Op weg naar de kunst

bespreekt de vaste collectie van musea in Nederland en elders.

Antwerpen, Museum Mayer van der Bergh (1)

,

Grote kunst in een huiselijke sfeer

Dit kleine huis-museum heeft een indrukwekkende en veelgeprezen collectie die Fritz Mayer van den Bergh (1858-1901) rond 1900 verzamelde. In korte tijd bracht Mayer van den Bergh 3000 kunstvoorwerpen van hoge kwaliteit bij elkaar: schilderijen, beeldhouwwerken, manuscripten en toegepaste kunst: sieraden, glas-in-lood vensters en meubels. Na zijn onverwachte dood na een val van zijn paard, bracht zijn moeder de collectie onder in een museale opstelling. Het museum ligt op loopafstand van het Rubenshuis en is meestal een oase van stilte. Dit is telkens weer een verrassing, want de verschillende verzamelingen zijn van bizonder hoge kwaliteit.

Het museum opende zijn deuren in 1904, drie jaar nadat Fritz Mayer van den Bergh van zijn paard was gevallen en overleed. Zijn moeder, Henriëtte Mayer-van den Bergh, zorgde er voor dat er een museum voor zijn collectie kwam. Ze liet er zelfs een huis in een neo-gotische stijl voor bouwen, een toen niet ongebruikelijke bouwstijl. Zelf was ze tot op hoge leeftijd betrokken bij het beheer van het museum. Er komt meer informatie over Fritz, zijn moeder en zijn collectie van de Bruegels op onze site.

Begane grond: impresie
Begane grond: impresie

Het privémuseum is inmiddels een stedelijk museum en bezit een wereldberoemde collectie kunst uit de Nederlanden van de 14de tot de 16de eeuw. Naast schilderijen van de Vlaamse Primitieven en Vlaamse barok schilders verzamelde Mayer van den Bergh veel beelden. Behalve grote namen bevat de collectie ook prachtige kunst van minder bekende meesters en veel toegepaste kunst. Kijk vooral eens naar de mooie verfijnde sieraden, het leren behangsel, en andere interieurelementen.

Portretten van families
In de eerste zaal beneden hangen familieportretten, een genre waar Fritz Mayer van den Bergh een voorliefde voor had. In de 17e-eeuw werden in allerlei varianten honderden familieportretten in de Nederlanden (Noord en Zuid) geschilderd. Men maakte groepsportretten van schutters, of gilden, van regenten (heren en soms ook dames) van armenhuizen en van rijke families. Daarnaast werden ook individuele portretten gemaakt. Uiteindelijk waren zulke portretten statussymbolen: men etaleerde zijn luxe en aan het schilderij kon men aflezen hoeveel men er voor betaald had. Zoals we in het Rubenshuis zagen was de gedetailleerdheid van het schilderij afhankelijk van hoeveel er werd betaald. Voor een schilderij door de meester schilder zelf, betaalde men meer. Wie minder wilde betalen, moest genoegen nemen met leerlingen.
Gezinnen werden niet altijd binnenskamers geplaatst, maar ook wel buiten. Ze stonden dan meestal in een verzonnen landschap, zoals in het familieportret van de ongeveer 33-jarige Hagenaar Willem van der Does, die later burgemeester van zijn stad werd, met zijn vrouw en zeven kinderen. Johannes Mijtens schilderde hen.

Portret van Willem van der Does met vrouw en kinderen, Johannes Mijtens, 1650
Portret van Willem van der Does met vrouw en kinderen, Johannes Mijtens, 1650

De mooiste reeks maakte Cornelis De Vos (1584-1651), een van de meest gevraagde Antwerpse portretschilders. Joris Vekemans liet hem omstreeks 1624 zijn gezin schilderen, niet als groep maar individueel. Mayer van den Bergh kon in 1897 vier panelen kopen. Het vijfde paneel werd in 2006 in een langdurig bruikleen aan het museum gegeven. Men vermoedt dat er zes zijn gemaakt. De kinderen stonden waarschijnlijk, net als hun ouders, steeds als paar bij elkaar. Ondanks de rijkdom die de familie uitstraalt, bezit de groep een hoge mate van intimiteit. Het is door deze combinatie en de duidelijke familieband een bijzondere reeks. Kinderen werden wel vaker ten voeten uit geschilderd; meestal werden het statige mannetjes en vrouwtjes. In dit geval hebben ze duidelijk individuele trekken gekregen.

