Op weg naar de kunst

Bestel hier onze: Gids naar Nederlandse musea Op weg naar de kunst

bespreekt de eigen collectie van musea in Nederland en elders.

Leiden, Museum De Lakenhal

Leids Museum De Lakenhal wil inspireren
Denk je aan Leiden, dan denk je aan de universiteit, het beleg en het ontzet op 3 oktober 1574 en misschien aan het zwarte Leidse laken waarin de rijke burgerij vaak gekleed gaat op de portretten van Rembrandt, Hals en andere schilders uit de Gouden Eeuw. Het was een bizonder duurzame en dus dure stof. In de ‘Laecken Halle’ werd in de 17e-eeuw het laken gekeurd en verhandeld. In de 19e-eeuw is het gebouw een museum geworden. Het museum De Lakenhal was eigenlijk niet zo bekend. Dit gaat ongetwijfeld veranderen na de heropening. Het museum is verbouwd, gerestaureerd en uitgebreid zonder budgetoverschrijding. Dat alleen al is een kunststuk. Hieronder volgt een eerste kleine impressie, eerder van het gebouw dan van de collecties.

Leidse handel en wandel zichtbaar
Door de Tachtigjarige Oorlog vluchtten de Vlaamse wevers naar het noorden. Ze kwamen naar Leiden omdat daar al een lakenproductie en zorgden voor een nieuwe kwaliteit van de stof en voor een grotere productie. De kooplieden drongen er bij het stadsbestuur op aan om een handelsgebouw neer te zetten waar binnen- en buitenlandse handelaren makkelijk de stof konden kopen. Vanuit het gebouw aan de belangrijke Oude Singel kon het, na de keuring, makkelijk verscheept worden. Zo hoefden de handelaren niet meer de binnenstad in waar de stof in de arbeidersbuurten werd gemaakt.
Hoewel het laken Leidens belangrijkste export artikel was, woonden de arbeiders de wevers en noppers, het grootste deel van de bevolking, niet aan de grachten maar in vervallen en bekrompen achterafbuurtjes. De productie van wol tot laken was een vieze bezigheid waar hele gezinnen in thuisarbeid aan meededen. De wever-families kregen een laag stukloon van de drapenier, die de wol inkocht en door hen liet verwerken.


Zaaloverzicht, in de voorgrond een kunstwerk van Atelier van Lieshout: Vooruit, 2014. De sjouwende mens gaat gebogen onder een zwaar pakket en komt niet vooruit omdat hij onlosmakelijk is verbonden met het weefgetouw. In de achtergrond hangen schilderijen van Isaac Claesz. Van Swanenburg (1537-1614) met een verheerlijkte visie op de 17e-eeuwse werkomstandigheden. De schilderijen werden dan ook gemaakt voor de vergaderruimte van de gouverneurs van de saainering.(Saai is een goedkopere en lichtere stof dan laken.)

Dit gebouw was een werkplek, maar wel een chique werkplek. Stadsbouwmeester Arent van ’s-Gravesande ontwierp de Laecken-Halle in 1640. Het gebouw moest de reputatie van het Leidse Laken onderstrepen, vandaar de elegante verhoudingen met sobere versieringen. Door haar uitstraling is het begrijpelijk dat het museum een stadspaleis wordt genoemd. Hier werd de stof gekeurd en van een loodje voorzien. Het logo van het museum is gebaseerd op het loodje dat sinds 1641 door de staalmeesters aan goedgekeurd laken werd gehangen, het kwaliteitsoormerk.


De elegante gevel van Arent van ’s-Gravesande is in ere hersteld.

Als in de 19e-eeuw de textielindustrie in verval raakt, besluit men de Lakenhal tot een museum te verbouwen en er de stedelijke collectie onder te brengen. Er volgden al snel uitbreidingen, maar in 1931 kwam al weer het volgende verzoek voor meer zalen. Uit geldgebrek kon de gemeente hier geen gevolg aan geven. In 2009 werd Meta Knol als nieuwe directeur aangetrokken. Daarbij werd meteen gezegd dat ze dan ook verantwoordelijk zou worden voor de vernieuwing van de Lakenhal. Eindelijk had de gemeente een budget.

De toezegging in 2009 van de gemeente dat er geld beschikbaar werd gemaakt, was een doorbraak. De transformatie naar het nieuwe museum werd meteen voortvarend, maar met beleid ingezet. Men nam de tijd om zich te bezinnen op de identiteit van het museum en begon de totaal verwaarloosde basisregistratie van de collectie aan te pakken. In de volgende jaren werden 23.000 voorwerpen gecatalogiseerd en wist het museum eindelijk wat er allemaal in de depots lag opgeslagen. Dat is handig en noodzakelijk om inzicht te krijgen in wat je wilt vertellen en hoe je dit wilt gaan doen.


Meta Knol, de directeur van De Lakenhal, tijdens de persconferentie voor een foto van de lopende band die gebruikt werd voor de registratie van de collectiestukken.

Architectonische schoonmaak en nieuwbouw
Net zoals de collectie onder controle moest worden gebracht, was ook het gebouw inmiddels een struikelblok geworden. Er was een lelijke ‘tijdelijke’ overkapping op het voorplein gemaakt, er waren muren opgetrokken, ramen geblindeerd en doorgangen geblokkeerd. Bij dit soort verbouwingen komt er altijd wel een enorm struikelblok te voorschijn dat voor de nodige  commotie en protesten zorgde. Hier was het de negentiende-eeuwse Sint Joristrap die in het gebouw moest worden verplaatst. Knol, met een knipoog naar de verbouwperikelen van het Rijksmuseum: ‘De Sint Joristrap dreigde onze fietstunnel te worden.’ Uiteindelijk kreeg dit idee bam de verplaatsing de goedkeuring van de Rijksbouwmeester en kwam de Achterhal vrij voor een glazen overkapping. Zo werd het een centrale ruimte van waaruit je een bezoek kunt plannen.


