Op weg naar de kunst

Bestel hier onze: Gids naar Nederlandse musea Op weg naar de kunst

bespreekt de eigen collectie van musea in Nederland en elders.

Tilburg: Museum De Pont

Kijken met een geheugen
Het Museum De Pont is ontstaan uit het legaat van de Mercedes importeur Jan De Pont (1915-1987). De erfgenamen besloten daarmee een stich­ting voor moderne kunst op te richten. Nadat bleek dat in de boedel ook een oude wolspinnerij in Tilburg zat, werd besloten de toekomstige collectie in dit gebouw onder te brengen. Benthem Crouwel Architecten maakten een prachtig museum van het industrieel erfgoed. Ze respecteerden op een slimme manier het verleden: de dakconstructie met bovenlichten die iedereen meteen opviel, bleef bestaan en de oude ‘wol-hokken’ werden kleine tentoonstellingsruimtes. Soms zie je rails waar de karren op reden, nog door de vloer lopen. Zo is het een robuust museum geworden, geen malligheid, geen opsmuk, dat straalt De Pont uit.

Buste van Jan de Pont in de hal van het museum
Buste van Jan de Pont in de hal van het museum

In de herfst van 2016 breidde het museum uit. Er werden ruimtes voor tijdelijke tentoonstellingen van film, fotografie en videokunst aangebouwd, werk dat donkere zalen nodig heeft. De kleinere solo-exposities in de nieuwe aanbouw staan niet direct met de verzameling in verband in tegenstelling tot de werken in de andere expositieruimtes, waar door de mooie dakconstructie veel daglicht binnenkomt.

Er is ook een nieuw, groter, restaurant gemaakt en aanpalend een lounge met open haard bij een terras. De tuin is daardoor veel toegankelijker; het voelt als een organisch geheel met de rustruimte. Bij het 25 jarig jubileum, in 2017, is een beeld van Guido Geelen in de tuin gezet. De ruimte van het voormalige restaurant is nu een leesruimte voor het publiek.

De 'lounge'met haardvuur en poppenhuis museum
De ‘lounge’ met haardvuur en poppenhuis museum foto uit 2016

Beperking leidt tot heldere keuzes
De Pont, zoals het museum liefdevol wordt genoemd, heeft, toen het nog in oprichting was, een belangrijke keuze gemaakt voor de collectieopbouw: men ging kunstenaars volgen en niet de waan van de dag. Op de website wordt het als volgt geformuleerd: “Het museum verzamelt niet in de breedte maar in de diepte, waarvoor een drietal grote tentoonstellingen per jaar de voedingsbodem leveren.” Deze diepte wordt niet alleen bevestigd in de trouw aan bepaalde kunstenaars die worden gevolgd, maar ook door een beleid op de langere termijn uit te zetten.
Dit geldt niet alleen voor de collectieopbouw, het tentoonstellingsbeleid, maar ook voor de staf. Ik ken geen museum waar een directeur dertig jaar kon aanblijven. Hendrik Driessen was de eerste directeur conservator en is pas in augustus 2019 vervangen door Martijn van Nieuwenhuyzen. Ook Van Nieuwenhuyzen komt, net als Driessen destijds, van het Amsterdamse Stedelijk Museum, maar heeft ook internationaal gewerkt. Nogmaals dertig jaar volmaken is een overdreven verwachting, maar de gebruikelijke termijn van vijf of tien jaar zal hij hopelijk overschrijden.
De kunstwerken uit de tijdelijke tentoonstellingen zijn in De Pont altijd omringd door werk uit de eigen collectie. Wie het museum herhaaldelijk bezoekt, krijgt het gevoel oude bekenden tegen te komen, maar dat er telkens verrassingen zijn. Doordat kunstwerken zijn verschoven, of door andere kunstwerken worden omringd, zie je ze op een andere manier. Dat is zeker een belangrijke reden om regelmatig naar Tilburg te gaan. Zo stond er van de Grosse Geister van Thomas Schütte één exemplaar, bij een volgende bezoek vijf en vervolgens weer drie.


Grosse Geister ( Figur nr 4,5,14) Thomas Schütte, 1997-1981, gepolijst aluminium, foto 2019.


Grosser Geist 4, Thomas Schütte, 1997, gepolijst aluminium, foto 2016.

