Op weg naar de kunst

bespreekt de eigen collectie van musea in Nederland en elders.

Antwerpen etc: Rubens in de kerken van Antwerpen, Aalst en Mechelen

,

Voor een strijdend geloof: Rubens’ invloed in de kerken van Antwerpen, Aalst en Mechelen
Wie Antwerpen bezoekt en een dag extra tijd heeft, kan een prachtige wandeling door het oude centrum maken en vier kerken bezoeken waar nog steeds schilderijen van Rubens hangen.  Een van de kerken is zelfs mede door hem ontworpen. Het centrum van Antwerpen is niet zo groot; de kerken liggen op loopafstand van elkaar. In bijna alle kerken zijn gidsen die graag meelopen. Onder aan dit stuk staan de openingstijden. Ook buiten Antwerpen valt Rubens invloed te zien, onder meer  in de kerken van Aalst en Mechelen. Beide steden staan niet zo vaak bij de uitstapjes die je in België kunt maken, maar ze zijn zeker een bezoek waard en hebben een prachtige Grote Markt.

Als Rubens in 1608, na 6 jaar, uit Italië en Spanje terugkomt naar Antwerpen, is de stad weer katholiek na een periode met een stevig protestants regime. De Nederlanden staan aan de vooravond van het Twaalfjarig Bestand. Na alle vernietigingen door de geuzen en de calvinisten is er behoefte aan nieuwe kunst die het juiste (katholieke) geloof uitdraagt. Geld, noch middelen werden gespaard. Rubens en de Jezuïeten brachten de Barok naar de kerken, waarvan ze ‘paleizen van God’ maakten. Zoals het past in de Barok is geen enkele versiering te veel. De oude, inmiddels kale Gotische kerken werden opnieuw gevuld met beelden, schilderijen, koorgestoelte en preekstoelen. Er ontstond een enorme vraag naar kunst niet alleen voor de kerken, maar ook voor rijke burgers. Rubens’ werk werd gevraagd voor talrijke paleizen, kerken en patriciërswoningen.

Detail Rubens, Kruisoprichting, Rubens, 1609-10
Detail Kruisoprichting, Rubens, 1609-10

De jonge Rubens bestudeerde toen hij in dienst was van de hertog van Mantua in Venetië, Rome en Madrid de moderne Italiaanse kunst van zijn tijd. Titiaan, Michelangelo, Raphaël en met name de theatrale schilderijen van Caravaggio maakten indruk. Voor een schilderij dat moest overtuigen was een dramatisch moment het belangrijkste. Alle figuren, ook de vele heiligen, zijn in levendig als normale mensen! Bij eerdere kunstenaars zag men de eerbied en het ontzag dat een heilige moest oproepen, nu werd juist hun menselijkheid en lijden benadrukt. Kunstenaars in Rome hadden dit al verinnerlijkt en Rubens bracht deze noviteit naar het noorden en gaf zijn kunst een eigen accent. Zijn vrouwen zijn bijvoorbeeld altijd als “Rubens-vrouwen’ te herkennen, vaak blond, mollig en actief.
Peter Paul Rubens werd de dominerende schilder in de Nederlanden van zijn tijd. Soms werkte hij samen met anderen, zoals Jan (Fluwelen) Brueghel, Frans Snyders en Joost de Momper, aan een schilderij. Hij was de leermeester van Teniers, Jordaens, Faydherbe,  Snijders, Van Dijck, Cornelis De Vos, Theodoor van Thulden, Abraham Diepenbeeck en anderen. Zij begonnen in zijn atelier en voerden daar uiteindelijk onder zijn toezicht opdrachten uit. Zo heeft de Sint Pauluskerk een serie van 15 schilderijen over het leven van Jezus en Maria (de 15 Sacramenten). Hiervoor schakelde Rubens, gezien de omvang van het werk, ook anderen in.