De famile Vekemans, Cornelis de Vos, ca 1624
De familie Vekemans, Cornelis de Vos, ca 1624

Gewone volk
Het aardige is dat Mayer van den Bergh  niet alleen werk verzamelde met daarop zijn eigen sociale klasse, zoals portretten van magistraten. Op de eerste verdieping vinden we meer volkse taferelen, bijvoorbeeld een Plattelands Heelmeester (1633) van Pieter Symonz Potter, of het Boerengezelschap van Pieter Aertsen, geschilderd in 1556. In die tijd zag men meteen dat het laatste schilderij over een bordeelscene ging. Niet alleen hing er een geopende vogelkooi bij de voordeur (het vogeltje is gevlogen) maar het meisje lijkt zowel de zittende man te betasten, terwijl ze tegelijkertijd wordt omarmd door een tweede man. Verder is er sprake van verspilling: mosselschelpen en een suggestief worstje liggen op de grond. De jongen bij het vuur  draagt een papieren kroon, een symbool van dwaasheid. Deze moralistische schilderijen hebben altijd een dubbele betekenis: aan de ene kant de waarschuwing zo diende de burgerij niet te leven, anderzijds ziet diezelfde deftige burgerij wel al die vrolijke schaamteloosheid.

Aertsen, een Amsterdammer, werkte meer dan 20 jaar in Antwerpen. Hij schiep een eigen nieuw genre: het keukenstuk. We zien mensen die bezig zijn met de voorbereidingen van een grootse maaltijd, of we zien marktscenes. Zijn neef en leerling, de Antwerpse meester Joachim Beuckelaer vervolmaakte de marktscenes waardoor het genre nog heel lang meeging in de schilderkunst.  Beuckelaer schilderde veel marktscènes met personages en grote hoeveelheden fruit, groenten en soms ook wild en gevogelte. Diens Groenteverkoopster (1565), straalt rijkdom en zinnelijkheid uit. Dergelijke schilderijen zijn een soort stillevens, waarvan we tegenwoordig niet helemaal zeker zijn of er een boodschap in zit, of niet. Veel vruchten werden immers ook als erotische symbolen gebruikt, maar dit werk lijkt ‘slechts’ een lofzang op het leven, de natuur, de weelde en het vrouwelijke schoon.

Boerengezelschap bij de haard, Pieter Aertsen, 1556, foto van de website van het museum
Boerengezelschap bij de haard, Pieter Aertsen, 1556, foto van de website van het museum

Groenteverkoopster, Joachim Beuckelaer, 1565, foto van de website van het museum
Groenteverkoopster, Joachim Beuckelaer, 1565, foto van de website van het museum

Stillevens
In een tussenzaaltje hangen mooie stillevens, onder meer van de Abraham Mignon, Daniël Seghers en Cornelis Mahu, die dicht in de buurt komt van de wereldberoemde stillevens van de Haarlemse meester  Willem Heda. Er werden in die tijd talloze stillevens gemaakt. Het genre was zo geliefd omdat het zowel mooi en zinnenprikkelend als moralistisch was: bijna altijd gaat het over vergankelijkheid, of moet het ons er aan herinneren dat overvloed schadelijk is. Bovendien waren stillevens goedkoper dan landschappen of portretten. Deze specialisten uit de Gouden Eeuw wilden de uiteenlopende materialen zo echt mogelijk laten schijnen. De beste werken uit dit genre beïnvloeden nog steeds de huidige kookboekfotografie.

Half Reisaltaartje
Het Mayer van den Bergh museum bezit het oudste schilderij dat in een Belgische verzameling wordt bewaard:  Maria met kind en vier taferelen uit haar leven, dat rond 1275 werd geschilderd door Simeone en Machilone van Spoleto (Italië). Het werk laat Maria op haar troon zien; op haar schoot zit de zegenende Jezus.  in 1898 kocht Fritz Mayer van den Bergh het schilderij voor slechts 255 frank gekocht in Parijs. Daar kocht hij ook twee kleine panelen uit een vierluik  met de Aankondiging, de Geboorte van Christus, de Kruisiging en de Verrijzenis van Christus.
Inmiddels is bekend dat in Baltimore de twee ontbrekende paneeltjes zijn. Het is een kostbaar opklapbaar reisaltaartje dat, zo denkt men, voor Philips de Stoute(of stoutmoedige) is gemaakt, een van de Bourgondische hertogen die een grootse, eigenlijk koninklijke, levensstijl hadden. Daar hoorden kostbare kunstwerken zoals dit reisaltaartje bij. Wie deze twee delen uit het leven van Christus goed bekijkt, ziet God de vader in de hemel commentaar leveren op de gebeurtenissen op aarde, Zowel in de Aankondiging (in Baltimore) als ook in Verrijzenis (hier in Antwerpen) heeft hij een boek bij zich waarin alpha et omega staat: God is het begin en einde. Tegelijkertijd zien we in de vier afbeeldingen de hoogtepunten uit het leven van Jezus, dus ook het begin en einde van diens leven op aarde. Op de achterkant van de Verrijzenis staat de heilige Christoffel,  de beschermheilige van de reizigers. Door het formaat en deze Christoffel denkt men dat Philips de Stoute het kleine altaartje meenam als hij op reis ging.

