Op weg naar de kunst

bespreekt de vaste collectie van musea in Nederland en elders.

Amsterdam, Rijksmuseum 2: Aziatische afdeling

De rust van het onbekende

Hoewel de afdeling Aziatica van het Rijksmuseum onder vakgenoten beroemd is, is het  onbekend terrein voor de meeste bezoekers. Er komen vooral specialisten en toevallige passanten in dit Paviljoen zoals het wordt genoemd. Dat is vreemd; de verzameling Aziatica past kwalitatief tussen collecties uit Boston, Londen en Berlijn.

Onze eeuwenoude belangstelling voor kunst uit het Verre Oosten is natuurlijk direct verbonden met de zo veel geprezen VOC mentaliteit. Naast kruiden transporteerden de schepen ook gebruiksvoorwerpen: Indiase katoen en sieraden, Japans lakwerk en Chinees aardewerk en porselein. Dikwijls was dit contrabande, de extra lading voor de officieren. Men nam het vaak op bestelling mee waardoor in de verre gebieden een productie ontstond die zich aanpaste aan de Nederlandse smaak. Grappig genoeg inspireerden deze voorwerpen in Nederland weer lokale ontwerpers van aardewerk en porselein die deze motieven kopieerden en verder ontwikkelden, bijvoorbeeld bij het Delfts porselein en de Hindeloopse sitsen.

De huidige herwaardering van de Aziatica begint in de opstelling van 2002 als Henk van Os en Annemarie Vels Heijn deze collectie mooie de ruimte geven in de vernieuwde Zuidvleugel.  De Aziatica begon op een opvallende plek achter de nieuwe entree van het gebouw. De argeloze bezoeker maakte onverhoeds kennis met de prachtigste gebruiksvoorwerpen, goden en godinnen, wijzen en monniken uit verre culturen. Ook toen was het er, ondanks deze nieuwe ruimte, nooit druk. In het huidige Rijks heeft in de verbinding tussen het oude gebouw en de Zuidvleugel een eigen mooie, maar nog steeds rustige plek gekregen.

Als Kristoffel en ik naar Azië reizen, is dit voor hem een beetje zijn ‘thuisgebied”.  Hij spreekt niet alleen een aantal talen uit Pakistan en India, hij woonde er en deed voor de universiteit veel sociologisch onderzoek. Hij weet wie Ganesh is en dat Boeddha een “knotje” heeft. Ik bekijk de voorwerpen louter esthetisch en raak getroffen door hun expressie, of juist eenvoud. Ik verbaas me over hun technische kwaliteit als ik die afzet tegen de stand van zaken in Europa in dezelfde tijd.

Grafgiften van paarden en kamelen, China, ca 650-750

Grafgiften van paarden en kamelen, China, ca 650-750

Als je goed naar deze expressieve aardewerken beeldjes kijkt, zie je dat ze waren beschilderd. Ze hadden hoofdstellen van stof, dat in de 14 eeuwen dat ze bestaan, verloren is gegaan. Als ik voor die vitrine sta, zie ik niet alleen dat men in China in 650 paarden en kamelen uit klei kon maken die blijven staan, maar die ook elegant, gedetailleerd en verfijnd zijn uitgevoerd.  In het bijschrift lees ik in dat we door hun ruiters kunnen afleiden dat er in de 7e-eeuw handelsbetrekkingen waren met niet Mongoolse volken! Bij ons moet Karel de Grote nog geboren worden, is Jezus nog strak verbonden met zijn houten kruis en wordt klei vooral in het huishouden gebruikt, voor ruwe kommen, kannen en borden.

De tamelijk jonge verzameling Aziatica van het Rijksmuseum is indrukwekkend. Bij de opening in 1885 ging het om het nationale kunstbezit. Azie hoorde daar niet direct bij. Anders dan tegenwoordig had dat niet met schaamte over het koloniale verleden te maken. Aziatische kunst was niet op grote school verzameld, toegepaste kunst dus wel. Die hoorde in het huishouden van de rijken. Er waren echter wel uitzonderingen zoals de Amsterdamse burgemeester en bewindvoerder van de VOC Nicolaas Witsen (1643-1717), een verre voorvader van de Amsterdamse schoolschilder Willem Witsen. Hij bouwde een grote verzameling op met Indiase miniaturen uit de 17de-18de eeuw. Deze bladen ontstonden tijdens  het hoogtepunt van de Moslim heerschappij in die regio. Ze zijn tamelijk klein, ze werden soms met penselen van een paar haren uitgevoerd. Deze miniaturen hebben een breed scala aan onderwerpen: portretten van vorsten, het leven aan de keizerlijke hoven, dieren en voorstelligen uit het leven van de hindoe goden.

