Op weg naar de kunst

bespreekt de vaste collectie van musea in Nederland en elders.

Otterlo, Kröller Müller Museum

Van elite museum tot cultuur voor velen, een particuliere collectie die aan de staat werd geschonken
Het Kröller Müller Museum speelt in mijn ontwikkeling een belangrijke rol. Een vriend van de familie nam me toen ik dertien was mee om hier de schilderijen van Vincent Van Gogh te zien. Het Amsterdamse museum bestond nog niet. Van Gogh zal ik wel spannend hebben gevonden, maar ik was weg van ‘Ruiter en paard‘ van Marino Marini. Een houten beeld met schilfers kleur van een gestileerd paard met ruiter. Ik was nog een paardenmeisje zoals alleen jonge pubers dat kunnen zijn.

Ruiter en Paard, Marino Marini, 1951/55
Ruiter en Paard, Marino Marini, 1951/55

Mijn hart werd geraakt: als dit kunst kon zijn, dan wilde ik hier alles van weten. Dit begreep ik, dit kon ik navoelen. Pas veel later realiseerde ik me dat de emotie van het houten beeld me ontroerde. Slechts een paar jaar later ontdekte ik tijdens de lessen kunstgeschiedenis dat ik kunstgeschiedenis een vak is dat ik kon leren, studeren. na mijn studie werd ik door anderen gestimuleerd er over te schrijven. Ik bofte met mijn leermeesters Herman van Run en Ton Cuppen, beiden in mijn tijd hoofdredacteur van het Dagblad De Tijd. Mijn stukjes voor de krant werden met een rood potloodje nagekeken terwijl ik werd gevraagd waarom ik iets op die manier had opgeschreven. Langzamerhand begreep ik dat ik over beeldende kunst kan vertellen. Inmiddels doe ik dat in verschillende functies al weer vijftig jaar en gelukkig is naast de kennis de emotie blijven bestaan, als ik die terugvind in een kunstwerk, is mijn dag goed. Dat gebeurt niet iedere keer, maar toch wel zo vaak dat het vak, de musea en de kunst boeiend blijven.
Eigenlijk is Ruiter en Paard een vreemd beeld voor een paardenmeisje: het paard weigert, het staat pal, zijn ruiter hangt iets achterover met gespreide armen. Als het je overkomt dat een paard onverwachts en halsstarrig weigert, dan zit je er niet meer met zulke triomfantelijk gespreide armen op. Maar dat was en is niet ter zake; dit is vooral een beeld dat de kracht van het beest weergeeft en een ruiter die zich daarin meegaat. Kennelijk sprak me dat aan. Hopelijk worden er nog steeds jonge en oude mensen door Ruiter en Paard betoverd als ze het van zo dichtbij en wat verder weg kunnen bekijken.


Detail Ruiter en Paard, Marino Marini, 1951/55

Het beeld stond jarenlang goed zichtbaar in de verlaagde zaal voor het oude deel van het museum. In 2015 werd het tijdelijk vervangen door een aantal beelden van Barbara Hebworth, Henry Moore en Ossip Zadkine. Behalve het werk van Zadkine werden ze allemaal na de Tweede Wereldoorlog gemaakt en komen ze uit de eigen collectie. Dit ensemble sloot goed aan op een tijdelijke tentoonstelling -november 2014 tot en met 17 april 2015-  met een overzicht van Hepworths beelden. “Mijn” ruiter verdween, door zo’n nieuwe opstelling kijk je ook opeens weer anders naar de collectie en het gebouw. In 2017 stond hij overigens weer op zijn vetrouwde plek bij de ramen. Door zulke wissels blijft een herhaald bezoek aan een museum verrassend.