De Geboorte & de Verrijzenis van Jezus, onbekende kunstenaar, ca 1400
De Geboorte & de Verrijzenis van Jezus, onbekende kunstenaar, ca 1400

De heilige Christoffel, onbekende schilder, ca. 1400
De heilige Christoffel, onbekende schilder, ca. 1400

Details uit de twee Antwerpse panelen met God de Vader.
Details uit de twee Antwerpse panelen met God de Vader

Vlaamse primitieven
De schilderkunst van de Zuidelijke Nederlanden bereikte na 1400 een eerste hoogtepunt met de zogenaamde Vlaamse Primitieven, die overigens weinig primitief zijn. In eerste instantie denken we dan aan de Gebroeders Van Eyck die in Brugge en Rijsel (Lille) werkten. Quinten Metsys (Matsijs of Massijs) wordt beschouwd als de eerste grote schilder van de Antwerpse school aan het einde van de 15de eeuw. Hij begon als een van de laatste Vlaamse Primitieven, maar werd onder invloed van de Italiaanse kunst een Renaissance schilder. Mayer van den Bergh kocht diens Calvarie met stichterspaar, ca 1520 in Bergen op Zoom.

Calvarie, Quinten Metsys, ca 1520
Calvarie, Quinten Metsys, ca 1520

De stichters, de figuren in het zwart op de zijluiken, zijn onbekend, maar vermoedelijk afkomstig uit deze stad. Het is een prachtig drieluik waarin het landschap met Jerusalem een eigen belangrijke rol speelt. Op het middenpaneel speelt de Maria Magdalena aan de voet van het kruis een belangrijke emotionele rol, Maria Jezus‘ moeder staat in stille smart links van het kruis en rechts, als gebruikelijk, Johannes de Apostel die na de dood van Christus voor diens moeder zal zorgen.

Barok
De collectie schilderkunst bevat mooie Vlaamse barok. Van Jacob Jordaens hangt er De Aanbidding van de herders (ca. 1618). Jordaens was veruit de langstlevende schilder van de drie grote Antwerpse schilders: Rubens, Van Dyck en Jordaens. Jordaens, een protestant, bevolkte zijn religieuze en mythologische taferelen met gewone mensen, zoals in deze Aanbidding van de herders, ca 1618. Hij gebruikt een sterk licht-donker effect waarbij het kind in het volle licht staat. Het is opvallend dat onder de herders ook herderinnen zijn. Het zijn realistisch personages, ook het babygezichtje van Christus zelf.

De Aanbidding van de herders, Jacob Jordaens, ca. 1618, foto van de website van het museum
De Aanbidding van de herders, Jacob Jordaens, ca. 1618, foto van de website van het museum

Er zijn veel historie schilderijen, dat zijn schilderijen met verhalen. Die kunnen zowel uit de Bijbel komen, als ook uit de klassieke mythologie. Vooral de klassieke oudheid bood de kans opvallend veel naakt, vrouwelijk en mannelijk, te laten zien. Tenslotte dienden deze werken zowel ter stichting als ter vermaak. Van Gerard de Lairesse kocht Mayer van den Bergh: Venus schenkt wapens aan Aeneas, een tafereel uit de Griekse mythologie. Venus is een weelderige tamelijke jonge vrouw die boven haar zoon Aenas zweeft als ze hem zijn nieuwe wapens laat zien die zij door haar man Vulcanus, de god van het vuur, heeft laten maken. Je moet het maar weten. Een handig begeleidend boekje geeft tekst en uitleg. Dat is een goede hulp.

Venus schenkt haar wapens aan Aeneas, Gerard de Lairesse, 1668 foto van de website van het museum
Venus schenkt haar wapens aan Aeneas, Gerard de Lairesse, 1668 foto van de website van het museum

Beeldhouwkunst
Het museum heeft een van de belangrijkste Belgische collecties middeleeuwse beeldhouwkunst, met voorwerpen uit hout, albast, ivoor en marmer, van de 12de tot de 18de eeuw. De eerste beelden zijn nog pilaarbeelden uit het einde van de twaalfde eeuw. Je ziet hoe ze als het ware uit de pilaar ‘groeien’, gekapt zijn. Zo begon in West-Europa de beeldhouwkunst: vanuit de pilaar komt men tot zelfstandige losstaande figuren. Deze voorbeelden zijn zo elegant en gedetailleerd, dat je het gevoel krijgt deze beeldhouwer al bijna grote losse beelden zou kunnen maken.

