Op weg naar de kunst

bespreekt de vaste collectie van musea in Nederland en elders.

Tilburg: Museum De Pont

Zeeziek op het droge

Het Museum De Pont is ontstaan uit een legaat van de Mercedes importeur Jan De Pont (1915-1987). De erfgenamen besloten daarmee een stich­ting voor moderne kunst op te richten. Hendrik Driessen werd in 1992 de eerste directeur en is dat nog steeds. Nadat bleek dat in de boedel ook een oude wolspinnerij in Tilburg zat, werd besloten de toekomstige collectie in dit gebouw onder te brengen. Benthem Crouwel Architecten maakten een prachtig museum van het industrieel erfgoed. Ze respecteerden op een slimme manier het verleden: de dakconstructie met bovelichten die iedereen meteen opviel, bleef bestaan en de oude ‘wol-hokken’ werden kleine tentoonstellingsruimtes. Soms zie je rails waar de karren op reden, nog door de vloer lopen. Zo is het een robuust museum geworden, geen malligheid, geen opsmuk, dat straalt De Pont uit.

Buste van Jan de Pont in de hal van het museum

Buste van Jan de Pont in de hal van het museum*

In de herfst van 2016 breidde het museum uit.Er werden ruimtes voor tijdelijke tentoonstellingen van film, fotografie en videokunst aangebouwd, werk dat donkere zalen nodig heeft, terwijl in de andere expositieruimtes door de mooie dakconstructie veel daglicht binnenkomt.

Maar er werd ook een nieuw, groter, restaurant met lounge en open haard gemaakt waarbij een aanpalend nieuw terras waar in 2017, bij het 25 jarig jubileum, een beeld van Guido Geelen is neergezet. Het oude restaurant is tegenwoordig de leesruimte voor het publiek. De Pont groeit gestaag door, niet alleen de collectie, maar ook de serviceruimtes zoals het restaurant en de tuin. Kennelijk is nooit uitgesloten dat het gebouw zelf zou moeten groeien. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar normaal gesproken wordt bij de bouw van een museum geen rekening gehouden met dit soort uitbreidingen.

De 'lounge'met haardvuur en poppenhuis museum

De ‘lounge’ met haardvuur en poppenhuis museum foto uit 2016*

Beperking leidt tot heldere keuzes
De Pont, zoals het museum liefdevol wordt genoemd, heeft toen het nog in oprichting was een belangrijke keuze gemaakt voor het collectiebeleid: men ging kunstenaars volgen en niet de waan van de dag. Op de website wordt het als volgt geformuleerd: “Het museum verzamelt niet in de breedte maar in de diepte, waarvoor een drietal grote tentoonstellingen per jaar de voedingsbodem leveren. Daarnaast worden er kleinere solo-exposities in de projectzaal georganiseerd die niet direct met de verzameling in verband staan.
Dat betekent dat tijdelijke tentoonstellingen altijd zijn omringd door werk uit de eigen collectie. Wie het museum herhaaldelijk bezoekt, krijgt het gevoel oude bekende tegen te komen, waar iets bij veranderde. Doordat kunstwerken zijn verschoven, of door andere kunstwerken worden omringd, zie je ze op een andere manier. Dat is zeker een belangrijkereden om regelmatig naar Tilburg te gaan.
Bij De Pont leer je kijken en speelt, wat eigenlijk net zo belangrijk is, je herinnering aan het vorige bezoek mee. De oude context loopt door in je huidige ervaring. (Met al onze smartphones gaat dat nog makkelijker als je de foto’s ergens opslaat. Zo is het mogelijk oude situaties met de huidige opstelling te vergelijken.) Je ziet dan ook het belang van de context, of hoe een combinatie van kunstwerken je een ander inzicht geeft op afzonderlijke werk, of op een tijdsbeeld. Kijken wordt leren bij De Pont. En dat leren wordt voor de bezoeker intensiever door de zorgvuldige keuzes die vanuit beperkingen worden gemaakt.
Bij de jubileum tentoonstelling 25! in de herfst en winter van 2017 zijn zes van Thoms Schütte’s Grosse Geister bijeengebracht: drie uit het eigen bezit en drie van het Kunstmuseum Wolfsburg. De beeldengroep lijkt een jolig begin; tegelijkertijd bekruipt me een gevoel van onmacht tussen die grote glimmende  reuzen. Zo’n groep heeft een andere dynamiek dan een eenzaam beeld in de lange bakstenen gang, zie de foto uit 2016.

