Op weg naar de kunst

bespreekt de eigen collectie van musea in Nederland en elders.

Dordrecht, Dordrechts Museum 1

Een vrolijk museum voor iedereen
Ben je ooit in Dordrecht geweest om het museum te zien? Nog niet…. dan is het een goed idee zo snel mogelijk op weg te gaan. Hun eigen collectie wordt door een bijzondere, liefdevolle en vrolijke presentatie extra de moeite waard. Misschien is het een verrassing te ontdekken dat Albert Cuyp (1620-1691) en Ferdinand Bol (1616-1680) geen Amsterdammers zijn. Je leert hier op een bijna achteloze manier dat ze allebei uit Dordrecht kwamen. Bol ging weliswaar naar Amsterdam. Hij  werd een belangrijke leerling van Rembrandt, trouwde een rijke vrouw en hoorde daardoor bij de notabelen van de stad. Albert Cuyp bleef in Dordt, hij was telg van een schilders-familie. Zijn werk wordt hier gecombineerd met schilderijen van zijn vader.
Je hoeft bij een bezoek aan dit museum geen voorkennis te hebben, maar je kunt er wel verdieping vinden. Wie kennis heeft, vindt hier onverwachte details. Wil je alleen genieten van de kunst, dan lukt dat net zo makkelijk door de uitgebalanceerde opstelling.

Het Dordrechts museum is een van de vroegste Nederlandse stedelijke musea en kent een grappig begin. Door de schenking van één schilderij in 1842 werd besloten een stedelijk museum op te zetten. Dat was pas een vooruitziende blik! Al snel volgden Dordtse verzamelaars en kunstliefhebbers en kon het stedelijke museum worden gevuld.

Inmiddels beslaat de collectie vijf eeuwen kunst: van de zeventiende eeuw tot heden. In hun presentatie van die vijf eeuwen ligt de nadruk op lokale schilders, van de17e-eeuw zoals Cuyp, Bol, Nicolaes Maes, Arent de Gelder en de gebroeders van Strij tot in de 20ste-eeuw.
In de 18e-eeuw werkt Aert Schouman in de stad en in 1795 wordt Ary Scheffer er geboren.  Hij leerde het beroep van zijn vader en op 13-jarige leeftijd (!) had hij al zijn eerste tentoonstelling in Amsterdam. Geboren in Dordrecht ging hij via Amsterdam en Brussel naar Parijs, waar hij een van de beroemdste schilders van zijn tijd werd.


Zelfportret op 31 jarige leeftijd, Ary Scheffer, 1826

Hij kreeg via het hof van koning Louis-Philippe de ene profijtelijke opdracht na de andere. Zijn atelier in de  Rue Chaptal nummer 16 in het 9e arrondissement is nog steeds een museum: Musée de la Vie romantique, Hotel Scheffer-Renan. Hoewel Scheffer Fransman werd, bleef hij ook in Dordrecht beroemd. Het blijkt uit het feit dat in 1862, 4 jaar na zijn dood, een groot standbeeld werd onthuld op het huidige Schefferplein. Scheffers dochter, Cornelia, schonk nogal wat werk van haar vader aan het Dordrechts museum waaronder het informele zelfportret, hierboven.

Feest voor de bezoeker
Voor een bezoeker is het hier feest: je voelt je serieus genomen. Alle zalen hebben een eigen thema. Hoe leuk is het niet als een coherent verhaal wordt verteld met kunstwerken: vooral schilderijen, maar ook een enkel beeldhouwwerk en vaak grafiek, tekeningen of aquarellen. Wie eerder naar dit museum ging, kreeg een andere kunstwerken te zien, wie over een paar jaar gaat zal ongetwijfeld weer iets nieuws voorgeschoteld krijgen. Kunstgeschiedenis is een breed vak waarin verschillende lagen en verhalen door elkaar lopen die niet allemaal tegelijk in een keer verteld kunnen worden. Een collectie is als een levend organisme: er komt steeds weer iets nieuws bij, of er wordt een tentoonstelling gemaakt waardoor de bestaande kennis wordt uitgebreid. In het Dordrechts Museum kennen ze hun collectie zo goed dat er zelfs grapjes kunnen worden gemaakt. Zo werd een klein stilleventje van Hendrick van Heemskerck een paar jaar gelden in een hoek van een zaal opgesteld, tegenwoordig zie je het makkelijk over het hoofd in de zaal met stillevens door de eeuwen heen. Nu staat het namelijk op een oude kist, naast een rijtje echte boeken. Opletten dus! Hier al vast een voorproefje:

In Dordrecht is de stad zelf het middelpunt van het verzamelbeleid. Niet ten onrechte, want er zijn veel hele goede Dordtse schilders en schilder-families geweest. Zonder dat dit al te veel opvalt vormen de Cuypen, Bol, de Schotels, de Van Strijs, Scheffer en Veth de ruggengraat van de opstelling. Daarnaast is er werk van anderen, beroemd zoals Rembrandt, Toorop  en Isaac Israëls, of minder bekend als Arent de Gelder, Gabriël of Verster. Als je hun kunst bekijkt, blijkt hoe zeer de Dordtenaren bij hun tijd pasten en vaak niet onder deden voor de besten. Maar eerst de 17e-eeuw.

Wisselwerking 17e- 19e-eeuw
In de tentoonstelling van de eigen collectie is er meer dan voorheen een mooie wisselwerking bedacht tussen het landschapsschilderijen uit de 19e-eeuw en het landschap uit de 17e-eeuw.In eerste instantie lijkt er ook niet zoveel verschil. Er zijn echter drie belangrijke zaken die deze overeenkomsten beïnvloedden.
Ten eerste is er in de 19e-eeuw een opkomend Europees nationalisme. Na de gruwelijke oorlogen van Napoleon, de revoluties uit het midden van de eeuw en de totstandkoming van nieuwe naties als Italië, Duitsland en België, bezon men zich op de eigen identiteit. Het eigen, indien mogelijk, glorieuze verleden was hierin een leidraad. In Nederland is het ijkpunt tot op de dag van vandaag onze vrijheidsstrijd tegen de Spanjaarden.
Ten tweede, hoewel het landschap uit de 17e-eeuw altijd een samengesteld landschap is, gemaakt op basis van tekeningen en niet naar de werkelijkheid, ziet het er (nog steeds) realistisch uit. Wij vinden dat niet alleen, zo werd het twee eeuwen later ook nog gevoeld. Die atmosfeer werd ‘typisch Hollands’ gevonden. Het is een van de redenen waardoor het 17e-eeuwse landschap zo naadloos bij het landschap uit de tweede helft van de 19e-eeuw aansluit.
Als laatste speelt de vooruitgang een grote rol. Technisch kregen schilders in de 19e-eeuw een grote meevaller: door de verftube konden ze buiten schilderen! Verf uit een tube kun je niet alleen lang gebruiken, maar ook makkelijk meenemen en nog steeds hergebruiken! Kleine en iets grotere doeken konden opeens ter plekke worden gemaakt. Dit werk diende niet alleen als voorbeeld voor veel grotere doeken die wel in het atelier werden geschilderd, ze verkochten ook als warme broodjes. Bovendien was internationaal het buiten schilderen (en plein air) het nieuwste van het nieuwste. Men trok er dus op uit en schilderde buiten in het mooie landschap. Zo was men zowel modern, als ook authentiek Hollands en omarmde men de traditie, terwijl de stijl langzamerhand steeds losser werd.

19e-eeuwse klap van de natuur
Men zocht niet alleen nationaal, maar ook internationaal naar die “klap van de natuur”, zoals de Haagse School schilder Jan Hendrik Weissenbruch het zei.  Weissenbruch kwam onomwonden uit voor zijn andere inspiratie, het landschap uit de zeventiende eeuw: “Als ik van iemand geleerd heb de natuur te zien, dan is het van onze oude meesters.” Aan het einde van de 19e-eeuw waren die landschappen in verschillende musea met 17e-eeuwse kunst te zien. De schildersopleidingen stuurden hun leerlingen daar naar toe om te leren hoe ze landschappen moesten schilderen.