Sultan Muhammad Adil Shah, centraal India, gouache miniatuur: ca 1685

Sultan Muhammad Adil Shah, centraal India, gouache miniatuur: ca 1685

 

 

 

 

 

 

 

 

Langzamerhand realiseerde men zich echter dat Japanse en Chinese kunst toch wel invloed hadden op de Europese cultuur. In de 19e-eeuw ontstond door de wereldtentoonstellingen en het Parijse warenhuis Bing voor grote belangstelling voor de cultuur uit het Verre Oosten:  van meubels tot netshuké’s, van Ming porselein tot Japanse grafiek. De Impressionisten en later de Fauvisten zouden zich zonder Japanse prenten anders hebben ontwikkeld. Denk aan bloeiende takken van Vincent van Gogh. Japanse prentkunst had een directe invloed op M.C. Escher. Mauk Escher groeide op met Japanse kunst om zich heen, zijn vader werkte voor zijn huwelijk in Japan en had, heel modern, van alles mee naar huis genomen. Op een bekende foto van Eschers jongenskamer zien we boven een kastje een grote prent uit Japan hangen, naast reproducties van Vlaamse primitieven en een foto van de dirigent Mengelberg. De manier om zonder centraal perspectief toch diepte te suggereren was Escher dus al van jongs af aan vertrouwd. Ik denk dat deze vertrouwdheid een belangrijke invloed op zijn werk is geweest. Maar er waren meer directe citaten uit Japan in de Nederlandse kunst. Denk aan Breitner die de jonge Geesje Kwak eindeloos in kimono’s schilderde.

Meisje in rode Kimono, G.H. Breitner, 1895, Rijksmuseum

Meisje in rode Kimono, G.H. Breitner, 1895, Rijksmuseum

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op het einde van de 19e– en aan het begin van de 20ste eeuw ontstond een groeiende belangstelling voor oosterse godsdiensten. Mystiek, wijsheid en universeel spiritualisme vond men in het Confucianisme, het Boeddhisme en het hindoeïsme. De Theosofie van Madame Blavatsky, grofweg een soort synthese van Oosterse en westerse godsdiensten, inspireerde vooral de rijke bourgeoisie en met hen kunstenaars zoals, in ieder geval een tijdje, Piet Mondriaan. De particuliere verzamelaar werd specialist en ging op zoek naar ‘zijn’ kunstenaars, tijdperk, of soort van kunst. In Nederland was de kunstpedagoog Henk Bremmer ongelofelijk belangrijk. Hij droeg uit dat kunst moest inspireren, emoties losmaken, er bestonden geen grenzen meer. Bremmer adviseerde onder meer het echtpaar Kröller-Müller in hun collectie vinden we naast moderne kunst uit hun tijd, ook oude kunst en Aziatica.

In 1918 werd Vereniging van Vrienden der Aziatische Kunst opgericht. Men zocht meteen toenadering tot Rijksmuseum en niet tot het Leidse Museum voor Volkenkunde. Toch duurde het nog tot na de Tweede Wereldoorlog voor de Vereniging onderdak kreeg in een vleugel van het Rijksmuseum. Overigens werd het museum pas in 1972 verantwoordelijk voor die collectie doordat die toen in bruikleen werd gegeven.  De Vereniging had sinds 1930 een eigen aankoopfonds. Zo werd met dit fonds, de steun van enkele gefortuneerde leden en met hulp de Vereniging Rembrandt, een aantal prachtige beelden aangekocht.

Een vroeg voorbeeld is een uitzonderlijk groot bronzen beeld, meer dan 1,5 meter hoog van de Koning der Dansers, dat in 1932 werd gekocht.  Het is een imponerend beeld uit de 12e-eeuw en een technisch hoogstandje.  Deze Shiva is een nataraja, letterlijk: de koning van de dansers, en komt uit Zuid-India. Shiva is naast Vishnu de hoofdgod in het hindoeïsme, er zijn ook hoofdgodinnen. De vierarmige dansende god is omringd door een cirkel van vlammen, internationaal is dit het symbool van het Hindoeïsme geworden. Deze voorstelling ontstond in de 9e-eeuw in Zuid-India en, heel opmerkelijk, ze komt nauwelijks in Noord-India voor.

Dansende Shiva Nataraja, Tamil Nadu Zuid India, 12de eeuw, brons

Dansende Shiva Nataraja, Tamil Nadu Zuid India, 12de eeuw, brons

Shiva van de zijkant gefotografeerd

Shiva van de zijkant gefotografeerd

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Indiase goden kunnen vele vormen aannemen en hebben ook even zo veel verschillende namen. Het Hindoeïsme kent niet één stichter, of één heilig schrift, maar is samengesteld uit diverse tradities. Dit is een mogelijke verklaring voor de  veelheid aan motieven van religieuze Hindoeïstische beelden. In dit beeld van Shiva zit de godin Ganga, als zeemeermin, links in het haar. Op zijn rechterarm kronkelt een cobra. Het lange uitwaaierende haar wordt met twee haarbandjes bij mekaar gehouden. De achterkant is even verfijnd en harmonieus als de voorkant. Tijdens de grote verbouwing kon het beeld in de scanntunnel van de Rotterdamse douane worden gebracht en kwam men er achter dat het hele beeld, tot ieders verrassing ook het aureool, van massief brons is gemaakt.

