Op weg naar de kunst

Bestel hier onze: Gids naar Nederlandse musea Op weg naar de kunst

bespreekt de eigen collectie van musea in Nederland en elders.

Den Haag, Escher in Het Paleis

Over dingen die voorbijgaan en toch blijven bestaan
Inmiddels ben ik al weer een aantal jaren met pensioen, dus geen conservator meer bij het leukste museum van Den Haag: Escher in Het Paleis. Na mijn studie kunstgeschiedenis heb ik veel gedaan, het stond echter nooit op m’n lijstje dat ik in een voormalig paleis aan het Haagse Lange Voorhout conservator van het werk van M.C. Escher (1898-1972) zou worden.
Uiteindelijk heb ik 13 jaar met enorm veel plezier aan de ontsluiting van Eschers grafiek gewerkt. Ik waardeerde de man en zijn kunst steeds meer. Niet eens zozeer door zijn veel geroemde optische illusies waardoor je steeds iets onverwachts in het werk ontdekt, maar veel meer door zijn humor, een soort onderkoelde pret die uit zoveel prenten spreekt. Ik ben onder de indruk van zijn integriteit en vasthoudendheid ons te laten delen in zijn visie op het leven, terwijl het bizonder lang duurde voor hij als kunstenaar erkenning kreeg.

(In dit filmpje is materiaal verwerkt van de website van het museum.)

Associaties en verwondering
Escher legt in zijn teksten uit dat de onderwerpen van zijn grafiek vaak uit associaties bestaan, visuele associaties, van een huisje naar een kubus, of gedachten-sprongen die logisch lijken. Zelfs als je geconcentreerd door blijft kijken, eindigt de prent heel anders, dan je aan het begin mogelijk had gehouden. Escher wil ons en zichzelf blijven verwonderen.

Metamorphose I, houtsnede, 1937
Metamorphose I, houtsnede, 1937

Onder die springerigheid ligt een grote behoefte de chaos van het dagelijks bestaan te duiden, er patronen en herhalingen in te ontdekken en tot rust te komen. Tegenwoordig noemen we dit Zen.
Escher verwondert ons zoals hij zichzelf wil verwonderen: is de voorstelling mogelijk, of onmogelijk; bestaand, of onbestaand en dat vaak in een eeuwigdurende kringloop. Hij broedde maanden op zijn prenten en werkte uiterst minutieus. Toch was hij niet altijd tevreden als het werk klaar was: het uiteindelijke kunstwerk was vaak anders dan oorspronkelijk bedacht.

Tekenen, litho, 1948
Tekenen, litho, 1948

Tijdens al die voorbereidingen, het onderwerp uitdenken, tekeningen maken, studies opzetten, detail tekeningen maken en uiteindelijk aan de slag met een houtsnede, of litho, zat Mauk Escher na de oorlog in het atelier van zijn huis in Baarn en bekeek de capriolen van de vogels bij hun voer.

Natuur van ver en dichtbij
De natuur: het landschap en later zijn tuin en het bos in de buurt inspireerden altijd. Toen het gezin in Italië woonde, van 1924 tot 1935, trok hij er jaarlijks op uit, vaak met een, of meerdere vrienden. Ze maakten lange trektochten door gebieden die toen nog moeilijk te bereiken en te bereizen waren: Calabria, Sicilië of de Abruzzen. Ze reisden als heren en hadden fototoestel en tekenmateriaal, papier, bord en potloden bij de hand. Soms namen ze een man met een ezeltje mee voor de bagage.
In de maanden na de trektocht ontstonden nieuwe prenten. In die prenten combineert Escher de tekeningen met zijn herinneringen en zo verschuift de werkelijkheid: wordt het een kunstwerk. In die vroege prenten, bijvoorbeeld het uitzicht op Morano, zie je al zijn grote belangstelling voor het perspectief, naast veel aandacht voor detail. LET OP, de prent is een spiegelbeeld van de tekening!

Morano, tekening, 1930
Morano, tekening, 1930.

Morano, houtsnede, 1930
Morano, houtsnede, 1930.

