Op weg naar de kunst

bespreekt de eigen collectie van musea in Nederland en elders.

Den Haag, Gemeentemuseum 2: Mondriaan

Piet Mondriaan: “Ik ben van het eerste begin af altoos een realist geweest.”

We weten allemaal hoe “een Mondriaan” eruit ziet. Maar hoe begon hij???

Het Gemeentemuseum Den Haag heeft de grootste collectie ter wereld met het werk van Piet Mondriaan: 300 in totaal, schilderijen en tekeningen. Daarnaast heeft men nog brieven en foto’s. Conservator Hans Janssen is de specialist van het museum die zich al jaren met het werk van Mondriaan bezighoudt. Ter ere van het honderd jarig bestaan van De Stijl is er besloten om alle werken uit de eigen collectie in één tentoonstelling onder te brengen: De ontdekking van Mondriaan. Dit is een tijdelijke tentoonstelling, tot 24 september 2017, maar omdat het alleen maar de eigen collectie betreft en ik een groot liefhebber van Mondriaan ben, komt het toch als toevoeging op de site. Want als in de toekomst niet meer alle werken zijn te zien, is het fijn om te weten wat er allemaal is.

Toch maar met een open deur beginnen: Piet Mondriaan, of Mondrian zoals hij zich later noemde, hoort bij de hele grote schilders van de 20ste-eeuw. Je hoeft niet van zijn werk te houden, om dat te kunnen zien en te erkennen. Even wat nuchtere criteria: het werk van Mondriaan heeft talloze kunstenaars beïnvloed; het werk van Mondriaan was in zijn tijd baanbrekend en het werk van Mondriaan is nog zo belangrijk dat jonge kunstenaars zich hierdoor laten inspireren. Hoe die collectie in het bezit is gekomen van het museum, welke belangrijke rol directeur Wijsenbeek hierbij speelde, staat op de site in het algemene stuk over het Gemeentemuseum Den Haag, 1.

Van Haags landschap tot artistiek idealist
De familie Mondri­aan komt eigenlijk uit Den Haag. Maar als Pieter Cornelis in 1872 wordt geboren, is zijn vader onderwij­zer in Amersfoort. Die vader maakte, naar het schijnt, prachtige tekeningen op het schoolbord. Voor zijn politieke organisatie, de latere anti revolutionaire partij, de ARP, maakte hij politieke pren­ten. Later werd zijn vader hoofdonderwijzer in Winters­wijk en daar groeit Piet Mondriaan dan ook op. Hij krijgt zijn eerste tekenlessen thuis van zijn vader. Oom Frits, vaders jongere broer, bleef in Den Haag. Hij neemt de pruikenwinkel van opa over. Vermoedelijk werd die vooral door zijn vrouw gedreven, toen Frits’ schilderijen goed bleken te verkopen. Frits Mondriaan maakte vooral landschappen die zelfs naar het buitenland werden verkocht. Oom Frits was dus de ‘echte’ kunstenaar in de familie. Hij neemt Piet mee naar buiten om naar de natuur te werken.

Bos met Beek, houtskool, 1888

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Piet Mondriaan junior, zoals hij zijn eerste werk nog ondertekent, maakt in zijn begintijd landschappen die niet onderdoen voor het werk van zijn oom. Het zijn aardige natuurimpres­sies. De tentoonstelling heeft een hele muur met vroege landschap schilderijtjes. Hieronder een foto.

Zaaloverzicht vroeg werk

 

 

 

 

 

 

 

Heel langzaam gaat Piet Mondri­aan echter schuiven in de uitbeel­ding van zijn omgeving. De natuur wordt aan banden gelegd. Het werk laat niet meer de reële situatie zien, maar Mon­driaans visie op een onderwerp. Het grote zoeken is begonnen. Hij zet bijvoorbeeld de horizon extreem hoog in het beeld zoals hieronder in het linker bovenste en onderste schilderijtje en is te zien. Een sloot is geen plek vol kwekende eendjes en decoratief riet, maar een gladde waterbaan.

