Op weg naar de kunst

Bestel hier onze: Gids naar Nederlandse musea Op weg naar de kunst

bespreekt de eigen collectie van musea in Nederland en elders.

Haarlem: Teylers Huis bij het Teylers Museum

Doopsgezinde vrijheid
Op Sinterklaas 2021 gaat het woonhuis van de naamgever en financier van het museum Pieter Teyler (1702 – 1778), het oudste deel van het Teylers Museum, eindelijk open voor het publiek. Na een jarenlange renovatie / restauratie met ongelofelijk veel knelpunten. Zo moest er tegen de verzakkingen een dunne betonnen plaat worden gelegd onder de drie huizen, die samen het woonhuis vormden, en een vierde huis dat er ooit bij is getrokken. Er werd onderzoek door de eigen conservatoren, de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, de Rijksgebouwendienst en andere experts naar de staat van de gebouwen en de oorspronkelijke materialen en kleuren. Bovendien is er na lang wikken en wegen een besluit genomen over de presentatie: Teylers woonhuis is nu het Huis van de Verlichting, een mooie en toepasselijke keuze.

Twee jaar na de dood van zijn vrouw in 1754, veranderde Teyler zijn testament. Het kinderloze echtpaar was, net als de rest van de familie, zeer welgesteld. Hij besliste dat zijn fortuin naar goede doelen zou gaan. Hij bedacht de armen van Haarlem,  wat gebruikelijk was bij de welgestelden. Hij schonk echter niet alleen aan zijn eigen Doopsgezinde gemeente, ook de Lutheranen en de Katholieken kregen geld voor hun armen. dat was in die tijd van verzuiling een uitzonderlijk gebaar.


De Grote Zaal. Nog steeds de vergaderzaal van de genootschappen. Aan de muren zit dezelfde groene stof die ook in de ovale (museum) zaal wordt gebruikt. Het houtwerk heeft hetzelfde patroon, is hier gepolitoerd, in tegenstelling tot de zaal.

Het meeste geld, twee miljoen, toen een enorm bedrag, ging naar de oprichting van twee genootschappen. Eén club moest zich bezighouden met onderzoek naar godsdienst en een ander met kunst en wetenschap. Zo combineerde Teyler de twee belangrijke pijlers uit zijn bestaan. De Doopsgezinden streven er naar de wereld beter achter te laten. Voor de aanhangers van de de Verlichting is het belangrijkste uitgangspunt je nuttig te maken voor de hele gemeenschap vooral door het uitbreiden van kennis.
Dat brengt Teyler dicht bij deze tijd. Het onderzoek naar godsdienst en godsdienstvrijheid zijn nu net zo belangrijk als toentertijd. Hetzelfde geldt natuurlijk voor kunst en wetenschap. De twee genootschappen kregen, naast een enorm kapitaal, zijn ruime woning vlakbij het Spaarne met alles erin. Ze komen nog steeds bijeen in zijn voormalige woonhuis. Vanuit het museum stap je in de Grote Zaal, altijd nog de vergaderzaal van de genootschappen die bestaan uit “eminente wetenschappers”. Bij Teyler thuis houden ze vast aan waardevolle tradities, er wordt op vaste dagen vergaderd, het onderzoek is vrij en onafhankelijk; men houdt een jaarlijkse kippenmaaltijd, en komt bijeen voor de lunch op zijn sterfdag.

In goed vertrouwen
Hij benoemde vijf van zijn vrienden tot executeur om zijn testament uit te voeren. Die lieten rap na zijn dood het Teylers Hof bouwen met een imposante classicistische entree. (Wie uit het museum komt wandelt er, links af slaan, in 6 minuten naar toe. Tegenwoordig is het in het bezit van Hendrick de Keyser.)


Teylers Hof aan het Spaarne.

Vervolgens zetten ze achter het huis de inmiddels wereldberoemde ovale zaal.  Het waren voortvarende mannen die zorgvuldig hun taak uitvoerden. Teyler bleek praktisch, voorzichtig en vooruitziend: voor de belangrijkste kast met waardepapieren en geld liet hij vijf sloten en vijf sleutels maken. Zo had men elkaar altijd nodig bij het openen van de kast.


De kast met de vijf sloten.

Tot ver in de 19e eeuw was de lange gang achter de voordeur ook de ingang van het museum. Pas toen in 1885 een nieuwe vleugel aan de Spaarne kant aan werd gezet, kwam daar de –huidige- entree. Het grote huis bleef ‘de machinekamer’ van de Teyler Stichting. Hier woonde en werkte de eerste kastelein / conservator. Tot in deze eeuw had de directeur er woonruimte. Naast de vergaderzalen van de genootschappen waren de kamers van de conservatoren en het restauratieatelier. Al deze nuttige ruimtes zijn bij de verbouwing van Henket in 1996 naar een ander gebouw achter de 19e-eeuwse uitbreiding overgebracht.


Het blauwe deel is voormalige woonhuis, foto van het museum.

In het laboratorium werkten wetenschappers van naam en faam, waarvan de Nobelprijs-winnaar Lorentz het bekendst is. Het Lorentz Lab is in 2017 opengegaan voor het publiek. Dit Teylers huis was het laatste deel dat nog bij het museum moest worden getrokken.

Levende geschiedenis
Er is geen historisch correct huis van gemaakt. Directeur Marjan Schaarlo: “Wij hebben het huis teruggebracht naar onze interpretatie van Teylers huis. We hebben de historische werkelijkheid zo dicht mogelijk benaderd door allerlei technisch onderzoek.”


Een van de vertrekken met bizonder landschap behang.