Een deel van de cyclus over het leven van Jezus en Maria
Een deel van de schilderijen over het leven van Jezus en Maria

Drie schilderijen uit het leven van Jezus vallen meteen op: de Geseling (door Rubens), de Val onder het Kruis, tijdens Jezus tocht naar de Calvarieberg (van zijn leerling Antoon van Dijck) en de Kruisiging (door Jordaens). Rubens ging in de Pauluskerk biechten bij pater Van Ophoven, die later bisschop Ophovius van ’s Hertogenbosch werd. In het Haagse Mauritshuis hangt een schilderij dat  Rubens van de bisschop maakte.

De Pauluskerk is net als de OLV-Kathedraal een gotische kerk. Na hun terugkeer, na de Beeldenstorm,  moesten de Dominicanen hun zwaar toegetakelde kerk nieuw inrichten. Vandaar dat binnen deze gotische kerk een barok interieur is gezet. Dit is met veel gevoel voor de bestaande verhoudingen gedaan.
Sinds een tiental jaren kan de zogenaamde schatkamer worden bezocht. Daar staan de oude kerkjuwelen. Dat zijn voorwerpen die men nodig had bij de eucharistieviering: monstransen, kelken, ceremoniestaven, liturgische gewaden, beeldjes en ornamenten. De stralenmonstrans uit het midden van de negentiende eeuw is meer dan een meter hoog en versierd met meer dan 500 diamantjes. De lokale ambachtslieden vaarden er wel bij. Antwerpen kent tenslotte van oudsher een bloeiende diamanthandel.

Naast het prachtige interieur heeft de Sint Pauluskerk nog een bijzondere attractie: de Calvarietuin. Toen ik hier voor het eerst kwam, wist ik niet wat ik zag! Is dit nu kitsch, of afgoderij? De beelden zijn te goed voor kitsch, dus is het ernstig bedoeld, maar hoe en wat?
Waarom deze tuin? Voor de Dominicanen, de orde die de kerk en het klooster oprichtten, was een bedevaart naar Jeruzalem van het grootste belang. De Dominicanen richtten het Genootschap van de Jeruzalemvaarders op, maar aan het einde van de 17e-eeuw was het Ottomaanse rijk zo ver Europa ingetrokken dat de bedevaart naar Jeruzalem over land niet meer mogelijk was. Dus besloot de slimme Dominicus van Ketwigh om, geïnspireerd door de Romeinse Engelenbrug van Bernini, op de begraafplaats naast de kerk een eigen Calvarietuin te maken.

De Calvarieberg met alle beelden
De Calvarieberg met een groot deel van de beelden

Als niet-katholiek beleef ik dit fenomeen niet meer als een coherent verhaal. Ik weet er wel iets van, maar weet niet meer precies wie al die heiligen en profeten zijn en wat voor goeds ze in de verschillende bijbel verhalen deden. Een paar ken ik, bijvoorbeeld Mozes met de stenen tafelen en de reus Christoffel die het kleine maar loodzware Christus kind naar de overkant van de rivier brengt en zo de beschermheilige van de reizigers wordt. Het is te bizonder (en eigenlijk ook te bizar) om niet even de tuin naast de kerk binnen te lopen.

Jeruzalemvaarders kenden we overigens ook in de Noordelijke Nederlanden.  In het Utrechtse Centraal Museum hangt het schilderij dat Jan van Scorel van de Jeruzalembroederschap maakte. Van Scorel was overigens zelf ook naar Jeruzalem op bedevaart gegaan. (In onze bespreking van het Centraal Museum in Utrecht staat een filmpje over Van Scorel en onder meer zijn tocht naar de Heilige Stad.)

Voor de Carolus Borromeuskerk kerk ontwierp Rubens een vrijwel vierkante voorgevel, als voor een Italiaanse barokkerk, naar het voorbeeld van Il Gesù uit Rome, de moederkerk van de Jezuïeten. Deze kerkbouw was een noviteit voor het door Gotische kerken gedomineerde Antwerpen. Bovendien is het een kerk zonder kranskapellen in de zijbeuken, omdat het een kerk van een religieuze orde is en niet van een stadsdeel, bisdom, of parochie. De gildes, of rijke burgers bouwden hier dus geen eigen kranskapellen rondom het koor. De kerk werd overigens na de Franse revolutie wel parochiekerk en heeft nu toch twee kapellen in de zijbeuken.

