Op weg naar de kunst

bespreekt de vaste collectie van musea in Nederland en elders.

Den Haag, Escher in Het Paleis

Over dingen die voorbijgaan en toch blijven bestaan

Het is september 2016 en ik ben een jaar met pensioen, dus geen conservator meer bij het leukste museum van Den Haag: Escher in Het Paleis. Na mijn studie kunstgeschiedenis heb ik veel gedaan, maar dat mijn laatste baan in een voormalig paleis aan het Haagse Lange Voorhout zou zijn als conservator van het werk van M.C. Escher (1898-1972), dat stond niet op mn lijstje.

Uiteindelijk heb ik echter 13 jaar met enorm veel plezier aan de ontsluiting van Eschers grafiek gewerkt. Ik waardeerde de man en zijn kunst steeds meer. Niet eens zo door zijn veel geroemde optische illusies waardoor je steeds iets onverwachts in het werk ontdekt, maar veel meer door zijn humor, een soort onderkoelde pret die uit zoveel prenten spreekt, zijn integriteit en vasthoudendheid ons te laten delen in zijn visie op het leven.

(In dit filmpje is materiaal verwerkt van de website van het museum.)

Als je zijn teksten leest, legt hij uit dat zijn onderwerpen uit associaties bestaan, gedachtensprongen die logisch lijken als je geconcentreerd door blijft denken en jezelf dan plotseling heel ergens anders terugvindt dan je oorspronkelijk verwachtte.

Metamorphose I, houtsnede, 1937
Metamorphose I, houtsnede, 1937

Onder die springerigheid ligt een grote behoefte de chaos van het dagelijks bestaan te duiden, er patronen in te ontdekken, de herhalingen te ontdekken en tot rust te komen. Dit wordt tegenwoordig als Zen omschreven.
Echt / niet echt / bijna echt; mogelijk / onmogelijk; bestaand / onbestaand en dat vaak in een eeuwigdurende kringloop. Escher broedde maanden op zijn prenten. Als het werk was gedaan, was hij niet altijd tevreden omdat wat hij in zijn hoofd had bedacht, anders was dan het kunstwerk dat er uiteindelijk lag.

Tekenen, litho, 1948

Tekenen, litho, 1948

 

 

 

 

 

 

 

 

Tijdens al die voorbereidingen, het uitdenken van het onderwerp, tekeningen maken, studies opzetten, detail tekeningen maken en uiteindelijk aan de slag met een houtsnede, of litho, zat Mauk Escher in het atelier van zijn huis in Baarn en bekeek de capriolen van de vogels bij hun voer.

De natuur, het landschap en later zijn tuin en het bos in de buurt van zijn huis inspireerden altijd. Toen het gezin nog in Italië woonde, 1924 -1935, trok hij er jaarlijks op uit. Hij maakte vaak met een, of meerdere vrienden lange trektochten door gebieden zoals Calabria, Sicilië of de Abruzzen, die toen nog niet zo toegankelijk waren. Ze reisden als heren, een fototoestel en het tekenmateriaal, papier, bord en potloden, bij de hand. Soms werden ze begeleid door een man met een ezeltje voor de bagage. In de maanden na de trektocht ontstonden nieuwe prenten, hierin combineert hij die tekeningen met zijn herinneringen. In die prenten ontdek je al zijn grote belangstelling voor het perspectief, naast een groot oog voor detail.

Morano, tekening, 1930

Morano, tekening, 1930

Morano, houtsnede, 1930

Morano, houtsnede, 1930

 

 

 

 

 

 

 

Er wordt nogal wat gespeculeerd over Eschers enorme werkdrift. We weten Het Werk ging altijd door en door, in een strak en regelmatig dagritme met een dagelijkse wandeling in het Baarnse bos. Hij zou vluchten voor de depressies van zijn vrouw, of er wordt zelfs gesuggereerd dat hij autistische trekken had. Gezien zijn enorme correspondentie met binnen- en buitenlandse vrienden, zijn meeleven met de zonen in het buitenland, de interesse en vriendelijkheid voor de kinderen van zijn broers, is dit een vreemde veronderstelling.