Het  uitgangspunt bij de restauratie was “een levend institutioneel huis. Je kunt het vergelijken met het hoofdgebouw van het Haarlemse stadhuis waar ambtenaren in 17e-eeuwse vertrekken werken. Teylers huis is na zijn dood altijd in bedrijf gebleven. Dit willen we laten beleven.”
In lijn met de traditie is er ruimte voor een artist in residence. Door de eeuwen heen werken en wonen hier kunstenaars. Vaak waren ze huisbewaarder/ kastelein en conservator tegelijkertijd.


Atelier.

Dit uitgangspunt, aansluiten bij de historische werkelijkheid, zet het huis terug naar de 18e eeuw waarin Teyler leefde, de tijd van de Verlichting. Latere toevoegingen zijn verwijderd. Er is gekozen voor deze strakke klassieke vormgeving die opbloeit door zorgvuldig gekozen kleuren, fleurige stoffen wandbespanningen en het herinterpreteren van landschap-behangsel uit die tijd.
Om dit te bereiken werd de hulp ingeroepen van kunst-historici, ambachtslieden en vakmensen. Bijna vergeten vakkennis werd weer gebruikt voor de ronde, vaak zijden, wandbespanningen, stucplafonds en schouwen. De 18e-eeuwse tapijten en meubels werden gerestaureerd en geschilderd.  Maar het begon met het aanbrengen, en onzichtbaar maken tussen plafonds en vloeren van een moderne technische installatie: voor de klimaatbeheersing en beveiliging. Er is nergens een verwarming te zien, noch die gruwelijke groene bordjes voor de nooduitgang!


De kamer met ronde zijden wandbespanning en stucplafond.

Verlichting, een actueel doel
Teylers huis wordt Het Huis van de Verlichting genoemd. Dit is een programmatische keuze die recht doet aan Pieter Teyler. Als je  vanuit de ovale museumzaal in de Grote Zaal komt, de vergaderzaal van de genootschappen, zie je meteen vier spreuken op de muren. Ze eiken de huidige visie op Teylers testament.
Van Aagje Deken, de Doopsgezinde schrijfster: “Laat ons als Jezus leeven, met oordeel, blij en OVERVLOEDIG GEEVEN.” In het Frans hangt er een uitspraak van Diderot en d’Alembert over het doel van hun Encyclopédie, het eerste object dat voor het museum is aangekocht!  Er is het centrale deel uit de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring van 1776 die rept over de gelijkheid van alle mensen en hun recht op leven, vrijheid en geluk.
Wat mij echter het meest aanspreekt, is de uitspraak van de Duitse filosoof Immanuel Kant: “Habe Mut dich deines eigenen Verstandes zu bedienen” (Heb de MOED je eigen VERSTAND te gebruiken).

Liefdevol en accuraat
Het huis van Pieter Teyler is liefdevol  hersteld tot een open centrum waar waarden als burgerschap, betrokkenheid bij de wereld en persoonlijke activiteit centraal staan. Het is in iedere kamer te merken door de teksten die er op tafels liggen. Ter controle is er het prachtige miniatuur model van het huis waar Jet Pijzel, de deskundige op het gebied van poppenhuizen, de boedelbeschrijving uit het testament op een schaal van 1:12 heeft nagebouwd. Je kunt zo zien hoe het er bij Teylers overlijden uitzag.
In het huis zijn hier en daar noodgedwongen kleine hedendaagse toevoegingen gedaan, zoals een elegant stucplafond waar men de oorspronkelijke vorm niet meer kon achterhalen. Teylers geest van vrijmoedige betrokkenheid heerst alom. Of zoals Schaarloo zei; “We koesteren het verleden in het licht van de toekomst.”


De lamp achter de voordeur.

NB
1.De eerste artist in residence, de fotograaf Johan Nieuwenhuize, had wel erg weinig aan zijn residentie. Hij kon er niet wonen omdat hij het hele proces van de renovatie volgde. Hij maakte prachtige foto’s die in het prentenkabinet zijn te zien en waar het museum in eigen beheer een prachtig boek van heeft gemaakt:
Pieter Teylers Huis – Johan Nieuwenhuize, met een inleiding door Marjan Scharloo. €39,-
In het boek staan de half afgekrabde muren, de mannen met helmen, de rotzooi in kleur.


Tot en met 16 januari 2022 is in het prentenkabinet een tentoonstelling met Nieuwenhuizes foto’s.

2. Daarnaast is door Jan Paul Schutten, tekst, en Marloes de Vries, illustraties, een mooi Gouden Boekje gemaakt: Het Spook in Teylers Huis, over de belevenissen van een wit katje die de nuchtere Teyler even laat twijfelen of spoken misschien toch niet bestaan??? € 8,99
3. Op de site staan prachtige filmpjes  van de mensen die de restauratie tot stand brachten.

 

PS
Wie vooruit denkt, bestelt bij de plaatselijke boekhandel reeds voor feestdagen en verjaardagen voor de leukste familieleden, de beste vrienden en de aardigste buren onze:
Gids naar Nederlandse musea, Op weg naar de kunst,
Auteurs: Micky Piller en Kristoffel Lieten; Uitgever: Waanders in de Kunst.
Altijd actueel door de QR codes die met onze website en de website van het museum verbindt!

De volledige VOORZIENINGEN STAAN BIJ: Ons eerste stuk over het Teylers.

Informatie en voorzieningen

Teylers * Museum van de verwondering
Spaarne 12, 2011 CH Haarlem
W Teyler * Museum van de verwondering
T 023 5160.960
di t/m zo 10.00-17.00 uur. LET OP iedereen ouder dan 13, heeft een coronatoegangsbewijs nodig. Controleer ALTIJD eerst de website van het museum voor de actuele openingstijden!!!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.