Zaaloverzicht vroeg werk

 

 

 

 

 

 

 

 

Theoretisch onder­bouwt hij zijn speurtocht met de laatste filosofische en politieke opvattingen van zijn tijd. Hij krijgt belangstelling voor theosofie, antroposofie en later vrijmetselarij. Hij discussieert met zijn vriend de bioloog Albert van den Briel over Darwins evolutieleer. Hij ziet de kunstenaar, zichzelf dus, als middelaar tussen degene met de ware visie en de toeschouwer. Hij streeft in nauwgezette arbeid een hoog en edel doel na. Hij noemt dit de “Nieuwe Beelding” en zal dit, net als zijn vader overigens, schriftelijk uitdragen. De rol van de kunstenaar als ontdekker van een nieuwe wereld, of minstens als bemiddelaar tussen het hogere van de kunst en het aardse slijk van het dagelijks bestaan is een zeer 19e-eeuwse gedachte. In de natuur vindt hij de metafoor voor zijn jeugdig optimistische gedachten­goed. De natuur weerspiegelt de ongereptheid, ze is een eenheid in zichzelf: een harmonie van vormen.

Bosch, Bos bij Oele, 1907

 

 

 

 

 

 

 

 

Op weg naar anders kijken
We zagen al dat Mondriaan anders keek dan de Haagse School schilders, of anders te werk ging dan de schilders uit andere avant-gardes. Hij schreef: “Beeldend zien is bewust aanschouwen, nog juister door­schouwen. … Het beeldend zien houdt echter ook onze beeldende activiteit in: door beeldend te zien de­structireeren we vanzelf de natuurlijk en reconstrueeren we de abstracte verschijning der dingen. Door beeldend te zien verbeteren we als het ware onze gewone visuele ziening – en zóó herleiden we het individueele tot het universeele.”

Ven bij Saasveld, 1907

 

 

 

 

 

 

 

 

Als je naar zo’n groot schilderij als het Ven bij Saasveld kijkt, lijkt dit in eerste instantie een traditionele zonsondergang. Maar je ziet twee bizondere dingen: de natuur bestaat uit decorstukken die voor elkaar worden geschoven van de zwarte strook riet aan het ven tot de verre bomen rij en de wolken die wel compacte blokken lijken.

Detail Ven bij Saasveld, 1907

 

 

 

 

 

 

 

Mondri­aan deelt het­ onderwerp op: hij ver­strakt de natuur; in zijn woorden: hij “deconstrueert” de natuurlijke verschij­ning en “reconstrueert” de abstracte verschijning der dingen. Hier is dus “het individueele tot het universeele” herleid. Mondriaan wilde, in de ban van zijn tijd, een uitsnede van de natuur, of aan de geconcentreerde weergave van het licht een hogere betekenis meegeven die bijvoorbeeld in het expressionisme, of bij de theosofie werd nagestreefd.

In de natuur vindt hij dan ook de eerste mogelijkheden om de diepte te laten vallen. Toorop neemt Mondriaan in de zomer van 1911 in Domburg een beetje onder zijn hoede. Mondriaan is geïnteresseerd in de nieuwste kunst en experimenteert onder meer met een pointillisme al la Toorop, dus brede kleine heldere kleurtoetsjes waar mee je een voorstelling opbouwt. Hij maakt een reeks Duinen waarin je ziet dat de kleur en vorm samenvallen in die toetsjes en er eigenlijk geen werkelijke diepte meer in het werk zit. (We voelen die wel omdat we het onderwerp duinen aan de zee goed kennen. We ‘weten’ dat achter het hoge duin de zee met verre horizon ligt.)

Duin II, 1909

 

 

 

 

 

 

 

Niet alle Duinen zijn pointillistisch geschilderd en niet alle schilderijen zijn zo licht van kleur. Mondriaan onderzoekt zowel zijn toets, als ook de streek waarmee je verf opbrengt. Tegelijkertijd maakt hij op Walcheren een aantal schilderijen van Molen en (Vuur) torens als hoog optorend object in een verder leeg landschap. Ook hier zien we dat hij verschillende technieken en extreme kleuren gebruikt. In feite is hij met een onderzoek van zijn middelen bezig. Wat gebeurt er als ik a doe en a met b combineer of a met c. Het onderwerp is bekend, zelfs overbekend, dus niet interessant, maar de manier van schilderen wel.

Molen, De rode molen, 1911

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zoeken naar een andere werkelijkheid
Vanaf het moment dat Piet Mondriaan zijn vak technisch onder de knie krijgt, wil hij in het schilderij tot een gecomprimeerde weergave van die werkelijkheid komen. Het oeuvre staat in het teken van de speurtocht naar een andere realiteit, een werkelijk­heid die als het ware uit de eerste impressie wordt gedis­tilleerd. Dit is de speurtocht die je kunt meemaken door zijn werk te volgen. Een andere lijn is het expressionisme Fauvisme en de Kubisten allemaal stromingen die tussen 1900 en 1910 voor opschudding zorgden. Mondriaan bekijkt het, probeert het, leert ervan en laat het liggen.