Oilaarbeeld uit Châlons-sur marne, tussen 1170-1183
Pilaarbeeld uit Châlons-sur Marne, tussen 1170-1183[

In 1898 koopt Fritz Mayer van den Bergh met zijn hele kapitaal, plus geleend geld, in Parijs de collectie van Carlo Micheli. Die verzamelde vooral gotische beeldhouwkunst in klein formaat. De pilaarbeelden komen ook uit diens collectie. Net in deze periode neemt de belangstelling voor deze middeleeuwse kunst toe, maar Mayer van den Bergh is de grote musea voor. Later zal hij een deel van de collectie weer verkopen. Niet het fraaie laat gotische beelden retabel (altaarstuk) van Jan Borreman, noch de Begrafenis van Andreas.

Begrafenis van de heilige Andreas, anoniem, Brussel, 1510-1515
Begrafenis van de heilige Andreas, anoniem, Brussel, 1510-1515

De Christus-Johannesgroep, een van de topstukken uit de beelden collectie, kocht hij later. Heinrich von Konstanz maakte het werk rond 1300. Het beeld moest de Dominicaner nonnen uit Sankt Katharinental in Zwitserland tot grotere devotie en liefde voor Christus brengen. Hoewel het bijna levensgroot is, valt deze twee-eenheid op door haar intimiteit en een verstilde schoonheid. Het sluit prachtig aan bij de veel latere Calvarie van Metsys, waar  de apostel Johannes onder het kruis staat.

Jezus en de Apostel Johannes, Heinrich von Kostanz, ca 1300
Jezus en de Apostel Johannes, Heinrich von Kostanz, ca 1300

Verfijning, verstilling, inkeer
Het museum Mayer van den Bergh is knus en klein, maar het is geen museum waar je zo maar even doorheen kan lopen, integendeel. De collectie vormt een bizonder geheel waarin van vroege schilder- en beeldhouwkunst samen met het meubilair een eigen stemming wordt gegeven: een beeld op een tijdperk. Verfijning, verstilling, inkeer, dat zijn de kernwoorden. Je moet de tijd nemen om hier de kunstwerken goed te bekijken. De intensiteit van de verzameling vraag rust en eigenlijk ook een tweede, zo niet derde bezoek. Naar goede vrienden keer je toch ook altijd terug, dus waarom niet naar Fritz en Henriëtte Mayer van der Bergh?
Fritz Mayer van den Bergh is de ontdekker van Pieter Bruegel de Oude, een schilder die vrijwel was vergeten aan het einde van de 19e-eeuw. Het belang hiervan mag niet onderschat worden. Daarom hebben we de Bruegel schilderijen en tekeningen uit zijn collectie in een eigen bijdrage besproken. Daar wordt ook iets uitgebreider op het leven van Mayer van den Bergh ingegaan.

 

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Informatie en voorzieningen

Museum Mayer van der Bergh

Lange Gasthuisstraat 19, 2000 Antwerpen, België

W Mayer van den Bergh
T +32 338 81 88
di t/m zo 10.00-17.00 uur, altijd voor actuele informatie ivm feestdagen en andere zaken, de website controleren

bereikbaarheid
OV> Vn CS Antwerpen naar museum een mooie wandeling door de stad
parkeren dichtbij is een parkeergarage
collectie informatie
folder is uitgebreid en leuk om te lezen, wordt regelmatig aangevuld met folders over tijdelijke exposities
zaalteksten goed en helder
presentatie collectie traditioneel en duidelijk
route informatie - duidelijke pictogrammen
digitaal - was er nog niet, maar wel een hele goede website ook voor (klein)kinderen
vriendelijkheid
suppoosten vriendelijk
winkel zeer vriendelijk
kinderactiviteiten
in het museum, op de website aangegeven, kijk onder: activiteiten gezinnen
eigen ruimte voor school educatie
museumwinkel
assortiment: te beperkt voornamelijk eigen collectie
kunstboeken: voornamelijk eigen collectie
kinder-kunstboeken niet gezien
geen grappige kleine cadeautjes
museumrestaurant
niet aanwezig
wc
schoon
makkelijk te vinden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Cookies aanpassen