Op weg naar de kunst

bespreekt de vaste collectie van musea in Nederland en elders.

Middelburg, Zeeuws Museum

Van onderhemd tot bloedkoraal, en oud oorlogsgeweld

De collectie Handwerk / klederdracht van het Zeeuws museum werd  een paar jaar gelden op de  leukste manier die ik ooit zag behandeld. Vervolgens liet het museum  houtbewerking zien en in 2018 kwamen traditionele Zeeuwse objecten uit het eigen depot aan bod. Die wisselende tentoonstellingen behandelen iedere keer een aspect van de eigen collectie. Zo ontstaat de ene tentoonstelling wat beter geslaagder dan de andere het beeld dat in Zeeland  de folklore swingt. Er is ook een prachtige zaal met 16e eeuwse wandtapijten, die ruimte lijkt wel een sprookjesboek op mensen formaat:  schepen worden geënterd, mannen verdrinken, vlaggen waaien, golven schuimen en de Zeeuwen overwinnen!
Dit alles in een abdij met plein en kerk in het centrum van de stad.

Na het  bezoek aan het Zeeuws Museum is het ‘zunige’ meisje van de boter niet meer mijn eerste associatie als ik aan Zeeuwse cultuur denk. Het museum maakte onbevangen een eigen variant met een nieuwe jonge vrouw in een zwarte variant op de Zeeuwse klederdracht.

Het klassieke Zeeuwse (boter) meisje
Het klassieke Zeeuwse (boter) meisje

De poster van het museum (2016)
De poster van het museum (2016)


Poster 2018

Het museum zit in de voormalige middeleeuwse abdij in het centrum van de stad. Het is een mooi complex met een binnenplein waaraan ook een grote kerk staat en de kruisgang met herstelde kruidentuin van de Norbertijnen. Na de Tweede Wereldoorlog waren nog weinig gebouwen onbeschadigd, maar het centrum herrees uit de brokstukken. De Zeeuwse wapenspreuk Luctor et Emergo, ik worstel en kom boven, bleek al weer waar te zijn.

Het is slim om de lokale traditie aan deze tijd te knopen. Klederdracht? Dat is toch suf en ouderwets? Niets daarvan. Binnen blijkt het te werken: niks suf en ouderwets. De hele eerste verdieping staat in het teken van het Handwerk. Toen wij er waren, werd  het Zeeuwse jakje ( het korte jasje) in grappige video’s uit de klederdracht behandeld. Er is zelfs een atelier waar dames ’s middags hun kennis delen en kledingstukken vervaardigen. Er hingen jakjes, die ook nog pasten. Na het jakje neemt het museum houtverbindingen voor het centrale thema.

Het jakje past net
Het jakje past net[/caption]

De klederdracht staat zowel in klassieke vitrines, maar is elders ook los over een zaal verdeeld, soms in combinatie met schilderijen. De vraag is niet alleen wat men vroeger droeg. Hier laten ze ook zien wat er onder zat: van onderhemd tot bloedkoraal. Helaas draaide de prachtige Stripshow 1850 wat weg-gepropt op de begane grond. Het is een korte film van Paul en Menno de Nooijer waarin twee dansers zichzelf en elkaar als poppen van de kleding ontdoen. Er was een vermakelijke film  met de Amsterdamse modeontwerper Antoine Peters de geheimen van het Zeeuwse jakje probeert te vinden. Hij kan een oud jakje uit elkaar halen, maar nog leuker zijn de vragen die hij de 90-jarige mevrouw Vos (in klederdracht) hierover stelt. Aan haar gezicht te zien, vindt ze zijn vragen een beetje onbegrijpelijk, want zo doe je dat toch. Haar handwerk blijkt echter een ingenieus vouwwerk te zien, een wel bijna verloren traditie en kennis. Zo zie je hoe een museum niet alleen de techniek van een oud handwerk bewaart voor de toekomst, maar ook kan inspireren.