Grosse Geister, 4,5,6,8, 14 en 17, Thomas Schutte, 1996-2000, gepolijst aluminium. Nrs 6, 8 en 17 tijdelijke bruiklenen van Kunstmuseum Wolfsburg. De andere beelden zijn eigen collectie, foto 2017

Grosser Geist 4, Thomas Schütte, 1997, gepolijst aluminium, foto 2016*

Tasten met m’n ogen
Na een uur dwalen door het museum liep ik vanuit de zaal een inktzwarte gang in die ook nog eens twee maal een bocht maakte. Gelukkig kon ik me aan een leuning vasthouden en wist ik nog dat aan het einde van die leuning een bank zou zitten. Kristoffel had de leuning gemist en vroeg toch wat vertwijfeld waar ik was.  “Pak de leuning,” zei ik nog, “aan de rechterkant.” Hij zocht ongetwijfeld links omdat ik nog steeds links en rechts door elkaar haal. “De echte rechterkant.” Ja nu vond hij ze. Vervolgens kwam hij naast me zitten en keek naar Wedge (wig, of spie) van James Turell. Kijken? Nu ja tasten met je ogen, want het lichtwerk van Turell doemt op in de ruimte, is een ruimte. Als ik lang genoeg naar die schuine rechthoek van licht kijk, ga ik denken dat die ruimte beweegt. Of bewoog ik zelf? Ergens ging iets mis in mijn hoofd en werd ik wiebelig.
Ondanks die sensatie vond ik het intens rustig daar op die bank voor het paarsige lila licht, een wisselend licht, dacht ik. Dat bleek toch niet te kloppen: de foto’s die ik maakte bleken achteraf identiek licht te geven. Mijn hersenen en mijn herinnering speelden me ook hier weer parten. Door lang naar een kleurvlak te kijken, zie ik dit kennelijk in wisselende intensiteit. Van eerdere bezoeken meende ik me te herinneren dat er een modulering van het licht zou plaatsvinden, maar dat gebeurde niet binnen de tijd dat ik er zat. Dat maakt uiteindelijk voor de beleving van Wedge niets uit; het gevoel van een langzame lichtverandering en een lichte duizeligheid zal aan dat werk blijven hangen, dat is mijn herinnering.

Wedge, James Turell, 1969

Wedge, James Turell, 1969*

Herinnering en beleving zijn belangrijke componenten voor de kunst-kijker. Hoe langer ik het doe, hoe belangrijker die herinnering wordt. Ik ga al sinds de opening van Museum De Pont een paar maal per jaar naar Tilburg om tijdelijke tentoonstellingen, of de eigen collectie te bekijken. Het leuke van De Pont is dat ze toch wel vrij veel werk terr plekke hebben laten maken. Als je Marien Schouten een ruimte rond laat betegelen dan weet je dat je hoogstens de deur zou kunnen sluiten, maar dit werk Groene Kamer / Slang, uit 2000-2003 met het Beeld krijg je sinds 2003 niet meer weg van die plek. Schouten gebruikte een brede tegel met een mooie flessengroene verzadigde glazuur, dat hij ook voor het amorfe beeld en de sokkel gebruikt die in de ronding van de kamer staan.