Mondri­aan deelt het­ onderwerp op: hij ver­strakt de natuur; in zijn woorden: hij “deconstrueert” de natuurlijke verschij­ning en “reconstrueert” de abstracte verschijning der dingen. Hier is dus “het individueele tot het universeele” herleid. Mondriaan wilde, in de ban van zijn tijd, een uitsnede van de natuur, of aan de geconcentreerde weergave van het licht een hogere betekenis meegeven die bijvoorbeeld in het expressionisme, of bij de theosofie werd nagestreefd.
Mondriaan vindt zijn weg in een samenwerking met Van der Leck en van Doesburg. Geïnspireerd door hen verdwijnt het herkenbare onderwerp uit zijn schilderijen. Voor- en achtergrond vallen samen, eerst nog met vrij zwevende zacht gekleurde vierkante rechthoekige vlakjes, vervolgens zwarte lijnen op een witte ondergrond. Uiteindelijk in een eenvoudig ruitpatroon van tweemaal de vlakjes van een dambord in lichte of donkere kleuren.
Het duurt even voor hij zijn “Nieuwe Beelding” had gevonden. Maar het is niet alleen Mondriaan die een lange weg ging voor hij abstract kon werken. De kunsthistoricus Cor Blok schrijft in 1974: “….voor een voorstellingloze schilderkunst ‘was de tijd nog niet rijp’ tot in de jaren rond 1910 verschillende kunstenaars er praktisch tegelijk aan begonnen.” Dat wil zeggen tot dan toe waren er teveel kunstenaars die vonden dat je zoiets niet deed (om van de niet-kunstenaars nog maar te zwijgen) dan dat een enkeling de stap had kunnen wagen. Dit betekent niet dat de wereld omstreeks 1910 speciaal op de abstracte kunst zat te wachten, maar wel dat verdraagzaamheid ten opzichte van onverwachte wendingen – ook schijnbaar toe­vallige – een artistieke gewoonte was geworden.”

Voor mij zijn de volgende twee schilderijen in ruitvormen de ware opstappen naar het abstracte: Compositie met Grijze Lijnen uit 1918 en Compositie met Gele Lijnen uit 1933. Zij zijn de opmaat tot het zinderende laatste werk Victory Boogie Woogie.

Compositie met Grijze Lijnen, 1918

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Compositie met Gele Lijnen, 1933

 

 

 

 

 

 

 

 

Victory Boogie Woogie, 1944

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bij Grijze Lijnen zien we, als je naar de details kijkt, hoe geraffineerd hij een simpel motief kan laten zinderen door allerkleinste kleurverschillen en door de lijn minimaal hier en daar te verdikken, of te versmallen. Ons oog kan dat niet aan en het motief danst. Op de foto hieronder die ik schuin van onderen heb genomen, kun je dit goed zien.

Detail, Compositie met Grijze Lijnen, 1918

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bij Gele Lijnen zet hij drie plankjes achter het schilderij waardoor het optisch los komt van de muur. Dat is tegenwoordig veel moeilijker te zien omdat alle drie de werken uit veiligheidsoverwegingen in een baklijst met glas ervoor zijn gezet. Maar ooit heb ik ze nog zo op de muur zien hangen. Vooral bij deze Gele Lijnen en dat was niet alleen veel mooier, maar ook in lijn met Mondriaans manier van exposeren. Mondriaan schreef voordat hij de Gele Lijnen overdroeg achterop het schilderij dat de middenlijn boven ooghoogte moest worden gehangen. Waarmee het schilderij, zoals in het onderstaande filmpje is te zien, altijd zo hoog hangt, dat je er naar OP moet kijken zoals je vroeger in de kerk, of in een raadhuis opkeek naar de kunstwerken met Christus, zijn vader, of de machtige adel. Maar het belangrijkste van de Gele Lijnen is toch wel dat lijn kleur is geworden. Het stralende gele vierkant trekt de ruit als het ware uit elkaar. Ook hier is verschil in de breedte van de lijn en zelfs van de verfstreek die het licht weerkaatst. Maar zulke details voert wellicht wat ver.