Niet wereldvreemd
Escher was gedreven in zijn vak, maar ook geïnformeerd over zijn tijd, niet alleen over beeldende kunst. Hij las veel, bijvoorbeeld De Avonden van Reve, en was een muziekkenner; hij ging regelmatig vanuit Baarn in Amsterdam naar het concertgebouw. Hij is op de hoogte van politieke ontwikkelingen, zo vindt hij de Amerikaanse ‘betrokkenheid’ in Vietnam, maar niets. Herhaaldelijk zegt hij in zijn talrijke brieven aan vrienden en zijn zonen wat hij van de wereld vindt. Maar uiteindelijk draait zijn leven altijd om zijn kunst.
M.C. Escher is een romantisch en gedreven kunstenaar: “Met vuur en vlam ben ik aan de arbeid; ik kan mijn geluk niet op, want wat is heerlijker dan een hersenschim te verzinnelijken,” schrijft hij zijn oudste zoon George in Canada. Arthur, de tweede zoon, schrijft hij in 1956: “Zo nu en dan ben ik ook in staat mij hevig te verwonderen en ben ik verheugd over de staat van luciditeit waarin ik dan meen te verkeren.” Die luciditeit zal hij zeker hebben gehad toen hij twee jaar later de litho Belvedère maakte, een prieel dat op een onmogelijke manier in elkaar zit en toch echt lijkt.

Belvedere, litho, 1958
Belvedere, litho, 1958.

Wereldberoemd
De prenten van Maurits Cornelis Escher zijn zeker zo beroemd als het werk van Rembrandt, Vermeer, Van Gogh en Mondriaan. Zijn werken Reptielen, Belvédère, Waterval en Dag en Nacht zijn iconen uit de kunst van de twintigste eeuw. Het is kunst die iedereen (her-)kent. Bezoekers vertelden me talloze keren dat ze door Eschers werk tot de kunst waren gekomen. Hoe vaak keek een oudere heer, of dame, wat verliefd naar een van die bekende prenten: die had thuis op de tienerslaapkamer gehangen en was meegegaan naar de eerste zelfstandige kamer. (De poster, dan toch.) En vaak vond zijn, of haar kleinkind diezelfde prent ook mooi. Niets is leuker dan juist zo’n ervaring te kunnen delen.

Reptielen, litho, 1943
Reptielen, litho, 1943.

Toch onbekend
Hoewel iedereen die prenten kent, werd Eschers naam er lange tijd niet aan verbonden. Als ik vertelde dat ik de conservator van zijn museum was en Dag en Nacht, of  Reptielen beschreef, dan was het meteen duidelijk. “Oooh, is dat Escher?!” Ja, dat werk kende men wel en vaak niet uit een museum, maar uit de wachtkamer van een tandarts, het wiskunde lokaal, of de David Bowie film, Labyrinth.

Dag en Nacht, houtsnede, 1938
Dag en Nacht, houtsnede, 1938

Escher, ‘dat is die man die je anders liet kijken’. Dat is blijven hangen. Bij Escher in Het Paleis zie je hoe vrijwel iedereen weer door die fascinatie wordt gegrepen. En dan is altijd de eerste vraag: ´Hoe doet die man het toch? Waarom geloof ik wat ik zie, terwijl ik tegelijkertijd weet dat het onmogelijk is?’ Het is niet alleen de herinnering en de herkenning die boeit, de waardering voor het vakmanschap wordt bij de nieuwe kennismaking zeker even groot.

Bonifacio, houtsnede, 1928
Bonifacio, houtsnede, 1928.