Groene Kamer / Slang, 2000-2003 en Beeld met stammen, 2003, Marien Schouten

Groene Kamer / Slang, 2000-2003 en Beeld met stammen, 2003, Marien Schouten*

Een ander werk dat niet meer van zijn plek kan komen is Gutter Splash Two Corner Cast, 1992, van Richard Serra. Ook hier meen ik me een verhaal, een video, of foto’s, te herinneren over het ontstaansproces. Ik kan het nergens vinden. In mijn hoofd is het een mooie film: met een man in een pak die vloeibaar lood tegen de muur gooit. Eigenlijk doet het er niet zo toe. Voor Serra is het maken van een beeld, het zichtbaar maken van hoe een kunstwerk wordt gemaakt, net zo belangrijk als het uiteindelijke beeld. En je kunt aan de vormen, de casts, die hier nog liggen, zien hoe hij te werk is gegaan.

Gutter Splash Two Corner Cast, Richard, Serra,1992

Gutter Splash Two Corner Cast, Richard, Serra,1992*

Gutter Splash Two Corner Cast, Richard, Serra,1992

Gutter Splash Two Corner Cast, Richard, Serra,1992*

Zoals bij ieder kunstwerk bepaalt de uitvoering van het idee de vorm, maar hier wordt er niet omheen gedraaid. Je ziet wat er is gebeurd: de lood spetters lopen als een plint van hoek tot hoek in het hok. Serra plaatste eerst in de linker hoek een ijzeren schot van zo’n 30 cm hoog dat die hoek in 2 delen verdeelde. Aan iedere kant giet hij lood: de casts – afgietsels. Vervolgens herhaalde hij dit in de rechter hoek. De vier vormen (Corner Casts – hoek-afgietsels) liggen omgekeerd gestapeld bij hun hoek. Je ziet in hun huid nog de plavuizen vloer, als de schram in de knie van een kind. Door mij zo in het proces van het maken te verdiepen, belandt het werk beter in mijn geheugen. Ik krijg de neiging het aan te raken, de plavuizen na te voelen en de onregelmatige loden randjes. Ik kijk nog eens naar die hoeken, de ruimte en het werk. De ‘overname’ van het werkproces, zorgt er voor dat ik dit keer details in het werk opmerk en de verhouding tussen ruimte en object kan zien. De verbazing van vroeger is verdwenen.
Bij De Pont vind ik Guther Splash Two Corner Casts poëtisch, omdat het zowel de geschiedenis van het gebouw verbindt en mij de ruimte geeft daarover na te denken, als ook één van de werken uit een serie met Splashes is. Het verbindt het verleden van het gebouw, de oude vloer, met de kunst van het heden. Zo zal het kunstwerk steeds meer lagen krijgen. Voor jongere bezoekers heeft het werk van Serra waarschijnlijk geen logische verbinding met actuele kunst. Hij hoort bij de reuzen uit de 20ste eeuw. Ik heb wel eens het gevoel dat de 20ste-eeuw voor jonge kunstenaars al net zo ver weg is als de 17e-eeuw.

Verleden, heden & melancholie
De Serra staat in de eerste aparte ruimte waar je naar binnen kunt lopen als je in de bakstenen gang tegenover de kassa met de vaste collectie begint. In en aan deze gang hangen en staan werken die ik inmiddels met enige melancholie bekijk. Samen versterken ze dat gevoel nog eens. Ik vond het frappant hoe sterk ik het verleden proefde. Ik groeide met deze kunstenaars op, ze bouwden hun reputatie op toen ik volwassen werd en ik schreef over hun tentoonstellingen.
De Pont heeft een mooie groep werk van belangrijke kunstenaars verzameld. Naast het werk van Serra vinden we Marlene Dumas met 111 niet al te grote Oost-Indische inkt tekeningen van 111 verschillende hoofden. O, ja zwarte hoofden, denk ik als ik binnen kom. Dumas komt uit Zuid-Afrika en Apartheid heerste nog heftig toen zij het land verliet. Maar wie waren de mensen  die haar thuis verschoonden, toen ze klein was, haar eten gaven en waarschinlijk troostten als zij een schaaf in haar knie had? Dat was, zo begrijp ik uit de boeken van Coetzee, Van Dis en anderen, het ‘zwarte personeel’. Ze is vertrouwd, intiem met hen opgegroeid, ze voelen als familie.

