Op weg naar de kunst

Bestel hier onze: Gids naar Nederlandse musea Op weg naar de kunst

bespreekt de eigen collectie van musea in Nederland en elders.

Maastricht, Bonnefantenmuseum

Bonnefantenmuseum: bizonder, toegankelijk en hartelijk
Ooit werd de kunstcollectie van de stad Maastricht ondergebracht in het weeshuis in de binnenstad. De wezen werden in het op België en Frankrijk georiënteerde Maastricht “des bons enfants” genoemd. Zo kan een museum aan zijn naam komen en het is mooi dat die wortels niet worden verloochend. Het Bonnefantenmuseum is een bizonder museum waar je al bij binnenkomst een opgewekte hartelijke sfeer toewaait. Bij de kassa, in de winkel, de mevrouw van de folders en het eethuis, overal is men vriendelijk. Op iedere verdieping staan lichte krukjes die je makkelijk van zaal naar zaal mee kunt nemen. De zalen zijn ruim van opzet, de lichte houten vloeren geven een vrij gevoel ook al omdat de plinten iets terug liggen in de schaduw van de muur. Door de zijramen en bovenlichten komt gefilterd daglicht.

Lees verder »

Amsterdam, Ons’ Lieve Heer op Solder

De Amsterdamse grachtengordel  is in de zeventiende eeuw gebouwd. Inmiddels is een aantal van die panden een museum geworden. Vier gebouwen vallen tegenwoordig onder het beheer van het Amsterdam Museum. Zo ligt op loopafstand van het station de voormalige huiskerk Ons’ Lieve Heer op Solder. Het hoorde lange tijd bij de best bewaarde geheimen van de stad, zeggen ze op hun website. We bespreken ook het Willet Holthuysen aan de Herengracht vlakbij de Amstel. Deze twee kleine instellingen zijn makkelijk op één dag te bezoeken. Wij liepen van Ons’ Lieve Heer op Solder’ naar Willet Holthuysen in een klein half uur.

Lees verder »

Enschede: Rijksmuseum Twenthe

Een Rijksmuseum met een eigen Gouden Eeuw
Het Rijksmusea in Enschede is een van die musea die door particulieren aan de staat werden geschonken. De vaste collectie staat ongeveer drie jaar. Zo was er tot juni 2018 de gemeenschappelijke geschiedenis te zien van het museum en de familie Van Heek, Twentse textielfabrikanten. Zij bedachten het idee voor een museum in Twente en schonken belangrijke kunstwerken. Jan Herman van Heek was de eerste directeur van het museum en bepaalde het beleid in de eerste decennia.
In een rigoureuze herinrichting is een paar jaar gelden gekozen voor een spannende tweedeling tussen thematische kabinetten en interpretaties van de museum collectie door kunstenaars. In de Schatkamers  worden de volgende thema’s behandeld: de Middeleeuwen, kunstnijverheid, portretten, Arcadië en landschap. In de tentoonstelling Ars Longa Vita Brevis, combineren negen kunstenaars eigen werk met kunst de collectie. Die opmerkelijke dubbel presentatie is alleen al de moeite waard om naar toe te gaan.

Lees verder »

Flevoland: Land Art

Te groot om waar te zijn
Flevoland is al weer oud nieuw land. Sinds de herfst van 2016 wordt zelfs buitengaats, in het IJsselmeer bij de dijk van de Markerwaard, nog nieuwer land aangelegd. Deze keer voor de vogels. De provincie Flevoland heeft sinds 1977 negen opdrachten voor Land Art, grote vrijstaande kunstwerken, gegeven. Een paar liggen bij de twee grote steden: Almere en Lelystad. De andere zijn verspreid door Flevoland en sinds 2016 ook in de Noordoostpolder dat tenslotte ook bij de provincie Flevoland hoort. De kunstwerken zijn met de auto te bezoeken, soms moet je even goed op de bordjes opletten. Met de fiets is nog leuker, dat vergt enige planning, een goede conditie en wellicht een elektrische fiets. We bespreken nog niet alle kunstwerken.
Lees verder »

Tilburg: Museum De Pont

Kijken met een geheugen
Het Museum De Pont is ontstaan uit het legaat van de Mercedes importeur Jan De Pont (1915-1987). De erfgenamen besloten daarmee een stich­ting voor moderne kunst op te richten. Nadat bleek dat in de boedel ook een oude wolspinnerij in Tilburg zat, werd besloten de toekomstige collectie in dit gebouw onder te brengen. Benthem Crouwel Architecten maakten een prachtig museum van het industrieel erfgoed. Ze respecteerden op een slimme manier het verleden: de dakconstructie met bovenlichten die iedereen meteen opviel, bleef bestaan en de oude ‘wol-hokken’ werden kleine tentoonstellingsruimtes. Soms zie je rails waar de karren op reden, nog door de vloer lopen. Zo is het een robuust museum geworden, geen malligheid, geen opsmuk, dat straalt De Pont uit.

Lees verder »