Detail (2016) middendeel voorgevel
Detail (2016) middendeel voorgevel

De kerk is inhoudelijk een eenheid, een kerk met een boodschap. Het is een propaganda kerk waarin het door de protestanten gehavende (ware katholieke) geloof stralend in ere wordt hersteld. Rubens ontwierp het blazoen met de letters IHS van de orde dat midden boven de ingang is aangebracht. Oorspronkelijk kwam IHS, uit het Grieks, het was het synoniem voor Jezus, dat wil zeggen: de verlosser van de mensheid. Voor de Jezuïeten betekende het echter Iesum Habemus Socium: Wij zijn met Hem.

Het wapen van de Jezuïeten
Het wapen van de Jezuïeten

Rubens bedacht samen met de Jezuïeten het iconologische schema voor het interieur: het doorlopende beeldverhaal. Dat zijn, oneerbiedig gezegd, de plaatjes (schilderijen) en vaak grote houten beelden die voor de kerk werden gemaakt. Het thema werd het ontstaan van Christendom: leven en lijden van Christus en zijn moeder Maria, met alle wonderen uit de apocriefe verhalen die daarbij horen, dat wil zeggen de levens van de Heiligen die door de Jezuïeten belangrijk worden gevonden.

Hoe serieus die propagandistische boodschap ook later nog wordt genomen, is meteen duidelijk bij de enorme preekstoel die Jan Pieter van Baurscheit de Oudere ruim een eeuw later maakte na de brand van 1720. We zien een vrouw die de ‘triomferende moederkerk’ voorstelt en dus het ware katholieke geloof. Ze heeft de Pauselijke kruisstaf (drie kruisen onder elkaar) in haar hand en vertrapt met grote kracht de monsters van de leugen en de onwetendheid (de hoofden onder haar voeten) en de draak van de afvalligen(de protestanten). Wie goed kijkt ziet een nogal heftig tafereel dat iedereen duidelijk maakt dat je haar, de moederkerk, maar beter te vriend kunt houden, dan door haar toorn te worden geraakt. Het beeld is met grote zorg en oog voor details gesneden, van de van pijn vertrokken koppen onder haar voeten tot aan de fijn uitgewerkte kanten manchet.

De preekstoel, Jan Pieter van Baurscheit de Oudere, 1720
Preekstoel, Jan Pieter van Baurscheit de Oudere, 1720

]Details van de preekstoel, Jan Pieter van Baurscheit de Oudere, 1720
Details van de preekstoel, Jan Pieter van Baurscheit de Oudere, 1720

Manchet, Jan Pieter van Baurscheit de Oudere, 1720
Detail, Manchet, Jan Pieter van Baurscheit de Oudere, 1720

Wie denkt dat het hout er wat kaal uitziet en niet zo mooi glimmend donker is als in de andere kerken, ziet het nu zoals het bedoeld was. Tijdens de restauratie van Carolus Borromeus is al het houtwerk ontdaan van haar eeuwenoude (verstikkende maar glimmende) waslaag. Op de foto hieronder zien we, rechts van de kaars, een donkere deur die nog niet is bewerkt tussen de beelden en de houten reliëfs die al wel zijn schoongemaakt.

Het schoongemaakte lichte hout en in de deur nog het donkere hout dat we gewend zijn
Het schoongemaakte lichte hout en in de deur nog het donkere hout dat we gewend zijn

Rubens heeft zelf ook het nodige aan het interieur van deze kerk  bijgedragen. Hij bedacht voor het hoofdaltaar een slim systeem met katrollen waardoor driemaal per jaar het schilderij kan worden gewisseld: op Aswoensdag, Tweede Paasdag en in het begin van de Kersttijd. Op die dagen zit de kerk dan ook bomvol omdat iedereen deze bizondere gebeurtenis wel eens wil meemaken. Door een toeval kon de kerk een paar jaar geleden Rubens ‘Terugkeer van de Heilige Familie uit Egypte’ op een Keulse veiling kopen. In het voorjaar van 2017 was de restauratie van dit schilderij klaar en keerde het terug naar haar oude altaar in de geheel gerenoveerde kerk.