Kunst & wiskunde
De waardering voor Eschers werk is heel lang dubbel geweest. Vanaf de jaren vijftig werden zoveel herdrukken gevraagd, dat hij er goed van kon leven. (Hoewel hij geen uitzonderlijk hoge prijs vroeg.) Er is altijd veel publiek naar de tentoonstellingen gekomen, hij was beroemd bij hippies en wetenschappers. Zijn prenten werden een metafoor in cartoons voor onmogelijke en ingewikkelde situaties. De kunstkritiek was lovend over het werk van de jonge Escher, maar na de Tweede Wereldoorlog zakt Escher uit kranten en tijdschriften.
Het was geen pré in die wereld als exacte wetenschappers je kunst waarderen. Als de wiskunde de kunst omarmt, zal het wel ten koste van de kunst gaan, was de achterliggende gedachte. Sterker nog: dan kan het eigenlijk geen kunst zijn
Ik weet niet of de ontdekking van Eschers werk door wiskundigen tijdens een internationaal mathematisch congres in 1950 in Amsterdam goed is geweest voor de artistieke herkenning van zijn werk. Hij vond er enthousiaste vrienden. Zijn prenten fascineerden verschillende mathematici zoals de Britse Canadees Coxeter, de Engelsman Penrose en de Nederlander Schouten. Stuk voor stuk zullen ze in de loop van de tijd informatie geven waardoor Escher specifieke optische illusies volmaakt kan opzetten, of afmaken. Door het enthousiasme van mathematici is de gedachte blijven hangen dat zijn prenten droog zou zijn. Ondanks zijn grote vakmanschap en alle vreemde vrolijkheid die we in zijn kunst vinden.
De waardering voor Eschers werk is heel lang heel dubbel geweest. Vanaf de jaren vijftig werden zoveel herdrukken gevraagd, dat hij er goed van kon leven. (Hoewel hij geen uitzonderlijk hoge prijs vroeg.) Er is altijd veel publiek naar de tentoonstellingen gekomen, hij was beroemd bij hippies en wetenschappers. Zijn werk werd een metafoor in cartoons voor onmogelijke en ingewikkelde situaties. De kunstkritiek was lovend over het werk van de jonge Escher, maar na de Tweede Wereldoorlog zakt Escher uit de kranten en tijdschriften. Het was geen pré in die wereld als exacte wetenschappers je kunst waarderen. Als de wiskunde de kunst omarmt, zal het wel ten koste van de kunst gaan, was de achterliggende gedachte. Sterker nog: dan kan het eigenlijk geen kunst zijn

Klimmen en Dalen, itho, 1960
Klimmen en Dalen, litho, 1960.

Abstractie versus figuratie
Na de Tweede Wereldoorlog was men In het kunstcircuit van mening dat abstracte kunst veel interessanter, moderner en belangrijker was dan herkenbare, figuratieve, kunst. Bovendien maakte Escher zoiets ouderwets als houtsneden en litho’s! De combinatie figuratie en grafiek bleek noodlottig voor de waardering van zijn werk.
Toch was een groot kunsthistoricus als Gombrich positief over zijn prenten. Hans Locher organiseerde in 1968 de eerste grote overzichtstentoonstelling in het Gemeentemuseum Den Haag (tegenwoordig Kunstmuseum) ter ere van Eschers zeventigste verjaardag. De expositie was een groot succes. Dankzij Locher kreeg het museum een vrijwel volledige collectie prenten, naast een groot aantal studietekeningen en archiefmateriaal in een langdurig bruikleen. Later kon het museum deze verzameling bijna volledig uit de nalatenschap kopen. Dat is de collectie die door Escher in Het Paleis wordt gebruikt.
In de Verenigde Staten had Escher, eerder dan hier, een trouwe schare bewonderaars die zijn werk kochten, verkochten en er tentoonstellingen mee maakten. Zo kwam de vraag naar herdrukken goed op gang. Escher werd er wel eens knorrig van: het was wel mooi dat  iedereen een prent wilde kopen, maar zo kwam hij niet meer aan zijn nieuwe ideeën toe.

Eeuwigheid en oneindigheid
Liefhebbers kwamen hem in Baarn opzoeken, ze wilden met hem praten, hun visie op zijn werk bespreken. Naderhand schreef hij zijn zonen licht geamuseerd over hun interpretaties. Hij vond het vermakelijk en liet zijn bezoekers in hun waan. Hij vertelde niet wat zijn drijfveren waren. Die kun je lezen in de teksten voor zijn lezingen en publicaties en in de schaarse interviews. Hij wilde ons door zijn prenten een inzicht geven in eeuwigheid en oneindigheid, op een speelse manier orde in de chaos scheppen. Bovendien:  “je moet je blijven verwonderen, daar gaat het om”. Dat is de insteek van zijn werk en de boodschap aan ons. In heel veel prenten verbindt hij tijd, eeuwigheid- doorgaande bewegingen oneindige vlakvullingen en of kringlopen- met ruimte. Hij gebruikt vaak tegelijkertijd verschillende perspectieven binnen een werk: van dichtbij tot veraf, een kikker en een vogelperspectief, onder en boven.