Zo leer je bij De Pont goed kijken. Je leert eigenlijk ook dat je herinnering aan het kunstwerk net zo belangrijk is. Die oude context loopt door in je huidige ervaring. Met al onze smartphones gaat dat nog makkelijker als je de foto’s ergens opslaat. Zo is het mogelijk oude situaties met de huidige opstelling te vergelijken. Je leert het belang van de context te herkennen, of hoe een combinatie van kunstwerken je een ander inzicht geeft op afzonderlijke werk, of een tijdsbeeld. Kijken wordt leren bij De Pont.

Ontdekken in het museum
Na een uur dwalen door het museum liep ik vanuit de zaal een inktzwarte gang in die ook nog eens twee maal een bocht maakte. Gelukkig kon ik me aan een leuning vasthouden en wist ik nog dat aan het einde van die leuning een bank zou zitten. Kristoffel had de leuning gemist en vroeg toch wat vertwijfeld waar ik was. “Pak de leuning,” zei ik nog, “aan de rechterkant.” (Hij zocht ongetwijfeld links, omdat ik altijd links en rechts door elkaar haal.) “De echte rechterkant.” Het ging goed. Vervolgens kwam hij naast me zitten en samen keken we naar Wedgework III (wig, of spie) van James Turrell. Kijken? Nu ja, tasten met je ogen, want het lichtwerk van Turrell doemt op als een aparte ruimte in de ruimte. Als ik lang genoeg naar die schuine rechthoek van licht kijk, ga ik denken dat die beweegt. Of bewoog ikzelf? Ergens ging iets mis in mijn hoofd en werd ik zeeziek.
Ondanks die sensatie vond Ik het intens rustig daar op die bank voor het paarsige lila licht, een wisselend licht, dacht ik. Dat bleek toch niet te kloppen: de foto’s die ik maakte bleken achteraf identiek licht te geven. Mijn hersenen en mijn herinnering speelden me ook hier weer parten. Door lang naar een kleurvlak te kijken, zie ik dit kennelijk in wisselende intensiteit. Of verandert het licht toch? Dat maakt uiteindelijk voor de beleving van Wedgework niet uit; in de herinnering zal het gevoel van een langzame lichtverandering aan dat werk blijven hangen.

Wedge, James Turrell, 1969 Wedge, James Turrell, 1969

Herinnering en actualiteit
Herinnering en beleving zijn belangrijke componenten voor de kunst-kijker. Met het verstrijken van de tijd wordt die herinnering belangrijker. Ik ga al sinds de opening van Museum De Pont regelmatig naar Tilburg om tijdelijke tentoonstellingen of om de eigen collectie te bekijken. Vrij veel werk is ‘in situ’ gemaakt, in het museum zelf dus, en moeilijk verplaatsbaar.
Een van de eerste kunstwerken, in een van de oude washokken, was in 1992 de Gutter Splash Two Corner Cast van Richard Serra. Serra was een tijdlang gefascineerd door het maak proces van een kunstwerk zelf, dat wilde hij laten zien. Ik heb een herinnering aan een verhaal, een video, of foto’s, over het ontstaansproces van de Tilburgse Gutter Splash Two Corner Cast maar kan die nergens vinden. Ik vond wel een voorbeeld van een andere Amerikaanse Gutter Splash, Night Shift waarin Serra goed uitlegt en je ook ziet wat er gebeurt tijdens het maken. Aan het einde van het stuk staat de link naar dit filmpje waarin je het gooien van het gesmolten lood ziet, het werkproces.

Gutter Splash Two Corner Cast, Richard, Serra,1992 Gutter Splash Two Corner Cast, Richard, Serra,1992

Gutter Splash Two Corner Cast, Richard, Serra,1992 Gutter Splash Two Corner Cast, Richard, Serra,1992