Op de site van het museum staan een aantal hele leuke filmpjes. Niet alleen over het jakje, maar ook over het vouwen van een Zuid-Bevelandse (protestantse) muts. Tegenwoordig is het toch opmerkelijk dat een Zeeuwse kap een geloof kan hebben, maar toen herkende men elkaar  door zo’n kledingstuk . Zuid Bevelandse kap, website museum
De opstelling is ongedwongen. Van sommige poppen staat de paal in een gipsen voet; andere popen hangen aan een haak in hun vitrine . Voor de vitrines is veel blank hout gebruikt. Die hebben soms extra laden waarin kleding ligt. In een van de zalen hangen schilderijen aan  een muur  en tegen een andere muur zijn eindeloos veel witte mutsen in plexiglas bakken gezet. Je twijfelt of het vlinders zijn, of wolkjes,  zo teer en doorzichtig zien de kappen er uit. De klederdracht wordt vaak gecombineerd met brillen, schoenen en andere accessoires.

 

Klederdracht en schilderijen

Klederdracht en schilderijen

 

 

 

 

 

 

 

 

Mannen kleding in vitrine

Mannen kleding in vitrine

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kappen, kappen, kappen

Kappen, kappen, kappen

en één uitgelicht

en één uitgelicht

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op de tweede verdieping hangen zes wandtapijten die in opdracht van de Zeeuwse Staten tussen 1593 en 1604 werden gemaakt. De tapijten die toendertijd in de belangrijkste zaal van de Staten werden gehangen waren een pure, maar prachtige propaganda om de rol van Zeeland en haar roemruchte daden te gedenken. Naast de propaganda waren de wandtapijten eigenlijk een soort verwarming. Ze hielden kou en tocht tegen. Zo’n zaal werd indertijd alleen door een groot haardvuur verwarmd, de heren kregen er eventueel nog een stoof bij.
De onderwerpen zijn  vijf belangrijke zeeslagen die de Zeeuwen, samen met de geuzen, tegen de Spanjaarden voerden, onder andere de zeeslagen die tegenover het plaatsje Lillo (in de buurt van Antwerpen) bij Bergen op Zoom en voor Zierikzee werden gevoerd. Die kunnen we hier herbeleven, zo levendig is de strijd tussen de Spaanse en de Zeeuwse schepen weergegeven: gevechten man tegen man, doden en gewonden, kanongebulder, wind en golven, zelfs vreemde zeebeesten, niets blijft de bezoeker bespaard. Hier zien we Zeelands macht.  Vier van de vijf tapijten met zeeslagen werden ontworpen door Hendrick Vroom (1566-1640) en gemaakt door de Middelburgse weversfamilie De Maecht.

Overzicht zaal met wandtapijten

Overzicht zaal met wandtapijten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Slag voor Lillo, tapijt gemaakt tussen 1597 / 98

Beleg van Lillo, tapijt gemaakt tussen 1597 / 98

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bergen op Zoom gemaakt tussen 1593 / 95

Beleg van Bergen op Zoom gemaakt tussen 1593 / 95

 

 

 

 

 

 

 

2016-03-29 14.42.28

Beleg van Veere, 1600-1603

 

 

 

 

 

 

 

Het zesde wandtapijt is een ontwerp van Karel van Mander (1548-1606), een schilder en theoreticus die in zijn tijd veel aanzien had. Er staat geen zeeslag op, maar de wapenschilden van de Zeeuwse steden, een portret van Willem van Oranje en Zeelands wapen en wapenspreuk: Luctor et emergo  (Ik worstel en kom boven). Het is opmerkelijk dat dit tapijt onder leiding van Francijntje Obrij, de weduwe van Hendrick de Maecht, na diens dood werd afgemaakt.

Het zesde tapijt met de wapens van Zeeuwse steden, het portret van Willem van Oranje en het wapenschild van Zeeland; afgemaakt in 1604

Het zesde tapijt met de wapens van Zeeuwse steden, het portret van Willem van Oranje en het wapenschild van Zeeland; afgemaakt in 1604

Het is jammer dat er weinig voorlichting in de zaal is. Er staat wel een klein beeldscherm dat over één wandtapijt uitleg geeft. Er ligt ook een boek met een uitgebreide tekst, maar de zaal is vanwege de kwetsbaarheid van textiel half verduisterd, dus dat boek kun je wel vergeten. Door een eiland van leren poefs in het midden van de zaal is het onmogelijk een tapijt in zijn geheel goed te bekijken. Ik heb geen idee waar al die poefs goed voor zijn. Je zit er niet lekker je kunt er noch een tapijt goed bekijken, of wat in het boek lezen.

