp van zijn eigen leven op en bij kasteel Perk. Deze vier schilderijen (lente, zomer, herfst en winter) horen, net als een aantal schilderijen van de Brueghels en Van Thulden, bij het grote bruikleen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.


De Vier Jaargetijden van David Teniers II, 1665-1670


Detail uit De Herfst, David Teniers II, 1665-1670

Teniers vormt de overgang naar een ruim overzicht van De Meesters van het Zuiden, de 17de-eeuwse Noord -Brabantse schilders die voor hun opleiding naar Antwerpen gingen, onder andere aan de Academie die mede door Teniers in 1663 was opgericht. Een belangrijke schilder in deze collectie is Theodoor van Thulden van wie het museum inmiddels een tiental schilderijen heeft. Hert zijn vaak schilderijen, typisch voor de barok, met allegorische en of mythologische thema’s.


Zaaloverzicht 2018, met onder andere schilderijen van Gillis van Coninxloo; Jacob Jordaens en  Theodoor van Thulden

Meesters van het Zuiden
Pas in 1629 veroverden en ‘ontpaapsten’ de staatsgezinden onder leiding van Frederik Hendrik Den Bosch. Tot die tijd was de culturele band met de bloeiende Vlaamse schilderkunst intact. Ondanks de breuk bleven veel kunstenaars verbonden met zuidelijk Brabant. Theodoor van Thulden en Abraham van Diepenbeeck werkten, net als Thomas Willebroirt Bosschaert uit Bergen op Zoom, lange tijd in Antwerpen.
Het is niet vanzelfsprekend dat het museum inmiddels zo’n rijke kunstverzameling heeft. Tot na de Tweede Wereldoorlog werden immers nauwelijks schilderijen gekocht. Men vond indertijd de archeologie van Noord-Brabant veel belangrijker. De paar schilderijen waren schenkingen. In 1927 werd de eerste Van Thulden geschonken en pas in 1962 kon zijn eerste schilderij worden aangekocht: Josina Copes-Schade van Westrum en haar kinderen.


Josina Copes-Schade van Westrum en haar kinderen, Theodoor van Thulden, ca 1651

Otto Copes, de echtgenoot van Josina, was een welvarende Bossche stadspensionaris en net als Van Thulden vertrouweling van Frederik Hendrik! Op het schilderij staan hun eerste vijf kinderen. Het kleine engeltje aan de rechterkant was inmiddels overleden en de twee schaars geklede jongetjes links en rechts (met symbolen van de vergankelijkheid, zoals de tulp en het bellenblazen) waarschijnlijk ook. Uiteindelijk stierven vijf van hun vijftien kinderen heel jong. Josina Copes is 25 jaar en houdt het roer van de opvoeding stevig in haar hand. Ze stuurt de kinderen de moeilijke weg op naar de Tempel der Deugd. Bacchus, Venus en Cupido staan links op een sokkel. Een tekst waarschuwt voor de ondeugden en verleidingen van het leven.


Detail, Josina Copes-Schade van Westrum en haar kinderen, Theodoor van Thulden, ca 1651

Voor dit schilderij gebruikte Van Thulden een voorbeeld van Rubens in wiens atelier hij werkte. Rubens nam grote projecten aan met soms vele tientallen schilderijen tegelijkertijd. Hij liet de door hem gemaakte schetsen vervolgens door zijn medewerkers uitvoeren. Dat waren niet de minste schilders: naast Van Thulden ook Anton Van Dijck, Jordaens, Frans Snijders, Cornelis de Vos, David Teniers de Oude en Pieter Brueghel de Jonge. Rubens was hofschilder en diplomaat en is dé representant van de noordelijke barok. Zijn kunst stond in dienst van de strijdende Heilige Moederkerk.

De kring rond Rubens
In de collectie van het Noordbrabants Museum wordt de culturele verbondenheid tussen Noord-Brabant en Vlaanderen duidelijk. Interessant is dat een aantal Brabantse schilders, zoals Van Thulden en Willeboirts Bosschaert, weliswaar hun opleiding in Antwerpen kregen, maar desondanks ook door Frederik Hendrik en Amalia van Solms werden gewaardeerd. Ondanks de Tachtigjarige Oorlog werd de barokke (katholieke) stijl uit het zuiden nog gewaardeerd aan het Haagse hof. Ze werkten bijvoorbeeld na de dood van Frederik Hendrik mee aan de schilderijencyclus van de Oranjezaal in Huis Ten Bosch in het Haagse Bos, sinds januari 2019, de residentie van de koninklijke familie.


Zelfportret, Willeboirts Bosschaert ca 1637


Het visioen van de heilige Antonius van Padua, Willeboirts Bosschaert, ca 1650

Bij de Meesters van het Zuiden hangen naast werk van Gillis van Coninxloo, het grote schilderij, Odyssea en Nausicaa van Jacob Jordaens (ca 1630) en schilderijen van Paul Bril, Joos de Momper de Jongere, Jan Boekhorst en Thomas Willeboirts Bosschaert (1613-1654). De laatste ging al heel jong bij Gerhard Seghers in Antwerpen werken. Hij de zoon van de belastinginspecteur en grootgrondbezitter in Bergen op Zoom, maar bleef in Antwerpen. Hij werd als overtuigd katholiek, net als Rubens en Van Dijck, lid van de elitaire Mariacongregatie. Bosschaert was meer beïnvloed door de sierlijke en elegante stijl van Van Dijck, dan door Rubens. Hij  maakte mythologische en religieuze voorstellingen. Bosschaert werkte net als Jordaens en Van Thulden zowel in het Zuiden, als ook voor Oranje hof, dat hij door zijn vader kende. Stadhouder Frederik Hendrik en zijn vrouw Amalia van Solms werden belangrijke kopers en opdrachtgevers. Hij kreeg zelfs een persoonlijk paspoort zodat hij makkelijk uit het nog steeds vijandelijke Antwerpen naar Den Haag kon reizen. Tijdens die bezoeken verkocht hij ook werk van andere Antwerpse kunstenaars. Hij stierf jong, 40 jaar.

