Op weg naar de kunst

bespreekt de vaste collectie van musea in Nederland en elders.

Middelburg, Zeeuws Museum

Oude Zeeuwen, Nieuwe Zeeuwen en tijdelijke Zeeuwen
Het Zeeuws Museum ligt pal achter de grote kerk, de 86 meter hoge Lange Jan, in een voormalige middeleeuwse abdij in het centrum van de stad. Bij de kerk horen een mooie kruisgang en de herstelde kruidentuin van de Norbertijnen. Ooit was dit het middelpunt van een belangrijk verdedingingswerk: de Middel-Burcht (tussen de burchten van Domburg en Souburg), vandaar de naam. Na de onafhankelijkheid van Spanje vergaderden de Staten van Zeeland in een van de zalen van wat het huidige museum is. Hoewel het er allemaal oud en authentiek uitziet, is dit gedeeltelijk schijn. Na de Tweede Wereldoorlog waren nog weinig gebouwen onbeschadigd, maar het centrum herrees uit de brokstukken. De Zeeuwse wapenspreuk Luctor et Emergo, ik worstel en kom boven, bleek al weer waar te zijn. Dit is het tweede stuk over het Zeeuws Museum, deel 1 staat elders onder Middelburg op de website. Daar wordt een aantal andere werken uitvoerig besproken.

Het museum heeft inmiddels een goede reputatie wat betreft het verrassend werken met lokale tradities. Een paar jaar geleden integreerden ze de collecties klederdracht en beeldende kunst op een ongelofelijk aardige manier. Vervolgens liet het museum houtbewerking zien en in 2018 kwamen traditionele Zeeuwse objecten uit het eigen depot aan bod. Die wisselende tentoonstellingen behandelen iedere keer een aspect van de eigen collectie waar  normaal gesproken niet veel aandacht voor is. Zo ontstaat, in de ene tentoonstelling wat beter geslaagd dan de andere, het beeld dat in Zeeland folklore nog steeds leuk is.
Het begint vrijwel jaarlijks met een nieuw icoon van het Zeeuwse meisje. De oerversie staat natuurlijk op de boter. Het meisje dat het museum laat zien, is na-oorlogs modern. Ik ben er zelf maar even bij gaan staan in 2016. Er hingen indertijd jakjes in het atelier bij de Zeeuwse jakjes, een belangrijk onderdeel van de klederdracht.


Klassiek Zeeuws Meisje


Museum affiche 2018, het model staat achter een aantal objecten uit de collectie!

Het nieuwe kijken
Het is slim om de lokale traditie aan deze tijd te knopen, maar de laatste expositie vonden we heel verwarrend. Tot 9 juni 2019 is er voor een samenwerking gekozen met een jong Haags kunstenaarscollectief Das Leben am Haverkamp. De vier kunstenaars, afgestudeerd in mode en design, bedachten een ingewikkelde procedure voor hun tentoonstelling: een aantal bezoekers mocht voorwerpen uit het depot van het museum bespreken. Let wel: het waren voorwerpen uit het dagelijks bestaan van een soms grijs verleden; de bezoekers wisten vaak niet wat ze nu precies zagen en hoe ze dat moesten omschrijven. Die verhalen werden opgenomen en vormden het materiaal waarmee de vier kunstenaars aan de slag gingen. Das Leben am Haverkamp maakte zestig vrolijke objecten waarvan de betekenis is los gezongen van het origineel. Er waren bezoekers die zich door deze opstelling “helemaal creatief” voelden worden. Ik werd een beetje treurig.