Vlakvulling
Een van de vroegste voorbeelden van een eindeloze herhaling is de vlakvulling Acht Koppen uit 1922. (De oudste zoon van Escher heeft een brede versie van dit werk waardoor dit gevoel van eeuwigheid en oneindigheid goed is te zien. Hij schonk de prent aan de National Gallery of Canada.) We weten dat Acht Koppen voor Eschers eerste bezoek aan het Alhambra in Zuid Spanje is gemaakt.

Acht Koppen, houtsnede, 1922
Acht Koppen, houtsnede, 1922.

Een vlakvulling bestaat uit een of meerdere motieven waarvan de buitenlijnen naadloos aansluiten. De buitenlijn van het motief wordt tegelijkertijd door een ander motief gebruikt zoals goed te zien is in Acht Koppen. Escher kende deze methode zowel vanuit zijn eigen jeugd, zijn vader kocht in Japanse kunst en kunstnijverheid, als ook uit zijn opleiding aan de Haarlemse School voor Bouwkunde, Versierende Kunsten en Kunstambachten. Het tweede bezoek dat Escher in 1936 aan het Alhambra bracht, bevestigde en wakkerde zijn sluimerende interesse in de vlakvulling weer aan. Pas na die tijd wordt de vlakvulling een regelmatig onderwerp, of hulpmiddel in zijn grafiek. Tussen Acht Koppen en 1936 is er in de prenten niets van terug te vinden.

Verwondering
Escher vond dat hij ons, zijn toeschouwers, een beetje moest ‘bedotten’, in de maling nemen. Hij ging ervan uit dat als de toeschouwer niet meteen zou zien dat iets onmogelijk is, wij, de toeschouwer, langer naar een prent kijken. Nu staan we te puzzelen hoe het komt dat het water in Waterval omhoog loopt. Op de website van Escher in Het Paleis, staat een uitgebreid archief waar alle bekende werken worden besproken. Ik heb in navolging van Bruno Ernst / Hans de Rijk ooit alle tekeningen van Waterval bijeengebracht. Inmiddels heeft een opvolger hier ook gebruk van gemaakt: Waterval.
De tekst is door een opvolger aangepast, ik liet alle tekeningen zien waardoor je Eschers gedachtegang kunt volgen. (Vooral de gespiegelde nr 12 is een eye-opener.) Het begon bij de onmogelijke driehoek, een concept van vader en zoon Penrose, tot aan de uiteindelijke prent waarin het water in een kring rondloopt.

Waterval, litho, 1961
Waterval, litho, 1961.

Optische illusie
Maakte Escher meteen zulke ‘optische illusies’ waarmee hij ons in de maling neemt? Nee, maar zelfs in de vroege prenten die hij in Italië maakte, waar hij van 1924 tot 1935 woonde, zie je verschillende aspecten die hij later, na de oorlog, samenvoegt tot de typische Escher prenten. Al in het vroege Italiaanse werk kun je zien welke thema’s Escher onderzoekt: de natuur, het perspectief, spiegelbeelden, vreemde combinaties van ruimtes en uiteindelijk vlakvullingen. Als je oplet zie je hoe deze thema’s hem door de jaren heen bezighouden. Hij onderzoekt en combineert ze steeds op een andere manier.
Op de eerste verdieping hangt voornamelijk de grafiek die hij na zijn Italiaanse tijd maakte en waarin de verschillende combinaties van de afzonderlijke thema’s zijn te zien. Dat zijn de Eschers die we kennen. Er zijn in de tentoonstelling mooie combinaties, zoals een kopie van de papieren knoop die Escher maakte als voorbeeld voor zijn prent Knoop die naast deze vitrine hangt.

Zaal 8, vlakbij de vitrine hangt de houtsnede van de Knoop
Zaal 8, vlakbij de vitrine hangt de houtsnede van de Knoop

Diepte in het platte vlak
De mogelijkheden van het perspectief fascineren hem zijn hele leven. Een sleutelwerk is de houtsnede van het interieur van de Sint-Pieter uit 1935, er naast hangt de tekening die hij ter plekke maakte. Door de twee secuur te vergelijken zie je hoe Escher met perspectief speelt: hier wat overdrijft, daar een extra zichtlijn aanzet, of een schaduw uitrekt. Hij probeerde in de houtsnede Sint Pieter van binnen, ruimte als ervaring te laten beleven door zo’n extreem perspectief uit te werken.
In 1968 weet hij nog dat hem tijdens het tekenen in de koepel regelmatig werd gevraagd: “Gut wordt u niet duizelig. Dan zei ik, ja, dat is juist de bedoeling. Dat is de kwintessens van deze prent.” Escher wilde de diepte zo realistisch overbrengen, laten ervaren, dat wie naar de prent kijkt in een museumzaal en zelfs als je geen hoogtevrees hebt, er toch last van krijgt.