Uiteindelijk zie je hier het resultaat: de loodspetters lopen als een plint van hoek tot hoek in het hok. Serra plaatste eerst in de linker hoek een ijzeren schot van zo’n 30 cm hoog dat de hoek in 2 delen verdeelde. Aan ieder kant gooide hij lood: de casts – afgietsels. Vervolgens herhaalde hij dit in de rechter hoek. De vier vormen (Corner Casts – hoek-afgietsels) liggen omgekeerd gestapeld op de vloer. Je ziet in hun huid nog de plavuizen vloer, als de schram in de knie van een kind. Ik krijg de neiging het aan te raken, de onregelmatige loden randjes na te voelen. De gedachte aan het werkproces, zorgt er voor dat ik ook dit keer details in het werk opmerk en de verhouding tussen ruimte en object kan zien.
De Serra staat in de eerste aparte ruimte aan de gang tegenover de kassa. In en aan deze gang hangen en staan werken die inmiddels in mijn beleving een grote melancholie hebben gekregen. Ik vond het frappant hoe ik herinneringen uit het verleden kon proeven. Nu komt dat waarschijnlijk ook omdat ik met deze kunstenaars opgroeide. Het zijn de kunstenaars zoals Richard Long, Marlene Dumas, Penone en Marien Schouten, die een reputatie opbouwden toen ik volwassen werd en mij in de kunst ging verdiepen.

Melancholie
De kunstwerken zijn mooi bij elkaar gezocht. In de ruimte naast Serra hangen 111 verschillende hoofden, het zijn niet al te grote tekeningen in Oost-Indische inkt door Dumas. O, ja zwarte hoofden, denk ik als ik binnen kom. Dumas komt uit Zuid-Afrika en de Apartheid heerste nog heftig toen zij het land verliet. Maar wie waren de mensen, bijvoorbeeld het personeel dat haar verschoonde, eten gaf en misschien zelfs troostte als zij een schaaf in haar knie had? Dat waren hoogstwaarschijnlijk zwarte mensen. Voor het apartheidsregime waren het minderwaardige zwarten. Hier krijgen ze hun eigen gezicht, als echte mensen.


Black Drawings, Marlene Dumas, 1991-1992

Tegenover de ruimte van Marlene Dumas was eerder in net zo’n ruimte een werk van Christian Boltanski geïnstalleerd: Diese Kinder suchen ihre Eltern uit 1993. Hij combineerde oude stencils met foto’s die het Duitse Rode Kruis na de oorlog gebruikte om kinderen weer met hun ouders of familie te verenigen. Het was een aanklacht tegen Nazi Duitsland en tegen de oorlog in het algemeen waar kinderen altijd de dupe zijn.
In 2019 zagen we een combinatie met een ander werk van Dumas: een langdurig bruikleen van de GGZ instelling Breburg: “Maar wie ik ben gaat niemand wat aan”. Het zijn 36 kleine schilderijtjes (50×60 cm) met portretten van mensen en knuffels en een gedicht van Jan Arends, de dichter die in 1974 zelfmoord pleegde:

Ik
ben niet bang
voor wat er
zal gebeuren

er zullen
witte dieren
door het veld
gaan lopen
en dat
zal alles zijn


“Maar wie ik ben gaat niemand wat aan”, Marlene Dumas, 1991

We zien portretten van personeel en cliënten van een GGZ instelling met hier en daar een huisdier of een knuffelbeest. Het portret van Jim Morrison, de zanger van The Doors die nog voor zijn dertigste overleed, staat er ook tussen. Dat is die jongen met de zwarte krullen, links van het midden, waarvan je als enige ook wat van zijn bovenlijf ziet. Dat Dumas in 1991 Morrison er tussen zette, is niet verwonderlijk. In die tijd had hij nog het aura van een geestverruimende kunstenaar. Inmiddels wordt daar anders over gedacht. Helemaal links onder het in dit kader staat het verontrustende vers van Jan Arends. Er is een prettig geel bankje in het kleine vertrek neergezet zodat je wordt uitgenodigd al weer na te denken over de context van het werk. Zie ik verschil tussen patiënt en behandelaar? De buitenkant is niet altijd wat het lijkt. Mijn oog gaat van de ene naar de andere en ik probeer iets van het innerlijke te doorgronden Ik vond de combinatie van Dumas met Boltanski spannender, ook meer betekenis hebben: beide groepen, de zwarten in Zuid Afrika en de wezen van het Derde Rijk, zijn onschuldige slachtoffers van een systeem. Tegenwoordig schijnt dat collateral damage te worden genoemd.

Ander accent
Naast de kunstwerken uit eigen collectie die ter plekke werden gemaakt, of opgebouwd, wordt de eigen collectie in wisselende opstellingen in de grote ruimte opgesteld. Van Nieuwenhuyzen richtte als eerste een kleine zaal in met werk van Job Koelewijn: muurschilderingen. Zoals bijna altijd bij Koelewijn heeft het werk een aantal lagen. Op alle vier muren wordt dezelfde uitspraak gebruikt: Dedication means authority (Toewijding betekent autoriteit).