Twee zeilschepen in de branding, Jan Hendrik Weissenbruch, ca 1895

Veranderd concept
Door al deze nieuwigheden veranderde, en dat vind ik hoogst fascinerend, het concept landschap. In de 17e-eeuw was het technisch niet alleen onmogelijk buiten te schilderen, het was ook niet nodig. De werkelijkheid werd getoond als een afspiegeling van Gods schepping. Daardoor kon de schilder in zijn atelier zijn landschap samenstellen uit verschillende tekeningen. We kunnen ervan uitgaan dat wat we zien, zo niet bestond. (Zelfs Ruisdaels beroemde Molen bij Wijk bij Duurstede uit het Rijks, stond niet op die plaats.) Realiteit was niet het doel van de kunst uit die tijd. Een makkelijk voorbeeld is het bloemstilleven met bloeiende bloemen die nooit tegelijkertijd bloeien en toch zien ze er vers geplukt en fris uit. Een kunstenaar mocht God best een beetje helpen door het aller mooiste bij elkaar te zetten, want zo had Hij het misschien ook wel bedoeld.
In de 19e-eeuw was nu juist de werkelijkheid, de wind in je haren, die ‘klap’ dus, veel belangrijker. Twee verschillende concepten die toch tot hetzelfde leiden: kunst waarvan we nog steeds vinden dat die de essentie van de Nederlandse natuur weerspiegelt. Sterker nog zoals wij die in de 21ste-eeuw altijd nog beleven tijdens wandelingen, fietstochten, of een weekeindje weg op het ‘platteland’. In deze schilderijen herkennen we ondanks het realisme uit het einde van de 19e-eeuw een romantisch landschap idee dat we willen beschermen. We herinneren ons buiten in de natuur delen van schilderijen en we herinneren ons in het museum details uit de natuur. Zo worden ze samen één en maakt het niet meer uit of dit werk 150, of 350 jaar geleden is gemaakt. Die “klap” werkt kennelijk ook bij ons nog door.


Watermolen in de Polder “ Leidsche Dam”, P.J.C. Gabriël

‘Dromen van Dordrecht’  centraal
Dordrecht was in de Gouden Eeuw een belangrijke stad en zeker ook een pittoreske stad in het landschap tussen de grote rivieren. Enkele 17de-eeuwse schilders als Albert Cuyp, Abraham van Calraet en de gebroeders van Strij, waren Dordrechtenaren. Hun werk lijkt een romantische kijk op Dordrecht te geven, compleet met koeien, of schepen op de voorgrond. In de tweede helft van de 19e-eeuw was de stad vervallen en somber. Zo ontstond het idee van een verstilde stad midden in het water. Dat  trok tal van schilders uit binnen- en buitenland aan. Op bezoek kwam onder meer Eugène Boudin, een voorloper van de Franse impressionisten die naar  de Belgische en Nederlandse kust reisde vanwege het licht. Hij  maakte in en rond Dordrecht tal van schilderijen.  Zijn manier van kijken staat recht tegenover het werk van de jongere Willem Witsen. Die maakte prachtige aquarellen, etsen en schilderijen van de gevels aan de grachten. Door Witsen weten we hoe in die tijd de Voorstraathaven in Dordrecht er uit zag. Wie sommige van zijn schilderijen goed analyseert, ziet dat hij zo gepakt wordt door structuren van de huizen aan de gracht, een meerpaal, de kade, luiken, dat het werk al bijna abstract is. Ondanks deze hang naar abstracte vormen, heb ik het idee dat niet Witsen, maar Weissenbruch de missing link is naar de abstracte kunst. Bij hem krijgt de vluchtigheid van het licht en de lucht een eigen gewicht.


Huizen met meerpaal aan het water, Willem Witsen,

De vluchtigheid van licht
In het laatste kwart van de 19e-eeuw speelden tegelijkertijd een aantal technologische en sociale ontwikkelingen. Enerzijds lijkt de opkomst van de fotografie het klassieke schilderen overbodig te maken. Anderzijds vielen traditionele opdrachtgevers – de kerk, adel en de magistraten-  weg. De jonge schilder richtte zich op de nieuwe rijken die hun eigen moderne smaak weerspiegeld wilden zien. Kunst bleef in de moderne tijd interessant, maar dan moest het wel anders en nieuw zijn.
Om deze klanten te bedienen, veranderden traditionele onderwerpen. Het landschap werd niet meer de weergave van een glorieuze schepping Gods, maar de spiegel van een steeds veranderende werkelijkheid, de “klap” dus. De schilder kreeg oog voor het vluchtige, het moment, zeker hier in het hart van Nederland waar licht en schaduw telkens anders door de zon en de wolken in het water weerspiegelen.


Landschap met koeien aan het water, Willem Roelofs

De fotografie kon deze bewegende pracht in de natuur nog niet laten zien doordat de glazen platen te lang belicht moesten worden. Schilders kunnen dat wel.  Het is niet toevallig dat de nieuwe onderwerpen dat weergeven: regen op de natte stenen van de binnenstad, imponerende wolken,  het zonlicht op een bospad. Impressionisme, Nederlands impressionisme, wordt het werk van Jan Hendrik Weissenbruch, Anton Mauve, Constant Gabriël en Jacob Maris genoemd. Het is ‘Holland op z’n Mooist’, aldus een van de zaalthema’s, daar tekenen deze schilders voor. De volgende generatie met Breitner, Witsen, Thoolen en Isaac Israels schildert deels ook nog wel het landschap, maar is in de keuze van hun onderwerpen stadser, of soms sociaal geëngageerd, of mondainer.