Escher was gedreven in zijn vak, maar ook geïnformeerd over zijn tijd, niet alleen de kunst, ook de politiek. Herhaaldelijk zegt hij in zijn talrijke brieven aan vrienden wat hij van de wereld vindt. Maar uiteindelijk is er altijd zijn kunst. M.C. Escher is een romantisch en gedreven kunstenaar: “Met vuur en vlam ben ik aan de arbeid; ik kan mijn geluk niet op, want wat is heerlijker dan een hersenschim te verzinnelijken,” schrijft hij zijn oudste zoon George in Canada. Aan de tweede, Arthur, schrijft hij in 1956: “Zo nu en dan ben ik ook in staat mij hevig te verwonderen en ben ik verheugd over de staat van luciditeit waarin ik dan meen te verkeren.”

Belvedere, litho, 1958

Belvedere, litho, 1958

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De prenten van Maurits Cornelis Escher (1898 – 1972) zijn zeker zo beroemd als het werk van Rembrandt, Vermeer, Van Gogh en Mondriaan. Zijn werken Belvédère, Waterval en Dag en Nacht zijn iconen uit de kunst van de twintigste eeuw die (her-)kent iedereen. Talloze keren vertelden bezoekers me dat ze door Eschers werk tot de kunst waren gekomen. Hoe vaak keek een oudere heer, of dame, wat verliefd naar een van de bekende prenten: die had thuis op de tienerslaapkamer gehangen en was meegegaan naar de eerste zelfstandige kamer. (De poster, dan toch.) En vaak vond zijn, of haar kleinkind diezelfde prent ook ‘vet’, of ‘tof’, of ‘cool’, : “Mooi, dus, oma”. In een van de eerste maanden trof ik een lieve mevrouw met haar kleindochter verdiept in een raadsel dat ik over Dag en Nacht had gemaakt. “Ooh ik vind het toch zo leuk, dat ik nog eens al zijn werk kan bekijken en het is zo fijn dat zij het ook geniet,“ zei ze. Wat een leuke baan heb je dan.

Reptielen, litho, 1943

Reptielen, litho, 1943

Dag en Nacht, houtsnede, 1938

Dag en Nacht, houtsnede, 1938

 

 

 

 

 

 

Hoewel iedereen de bovenstaande prenten kent, wordt zijn naam op de een of andere manier niet direct met deze prenten verbonden. Als ik vertelde dat ik de conservator van zijn museum was en Dag en Nacht, of  Reptielen beschreef, dan was het meteen duidelijk. “Oooh Escher!” Ja, dat werk kende men wel en vaak nog uit vreemde omstandigheden zoals de wachtkamer van een tandarts, het wiskunde lokaal, of misschien uit de David Bowie film, Labyrinth.

Escher, ‘dat is die man die je anders liet kijken’. Dat is blijven hangen. Bij Escher in Het Paleis zie je hoe vrijwel iedereen weer door die fascinatie wordt gegrepen. En dan is altijd de eerste vraag: ´Hoe doet die man het toch? Waarom geloof ik wat ik zie, terwijl ik tegelijkertijd weet dat het onmogelijk is?’ Het is dan ook niet alleen de herinnering en de herkenning die boeit, de waardering voor het vakmanschap is zeker even groot.

Bonifacio, houtsnede, 1928

Bonifacio, houtsnede, 1928

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De waardering voor Eschers werk is heel lang heel dubbel geweest. Vanaf de jaren vijftig werden zoveel herdrukken gevraagd, dat hij er goed van kon leven. (Hoewel hij geen uitzonderlijk hoge prijs vroeg.) Er is altijd veel publiek naar de tentoonstellingen gekomen, hij was beroemd bij hippies en wetenschappers. Zijn werk werd een metafoor in cartoons voor onmogelijke en ingewikkelde situaties. De kunstkritiek was lovend over het werk van de jonge Escher, maar na de Tweede Wereldoorlog zakt Escher uit de kranten en tijdschriften. Het was geen pré in die wereld als exacte wetenschappers je kunst waarderen. Als de wiskunde de kunst omarmt, zal het wel ten koste van de kunst gaan, was de achterliggende gedachte. Sterker nog: dan kan het eigenlijk geen kunst zijn