Sint Pieter van binnen, houtsnede, 1935
Sint Pieter van binnen, houtsnede, 1935

Trappenhuis middelbare school
Na de oorlog combineerde Escher steeds vaker verschillende perspectivische standpunten in één werk. Hij deed dat zo slinks dat de overgang naar de irrealiteit pas in tweede instantie opvalt. Al bij de eerste persconferentie viel me het begrip “het verschrikkelijke knippermoment” in. Wie een werk van Escher bekijkt, denkt ach het zal wel, loopt door en opeens valt het kwartje: je knippert met je ogen en denkt WAT zag ik nu eigenlijk?
Een belangrijke sleutel waardoor je ziet hoe Escher de werkelijkheid manipuleert, ligt in de ontdekking die ik in Arnhem deed. Een kenner van Eschers werk, een leraar die na de oorlog les gaf in de oude HBS van Escher, vroeg of ik het voormalige schoolgebouw wilde bekijken. Ik stond paf: het trappenhuis blijkt ongelofelijk belangrijk voor zijn latere werk. In dat trappenhuis ervaar je, door simpelweg de trap op en af te lopen en rond te kijken, een combinatie van verschillende perspectieven, en de omkering van onder en boven in een natuurlijk beweging. Nu liep ik er alleen en later met weinig mensen, maar stel je voor dat er tegelijkertijd joelende kinderen op en af lopen er dus overal beweging is en het lawaai van alle kanten komt!

Om die ervaring mee te nemen naar de bezoekers in Den Haag, zocht ik in het museum een plek om dit trappenhuis levensgroot op de muren te zetten. Dat werd de balkonkamer op de eerste verdieping. Helaas is daar tegenwoordig een filmzaal gemaakt waardoor het verband met prenten zoals Relativiteit, Andere Wereld en Onder en Boven niet meer bestaat.

Doorkijk van zaal 8 naar zaal 9. Op de muur zi een foto van het trappenhuis
Doorkijk van zaal 8 naar zaal 9, situatie 2015. Op de muur zit de enorme bijgewerkte foto van het trappenhuis uit Eschers school

Relativiteit, houtsnede, 1953
Relativiteit, houtsnede, 1953.

Mindfuck / Zinsbegoocheling
Waarom komt het trappenhuis dertig jaar na zijn schooltijd opeens voor in zijn prenten? Er is een duidelijke aanleiding: de reünisten-vereniging van de HBS vroeg Escher in 1946 een herdenkingsplaquette te ontwerpen voor de omgekomen leerlingen uit de Tweede Wereldoorlog. Zo kwam dit bijzondere trappenhuis weer in zijn leven en werd letterlijk een draaipunt in zijn ontwikkeling waarin veel van zijn oude thema’s samen komen. ( Bij de extra onderaan staat een aantal links die meer informatie hierover geven.)
De prenten van na 1947 zijn de kunstwerken waardoor Escher beroemd werd. Die tonen de complete visuele mindfuck met mensen die aan de onder- en bovenkant van trappen lopen, water dat omhoog stroomt en handen die elkaar kunnen tekenen.

Doorkijk van zaal 8 naar zaal 7. Op de muur zit een foto van een andere kunst uit het trappenhuis
Doorkijk van zaal 8 naar zaal 7, situatie 2015. Op de muur zit de bijgewerkte foto van de andere kant uit het trappenhuis.

Andere Wereld, houtsnede en houtgravure, 1947
Andere Wereld, houtsnede en houtgravure, 1947.

Perspectief en beweging, onder en boven, dichtbij en veraf, herhaling en verandering, zijn de begrippen waar Maurits Cornelis Escher mee werkte, speelde en zijn onmogelijke situaties bouwde. Of zoals hij schreef in verband met een opdracht van de PTT, de Metamorphose III, een houtsnede van 7 meter: “Dit metmorphoseren (is) een luchtig, kinderlijk spel met beeld- en gedachtenassociaties, die elkaar zonder poging tot diepzinnigheid, min of meer toevallig opvolgden”. 