Detail Compositie met Gele Lijnen, 1933

 

 

 

 

 

 

 

De Victory Boogie Woogie uit 1944 is Mondriaans laatste schilderij. Het dansen uit de Compositie met Grijze Lijnen, en de stralende kleur van de lijnen zoals in Gele lijnen komt hier samen. Ook hier barst het vierkant uit de ruitvorm. Hoewel het schilderij niet klaar is, krijgen we een indruk van hoe het moest worden door al die kleine stukjes tape. Omdat die weer veel losser zijn opgebracht dan de exacte composities die Mondriaan schilderde, vermoed ik alleen maar hoe bewegelijk dit werk voor de ogen zou zijn geworden. (Iets wat we nooit zullen weten, want wellicht zou Mondriaan als hij niet was gestorven nog meer veranderingen aan hebben gebracht.) Ook in deze staat danst het, schommelt het, voor mijn ogen op de muur.

Detail Victory Boogie Woogie, 1944

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Detail Victory Boogie Woogie, 1944

 

 

 

 

 

 

 

Ploeteren tot het einde
Drie jaar voor zijn onverwachte dood sch­reef Mondriaan, in 1941: “Het is de taak der kunst, een klare ziening der realiteit uit te beelden.” De schijnbare soberheid van de schilderijen die wij “typisch Mondriaan” noemen, is het resultaat van een uiterst geconcentreerde en intensieve speurtocht naar de essentie van lijn en kleur in het vlak: naar de “klare ziening”.

Laten we niet vergeten dat toen Mondriaan aan zijn zoektocht begon, hij niet wist dat hij uiteindelijk ‘een Mondriaan’ zou maken: een schilderij dat uit louter vlakken en lijnen bestaat en waar voor-en achtergrond wegvallen. De cubisten dachten dit te bereiken, Kandinsky hoopte door een vergelijking met de muziek tot deze illusieloze ruimte te komen, maar Mondriaan is eigenlijk de eerste schilder die hier volledig in slaagde. Hij veranderde daarmee onze kijk op de werking van ruimte, vlak en lijn voor altijd.

Wie Mondriaans kunst in het Gemeentemuseum bekijkt, ziet dat zijn abstracte schilderijen het konse­kwente gevolg zijn van een enorm gepiel en gezoek en opnieuw beginnen. Mondriaan ontdekt zijn manier van abstraheren tijdens het schilderen. Zijn zoektocht is door het zo veelvuldig uit­pro­beren van de verschillende mogelijkheden, door al die zijwegen, echt heel spannend om te volgen. Je moet er de tijd voor nemen en goed kijken, soms wat teruglopen en dan weer kijken. (Als je dat tenminste leuk vindt.) Al die schilderijen, fantastisch, goed, rijp, echte probeersels en mislukkingen, zitten in de collectie van het Gemeentemuseum Den Haag.
Pas rond 1915, dan is hij 43 en werkt al twintig jaar, ontstaat de overgang naar ons cliché van het Mondriaanschilderij. De eigen Mondriaan taal is dan bijna gevonden. In 1921 is de hartstocht gestructureerd: de schilderij en lijst zijn één onder meer doordat hij de lijst uitdrukkelijk bij het schilderij betrekt. Soms schildert hij door op de lijst, of zet er een extra plankje achter waardoor het werk van de muur af lijkt te komen. “De een­heid, harmonie, het universeele”, en tegelijkertijd een “dyna­misch evenwicht van tegen­delen“, al deze hogere doelen waar Piet Mondriaan bladzijden vol over heeft geschreven, bereikt hij uiteindelijk in zijn schilderijen. Hij is in staat de werkelijkheid zo zuiver mogelijk in te dikken. Ik word daar erg vrolijk van.

De Belgische schilder Seuphor, zijn vriend sinds 1923, vertelt over Pieter Cornelis Mondriaan:
“Mondriaan was een bij uitstek rechtschapen mens, integer en rechtvaardig tot in de kleinste details. Hij leidde een moeilijk leven en slaagde er elke dag opnieuw in, na zijn huishouden gedaan, zijn potje gekookt, zijn boodschappen gehaald en zijn post afgehandeld te hebben, zijn vrijheid te heroveren en zijn grote geometrische abstracties te schilderen.

 

NB.

De rubriek VOORZIENINGEN staat onder Gemeentemuseum 1

 

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.