Structuur met opening en licht, Henry Moore,1967
Structuur met opening en licht, Henry Moore,1967

Pastorale, Barbara Hepworth, 1954
Pastorale, Barbara Hepworth, 1954

Nu zag ik opeens weer hoe mooi deze lichte ruimte is en hoe belangrijk al die grote ramen zijn waardoor je het gevoel krijgt als het ware buiten te staan. ( Beelden horen eigenlijk buiten. Dat gaat niet altijd omdat ze dan zouden kunnen beschadigen door diezelfde natuur.) Hier is wel een maximale situatie ontstaan voor die beelden die binnen moeten blijven en de bezoeker die door al die ramen het gevoel kan krijgen buiten te staan. De grote beeldenzaal vult mooi het hele grote beeldenpark aan dat om het museum ligt. De overgang natuur-cultuur, of cultuur-natuur verloopt vrijwel ongemerkt. Als je buiten staat zie je al de beelden binnen en ben je binnen krijg je het gevoel dat de bomen van buiten toch ook dichtbij deze beelden binnen staan.

Helene en Anton Kröller-Müller en Henk Bremmer
De collectie werd door Helene Kröller-Müller en haar man Anton Kröller Müller tussen 1907 en 1928 bijeen gebracht. Zij was de drijvende kracht, ze wist wat ze wilde. Ze volgde sinds de winter van 1906, net als veel rijke Haagse dames, de lessen die Henk P. Bremmer al een tiental jaar aan groepjes welgestelde dames en heren gaf. Veel van zijn leerlingen gingen onder zijn invloed kunst kopen. Zij was een van de rijkste vrouwen van Nederland die, toen het besluit was gevallen, dit meteen grootse aanpakte.
De Kröllers wilden de kunstwerken niet voor zichzelf houden. Hun horizon lag verder: ze besloten een eigen museum te stichten dat ooit aan de Nederlandse staat zou worden overgedragen! In eerste instantie wilden ze dit gebouw in hun achtertuin te Wassenaar neerzetten, maar later bedachten ze dat het in een woestijn, weliswaar een Nederlandse woestijn, moest komen. Ze kochten dan ook in het hart van het land, bij Otterlo, een enorm terrein dat nu bekend staat als de Hoge Veluwe. Naast het museum werd het landschap aangepakt, werden monumenten opgericht en romantische open plekken in het bos aangelegd. Hoe natuurlijk die natuur er nu ook uitziet, indertijd moest er nogal wat werk worden verzet om deze ‘ongereptheid’ op te bouwen. Om het in stand te houden, moet het nog steeds goed worden onderhouden.
Het museumgebouw is een ontwerp van de Belg Henry van de Velde, een van de architecten waarmee het echtpaar Kröller Müller samenwerkten. Ik ken eigenlijk maar één andere vrouw die zo excessief kon verzamelen en die collectie in een eigen nieuw gebouw onderbrengen: de eveneens puissant rijke Isabella Gardner in Boston. Gardners museumgebouw, als ook de collectie, zijn echter veel traditioneler vergeleken met de verzameling van Helene Kröller Müller.
Er zijn twee hele bizondere aspecten aan het Kröller Müller Museum. Toen  onder invloed van Bremmer het idee van een museale collectie was ontstaan, koppelden Helene en Anton er vrijwel meteen aan vast dat het museum uiteindelijk voor ons, “het volk”, zou moeten zijn. De collectie moest bovendien een belangrijke educatieve rol  krijgen. Haar kunstbeschouwingen en Bremmers gedachten, die hij in boeken en een eigen tijdschrift publiceerde, zouden leidend blijven. (Dit was overigens ook een van de belangrijke ankers van het Haagse Gemeentemusem dat in die tijd in oprichting was. Zowel hun eerste directeur Van Gelder, als ook de architect Berlage, concipiëerden het museum ook als educatieve instelling. Het sociale leven van de Kröller Müllers speelde zich in den Haag af.)

Kunsthistorische dwarsverbindingen
Bij het ontstaan van de collectie is er meteen een keuze voor het werk van Vincent van Gogh gemaakt. Over het algemeen spreken musea niet over hun uitgaven, maar in het Kröller Müller Museum hangt sinds de winter 2015 in de vaste opstelling een overzicht van het geld dat ze alleen al aan het werk van Vincent van Gogh uitgaf. Zo kocht Helene Kröller Müller in 1912 louter en alleen voor 32 schilderijen van Vincent van Gogh fl 209.537 en 30.000 Reichs Mark, dat is tegenwoordig  2,5 miljoen euro, dat is “slechts” 80.000 euro per schilderij. Daarnaast verwierf ze in dat jaar ook nog andere kunst!