Ik weet nog steeds niet of de ontdekking van Eschers werk door wiskundigen tijdens een internationaal mathematisch congres in 1950 in Amsterdam zo goed voor de artistieke erkenning van zijn werk is geweest. Ja hij vond er enthousiaste vrienden. Zijn prenten fascineerden verschillende mathematici zoals de Britse Canadees Coxeter, de Engelsman Penrose en de Nederlander Schouten. Stuk voor stuk zullen ze in de loop van de tijd informatie geven waardoor Escher specifieke optische illusies volmaakt kan opzetten, of afmaken. Door het enthousiasme van mathematici is de gedachte blijven hangen dat zijn prenten, ondanks zijn grote vakmanschap en alle vreemde vrolijkheid die we in zijn kunst vinden, droog zou zijn.

Klimmen en Dalen, itho, 1960

Klimmen en Dalen, litho, 1960

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Na de Tweede Wereldoorlog was men In het kunstcirciut van mening dat abstracte kunst veel interessanter, monderner en belangrijker was dan kunstenaars die met herkenbare figuratieve kunst bezig waren. Bovendien maakte Escher nog zoiets ouderwets als houtsneden en litho’s! De combinatie figuratie en prentkunst leek noodlottig.

Toch was een groot kunsthistoricus als Gombrich positief over zijn prenten. Hans Locher organiseerde in 1968 de eerste grote overzichtstentoonstelling in het Gemeentemuseum Den Haag ter ere van diens zeventigste verjaardag. Dankzij Locher kocht het museum uiteindelijk uit de nalatenschap een vrijwel volledige collectie prenten, naast een groot aantal studietekeningen en archiefmateriaal. Dat is de verzameling die nu door Escher in Het Paleis wordt gebruikt.
In de Verenigde Staten kreeg Escher een trouwe schare bewonderaars die zijn werk kochten en verkochten, tentoonstellingen organiseerden. Toen de vraag naar de herdrukken goed op gang kwam, werd hij er wel eens knorrig over. Het was wel mooi dat iedereen weer een prent wilde kopen, maar zo kwam hij niet meer aan zijn nieuwe ideeën toe. Mensen kwamen hem in Baarn opzoeken, ze wilden met hem praten, hun visie op zijn werk bespreken. Naderhand schreef hij zijn zonen licht geamuseerd over die interpretaties. Hij vond het vermakelijk en liet zijn bezoekers in hun waan. Hij vertelde niet wat zijn drijfveren waren. Die kun je wel lezen in de teksten voor zijn lezingen en publicaties en in de schaarse interviews. Hij wilde ons door zijn prenten een inzicht in de eeuwigheid en oneindigheid geven, orde in de chaos en dat op een speelse manier:  “Je moet je blijven verwonderen, daar gaat het om”. Dat is de insteek van zijn werk en de boodschap aan ons.

 

Acht Koppen, houtsnede, 1922

Acht Koppen, houtsnede, 1922

 

 

 

 

 

 

 

 

Escher vond dat hij zijn toeschouwers, wij dus, een beetje moest ‘bedotten’, in de maling nemen. Hij ging ervan uit dat als we meteen zouden zien dat iets onmogelijk is, we ook geen aandacht voor zo’n prent zouden hebben. Nu staan we te puzzelen hoe het komt dat het water in Waterval omhoog loopt. De uitleg wordt in het museum gegeven door middel van een QR code waarmee je extra informatie kunt binnenhalen op je smartphone, of in een touchscreen. Op de website van Escher in Het Paleis, staat een uitgebreid archief in de rubriek Escher van de Maand en daarin worden alle bekendste werken zoals Waterval uitgebreid besproken. In de rubriek Extra onder aan deze pagina staat een aantal links die naar de website van het museum verwijzen.