Metamorphose III, detail op de lange muur is een deel van Metamorphose II te zien en op de korte muur twee versies van Dag en Nacht. Foto gemaakt in 2018.

Metamorphose
Deze enorme houtsnede bestaat uit een reek voortdurende veranderingen waarvan begin en einde hetzelfde zijn. Het zeven meter lange en twintig cm hoge werk werd in kleine delen op een lange rol canvas geprojecteerd en heel precies door de schilders-leerling Henk Voys uit Katwijk overgeschilderd. Deze vergroting werd uiteindelijk tweeënveertig meter vol variaties en veranderingen in zwart wit. Het hing indertijd boven de loketten van het voormalige Haagse Hoofdpostkantoor. Inmiddels hangt het enorme werk op Schiphol, niet meer mooi strak en recht, maar golvend en veel te hoog boven het rustpunt van een prijsvechter.
Voor het museum bedacht ik voor het veel kleinere origineel van 7 meter een ronde lijst. Begin en einde van het werk zijn hetzelfde abstracte streepjes motief. De opzet lukte, soms zie je mensen er tweemaal, of bijna tweemaal omheen lopen, gefascineerd door de “beeld- en gedachtenassociaties” van Escher.


Detail, Metamorfose III, houtsnede, 1939-1940 / 1967-1968, (persfoto 2011)

Beeld- en gedachtenassociaties zijn de kern van Eschers werk. Ze worden altijd gevoed door zijn verwondering over het dagelijks bestaan. In 1956 schrijft hij zijn vriend Hans de Rijk (Bruno Ernst) “Misschien streef ik wel uitsluitend verwondering na en tracht ik dus ook uitsluitend verwondering bij mijn toeschouwer op te wekken”.  Verrassingen, onverwachte wendingen en onmogelijkheden die vertrouwd aanvoelen zoals bij Onder en Boven. Opeens ZIE je dat dit niet klopt: je bent tegelijkertijd de bovenbuurvrouw die naar het jongetje kijkt, als ook zijn vriendinnetje dat beneden naar hem en zijn moeder opkijkt.

Boven en Onder, litho, 1947
Boven en Onder, litho, 1947

Zijn werkelijkheid in beeld
Toch wordt Eschers werk gedragen door de werkelijkheid: zijn waarnemingen zijn leidend voor zijn grafiek. Kijkt hij anders dan wij? Je zou het haast denken. In ieder geval kijkt Escher al bij zijn eerste prenten intens en gefocust, maar ook vrijer door zijn beeld- en gedachtenassociaties. “In de trein naar Utrecht werd ik opeens geweldig gepakt en ontroerd door een hemel met wolkjes op allerlei verschillende hoogten. Een sensatie van ruimtelijkheid, van drie-dimensionaliteit, zoals ik in lange tijd niet heb beleefd. Zoiets kun je plotseling beleven, zelfs in een overbevolkt landje als Holland. Als je naar boven kijkt dan zie ineens een tijdloze en grenzeloze eeuwigheid. Vind je het gek, of kun je het een beetje meebeleven?”

Escher dreigde de kunstgeschiedenis in te gaan omarmd door wiskundigen en kristallograven, met een reputatie van streng, calvinistisch en droog. Maar Escher is, denk ik toch, in feite een romanticus en zoals de familie me vaak vertelde, een ongelofelijk grappige man.

En verder
Bij Escher in Het Paleis hangt een mooie keuze uit zijn kunstwerken waardoor je het allemaal kunt ontdekken en meebeleven. Eschers grafiek komt goed tot zijn recht in dit kleine voormalige paleis, eigenlijk een klassiek herenhuis. Er is tijd voor verdieping en daarna kun je boven spelen. Op de tweede verdieping is een multimedia beleving ingericht met onder andere met een film en een fascinerende Kamer van Escher waarin je ter plekke met z’n tweeën verandert in een optische illusie.

Kinderen krijgen les in zaal 8, foto van de website vanhet museum
Kinderen krijgen les in zaal 8, foto van de website van het museum.