Black Drawings, Marlene Dumas, 1991-1992

Black Drawings, Marlene Dumas, 1991-1992*

Tegenover de ruimte van Marlene Dumas was in 2016 in net zo’n klein zaaltje een werk van Christian Boltanski geïnstalleerd: Diese Kinder suchen ihre Eltern uit 1993. Hierin brengt hij oude gedrukte foto’s samen die het Duitse Rode Kruis na de oorlog gebruikte om kinderen weer met hun ouders, of desnoods met andere familieleden te verenigen. Deze kinderen zochten hun ouders in een land dat grotendeels kapot was en waar een ideologie, een politiek systeem, het leven en de moraal volledig ontwrichtte. De gevolgen van die ramp hangen aan de muur: kinderen van daders werden zelf slachtoffers.

Diese Kinder suchen ihre Eltern, Christian Boltanski, 1993

Diese Kinder suchen ihre Eltern, Christian Boltanski, 1993*

Boltanski is bekend geworden door een nog grotere installatie over vergaste en anderszins vermoorde Joodse kinderen. Hij heeft Joodse ouders en werd in 1944 geboren, hij zal vermoedelijk de grote stilte rondom het wegvagen van zijn familie, ooms, tantes, neefjes, nichten opa’s en oma’s, hebben beleefd. “Die Unfähigkeit zu Trauern”, noemden het Duitse echtpaar en psychoanalytici Alexander en Margarethe Mitscherlich deze stilte al in 1982. De onmogelijkheid om tot een rouw te komen, zo vertaal ik dit het liefste. Zoveel schaamte, verdriet en verlies, is onbegrijpelijk en daardoor onbespreekbaar. Hoe dit kon gebeuren, dat is een vraag die ook vandaag nog gesteld wordt. Waarom beschermde haast niemand de uitgestotenen die gisteren nog onze vriendelijke buren waren, of misschien onze stink vervelende buren, maar toch medemensen. Aan deze installatie klampt nog meer verdriet, dan aan het werk van Dumas, dit keer met lampjes en elektriciteitsdraden over de foto’s met kindergezichten.

Voor de collectie van De Pont is een aantal kunstwerken van Thierry de Cordier aangekocht. Zo bezit het museum het autistische pantser voertuigje: Veldstudio (observatorium voor de studie van het landschap) uit 1993. Mijn eerste associatie is een waggelend rijdend voertuigje uit een Buster Keaton film, maar deze keer vond ik het toch meer een hele sterke grote doos van waaruit Cordier op veilige afstand naar het leven, de voorbijgangers, ons, kan kijken. Cordier draait het allemaal om: wij worden de objecten om te beschouwen en staan wat hulpeloos bij zijn kunstwerk.

Veldstudio (observatorium voor de studie van het landschap) Thierry de Cordier, 1993

Veldstudio (observatorium voor de studie van het landschap) Thierry de Cordier, 1993*

Zo was alleen al deze eerste gang sterk genoeg om me in de melancholie te duwen. Tegelijkertijd kwamen de herinneringen van eerdere bezoeken en de kunstwerken die er toen stonden. Het voelt alsof je in een vertrouwde winkelstraat loopt waar in de laatste jaren een aantal nieuwe winkels zijn gekomen. Als je niet goed oplet, denk je dat de bakker en de schoenmaker van vroeger er nog zijn, terwijl die al lang zijn vervangen door een kledingzaak, of een koffiebar.

Trouw, verbreding en openheid
Hendrik Driessen is nog steeds de eerste directeur en hoofd-conservator van De Pont. Hij verzamelt niet om ‘het mooie’: hij zet zijn piketpalen binnen de hedendaagse kunst uit. Hij maakte keuzes, kunstenaars als Kapoor, Long, Turrell, Laib, Trockel, De Cordier, Dumas en Richter zijn daarbij ijkpunten. Deze bieden een brede kijk op wat hij belangrijk vindt in de huidige kunstwereld. Die visie is niet bekrompen, maar bewust beperkt. Door die helderheid kun je vertrouwd raken met de kunstwerken, en je tot hen verhouden.