Een detail uit het overzicht met de uitgaven voor het werk van Van Gogh

Het is bizonder dat Bremmer al zo vroeg de kwaliteit van Vincent van Gogh herkende. Vincents schoonzusje vroeg destijds nog tevergeefs aan de directeur van het Rijksmuseum of die een overzicht van zijn werk wilde tonen. Diens conservator, Speenhoff, was wel onder de indruk en bracht de tijdelijke tentoonstelling uiteindelijk onder bij de concurrent: het Stedelijk Museum in Amsterdam. Bremmer liet zijn leerlingen wel kennismaken met Van Goghs werk. Hij zocht naar een diepere laag achter alle kunst, door die interpretatie centraal te stellen legde hij een verband tussen kunstwerken uit heel verschillende periodes en tradities. Helene Kröller Müller verzamelde onder Bremmers bezielende leiding kunst uit de 15e eeuw tot en met de 20ste eeuw. Bremmer was de eerste die zo uitgebreid over kunsthistorische dwarsverbindingen nadacht.

Jarenlang was het oudste deel van het museum, het gebouw dat Henry van de Velde ontwierp, min of meer statisch ingericht. Tegenwoordig verandert zelfs de Van Gogh opstelling met enige regelmaat. Bekende, overbekende schilderijen als de Aardappeleters, Brug te Arles of La Berceuse zullen wel altijd zijn te zien. Door een verandering in de opstelling van de kunstwerken kan ook je beeld van een overbekend werk veranderen. Soms vallen nieuwe details op zoals de dik opgebouwde ring van Madame Roulin in La Berceuse.

Aardappeleters, 1885, foto van de website
Aardappeleters, Vincent van Gogh, 1885, foto van de website

Brug te Arles, 1888, beide van Vincent van Gogh
Brug te Arles, Vincent van Gogh, 1888

La Berceuse, Vincent van Gogh, 1889
La Berceuse, Vincent van Gogh, 1889

 

De dikke ring
De dikke ring

Helene’s tijd: Rondom 1900
Daarnaast verzamelden ze tijdgenoten zoals Jan Toorop en Johan Thorn Prikker; Floris Verster en vader en zoon Israëls zitten in de collectie. Het eerbetoon dat Charley Toorop, de dochter van Jan, tussen 1936 en 1938 van het echtpaar Bremmer maakte met ‘hun’ kunstenaars somt de hele groep Nederlanders op wiens werk kan worden getoond.

 Portretgroep van H.P.Bremmer en zijn vrouw met kunstenaars uit tijd, Charley Toorop. 1936 /38, foto van de website
Portretgroep van H.P.Bremmer en zijn vrouw met kunstenaars uit hun tijd, Charley Toorop. 1936 /38, foto van de website

Wie het oudste deel van de collectie bekijkt en ziet (op de bijschriften) wanneer die werken zijn gekocht, is verbaasd over de alertheid waarmee het koppel Kröller Müller / Bremmer handelde. Onder Bremmers leiding ging ook mevrouw Kröller Müller opzoek naar de emotie achter het werk. Niet de uiterlijke vorm / stijl was belangrijk, maar de bron van waaruit de kunstenaar had gewerkt. Daardoor kocht ze schilderijen uit de 16e eeuw tot het, voor haar, aller-nieuwste: van Cranach tot Picasso.