Bijna een eeuw na de zeeslagen werkte de schilder Adriaen Coorte in Middelburg. Over Coorte was tot voor kort niet veel bekend. Dankzij een publicatie uit 2015 (van Ton De Jong en Huub Plankeel) weten we nu meer. Zij noemen hem de eenzame stillevenschilder van de gouden eeuw. Hij is geboren in IJzendijke rond 1665 en gestorven in Middelburg na 1707. Zijn vader werd rijk met hennepkweek en de touwslagerij (vandaar mogelijk de familienaam). Van Adriaen Coorte zijn nog een zestigtal van zijn werken bekend. Het Zeeuws Museum heeft een Vanitas schilderij van hem.

Vanitas, Adriean Coorte, schilderij, 1688

Vanitas, Adriean Coorte, schilderij, 1688

Zo’n schilderij, een Vanitas, betekent  ijdelheid / vergankelijkheid. Het onderwerp is het vluchtige in ons leven. Bedoeld wordt zowel het leven zelf dat slechts tijdelijk is in het licht van de eeuwigheid, als ook de geneugten die we nastreven. Om dit te laten zien brengt een schilder allerlei attributen bijeen die de tijdgenoten meteen begrepen als een opgestoken vingertje: houdt u zich bezig met serieuze zaken.  De attributen vertellen ons dat muziek (de viool) vervliegt op het moment dat de speler niet meer de snaren beroert, dat de tijd wegtikt (het uurwerk), dat het leven eindig is ( de lont dooft en de tabak verdampt in de pijp) en dat wij  uiteindelijk tot stof vergaan (de schedel). Niet echt vrolijk dus, maar wel passend in het Calvinisme van die tijd.

Er hangt een tweede schilderijtje van Coorte: een stilleven uit 1695. Dit is het soort stilleven waar de meeste mensen aan denken als je het over een stilleven van Coorte hebt. Hier kunnen we wel genieten. We zien rood fruit in een stenen bakje, er liggen asperges (toen een echte delicatesse) en kruisbessen en aalberssen hangen over het tafelblad.  Het lijkt zo eenvoudig, zo bedrieglijk eenvoudig. het is ‘glad geschilderd”dat wil zeggen er is geen streekje van een kwast te zien. Daardoor denkt men tegenwoordig soms dat dit soort schilderijtjes foto’s zijn. Het is ook wonderlijk te beseffen dat iemand in staat is zo het licht te vangen in een paar kruisbessen. Je herkent het: het is hoogzomer in de moestuin. Het is vijf uur, de zon heeft de hele dag geschenen, het  is misschien nog steeds 27 graden, er vliegt hier en daar een vogel, bijen zoemen, er is een enkele vlinder te zien en de ijsthee wacht. Je loopt langs de bessenstruiken en ziet opeens zonlicht door een trosje schijnen. Het groen-gele vruchtje verandert in een lampje zo maar op die namiddag in de warmte. Dat is Coorte.

Stilleven met aardbeien en asperges, Adriaen Coorte, 1695, bruikleen uit een particuliere collectie.

Stilleven met aardbeien en asperges, Adriaen Coorte, 1695, bruikleen uit een particuliere collectie.