Kunstenaars worden gevolgd door niet alleen grote werken te kopen, maar ook schetsen, studies, foto’s video’s, boeken, afhankelijk van de kunstenaar. Zo bouwen ze bij De Pont een brede en open verzameling op. Een aantal keer per jaar verschuift de presentatie. Een kunstwerk komt naast, of midden in een tijdelijke expositie te staan. Zo ontstaat een levendige opstelling  die iedere keer verrast. Een dialoog tussen afzonderlijke kunstwerken, of die tijdelijk of “eeuwig” erbij horen, zou, wat mij betreft, het doel van ieder serieus verzamelbeleid moeten zijn.
In De Pont wordt dit bereikt. In 2017 ligt Richard Long’s Planet Circle uit 1991 voor het grote werk Palpebre (1989-1991) van Giuseppe Penone dat aan de brede muur is vastgemaakt. Om er te komen moest ik langs Promenade, twee transparante wanden van Dan Graham. Een jaar eerder was Long’s Planet Circle nog omringd in een tijdelijke tentoonstelling door werk van Callum Innes.

Middenvoor, Circle Planet, van Richard Long, links achter een deel van Promenade, van Dan Graham en middenachter Palperbe van Penone*

De Pont heeft de voorlichting altijd op orde zonder die aan de bezoeker op te dringen. Je kunt er in grote rust eerst eens onbevangen kijken naar WAT je nu eigenlijk ziet. Als je meer wilt weten, lees je de teksten, of zoek je in de bibliotheek naar meer informatie. Je wordt als bezoeker serieus genomen. Geen prietpraat of Jip en Janneke taalgebruik.

Zinsbegoocheling
In 2016 was het grote werk van Anish Kapoor Vertigo een absolute blikvanger. Door de enorme licht gebogen spiegel (2m 18 hoog bij 4m64 breed) wordt alles op z’n kop gezet, als je tenminste naar de holle kant toeloopt. Ik werd er wat zeeziek van, zelfs nog later thuis als ik op het grote compuerscherm het filmpje zag dat Kristoffel ter plekke maakte. Dat is de bedoeling van zijn Vertigo (duizeligheid). In 2017 stond Vertigo op een hoek en voelde het minder dominant omdat je er makkelijk langs kan lopen.

Vertigo, Anish Kapoor, 2008

Vertigo, Anish Kapoor, 2008, foto uit 2016*

Vertigo, Anish Kapoor, 2008 foto uit 2017*

Sinds de eerste dag is Kapoors Afdaling in het ongewisse/Descent into Limbo, 1992, een publiekslieveling. In een van de voormalige witte wolhokken ligt een zwarte cirkel op de grond. Het zwart is niet zwart, maar donkerblauw. Als je er vlakbij komt en er in kijkt, heb je het gevoel aan de rand van een ongelofelijke diepe krater te staan. Je weet dat dit niet kan en toch is de kracht van het pure donkerblauwe pigment zo sterk dat het een volmaakte optische illusie oproept. Dit wordt wel enigszins geholpen doordat Kapoor een bolvormige holte onder de vloer maakte waardoor onze ogen geen houvast meer vinden. Voor Kapoor is  een kunstwerk slechts een middel, “medium”, zegt hij, om zintuigelijke ervaringen op te roepen. Afdaling in het ongewisse/Descent into Limbo is een mooi voorbeeld, want vertrouw ik mijn ogen, of mijn gevoel als ik hier sta?

Afdaling in het ongewisse/Descent into Limbo, Anish Kapoor, 1992, foto 2017*

Kapoor is zo’n kunstenaar waarvan De Pont al vroeg kunst kocht. Inmiddels is een aatal beelden en werk op papier in de collectie opgenomen, soms als langdurig bruikleen. Museum De Pont is konsekwent in het volgen van zijn kunstenaars. Als het niet door aankopen kan, omdat die werken inmiddels wellicht buiten het budget vallen, dan wordt er langdurig geleend. Of vinden ze een nog slimmere oplossing: een schenking. Voor het jubileum bedacht Anish Kapoor “Sky Mirror”, een enorme licht gedraaide roestvrij stalen plaat. Glad gepolijst zien we de hemel weerspiegeld en soms een stukje van het museumgebouw. Het enorme kunstwerk staat bij de voordeur en is een cadeau voor het 25-jarige jubileum.