Koningin Emma modern interieur
Ooit kocht Koningin Emma, de  betovergrootmoeder van onze huidige koning dit paleisje uit de nalatenschap van haar zwager. Dat was goed bedacht, want nadat de 18 jarige Wilhelmina koningin werd, woonde Emma nog in de buurt.
Inmiddels is er in de zalen van de begane grond en de eerste verdieping het een en ander aangepast. Er ligt een prachtig parket dat door Donald Judd is ontworpen. Aan de plafonds en in het trappenhuis hangen opzienbarende kroonluchters van Hans van Bentem. Het klinkt misschien druk, maar de drie eenheden bestaan naast elkaar, ze vullen elkaar zelfs aan en onderstrepen “de Koninklijke allure” van het gebouw. In al deze zalen hangen raamschermen met informatie over de tijd dat Prinses Emma hier woonde tussen 1901 en 1937. Tegelijkertijd blijven Eschers prenten staan als een huis!

De krioonluchter Planeet, van Hans van Bentem hangt in de balzaal tussen twee spiegels waardoor je een gevoel van oneindigheid krijgt.
De kroonluchter Planeet, van Hans van Bentem hangt in de balzaal tussen twee spiegels waardoor je een gevoel van oneindigheid krijgt.

Ik heb het nooit echt onderzocht, maar ik kan me voorstellen dat Eschers opa, de vader van zijn moeder, hier heeft rondgelopen. Opa was Minister van Financiën, hij steunde Emma toen zij door de Tweede Kamer onderuit dreigde te worden gehaald. En zo komen alle losse eindjes op een wonderbaarlijke manier toch weer samen. Escher had er om geglimlacht.

© al het Escher beeldmateriaal: The M.C. Escher Company BV, Baarn

 

NB> EXTRA
Op de website van Escher in Het Paleis staan filmpjes die je kunt bekijken door op de tekst links hieronder te klikken:
Metamorphose I, II en III worden hier besproken met een mooi filmpje over het opstellen van de ronde lijst.
Op de website van het museum staan in het Archief van alle genoemde kunstwerken uitgebreide besprekingen. Je kunt in de zoekbalk op titel zoeken. Sommige zijn nog van mij, andere zijn door opvolgers gemaakt. Bijvoorbeeld de prent Relativiteit bespreek ik tweemaal. De eerste keer in het geheel van Eschers werk   en de tweede keer in verband met het trappenhuis.
Vlak voor mijn pensioen schreef ik de hoofdtekst in de catalogus van de tentoonstelling The Amazing World of M.C. Escher in The national Gallery of Scotland en de Dulwich Gallery in Londen. Dit standaardwerk over M.C. Escher met de andere auteurs Patrick Elliot en Frans Petersen is nog steeds via de site van The National Gallery of Scotland te bestellen.
The Dulwich gallery, maakte een mooi filmpje over Eschers werk.

Bezoekers bij Escher in Het Paleis
Bezoekers bij Escher in Het Paleis.

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Informatie en voorzieningen

Escher in Het Paleis,

Lange Voorhout 74, 2514 EH Den Haag

website Escher in Het Paleis
T 070 42.777.30
di t/m zo 11.00-17.00 uur, en op de website de actuele openingstijden  nakijken

bereikbaarheid
van CS 15 min lopen
Parkeergarage voor de deur
collectie informatie
folder beperkt en algemeen
zaalteksten zeer informatief
presentatie collectie klassiek maar met schwung
route informatie helder
digitaal QRcodes bij de belangrijke werken en twee grote touchscreens met veel informatie
vriendelijkheid
suppoosten
winkel
kinderactiviteiten
In het museum worden speurtochten aangeboden
eigen ruimte is bizonder; zondagsmiddags is een workshop linosnijden. In de vakanties zijn er speciale kinderactiviteiten: op de website nakijken
museumwinkel
assortiment Escher en Koninklijk
kunstboeken rondom Escher, wiskunde en kunst, optische illusies
kinder-kunstboeken niet zoveel; wel doe boeken
grappige kleine cadeautjes steeds wisselend
museumrestaurant
prijs/kwaliteit kleine kaart klassiek met verrassing
menu karnemelk uit fabrieksbekertjes, wel verse broodjes
wc
op drukke dagen kan het aan het einde van de middag tegenvallen
niet makkelijk te vinden in de kelder en op de tweede verdieping

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.