Het museum heeft geen uitgebreide collecte schilderijen en koos er terecht voor die bij andere onderwerpen te hangen. Bij de klederdracht hangt tussen andere portretten van Zeeuwen de imposante portretgroep Aan de Toog van Charley Toorop (1891-1955). De dochter van Jan Toorop kwam graag in Zeeland. Haar ouders namen haar in haar vroege jeugd al mee naar Domburg. Jan Toorop liet er in de zomer een eigen expositieruimte bouwen waar hij vaak bezoekers, veelal dames, rondleidde. Hij was een charismatische man en het middelpunt van een kunstenaarskolonie die rond de vorige eeuwwisseling een aantal zomers in Domburg kwam. Charley ging later niet naar Domburg, maar naar Westkapelle waar zij de plaatselijke bevolking schilderde. Aan de Toog, uit 1933, is zo’n typisch Charley Toorop groepsportret met geïdealiseerde markante koppen zonder al te veel onderlinge interactie.

Aan de Toog, Charley Toorop. 1933

Aan de Toog, Charley Toorop. 1933

Het is leuk de Zeeuwen van Charley Toorop te vergelijken met een tijdgenoot, de Vlaamse schilder Reimond Kimpe (1885-1970), die sinds het einde van de Eerste Wereldoorlog in Middelburg woonde. Hij was tot 1923 aannemer en daarna fulltime kunstenaar. Zijn twee schilderijen met Zeeuwen zijn toch wel anders dan die van Charley Toorop. Kimpe is veel expressionistischer. Hoewel de kleuren van de Arnemuidse visvrouw vrolijk zijn, klopt er net als bij de kop van de visser, iets niet. Bij nader inzien blijken beiden geen, of bijna geen ogen te hebben. We krijgen dus niet het gevoel contact met hen te krijgen.

Arnemuidse visvrouw, Reimond Kimpe, 1935
Arnemuidse visvrouw, Reimond Kimpe, 1935

Visser, Reimond Kimpe
Visser, Reimond Kimpe, 1935

Op de zolder heeft het Zeeuws Museum drie meer dan manshoge transportcontainers neergezet. Daarin zette men per thema ongelofelijk veel objecten. De onderwerpen zijn: Huis & Handel, Leven & Dood en Macht & Pracht. Hoewel ik het een mooie vondst vind om op deze compacte manier een overzicht van de collectie te laten zien, ontbreekt voor de toevallige passant het kader. Waarom de verschillende combinaties zijn gemaakt, is niet altijd duidelijk. Waarschijnlijk word je geacht vrij te associëren. Dat is ook leuk, maar iets van begeleiding had de opstelling wellicht nog leuker gemaakt. Doordat de Handwerk / Klederdracht afdeling zo speels en goed is uitgevoerd, gun ik het de andere collecties ook op zo’n goede manier tot hun recht te komen.

Toch zijn hier ook prachtige ensembles / stilleventjes te ontdekken. Het kleine meisjeshoofd (een Londens vondeling uit 1896) door Therese Schwartze wordt omringd door ondergoed van wezen uit Middelburg. Doordat het er zo mooi bij hangt, zou je bijna vergeten dat de kinderen in de stad door het uniform dat ze over de onderkleding droegen meteen als arme wezen werden herkend: verschoppelingen uit de rand van de maatschappij. Onder het portretje van de Londense vondelinge ligt mooi opgebold een stoplap zonder fouten die Janna Sentiena Andriessen in 1910 in het Burgerweeshuis in Middelburg met zijdegaren op linnen maakte. Deze esthetische uitgestalde voorwerpen horen dus allemaal bij groot kinderverdriet.
Pas toen ik thuis de foto’s bekeek, zag ik een waas van eenzaamheid om het kleine meisje. Ter plekke vergaapte ik me aan het mooie witte katoen en de stoplap met de keurige patroontjes. Zo kun je zonder uitleg wel eens op het verkeerde been blijven staan.

Maar wie naar Zeeland gaat, heeft zeker een middag plezier in het Zeeuws Museum. Naast het kinderverdriet is de sprookjeszaal met wandtapijten altijd prachtig en de vrolijkheid van het handwerk doet goed.

De container/wonderkamer Leven & Dood

De container/wonderkamer Leven & Dood

De container/wonderkamer Macht & Praal

De container/wonderkamer Macht & Praal

Informatie en voorzieningen

Zeeuws Museum

Abdijplein, 4331 BK Middelburg
W Zeeuws Museum
T 0118 65 30 00
di t/m zo 11.00-17.00 uur

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.