Sky Mirror, Anish Kapoor, 2017*

Het is spannend werk van een kunstenaar in steeds andere omstandigheden te zien. Wie De Pont regelmatig bezoekt, merkt dat tijdelijke tentoonstellingen een andere kant van het kunstwerk uit de eigen collectie belicht. Goede kunst is niet eenduidig. Ze behoudt zowel haar karakter, als past zich aan in een omgeving. Ik vind het een mooi beleid de eigen collectie zo breed te presenteren, dat dat je er steeds andere kanten in ontdekt. Zo stapel je langzamerhand de lagen van het werk op elkaar.

 

*alle kunstwerken komen uit de eigen collectie van het De Pont museum, Tilburg

 

NB
Bijna recht tegenover de parkeerplaats van het Museum De Pont ligt de Goirkestraat.  Op nr 96 is het Textielmuseum.

Ingang van het Textielmuseum

Ingang van het Textielmuseum

Hun belangrijkste afdeling is het Textiellab. Wie het leuk vindt te zien hoe ontwerpen tot stand komen, kan dat hier zien. Verder is er een uitgebreide opstelling met de oude wol- en breimachines, een van de belangrijke Brabantse industrieën uit de 19e eeuw tot na de Tweede Wereldoorlog.

Weefmachine in het Textiel lab

Weefmachine in het Textiel lab

Wollen dekens

Wollen dekens

Textielmuseum Goirkestraat 96, 5046 GN Tilburg
Openingstijden Za. en zo. 12.00-17.00 uur di tm vrij 10.00-17.00 uur.
Meer informatie staat in het filmpje hieronder.

Bewaren

Bewaren

Informatie en voorzieningen

De Pont Museum

Wilhelminapark 1; 5041 EA Tilburg
W De Pont
T 013 – 543 8300

Geopend di tm zon, 11.00 – 17.00 uur, iedere derde donderdag van de maand geopend van 17.00-20.00 uur en gratis toegankelijk. Niet in juli en augustus.  Meer info op de website.

bereikbaarheid
goed met bus 5 of 6 met OV van station Tilburg, 20 min lopen
parkeren bij het museum €2,- op eigen aprkeerterrein en betaald parkeren in de buurt
collectie informatie
folder bij tijdelijke exposities
zaalteksten Er wordt bij kunstwerken uit de vaste collectie een goede uitleg gegeven (NL / ENG)
presentatie collectie mooi, ruim opgezet, tamelijk veel werken hebben vaste eigen ruimte omdat de werken hier speciaal voor zijn gemaakt: Kapoor, Laib, Serra, Schouten etc
route informatie voor wc en eethuis helder
digitaal - app heldere informatie
vriendelijkheid
suppoosten
winkel heel aardig er werd een boek uit de voorraad gehaald
kinderactiviteiten
in het museum, zie website museum kinderactiviteiten
eigen ruimte voor maandelijkse workshops zie website
museumwinkel
assortiment veel ‘eigen’ kunstenaars en aanverwante zielen
kunstboeken binnen de beperking heel goed
kinder-kunstboeken leuke keuze
grappige kleine cadeautjes niet heel veel, maar geen doorsnee
museumrestaurant
prijs/kwaliteit goed, de muziek mag uit. Aanpalende rustruimte met open haard (lounge) en heel leuk mini poppen museum, mooi terras. Jammer dat de banken teruglopen daar waar ze het zitkussen raken, zo ontbreekt steun voor de onderrug.
menu lekker eten, goed brood, verse producten, karnemelk in stevig glas,
wc
schoon
makkelijk te vinden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Cookies aanpassen