Boeket, Odilon Redon, 1904
Boeket, Odilon Redon, 1904

Viool, Pablo, Picasso, 1911 /12
Viool, Pablo, Picasso, 1911 /12

De schilderijen en tekeningen van Van Gogh vormen weliswaar het hart, maar nog steeds slechts een deel van de collectie. Zo kochten Bremmer en mevrouw Kröller Müller op 13 en 14 april 1912 voor 60.000 gulden werk van Van Gogh, Seurat en Signac in Parijs. In dat jaar sloegen ze tijdens de veiling van de bizondere kunstcollectie van Cornelis Hoogendijk een andere grote slag door zestien werken aan te kopen: onder meer twee schilderijen van Vincent van Gogh, vier van Odilon Redon, Fantin Latour, Corot, Monticelli, Thorn Prikker en Daumier en een aantal van de vrij onbekende Symbolistische Waalse schilder Degouve de Nunques.
Uit deze keuze spreekt niet alleen de invloed van Bremmer, maar ook de invloed van een groter idee dat rond 1900 in de Europese cultuur speelde: het herkennen van verwante zielen. Het oudste deel van de verzameling is rond dit thema opgebouwd en de eerste directeuren, Hammacher en Oxenaar, hielden zich aan dit adagium. In die geest verzamelden zij, een activiteit die eigenlijk niet door mevrouw bij de overdracht was voorzien. Zoals zij het zag, zo moest het blijven, was haar idee. Maar een collectie die niet uitbreidt, verstoft letterlijk en figuurlijk. Dus we kunnen blij zijn dat mevrouw Kröller Müller ons openbaar kunstbezit zo heeft verrijkt, maar ook dat de volgende directeuren enerzijds zo eigenwijs waren dat ze wilden door verzamelen en anderzijds in haar geest verder werkten.

Levende collectie
Dit kostte in eerste instantie nogal wat moeite: de Nederlandse overheid vond het uiteindelijk, zij het wat brommerig, goed. Via de aankoop van tekeningen en vervolgens beelden kon de collectie uitgebreid worden met een beeldenpark buiten en binnen en een verzameling kunst van na de Tweede Wereldoorlog.  Voor het beeldenpark gaan we nog eens extra  terug om dit afzonderlijk te bespreken. Het beeldenbos is inmiddels 25 hectare groot en wereldberoemd door de kwaliteit van de werken en de bizondere ligging. Het is een tovertuin waarin je op zoek kunt gaan en bij ieder bezoek andere dingen beleeft omdat je telkens een andere weg kunt kiezen en dus de werken anders ziet.

Drijvende Sculptuur, Otterlo van Marta Pan, 1960 /61
Drijvende Sculptuur, Otterlo, Marta Pan, 1960 /61

Er is, met dank aan Helene Kröller Müller en Henk Bremmer, een collectie ontstaan die uniek is. Hier beleef je naast de “verwante zielen” ook een ander idee, namelijk dat er inspiratie van de natuur uitgaat, dat de natuur de cultuur beïnvloedt. Het is zo’n beetje het laatste romantische gevoel dat cultuur een getemde, zelfs gesublimeerde vorm van onze natuurlijke impulsen / krachten is.
Die idee dat de een niet zonder de ander bestaat, kunnen we in het museum en in het grote natuurpark de Hoge Veluwe beleven. Daarom parkeren we de auto bij de ingang en lopen in ongeveer een half uurtje naar het museum. Maar je kunt ook de fiets nemen, want overal in het park staan de witte fietsen, tegenwoordig met veilige kinderzitjes, die iedereen kan gebruiken. Met de fiets kom je in een minuut of tien bij de ingang naar het museum. Vervolgens volg je het lange pad langs Meneer Jacques, het beeld van Oswald Wenkebach, naar de entree. Tussen het museum en een bos ligt aan weerzijden een grasveld met beelden: het begin van het beeldenpark.

IMG_3210
De fietsen

Monsegneur jacques, otterlo
Meneer Jacques, Oswald Wenkenbach, 1956

Toen ik in 1963 voor het eerst in het Kröller Müller kwam was het er rustig. Eigenlijk was het nog rustig toen ik in 1973 als kunstcriticus begon. Hoewel er een fameuze Van Gogh collectie hing werd het niet uitzonderlijk veel bezocht. Tegenwoordig is het verstandig in de stille maanden naar het museum te gaan: in januari en begin februari, misschien maart nog en dan weer in de tweede helft van oktober tot half december.