Waterval, litho, 1961

Waterval, litho, 1961

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maakte Escher meteen al zulke ‘optische illusies’ waarmee hij ons in de maling neemt? Nee, maar zelfs in de vroege prenten die hij in Italië maakte, waar hij van 1924 tot 1935 woonde, zie je verschillende aspecten die hij later, na de oorlog, samenvoegt tot de typische Escher prenten. Per zaal wordt in het museum uitgelegd wat Escher in deze prenten onderzoekt: de natuur, het perspectief, spiegelbeelden, vlakvullingen en vreemde combinaties van ruimtes. Als je oplet zie je dat deze thema’s hem door de jaren heen bezighouden en steeds weer op een andere manier worden onderzocht en uitgewerkt.
Het stramien van de thematische opstelling in het museum is helder: beneden een uitleg van de verschillende thema’s in het vroege werk, dan een film van 20 minuten waarin niet alleen thema’s, maar ook leven en werk worden samengebracht. In de volgende zaal is er uitsluitend aandacht voor de vlakvulling.
Op de eerste verdieping worden de combinaties van al die interesses getoond. Daar zien we de Eschers die we kennen. Door de uitgebreide aanloop naar die prenten, krijg je context. Je kunt de zalen doorlopen zonder op de zaalteksten te letten, alleen maar kijken wat doet Escher nu en wanneer is dat eigenlijk? Dan begrijp je zijn ontwikkeling al. Wil je meer weten dan kun je in die teksten en op de grote beeldschermen meer informatie vinden. Er zijn mooie combinaties, zoals een kopie van de papieren knoop die Escher maakte voor zijn prent Knoop die naast deze vitrine hangt.

 

Zaal 8, vlakbij de vitrine hangt dehoutsnede van de Knoop

Zaal 8, vlakbij de vitrine hangt dehoutsnede van de Knoop

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In zaal 2 hangt een houtsnede van het interieur van de Sint Pieter uit 1935 naast een van de tekeningen die hij daar maakte. je zie dan meteen door de twee secuur te vergelijken hoe hij met het perspectief speelt, dit overdrijft, een extra zichtlijn aanzet, of een schaduw uitrekt. De mogelijkheden van het perspectief blijft een jarenlang interese die hij al in zijn vroege Italiaanse landschappen met bergen en dalen onderzocht. Hij probeerde  in de houtsnede Sint Pieter van binnen, ruimte als ervaring te laten beleven door een extreem perspectief op te zetten.
In 1968 weet hij nog  dat hem tijdens het tekenen in de koepel regelmatig werd gevraagd: “Gut wordt u niet duizelig. Dan zei ik, ja, dat is juist de bedoeling. Dat is de kwintessens van deze prent.” Escher wilde de diepte zo realistisch overbrengen, laten ervaren, dat wie naar de prent kijkt en ontvankelijk voor hoogtevrees is, er meteen last van krijgt.

Sint Pieter van binnen, houtsnede, 1935

Sint Pieter van binnen, houtsnede, 1935

Na de oorlog combineerde Escher steeds vaker verschillende perspectivische standpunten in één werk. Hij deed dat zo slinks dat de overgang naar de irrealiteit pas in tweede instantie opvalt.
Een belangrijke sleutel om te zien hoe Escher de werkelijkheid manipuleert en gebruikt, ligt in de ontdekking die ik in Arnhem deed. Ik werd uitgenodigd Eschers oude middelbare school te bekijken. Het trappenhuis van zijn voormalige H.B.S. blijkt ongelofelijk belangrijk voor zijn latere werk. In dat trappenhuis ervaar je, door simpelweg de trap op te lopen en rond te kijken,  de combinatie van verschillende perspectieven, een omkering van onder en boven in een natuurlijk beweging.

Om die ervaring mee te nemen naar de bezoekers in Den Haag, zocht ik in het museum een plek om dit trappenhuis levensgroot op de muren te zetten. Dat werd de balkonkamer op de eerste verdieping.

 

Doorkijk van zaal 8 naar zaal 9. Op de muur zi een foto van het trappenhuis

Doorkijk van zaal 8 naar zaal 9. Op de muur zit een foto van het trappenhuis uit Eschers school

Relativiteit, houtsnede, 1953

Relativiteit, houtsnede, 1953

 

 

 

 

 

 

 

De bezoekers maken mee wat ik in Arnhem voelde, en, wat ik aannneem, Escher als jonge leerling voelde. Als je door de zaal met de prints van dit trappenhuis loopt, ontstaat de illusie van werkelijkhed dankzij de goede foto’s en de photoshop van Studio Gerrit Schreurs. Je ziet automatisch in de volgende zaal welke vier penten hierbij passen.