Wandtapijten

Brabant was ook een belangrijk centrum van de productie van wandtapijten. In de zaal met wandtapijten valt De Boerenkermis op. Het is in het midden van de 18e eeuw gemaakt en staat vol drinkende, dansende en vrijende feestgangers. Het voorbeeld is een schilderij van David Teniers de Jonge.


Brabants Zilver en daarachter Wandtapijt met boerenkermis, geweven door Jan-Frans van der Borcht, ca 1750

Van Gogh
Natuurlijk is er aandacht voor Vincent van Gogh, Brabants beroemdste schilder naast Jheronimus Bosch. Er is een kleine tentoonstelling met werk uit zijn tijd in Nuenen toen hij bij zijn ouders woonde. Donkere landschappen met mensen in het zware land. Het zijn vooral bruiklenen uit musea en een privé verzameling; van het Amsterdamse Van Gogh Museum, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en het Rijksmuseum Amsterdam. Er is de Spittende boerin uit de eigen collectie. Het museum kan zich door het succes van de Bosch tentoonstelling kennelijk financieel wat veroorloven want inmiddels werden drie schilderijen van Van Gogh gekocht. Het zijn misschien geen topwerken, maar ze hangen in een omgeving waar ze thuis horen, de Brabantse begintijd van de schilder.


Vincent van Gogh, door Ossip Zadkine, 1955

Lokale geschiedenis
De geschiedenis van Brabant wordt in een  eigen afdeling getoond. Het begint met Brabants beroemdste industriële erfgoed: de DAF.


Ik weet nog hoe de eerste Dafjes in Haarlem reden. Een Nederlandse, Brabantse, auto dat was bizonder!

De Daf staat in een ruimte met thema Dynamisch Brabant. Ik vond het nogal grappig dat bij de titel een enorm gezin met acht kinderen, geschilderd door Jan Sluyters, hangt.


Thema muur Dynamisch Brabant, 2019.

Het grote culturele verleden uit de late middeleeuwen wordt goed belicht. Schilderijen uit die tijd illustreren belangrijke episodes. Er is aandacht voor de Bourganodische tijd en uiteraard ook voor de Tachtigjarige Oorlog en dan niet alleen voor het beleg van Den Bosch in 1629 en de herwonnen vrijheid voor het katholicisme dankzij Napoleon in 1810.


Het slechten van de citadel van Antwerpen in augustus 1577, Pieter Balten, naar Maerten van Cleve

Actuele Kunst
Het museum heeft al enige tijd actuele kunst uit Brabant verzameld. Een keuze wordt in wisselende samenstellingen getoond in een zaal onder de archeologieafdeling.


Zaaloverzicht 2018, actuele kunst, in het midden Bevrijding, van J. C. J. Vanderheyden, 1967/68

Er is geen sprake van een typische Brabantse stijl. Wij zagen er in de loop van de tijd werk van zulke verschillende kunstenaars als Jan Sluijters, Hendrik Wiegersma uit de eerste helft van de twintigste eeuw en hedendaagse kunstenaars als Hans van Hoek, Marc Mulders en JCJ Vanderheyden.


Zaaloverzicht 2019 links werk van Reinoud van Vught, rechts Pieter Laurens Mol, achter-muur Ronald Zuurmond en het paarse werk is van Thoma Trum


Irissen, Hans van Hoek, 1992-95

N.B.

Breugel of Bruegel???
Het Noordbrabantsmuseum verkeert in volledige verwarring over de schrijfwijze van de naam Bruegel. Internationaal is al jaren de consensus dat alle Bruegels, met of zonder h in ieder geval eerst de u en vervolgens de e in hun naam hebben staan. Een aantal keer wordt toch voor Breugel gekozen. In de onderstaande zaaltekst, gefotografeerd december 2019, begint het al fout in de kop: Breugel. In het kleine tekstje er onder wordt vier maal de naam Bruegel genoemd, waarvan tweemaal fout en dus ook tweemaal goed.


Zaaltekst 2019.

Op muur van de zaal staat in krullen letters het goede Bruegel en in bijschriften is de spelling wisselend.

Informatie en voorzieningen

Noordbrababants Museum
Verwersstraat 41; ‘s-Hertogenbosch
W website Noordbrabants Museum
T 073-6877 877
di t/m zo 11.00-17.00 uur, actuele info op website museum

bereikbaarheid
Mooie wandeling: opletten wegwijzers staan niet logisch, 25 minuten via markt
in parkeergarages St. Jan en Wolvenhoek, zie website museum
collectie informatie
folder zeer algemeen
zaalteksten duidelijk soms met informatieve lichtbakken
presentatie collectie soms klassiek, soms verrassend
route informatie - kan wel duidelijker
digitaal - app niet gevonden
vriendelijkheid
suppoosten
winkel is in aanpalende Stedelijk Museum
kinderactiviteiten
Bij de vaste collectie is voor jonge kinderen een dierenspeurtocht
eigen ruimte niet van toepassing
museumwinkel
assortiment breed vooral op design gericht
kunstboeken veel bij tijdelijke tentoonstellingen
kinder-kunstboeken aanwezig
grappige kleine cadeautjes goed te vinden
museumrestaurant
prijs/kwaliteit goed
menu lokaal en lekker
wc
schoon rommelig aan het einde van de dag
makkelijk te vinden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.