Zaaloverzicht 2018: kunstenaarscollectief Das Leben am Haverkamp

Ieder object krijgt een eigen bespreking/omschrijving in een audio die je kunt afspelen. Die bespreking gaat over een onzichtbaar object uit het depot. Wat je ziet, is wat Das Leben am Haverkamp bij deze verhalen associeerde. Op een klein aantal voorwerpen na is niet duidelijk wat het oorspronkelijke object was en lijkt er uiteindelijk weinig verband te zijn tussen de gesproken tekst en het object in de zaal. Zo was de aanleiding voor de rode mantel, rechts op bovenstaande foto, een bespreking van een 19e-eeuwse zwart fluwelen damesmantel. Indertijd werd een voluptueuze mode gedragen waar dan nog eens de jas overheen moest. Daardoor maakt de bespreking een wat aarzelende associatie met een boerka waar bommen onder verstopt kunnen worden. Boerka, terrorist en hup, dan ontstaat dit gewaad.
Al die vrolijke associaties zorgen voor verwarring. Dat is waarschijnlijk ook de bedoeling. Zo merkt de toeschouwer dat kijken, beleven, subjectief is. Dat is op zich een mooi experiment. Toch is prettiger als die subjectiviteit in een museum een laag van kennis en informatie krijgt en uitstijgt boven het aller persoonlijkste. Door een fotootje van het voorwerp uit het depot kan ook de niet zo creatieve bezoeker zien wat het onderwerp was en hoe geassocieerd werd. Waar eerdere tentoonstellingen in dit museum uitblonken door hun speelse voorlichting, dreigt hier verwarring. Twee zalen met zestig objecten en even zo vele luidsprekers is te veel als drie of meer bezoekers tegelijkertijd een bespreking willen horen.


Object 40, een associatie: “Ik zie een heel blond meisje in deze warme muts in die ruige wintertijden, lang voorbije tijden, en heel blij werd.”

De vier kunstenaars nemen, zo schrijven ze, “afstand van de denkbeeldige afscheidingen tussen (kunst-) disciplines.” Dat vind ik wel spannend. Het zou, wat mij betreft, veel spannender zijn geweest als het kunstenaarscollectief associaties bijvoorbeeld bij ‘Zeeuwse’ kunstwerken uit de collectie hadden gemaakt. Wat denken ze van en hoe associëren ze bij de lokale schilderijen van Jan en Charley Toorop en Reimond Kimpe, die bijna een eeuw oud zijn? Heeft deze kunst nog zeggenschap, waarde, betekenis voor jonge kunstenaars?

Terzijde
We misten de aardige opstelling waar eerder de klederdracht tussen Zeeuwse kunst stond: die boeren en landschappen van Jan en Charley Toorop en van Reimond Kimpe bij het sobere zwart van de kleding, de dikke strengen bloedkoraal, een sexy corsetje uit voorbije tijden en het blinkende goud waarmee de ijle kappen werden vastgezet.


Zaaloverzicht 2016

Helaas is de prachtige korte film van Paul en Menno de Nooijer Stripshow 1850 helemaal verdwenen. Hierin ontdoen twee dansers zichzelf en elkaar als poppen van eindeloze lagen Zeeuwse klederdracht.
Op de website van het museum staat bij Handwerk een aantal hele leuke filmpjes. Niet alleen over het jakje, maar ook over houtbewerking en het vouwen van een Zuid-Bevelandse (protestantse) muts. De muts van de katholieke vrouwen zag er anders uit. In onze huidige geseculariseerde wereld is het opmerkelijk dat een Zeeuwse kap een geloof kan hebben. Toen herkende men elkaar door zo’n kledingstuk.


Een katholieke muts (links) en een protestantse muts (rechts) van kloskant, Zuid-Beveland, ca 1820.

Tijdelijke Zeeuwen en echte Zeeuwen
Zeeland was een rijke provincie. Dat zie je niet alleen aan de grote herenhuizen, de kerk en de abdij op weg naar het museum. Rond 1900 was het aanpalende Domburg een geliefd vakantiedoel bij vooral de Duitse adel. Het Zeeuwse licht en de lucht zijn bizonder en werden als gezond gevonden. De fysiotherapeut van de keizerin hield praktijk in het Badhotel en talloze gasten volgden. Door het Zeeuwse licht, en mogelijk ook door de rijke badgasten, trok ook Jan Toorop naar Domburg en in zijn kielzog een keur aan kunstenaars. Tot aan de Tweede Wereldoorlog bleef Walcheren geliefd doel voor een (werk-)vakantie.


Gebed voor de maaltijd, Jan Toorop, 1907.

Naast Jan en zijn dochter Charley Toorop, werkten hier voor een korte, of langere tijd Mondriaan, Jacoba van Heemskerck, Schelfhout, Van Rijsselberghe, Hart Nibbrig, Gestel en Henk Chabot. In de afdeling Dit is Zeeland hangt Jan Toorops mooie pointillistisch schilderij uit 1907 (Gebed voor de maaltijd) van boer Louwerse samen met zijn vrouw en dochter in Zeeuwse dracht. Er is zelfs een kleine expressionistische Mondriaan uit 1908: Blauwe Appelboom met golvende lijnen I.