Voor de tentoonstelling maakten we een teaser die ik nog steeds leuk vind.

Waarom komt het trappenhuis dertig jaar na zijn schooltijd opeens terug in zijn prenten? Wat is de aanleiding geweest? De reünisten-vereniging van zijn oude school vroeg Escher in 1946 een herdenkingsplaquette te ontwerpen voor de omgekomen leerlingen uit de Tweede Wereldoorlog. Dit bijzondere trappenhuis dat een oud scholier zich ongetwijfeld als druk en vol beweging herinnert, werd letterlijk het draaipunt in Eschers ontwikkeling.

Doorkijk van zaal 8 naar zaal 7. Op de muur zit een foto van een andere kunst uit het trappenhuis

Doorkijk van zaal 8 naar zaal 7. Op de muur zit een foto van een andere kunst uit het trappenhuis

Andere Wereld, houtsnede en houtgravure, 1947

Andere Wereld, houtsnede en houtgravure, 1947

 

 

 

 

 

 

 

 

Perspectief en beweging, onder en boven, herhaling en verandering, vatiaties die tot onmogelijke situaties leiden zijn de begrippen waarmee Maurits Cornelis Escher werkte, mee speelde. Of zoals hij het zelf schreef in verband met Metamorphose III, een houtsnede van 7 meter die hij in opdracht van de PTT maakte. “Dit metmorphoseren (is) een luchtig, kinderlijk spel met beeld- en gedachtenassociaties, die elkaar zonder poging tot diepzinnigheid, min of meer toevallig opvolgden”. 

Metamorphose III op zaal omringd door andere bekende vlakvullingen, 2016

Metamorphose III op zaal omringd door andere bekende vlakvullingen, 2016

 

 

 

 

 

Omringd door bekende prenten met vlakvullingen is Metamorphose III in de laatste zaal in een speciale ronde constructie te zien. Begin en einde vloeien in elkaar over je kunt er eindeloos omheen blijven lopen. Steeds weer verrassen kleine veranderingen.Nadat we de bizondere lijst die ik had bedacht, hadden neergezet, is er snel een filmpje gemaakt over de nieuwe delen in Metamorphose III. Op dit moment zijn de Metamorphose I, de nr II en nr III in een zaal bijeengebracht. Zo kan de bezoeker ter plekke zien waar Escher wat toevoegde. (Ook dit filmpje komt van de website van het museum.)

Beeld- en gedachtenassociaties dat is de kern van Eschers werk samen met zijn intense verwondering over het dagelijks bestaan. In 1956 schrijft hij zijn vriend Hans de Rijk (Bruno Ernst) “Misschien streef ik wel uitsluitend verwondering na en tracht ik dus ook uitsluitend verwondering bij mijn toeschouwer op te wekken”.

Boven en Onder, litho, 1947

Boven en Onder, litho, 1947

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toch wordt Eschers werk gedragen door de werkelijkheid: zijn waarnemingen zijn leidend voor zijn grafiek. Kijkt hij anders dan wij? Je zou het haast denken. In ieder geval kijkt Escher al bij zijn eerste prenten intens en gefocust, maar ook vrijer, met beeld- en gedachtenassociaties. “In de trein naar Utrecht werd ik opeens geweldig gepakt en ontroerd door een hemel met wolkjes op allerlei verschillende hoogten. Een sensatie van ruimtelijkheid, van drie-dimensionaliteit, zoals ik in lange tijd niet heb beleefd. Zoiets kun je plotseling beleven, zelfs in een overbevolkt landje als Holland. Als je naar boven kijkt dan zie ineens een tijdloze en grenzeloze eeuwigheid. Vind je het gek, of kun je het een beetje meebeleven?”