IMG_3278

IMG_4390 - kopie

Zomers buiten en ‘s winters binnen
Mijdt de vakantietijd zou ik zeggen, ga in ieder geval niet op zon- en feestdagen. Overal staan rijen: voor de kassa van het park; voor de zelfbediening in het hele kleine restaurant in de winter, of ’s zomers in de zelfbediening in de buitentent; bij de wc in het museum en vooral ook voor de schilderijen en beelden binnen. Het leidt tot vreemde taferelen van ouders die hun kinderen zo lollig door een beeld heen fotograferen, of hun kind achter een klein torso van Ossip Zadkine laten staan, zodat het lijkt alsof het hoofd van het kind op dat geabstraheerde lijf past. Lolligheid met kunst kan een manier zijn om je een kunstwerk eigen te maken, of het de ideale manier is vraag ik me op zo’n middag af.

 Bij een beeld van Barbara Hepworth

Bij een beeld van Barbara Hepworth

 

Clementius, Ossip Zadkine,1941

Clementius, Ossip Zadkine,1941
Maar als voormalige conservator educator kreeg ik meteen de neiging te vragen: waarom sta je nu zo met je hoofd? Wat zie je, een mens, of zijn het vlakken waarvan je denkt dat het een mens is? Wat is dit? Waarom noemen we zo’n stuk steen kunst en vind je dat ook? Wat is er anders enzovoort, enzovoort. Het museum geeft zelf wel voorlichting voor kinderen, zo is er een dobbelspel en een speurspel waardoor gezinnen zoekend en vindend door de collectie kunnen gaan. Het valt op dat niet actief worden aangeboden, dus ontdekt vrijwel niemand dit en banjeren kinderen lawaaierig door de collectie.
Het museum heeft in schoolverband voorlichtingsprogramma’s voor kinderen. Er staat op de website van het museum wel weer een leuk filmpje over Van Gogh van een kwartier voor jonge kinderen. Dat kun je helaas niet full screen draaien. Het staat bij gezinnen en groepen Er is een digitaal schilderspel ontwikkeld waarin iedereen een werk schijnt te kunnen namaken. Maar ook dat was niet goed aangegeven en werd door ons niet opgemerkt.
Een beeld om kleine kinderen iets bij te leren is Opgaande en neergaande L, van Rickey uit 1981. De twee roestvrij stalen vormen bewegen in de wind. Het is bizonder: licht, bewegelijk en kwetsbaar. Het is de tweede Rickey in de collectie en een geschenk van de erfgenamen Sanders aan het museum ter nagedachtenis aan hun ouders die bij leven al zo’n 150 werken aan het openbaar kunstbezit schonken.
Opgaande en neergaande L, Rickey, 1981 Opgaande en neergaande L, Rickey, 1981

 

Steun aan de avant-garde
Het Kröller Müller museum en het park zijn een ideale eenheid waar niet alleen Van Gogh een belangrijke rol speelt. Er is aandacht voor andere Nederlandse kunstenaars die internationaal een rol speelden: Mondriaan en de Stijl zijn goed vertegenwoordigd. Ook daar werd er niet benauwd verzameld. Bovendien kreeg het museum in de loop van de tijd mooie schenkingen zodat er bijvoorbeeld van Theo van Doesburg bijzondere schetsen en schilderijen zijn. Van Doesburg staat in Nederland altijd wat in de schaduw van Mondriaan, hij was op een andere manier speels en vond dat niet alleen het strakke horizontaal / verticaal leidend moest zijn. Dus vinden we sierlijke poppetjes en kleine schilderijen met schuine vlakken.
Bremmer en mevrouw Kröller Müller hadden zowel met Mondriaan, als ook met Bart van der Leck een financiële overeenkomst. Vandaar dat van beiden belangrijke schilderijen in de collectie zitten. Bij Bram van der Leck kochten ze sinds 1911 zoveel dat dit diens bekendheid in de weg heeft gestaan. In de winter opstelling van 2015 hingen diens overbekende Kat uit 1914 samen met het monumentale De Storm, 1916 en twee volkomen abstracte schilderijen uit zijn Stijl periode Het uitgaan van de fabriek, die in 1917, het jaar van hun ontstaan, werden gekocht. Later verwierf Bram Hammacher nog Compositie met grijze streep, dat Van der Leck tussen 1956-58 maakte.