Blauwe Appelboom met golvende lijnen I, Mondriaan, 1908

Zeeuwse schilder
De belangrijkste oude Zeeuwse schilder is Adriaen Coorte (1665-1707). Hij is beroemd geworden door zijn kleine stillevens. Hij schilderde ze op papier dat op een houten paneel was geplakt. Dat was een hele bijzondere manier van werken. Hier hangt een stilleven uit 1695 met rood fruit in een stenen bakje, asperges en wat kruisbessen. Er hangen wat bessen over het dikke tafelblad. Overigens is het in de 17e-eeuw niet interressant of alles wel tegelijkertijd rijp is. Een kunstenaar wil het mooiste dat God heeft gemaakt, laten zien. Hij werkt op basis van tekeningen, niet door de werkelijkheid na te schilderen. In deze combinaties toon laat je heerlijkheden van Gods schepping.
Door de technische perfecte manier van schilderen lijkt het een bedrieglijk eenvoudig schilderijtje. Een enkeling denkt wel eens dat het een foto is. Het is bizonder te zien hoe in verf het licht in een paar kruisbessen wordt getoond.


Stilleven met aardbeien en asperges, Adriaen Coorte, 1695, bruikleen uit een particuliere collectie

Het laatste deel van de tentoonstelling Dit is Zeeland is aan de opkomst van het strandleven in Domburg gewijd: Walcheren als vakantieland. Hier draait ook een rustige lange video van Nina Spiering & Mirka Duijn: “Land van verandering”, uit 2013. Een melancholieke ode aan het landschap en de mensen met beelden van tradities en verandering en van vrolijke jongeren die niet in Zeeland zullen blijven om hun ouders op te volgen.


Still uit “Land van verandering”, van Spiering en Duijn, uit 2013

In dat kleine zaaltje is van alles te zien, van een vooroorlogse badjas van de zestienjarige Lien Hoek en een werk van Ben d’Armagnac, tot aan Gezicht op Zoutelande dat Ferdinand Hart Nibbrig tussen 1911 en 1915 maakte.


Gezicht op Zoutelande, Ferdinand Hart Nibbrig, 1911-15

Zeeland van alle kanten
In de tentoonstelling Dit is Zeeland krijg je op een mooie manier inzicht in het belang van deze provincie en haar roemruchte verleden. Zeeland was een machtige provincie, rijk door de handel op Oost- en West-Indië. De leden van de verschillende organisaties bewaarden hun spullen goed en die werden vaak aan het Zeeuws Genootschap geschonken. Zo kwamen ze vervolgens in het museum. Daardoor zijn er hele bizondere voorwerpen te zien, zoals een klein stoeltje dat volledig is bedekt met zoutkristallen, of de prachtige vis van porselein met een glazuur van Famille Rose en goud. Dat kleine kunstwerk werd op het schip De Woestduijn in 1779 helemaal uit China naar Vlissingen gevaren waar het  op de rede te pletter liep. Ooit is de lading, waaronder deze prachtige vis, toch aan wal gekomen en via het Zeeuws Genootschap in het museum beland. Ik moest meteen aan de karper denken die ik ooit op het droge klapwiekend naar lucht zag happen.


Vis, Qing dynastie, porselein glazuur, collectie Zeeuws Genootschap

In een prachtig zaaltje met een rond gewelf staan voorwerpen en hangen portretten die vooral te maken hebben met de rijke geschiedenis van de Zeeuwse VOC en de West Indische Compagnie. Er staan een paar ‘portretbeeldjes’, kleine figuurtjes met buiten proportioneel grote hoofden van VOC officieren. Ze werden rond 1750 in China gemaakt. De portretjes  zijn zo levensecht dat ze waarschijnlijk goed gelijkend zijn.


Zaaloverzicht 2018

Het onlangs gerestaureerde schilderij dat Ferdinand Bol in 1667 van Michiel de Ruyter maakte valt meteen op. Niet alleen doordat de kleuren weer helder zijn, maar vooral ook door de enorme schitterende gouden lijst vol oorlogssymboliek. Op de website van het museum staat meer over de ontstaansgeschiedenis van het werk.