Omarmd door wiskundigen en kristallografen, met een reputatie van streng, calvinistisch en droog. Maar Escher, denk ik toch, is in feite een romanticus en zoals familie me vaak vertelde, een ongelofelijk grappige man.
Bij Escher in Het Paleis kun je het allemaal ontdekken en meebeleven. Eschers grafiek komt goed tot zijn recht in dit kleine voormalige paleis, eigenlijk een klassiek herenhuis. Er is tijd voor verdieping. Daarna kun je er spelen. Op de tweede verdieping werd een multimedia beleving ingericht met onder andere een fascinerende kamer van Escher waarin je, als er met z’n tweeën je langzaam inloopt en naar het scherm kijkt, van formaat lijkt te veranderen. Er is een bewegende uit elkaar spattende vloer. Er staat een scherm met uitleg per zaal en er zijn spelletjes op computers.

Kinderen krijgen les in zaal 8, foto van de website vanhet museum

Kinderen krijgen les in zaal 8, foto van de website van het museum

 

 

 

 

 

 

In de zalen van de begane grond en de eerste verdieping ligt een prachtig parket dat door Donald Judd is ontworpen. Aan de plafonds en in het trappenhuis hangen opzienbarende kroonluchters van Hans van Bentem. Het klinkt misschien druk, maar de drie eenheden bestaan naast elkaar, ze vullen elkaar zelfs aan. Ze onderstrepen “de Koninklijke allure” van het gebouw. Want in al deze zalen hangen raamschermen met informatie over de inrichting van dit huis toen Prinses Emma hier woonde tussen 1901 en 1937. Tegelijkertijd blijven Eschers prenten staan als een huis!

De krioonluchter Planeet, van Hans van Bentem hangt in de balzaal tussen twee spiegels waardoor je een gevoel van oneindigheid krijgt.

De kroonluchter Planeet, van Hans van Bentem hangt in de balzaal tussen twee spiegels waardoor je een gevoel van oneindigheid krijgt

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik heb het nooit echt onderzocht, maar ik kan me voorstellen dat Eschers opa, de vader van zijn moeder, hier heeft rondgelopen. Opa was minister van Financiën geweest, later steunde hij Emma toen zij als representante van het Koningshuis dreigde onderuit te worden gehaald. En zo komen alle losse eindjes op een wonderbaarlijke manier toch weer samen. Escher had er vast om geglimlacht.

 

© al het Escher beeldmateriaal: The M.C. Escher Company BV, Baarn

 

EXTRA

Op de website van Escher in Het Paleis staan links die je hier kunt belijken door op de tekst hieronder te klikken:

Het opzetten van Metamorphose III

Het belang van Eeuwigheid en Oneindigheid

Andere Wereld, Relativiteit en het trappenhuis van Eschers HBS

Over de oorsprong van de vlakvulling in het werk van Escher

Op de website van Escher in Het Paleis staan in het Archief van de rubriek Escher in de Maand van alle genoemde kunstwerken uitgebreide besprekingen.

Bijvoorbeeld Waterval besproken in 2013

Bezoekers bij Escher in Het Paleis

Bezoekers bij Escher in Het Paleis

 

 

 

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Informatie en voorzieningen

Escher in Het Paleis,

Lange Voorhout 74, 2514 EH Den Haag

website Escher in Het Paleis
T 070 42.777.30
di t/m zo 11.00-17.00 uur, en op de website de actuele openingstijden  nakijken

bereikbaarheid
van CS 15 min lopen
Parkeergarage voor de deur
collectie informatie
folder beperkt en algemeen
zaalteksten zeer informatief
presentatie collectie klassiek maar met schwung
route informatie helder
digitaal QRcodes bij de belangrijke werken en twee grote touchscreens met veel informatie
vriendelijkheid
suppoosten
winkel
kinderactiviteiten
In het museum worden speurtochten aangeboden
eigen ruimte is bizonder; zondagsmiddags is een workshop linosnijden. In de vakanties zijn er speciale kinderactiviteiten: op de website nakijken
museumwinkel
assortiment Escher en Koninklijk
kunstboeken rondom Escher, wiskunde en kunst, optische illusies
kinder-kunstboeken niet zoveel; wel doe boeken
grappige kleine cadeautjes steeds wisselend
museumrestaurant
prijs/kwaliteit kleine kaart klassiek met verrassing
menu karnemelk uit fabrieksbekertjes, wel verse broodjes
wc
op drukke dagen kan het aan het einde van de middag tegenvallen
niet makkelijk te vinden in de kelder en op de tweede verdieping

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Cookies aanpassen