Dedication means authority, Job Koelewijn, 2017.

Ik vroeg me meteen af, is dat nu wel zo. Wat zie ik nu eigenlijk? De spreuk is kennelijk in een grote kaart gestanst. Koelewijn tekent die figuur na, met ballpoint, maar ook met wasco krijt en (kleur) potlood maar hij verschuift de tekst telkens lichtjes. Zo ontstaan vervagende en verscherpende patronen, op iedere muur een andere variatie. Een keer alsof er kaarten zijn geschud (foto hier boven), de andere keer (hieronder) alsof er een enorme vaart in de woorden zit, of (daaronder) als decoratief motief.


Dedication means authority, Job Koelewijn, 2017


Dedication means authority, Job Koelewijn, 2017.

Ik word er een beetje giechelig van, alsof een puber met grote overgave in zijn agenda uitprobeert wat je met een meetkundige driehoek allemaal kunt laten ontstaan. Daarnaast besef ik meteen dat dit een museum is waar teksten kunstwerken kunnen zijn, maar wat betekent die vreemde uitspraak Toewijding betekent autoriteit? Klopt dat wel, Is dat wel waar? Ik ken genoeg mensen die hun beroep met veel toewijding uitvoeren en toch geen autoriteit werden, of zijn. Is het niet heel Hollands om te denken dat als je maar je best doet, je er wel komt? Krijgt deze uitspraak meer ‘autoriteit’ omdat hij tig keren wordt herhaald? Bij conceptuele kunst moet je er uiteindelijk zelf invulling aan geven.
Koelewijn is hiermee, zoals meestal, een geestige denker in de traditie van Marcel Duchamp. Duchamp is de vader van de conceptuele kunst. Hij besloot dat een gedachte een kunstwerk kan zijn. Hij zette banale voorwerpen van buiten het museum, als een krukje met een fietswiel, in het museum. Hij verklaarde dat die voorwerpen een kunstwerk zijn louter en alleen omdat de kunstenaar hen daar neerzet. Daarnaast, legt Duchamp grote nadruk op de tactiele kant van een kunstwerk, de smakelijke vorm. Koelewijn verbindt zich door zijn uitspraak over toewijding op een elegante en geestige wijze met Duchamp. Zo wordt het concept een kunstwerk en laat dit kunstwerk mij nadenken en beleven.

Voordeel
Kunstenaars worden gevolgd door niet alleen grote werken te kopen, maar ook schetsen, studies, foto’s video’s, boeken, afhankelijk van de kunstenaar. Zo bouwen ze bij De Pont een brede en open verzameling op. Een aantal keer per jaar verschuift de presentatie. Een kunstwerk komt naast, of midden in een tijdelijke expositie te staan. Er ontstaat levendige opstellingen  die iedere keer verrassen. Een dialoog tussen kunstwerken, of die tijdelijk of “eeuwig” erbij horen, zou, wat mij betreft, het doel van ieder serieus verzamelbeleid moeten zijn. In De Pont wordt dit bereikt.


Middenvoor, Circle Planet, van Richard Long, links achter een deel van Promenade, van Dan Graham en middenachter Palperbe van Penone

De Pont heeft de voorlichting altijd op orde zonder die aan de bezoeker op te dringen. Je kunt er in grote rust eerst eens onbevangen kijken naar WAT je nu eigenlijk ziet. Als je meer wilt weten, lees je de teksten, of zoek je in de bibliotheek naar meer informatie. Je wordt als bezoeker serieus genomen. Geen prietpraat of Jip en Janneke taalgebruik.

Zinsbegoocheling
Her en der, binnen en buiten, staan kunstwerken van Anish Kapoor. Ook hij stelt vragen over het waarnemen dat hij als een lichamelijke belevenis oproept. Dat wordt meteen duidelijk in Vertigo, een absolute blikvanger. Door de enorme licht gebogen spiegel (2m 18 hoog bij 4m64 breed) wordt alles op z’n kop gezet, als je tenminste naar de holle kant toeloopt. Ik werd er wat zeeziek van, zelfs nog later thuis als ik op het grote computerscherm het filmpje zag dat Kristoffel ter plekke maakte. Dat is de bedoeling van zijn Vertigo (duizeligheid). In 2017 stond Vertigo op een hoek en voelde het minder dominant omdat je er makkelijk langs kan lopen.