Terugkeer van de Heilige Familie uit Egypte, Rubens, 1620-25
Terugkeer van de Heilige Familie uit Egypte, Rubens, 1620-25 Het altaarstuk maakte deel uit van de 43 voorstellingen / schilderijen voor deze kerk. Het merendeel werd zwaar beschadigd, of ging verloren in de brand van 1718

Rubens maakte met een aantal van zijn leerlingen 43 schilderijen op de muren en de plafonds. Door een grote brand na een blikseminslag ging dit ensemble in 1718 grotendeels verloren.  Andere schilderijen werden door de machthebbers uit die tijd gekaapt. Het grote schilderij Maria-Tenhemelopneming dat Rubens in 1613 schilderde werd in 1776 door de Oostenrijkse keizerin Maria-Theresia gekocht.  In 1925 gaf de parochie de opdracht een kopie te maken en weer op te hangen, om een indruk te geven van de originele toestand. Het origineel hangt nog steeds in het Kunsthistorisches Museum in Wenen. Een vergelijkbaar schilderij uit 1626 hangt overigens in de OLV-kathedraal.

De Onze-Lieve-Vrouw Kathedraal (1350-1521) is een belangrijk voorbeeld van de gotische bouwstijl. In de kathedraal hangen maar liefst drie grote kunstwerken die Rubens, samen met zijn atelier, maakte. De ‘Tenhemelopneming van Maria’ (1625), misschien wel de beste versie van dit schilderij dat hij meermalen maakte, hangt boven het hoofdaltaar. Interessant aan dit schilderij is dat het contract met Rubens in1612 werd getekend maar dat het schilderij pas in 1626 werd geleverd. Het atelier van Rubens werkte overuren maar kon blijkbaar toch niet voldoen aan de vraag. In beide zijbeuken staan drieluiken: een ‘Kruisoprichting’(1610) en de ‘Kruisafneming’ (1612). Het zijn triptieken met enorme afmetingen. De kruisoprichting bijvoorbeeld is ongeveer 4,5 bij 6.5 meter, inclusief de zijluiken.
Drama, dat is wat we zien de OLV-kathedraal. Laten we de Kruisafneming eens goed bekijken.

Middenpaneel Kruisafneming, Rubens, 1611
Middenpaneel Kruisafneming, Rubens, 1611

We zien hoe een dode man (Jezus) voorzichtig in een laken van zijn kruis wordt gehaald. De verhoudingen kloppen niet: beide armen van Christus zijn bijvoorbeeld te lang. Vooral die nog naar het kruis uitgestrekte arm draagt bij aan de dramatiek van het moment. Hij verbindt de man boven het kruis in een rechte lijn met het meisje achter Maria Magdalena met de lichtblonde haren. Het laken, de beroemde lijkwade waarin hij ongetwijfeld later in zijn graf wordt gelegd, fungeert als een soort glijbaan zo lijkt het wel. Zo kan men het dode lichaam makkelijker op de grond laten zakken. We zien hoe geconcentreerd en voorzichtig hij wordt behandeld. Zijn moeder is lijkwit, valt bijna flauw, maar probeert toch haar dode zoon op te vangen. Johannes kijkt of Maria Magdalena de voeten van Jezus tegenhoudt en het meisje achter haar kijkt met een mengeling van nieuwsgierigheid en afgrijzen er met de dode man wordt gezeuld. Zij staat letterlijk het dichtst bij ons, trekt ons in het schilderij. Ze is de tolk van onze gevoelens.
Trouwens, als je het schilderij niet staand bekijkt zoals wij dat tegenwoordig doen, maar uit het veel lagere standpunt zoals oorspronkelijk werd gedaan, dan valt die lange arm wel mee. Slim als Rubens was, hield hij rekening met zulke perspectivische foefjes. Slim of niet, tijdens de mis valt hier nog eens iets te bekijken. En wie wekelijks dit grote verdriet ziet, raakt vertrouwd met de kernwaarde van het geloof: het lijden dat Christus voor ons op zich nam.