Kat,1914, Bart van der Leck, 1916

Kat, Bart van der Leck, 1914

 

De Storm, Bart van der Leck, 1916

De Storm, Bart van der Leck, 1916

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Compositie1917, no 3, Bart van der Leck, 1917

Compositie 1917, no 3, Bart van der Leck, 1917

Compositie1917, no 4, Bart van der Leck, 1917

Compositie1917, no 4, Bart van der Leck, 1917

 

 

 

 

 

 

 

 

Compositie met grijze streep, Bart van der Leck, 1956 /58, foto van de website van het museum

Compositie met grijze streep, Bart van der Leck, 1956 /58, foto van de website van het museum

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit de generatie voor De Stijl kochten mevrouw Kröller Müller en Bremmer het prachtige schilderij Il vient de loin, van Paul Gabriël, circa 1887. Het enige Nederlandse schilderij uit die tijd waar we prominent een stoomlocomotief op zien. Hij kan dan wel van ver komen, maar de moderne tijd rukt op in de idylle van het zompige landschap dat de Haagse school schilders zo graag lieten zien.

IMG_5319

 

 

 

 

 

Il vient de loin, Paul Gabriël, 1887

 

Individu en groep
Helene Kröller Müller verzamelde volgens de richtlijnen van Bremmer waarin het belang van de persoonlijke ontwikkeling van een kunstenaar altijd gezien werd in het licht van grote stromingen uit de kunst. Daar binnen maakte ze eigen keuzes. Van Gogh heeft hierin zo’n dominante plaats dat bijvoorbeeld het Duitse expressionisme, de Franse Fauvisten en Vlaamse schilders als Permeke en Van den Berghe hier buiten vielen. Toch is het een bijzondere collectie,  door die eigenzinnige visie op wat er was in de Europese beeldende kunst. Haar collectie wordt vooral in het oudste deel van het museum getoond.

In de uitbouw van Quist uit 1977, dat nog steeds het nieuwe deel heet, worden wisselende tentoonstellingen gehouden. Daarnaast is er dus nog de enorme beeldentuin. Het Kröller Müller Museum is door zijn ligging in het grote park de Hoge Veluwe meer dan de moeite waard een aantal keer te bezoeken en in verschillende jaar getijden, maar wel buiten de vakantietijd.
Bij de ingang van het museumgebouw hangt een werk van Bruce Nauman: ‘Window or Wall Sign’ uit 1967. Het is een regelmatig geschreven tekst in blauwe neon-letters gevat in een ronde rode neon-lijn. De dubbelzinnige betekenis: credo en vraag, is meteen zichtbaar: ‘The true artist helps the world by revealing mystic truths’. Helene Kröller-Müller en Henk Bremmer hadden het zelf kunnen zeggen.

IMG_3223

Window or Wall Sign, Bruce Nauman, 1967

 

Voor wie meer over Helene Kröller-Müller wil weten,  is Eva Rovers bekroonde biografie: De eeuwigheid verzameld. Helene Kröller-Müller (1869-1939)  een belangrijke bron

 

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Informatie en voorzieningen

Kröller Müller Museum,
W Kröller Müller
T 0318 591 241
di t/m zo 10.00-17.00 uur, meer info op de website

bereikbaarheid
OV moeizaam, met de auto makkelijk
parkeren goed bij ingang park €3,-, + gratis fiets, of bij museum € 6,50
collectie informatie
folder niet ontdekt
zaalteksten
presentatie collectie
route informatie - van website downloaden
vriendelijkheid
winkel
kinderactiviteiten
in het museum voor gezinnen niet ontdekt, info op de website
eigen ruimte niet ontdekt
museumwinkel
assortiment
kunstboeken
kinder-kunstboeken
grappige kleine cadeautjes
museumrestaurant
prijs/kwaliteit
menu
wc
schoon
makkelijk te vinden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Cookies aanpassen