Michiel de Ruyter, Ferdinand Bol, 1667

De Tachtigjarige Oorlog werd in Zeeland gewonnen
Op de tweede verdieping hangen zes levensgrote wandtapijten die in opdracht van de Zeeuwse Staten tussen 1593 en 1604 werden gemaakt. De tapijten hingen toentertijd in de belangrijkste zaal van de Staten. Ze zijn een prachtige voorbeeld van loepzuivere propaganda. Hier wordt de belangrijke rol van Zeeland tijdens de Tachtigjarige Oorlog getoond met als insteek: zonder deze zeeslagen zou er geen onafhankelijk Nederland zijn geweest! Ze werden in de grote vergaderzaal van de Staten gebruikt, waar belangrijke gasten werden ontvangen, waaronder natuurlijk ook leden van de Staten uit de andere provincies. Naast de propaganda waren de wandtapijten nodig om de kou en tocht tegen te houden. De enorme vergaderzaal werd indertijd alleen door een groot haardvuur verwarmd; de heren kregen er eventueel nog een stoof erbij.
De onderwerpen zijn vijf belangrijke zeeslagen die de Zeeuwen, samen met de geuzen, tegen de Spanjaarden voerden, zoals de zeeslagen bij Lillo (in de buurt van Antwerpen), Bergen op Zoom en voor Zierikzee. De strijd tussen de Spaanse en de Zeeuwse schepen is zo levendig weergegeven, dat je je ogen uitkijkt: gevechten van man tegen man, doden en gewonden, drenkelingen, kanongebulder, overvolle sloepen, gebroken masten, wind en golven, zelfs merkwaardige zee-beesten, niets blijft ons bespaard. Gelukkig is de zaal gerenoveerd en nu beter ingericht dan eerder. Je blijft er voor je plezier kijken.


Overzicht van de zaal met wandtapijten 2018


Detail uit het wandkleed met de Slag bij Rammekens, op 11- 14 juni 1572?


Detail uit het wandkleed met de Slag bij Rammekens, op 11- 14 juni 1572[/caption]


Detail uit het wandkleed met de Slag bij Rammekens, op 11- 14 juni 1572

De tapijten werden naar geschilderde voorbeelden geweven. Uit detail foto’s blijkt hoe technisch knap ze zijn gemaakt. Bij de golven is het schuim soms wat dikker uitgevoerd waardoor ze ook een klein beetje eigen schaduw krijgen. Een enkele keer wordt een van deze stukken uitgeleend, maar er is altijd een aantal van deze enorme tapijten te zien. De zaal geeft het gevoel in een spannend sprookje te staan.

Wonderkamers
Op de zolder heeft het Zeeuws Museum drie meer dan manshoge transportcontainers neergezet. Daarin zette men per thema ongelofelijk veel objecten. De onderwerpen zijn: Huis & Handel, Leven & Dood en Macht & Pracht.


Detail, Uiterlijk Vertoon / Versierd

Wie al de tentoonstelling beneden heeft bekeken, is misschien geneigd hier niet te veel aandacht aan te geven. Dit wordt ook wel in de hand gewerkt door de overdaad in die containers. Er hangt een grote tekst waarin het kader wordt geschetst. Dus voor niet Zeeuwen en mensen die niet makkelijk weerom komen, zou ik zeggen: loop er langs en blijf kijken bij wat je aandacht trekt. Dat kan een beeldje uit Afrika zijn, een portretje van een meisje, een Londense vondeling uit 1896 door Therese Schwartze, of, zoals het op het bijschrift staat, de uniformjas met onderscheidingen van commissaris van de Koningin van Zeeland, Jhr. Mr. A. de Casembroot 1948-1965, gemaakt van wol, galon, zilver, goud, textiel.

NB

Dit is ons tweede verhaal over het Zeeuws Museum op de website, omdat er tussen ons eerste bezoek in maart 2016 en de herfst van 2018 veel veranderde. Vandaar: wie meer over de collectie van het Zeeuws Museum wil weten, met foto’s en filmpjes kan ook bij onze eerste bespreking terecht. Daar staan ook de Voorzieningen:

Het Zeeuws Museum deel 1 bij opwegnaardekunst.nl

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.