Voorlichting
De ontwikkelingen worden per zaal goed uitgelegd. Er staat telkens een motto op de muur. De zaalteksten worden in de bijschriften verdiept. Het is zo plezierig aan deze opstelling dat je tot in de details iets kunt uitzoeken als je daar zin in hebt, maar je kunt het ook laten zonder dat je het gevoel wordt gegeven: nu MIS ik iets belangrijks. Er is audio informatie per zaal waarin je per schilderij meer informatie krijgt. Zo worden bijvoorbeeld twee landschappen met koeien van Roelofs en Jacob Maris vergeleken en omdat ik op het plaatje van Roelof had gedrukt zag ik allerlei aardige informatie over Roelofs. Je ziet dan dat hij zelf een belangrijke verzameling snuitkevers had. Waar die is gebleven, vraag je je dan af. Ook wat een Roelofs kostte en hoe snel ‘zijn’ prijzen daalden. Grappige informatie waar je misschien niet zo meteen aan denkt als je door een tentoonstelling loopt. Zo blijft  het altijd leuk om nog eens rond te gaan, of terug te komen. Het Dordrechts Museum  behandelt zijn publiek op een volwassen manier. Zij bieden aan en wij kunnen kiezen.

Mooie ladekastjes
Er is een mooie oplossing gevonden voor werk op papier dat alleen al door de aanwezigheid in het licht makkelijk beschadigt. Om dit te voorkomen wordt het in elegante ladekastjes verstopt die de bezoeker lade voor lade kan openen. Per zaal verschillen die kastjes van kleur en vorm. Soms zitten er schetsen in die later tot schilderijen werden uitgewerkt, of zelfstandige tekeningen, of aquarellen. Het opentrekken van zo’n la waar kunst in ligt, is eigenlijk de meest intieme manier om ervan te genieten. Dus altijd even kijken wat in die kastjes ligt!


Een van de handige speciale ladekastjes voor lichtgevoelige kunst[


In een van de lades: een aquarel van Jan Hendrik Weissenbruch, Te Noorden bij Nieuwkoop

De website van het Dordrechts Museum is even wennen, maar vervolgens gebruiksvriendelijk. De kunstenaars staan in alfabetische volgorde. Bovendien wordt er op thema’s extra informatie en samenhang gegeven.

NB

  1. Het museum heeft een mooie steeds wisselende zaal met moderne en hedendaagse kunst. Hiervoor hebben we een apart verhaal met filmpje en foto’s gemaakt. Moderne en hedendaagse kunst in het Dordrechts Museum.
  2. Wie toch in Dordrecht is en het leuk vindt een in stijl ingericht oud herenhuis aan de haven te bezoeken, kunnen we Museum Simon van Gijn aanraden:

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Informatie en voorzieningen

Dordrechts Museum

Museumstraat 40; 3311 XP Dordrecht
W Dordrechts Museum
T 078 770 8708
di t/m zo 11.00-17.00 uur, meer info over feestdagen etc. op de website van het museum

bereikbaarheid
makkelijk met OV tot station CS Dordrecht met een wandeling van 20 minuten
parkeergarage Drievriendenhof, zie website voor navigatieadres
collectie informatie
folder niet aanwezig wel op zaal goede info op een scherm
zaalteksten goede informatie
presentatie collectie goed: mooie thema’s met onverwachte combinaties
route informatie loopt organisch door, waar je ook begint
digitaal - niet aanwezig
vriendelijkheid
suppoosten
winkel
kinderactiviteiten
in het museum, veel, dagelijks vooral bij tijdelijke expositie. Zie website museum bij activiteiten
eigen ruimte voor scholen en bij tijdelijke expositie
museumwinkel
assortiment uitgebreid
kunstboeken doelgericht op collectie en tijdelijke expositie
kinder-kunstboeken leuk
grappige kleine cadeautjes veel
museumrestaurant
goed en karnemelk in een glas
menu niet uitgebreid, maar wel onverwachts
wc
redelijk schoon aan het einde van de dag
niet makkelijk te vinden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.