De Achterhal met het nieuwe glazen dak.

Het uitgangspunt van de restauratie was, kort samengevat, weghalen wat gemist kan worden en laten zitten en zichtbaar houden wat de geschiedenis van het gebouw ondersteunt. Er werd samengewerkt met de Engelse restauratie architect Julian Harrap en het jonge Nederlandse architectenbureau HCVA. Zij hadden in 2014 de prijsvraag voor een ontwerp voor de nieuwbouw gewonnen.  De architect Floris Cornelisse sprak tijdens de persrondleiding steeds over: “de wonden zichtbaar maken die in de loop van de tijd ontstonden.” Daarmee doelde hij bijvoorbeeld op de dichtgemetselde doorgangen, of ramen die bijvoorbeeld in de bakstenen muren van de Achterhal nog zichtbaar zijn. Het ommuurde voorplein van het museum is het laatste in Nederland.


Het ommuurde Voorplein vanuit het museum.

Door toegevoegde nieuwbouw loopt het museum van de Oude Singel door tot aan het Lammermarktplein. Door de nieuwbouw krijgt het museum er 2500 vierkante meter bij.


De nieuwe gevel aan het Lammermarktplein kreeg de bijnaam Trekzak.

Het nieuwe deel dient niet alleen voor kantoren en een depot, er zijn ook twee grote tentoonstellingszalen met bovenlicht bijgekomen. Door het mooie gebogen raam dat herinnert aan oude poortdoorgangen voor handelspanden zie je door de tweede zaal het Lammermarktplein.


Doorkijk van de eerste naar de tweede zaal. De eerste fototentoonstellingen gaan over de afbraak en de verbouwing van het pand door Karin Borghouts en over de afbraak van de vervallen huizen aan het plein door Marjan Teeuwen.

Verhalen
Bij het bepalen van de identiteit realiseerde het team zich dat Museum De Lakenhal vooral een stedelijk museum is. Het streven is een bewuste verbinding met de stad en haar bewoners. Het museum als DNA van de stad, dat kan zonder consessies te doen aan de kwaliteit.
De tentoongestelde werken hebben met de stad te maken, te beginnen bij Enge(l)brechtszn, diens leerling Lucas van Leyden en de Renaissance. Op de website staan 14 verhalen die deelaspecten behandelen. De helft daarvan is ook in het museum te zien. Er is natuurlijk een verhaal over Zeven Eeuwen Leids Laken en over het Leidens Beleg en Ontzet.

Rembrandt werd in Leiden geboren, dus is er het verhaal over Rembrandt en de Gouden Eeuw, maar ook Leiden als Universiteitsstad en wat misschien minder bekend is Theo van Doesburg en De Stijl. Van Doesburg woonde van 1916 tot 1922 in Leiden en richtte hier het tijdschrift De Stijl op. Deze en andere verhalen zullen binnenkort na een volgend bezoek uitgebreider worden besproken in tekst, foto’s en filmpjes.
In het oudste deel van het museum is bij de herinrichting gezocht naar de soberheid van 17e-eeuwse werkruimtes. Naast klassieke houten deurstijlen zijn voor de vloer brede licht eiken delen gebruikt.


Zaaloverzicht Leidse geschiedenis.

De aandacht voor grote en kleine dingen maakt het museum aangenaam, van het sluiten van de luiken door een app, het wegwerken van alle voorzieningen, het mooie logo dat soms op zittingen van banken is aangebracht, tot aan het rustige kleurgebruik met kleuren uit het palet van Rembrandt. 19e-eeuwse toevoegingen zoals de prachtige glas in lood plafonds werden hersteld.


De glas in lood koepel in het centrale trappenhuis.

Er werden 8 kunstopdrachten verstrekt voor glas-in-lood ramen, een wandkleed, voor stof, het nieuwe laken, die per meter in de winkel kan worden gekocht tot aan een Glow in the Dark zaaltje achter de universiteitszaal dat aan een oud wetenschaps- of rariteiten kabinetje herinnert. Er is een goede app gemaakt die je op je eigen tablet, of telefoon kunt zetten, en met extra informatie over de objecten. De app is ook thuis te gebruiken. Ik ontdekte dat de app zelfs op de computer werkt:  ik hield de scanner uit de app, voor de foto op mijn computer en floep daar verscheen de informatie.
Ooit – en dat is niet eens zo lang geleden- was De Lakenhal een donker doolhof, moeilijk te begrijpen en slechts tijdens tijdelijke tentoonstellingen min of meer plezierig. Door de goede focus op de stad en haar geschiedenis, op het belang, de taak en de functie van collectie en gebouw is het sinds 20 juni 2019 ook voor niet Leienaars een feest om naar toe te gaan.

NB.
Er komt nog een bespreking van de collectie bij deze eerste impressie van het gebouw, de restauratie en de nieuwbouw.

 

Informatie en voorzieningen

Museum De Lakenhal
Oude Singel 32, 2312 RA Leiden
W website Museum De Lakenhal
T 071-5165360
di t/m zo 10.00-17.00 uur, actuele info op de website.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.