Vertigo, Anish Kapoor, 2008, foto 2019.

Sinds de eerste dagen van het museum is Kapoors kunstwerk Descent into Limbo, 1992 (Afdaling in het ongewisse) een publiekslieveling. In een van de voormalige witte wolhokken ligt een zwarte cirkel op de grond. Het zwart is zo zwart dat die cirkel een blauwe weerschijn krijgt en wel een klein beetje lijkt te zweven. Als je er vlakbij komt en in de cirkel kijkt, heb je het gevoel aan de rand van een ongelofelijke diepe krater te staan. Je weet dat dit niet kan en toch is de kracht van het pure donkerblauwe pigment zo sterk dat het een volmaakte optische illusie oproept. Dit wordt wel enigszins geholpen doordat Kapoor een bolvormige holte onder de vloer maakte waardoor onze ogen geen houvast meer vinden. Voor Kapoor is een kunstwerk slechts een middel, “medium” zegt hij, om zintuigelijke ervaringen op te roepen. Descent into Limbo is een mooi voorbeeld.


Afdaling in het ongewisse/Descent into Limbo, Anish Kapoor, 1992, foto 2017

Museum De Pont is konsekwent in het volgen van zijn kunstenaars. Als het niet door aankopen kan, omdat die werken inmiddels wellicht buiten het budget vallen, wordt er langdurig geleend, of naar sponsoren gezocht, zoals bij Kapoor. Inmiddels bezit De Pont een kleine collectie Kapoor van beelden en werk op papier, waar onder een langdurig bruikleen.
Het is spannend drie of vier werken van een kunstenaar bij een tijdelijke expositie te zien. Dat wisselende combinaties met andere kunstenaars laat letterlijk een andere kant zien van het kunstwerk uit de eigen collectie. Het is een mooi beleid de eigen collectie zo breed te tonen, dat je er steeds in een andere context naar kunt kijken. Zo ontvouwen zich langzamerhand de lagen van een werk. Moderne / hedendaagse kunst is voor een leek niet makkelijk te begrijpen. De Pont heeft bij de werken informatieve teksten geplaatst. Zij helpen de bezoeker bij het goed leren kijken.

*alle kunstwerken komen uit de eigen collectie van het De Pont museum, Tilburg

 

EXTRA

Link naar film met Serra

 

 

Bewaren

Bewaren

Informatie en voorzieningen

De Pont Museum

Wilhelminapark 1; 5041 EA Tilburg
W De Pont
T 013 – 543 8300

Geopend di tm zon, 11.00 – 17.00 uur, donderdags tussen 17.00-20.00 uur en gratis toegankelijk. Meer info op de website.

bereikbaarheid
goed met bus 5 of 6 met OV van station Tilburg, 20 min lopen
parkeren bij het museum €2,- op eigen parkeerterrein en betaald parkeren in de buurt
collectie informatie
folder bij tijdelijke exposities
zaalteksten Er wordt bij kunstwerken uit de vaste collectie goede uitleg gegeven (NL / ENG)
presentatie collectie mooi, ruim opgezet, tamelijk veel werken hebben vaste eigen ruimte omdat de werken hier speciaal voor zijn gemaakt: Kapoor, Laib, Serra, Schouten etc
route informatie voor wc en eethuis helder
digitaal - app heldere informatie
vriendelijkheid
suppoosten
winkel heel aardig er werd een boek uit de voorraad gehaald
kinderactiviteiten
in het museum, zie website museum kinderactiviteiten
eigen ruimte voor maandelijkse workshops zie website
museumwinkel
assortiment veel ‘eigen’ kunstenaars en aanverwante zielen
kunstboeken binnen de beperking heel goed
kinder-kunstboeken leuke keuze
grappige kleine cadeautjes niet heel veel, maar geen doorsnee
museumrestaurant
prijs/kwaliteit goed, de muziek mag nog zachter. Aanpalende rustruimte met open haard (lounge) met mooi terras.
menu lekker eten, goed brood, verse producten, karnemelk in stevig glas,
wc
schoon
makkelijk te vinden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.