Deze kerken worden allemaal ‘Rubenskerken’ genoemd. Rubens werd echter in de Jacobus kerk vlakbij zijn huis begraven. Hoewel dit een pelgrimskerk is, voor de pelgrims op weg naar Santiago de Compostella, gaat men er prat op, door zijn grafkapel, ‘een Rubenskerk’ te zijn. Het schilderij Maria omringd door heiligen, zo gaat de overlevering, stond toevallig nog onbetaald in het atelier. Boven het schilderij staat een beeld gemaakt door zijn goede vriend en leerling Lucas Fayd’herbe: Onze Lieve Vrouw van Smarten, naar men zegt, uit Rubens’ eigen kunstcollectie. Omdat de kapel nog gebouwd moest worden, duurde het nog vijf jaar voordat hij in het graf kon worden bijgezet. Rubens is overigens niet de enige die hier is begraven. Er liggen, zo wordt gezegd, nog 136 latere familieleden.

Rubens invloed is dus op allerlei manieren in deze vier kerken te zien.

Openingstijden kerken:
De Onze Lieve Vrouw Kathedraal is de hele dag open.
Carolus Borromeus aan het bijna Italiaans-uitziende Hendrik Conscience pleintje is tussen de middag gesloten. Daar zitten een aantal leuke restaurants.
Sint Jacobskerk van 1 april tot 31 oktober, dagelijks van  twee tot vijf uur.
Pauluskerk is tussen 1 nov tot 31 maart alleen op zaterdag en zondag ‘s middags geopend en van 1 april to 31 oktober  iedere dag in de middag van twee tot vijf uur.
Ook elders in Antwerpen hangen schilderijen van Rubens, zelfs in het Rubenshuis, hierover staat op deze site een filmpje Rubens werk in het Rubenshuis en verder zijn er schilderijen van hem in het Rockoxhuis; in het Plantijn Moretusmuseum; in de Sint-Willebrorduskerk en in het Museum voor Schone Kunsten, als dat na een grote verbouwing in 2019 weer opent.

En als je toch Vlaanderen ingaat op de fiets, want er zijn hele goede routes met mooie rustige fietspaden via het knooppunten systeem, met de auto, of met de trein op zoek naar Rubens invloed:
Aalst heeft een prachtig marktplein met in de kerk een mooi werk van Rubens: Rochus en de pestlijders. 

In Aalst groeide de grote Vlaamse schrijver Louis Paul Boon op. In 1971 publiceerde hij zijn boek over Pieter Daens, de broer van pastoor Adolf Daens twee “christen socialisten” uit Aalst die tot ontzetting van de katholieke fabrikanten en burgerij in de tweede helft van de 19e-eeuw opkwamen voor betere (arbeids-) omstandigheden voor het volk.
Daarnaast is het jaarlijkse beroemde Aalster Carnaval. Op de maandag van ‘Karnaval is er de bezemdans van de Aalsterse Gilles gevolgd door de alom bekende “ajuinenworp”. De prins en de feestcomitéleden gooien van het balkon van het stadhuis snoepgoed dat verpakt is als een ajuin, een ui. In sommige zit een nummer waarmee de vinder een prijs krijgt. Iedereen zoekt het gouden ajuintje, de gaan ajoin, een klein gouden sieraad, dat ieder jaar door iemand anders wordt gemaakt.

Mechelen ligt aan de spoorverbinding tussen Antwerpen en Brussel. Het centrum is klein maar fijn met twee opvallende trekpleisters: het marktplein en de Romboutstoren. In de Romboutskerk  hangen niet langer de schilderijen van Rubens, die werden tijdens de Franse Revolutie geroofd. Maar zijn invloed is goed te zien in het werk van zijn leerlingen die er nog steeds zijn, zoals Jan Erasmus Qellinus uit 1630, en beelden van zijn vriend en leerling Faydherbe die ook een beeld voor Rubens grafkapel in de Sint Jacob in Antwerpen maakte. Voor de liefhebbers:  er hangen enkele Coxcies, maar het belangrijkste schilderij is  de Christus aan het Kruis (1630) van Antoon Van Dijck, de meest succesvolle leerling van Rubens.

 

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.