In 1939 werd al weer in samenwerking met de Vereniging Rembrandt, Guanyin verworven. Volgens de legende, zo staat in het bijschrift: “werd hij in deze houding aangetroffen, mediterend op de weerspiegeling van de maan in het water, in het boeddhisme een symbool van illusie en vergankelijkheid.” Het is een prachtig beeld van een man die net als Boeddha zelf, door meditatie tot totale onthechting kwam en na een cyclus van wedergeboortes, het nirwana bereikte. De Guanyin verkeert in een staat van het hoogste geluk en dat straalt van hem af. Doordat Guanyin zich het lot van de mensheid, de hulpbehoevende, lijdende mens, aantrekt, gaat hij weer om hen te troosten in de echte wereld leven. Hij is het symbool voor barmhartigheid. Men zag / herkende dit in zijn  losse houding en door de gouden patronen en de prachtige kleuren op zijn kleding, waarvan nog resten zijn te zien.

Guanyin, beschilderd en verguld wilgenhout, Noord-China, 12de eeuw

Guanyin, beschilderd en verguld wilgenhout, Noord-China, 12de eeuw

 

 

 

 

 

 

 

 

Deze Guanyin stond in een tempelcomplex in Noord-China, het woongebied van semi-nomadische stammen. Van de 9de tot 10de eeuw heerste de Liao dynastie, over het enorme gebied in Noord-China en Mongolië. Het boeddhisme was voor de Liao de belangrijkste godsdienst. Vermoedelijk is dit beeld in de provincie Shanxi gemaakt nadat de Jin de heerschappij van de Liao hadden overgenomen.

De Azië afdeling heeft twee verdiepingen. Op de eerste verdieping vinden we vooral Zuid- en  minder Zuidoost-Aziatisch kunst. Hier staan uitsluitend boeddhistische en hindoeïstische beelden. Het valt op dat er geen moslimkunst is, ook al was de Islam diverse eeuwen de dominante godsdienst in een aantal landen in deze regio. Dat valt natuurlijk ten dele te verklaren uit het feit dat mohammedanen net als joden geen afbeeldingen van mensen en god mogen maken.
We zien dat in deze verzameling beelden vooral naar herkenbare voorstellingen is gezocht. Wellicht is er daarom ook minder Hindoeïstische kunst verzameld. Hun goden zijn niet, zoals Christus, of Boeddha, gewone mensen, maar meerhoofdige en veelarmige griezels, dikwijls met boosaardige hoofden en dierlijke lichaamsdelen. Het Rijksmuseum heeft mooie voorbeelden van Aziatische beeldhouwkunst.
Zo is er een apsara uit het midden van de 10e-eeuw, een prachtige vrouw met Rubensiaanse vormen. Ze is eigenlijk een nimf uit het godenrijk die geplaagd wordt door een aapje die haar toch al schaarse kleding wil aftrekken. Als je goed kijkt, zie je de nagelafdrukken van haar minnaar nog in haar schouder en op haar gezicht staan.  De tempels van Khujarao, in centraal India, zijn vaak volledig bedekt met erotische beelden en half- reliëfs. Dit beeld komt uit de Laksmanatempel, ze stond boven op een zuil.

Een apsaras, een hemelse nymf, Laksmanatempel, Centraal India, zandsteen, 10de eeuw

Een apsaras, een hemelse nymf, Laksmanatempel, Centraal India, zandsteen, 10de eeuw

Detail van de apsaras

Detail van de apsaras

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voordat het hindoeïsme na de vijfde eeuw de belangrijkste godsdienst in India werd, was het boeddhisme dominant. Gautam Siddhartha (Boeddha) leefde in de zesde eeuw voor Christus in Noord-West India. Zijn verzet tegen het elitaire Brahmanisme kreeg grote aanhang en was zeker gedurende tien eeuwen de dominante godsdienst in Zuid-Azië. In de collectie van het Rijksmuseum zit een prachtige Bodhisattva uit Gandhara die in de derde eeuw na Christus is gemaakt. Hierin kunnen we, misschien tot onze verbazing, Griekse invloeden zien.

Het Koninkrijk Gandhara, lag in het huidige Oost Afghanistan en Noordwest Pakistan. Er was, al voor Alexander De Grote in 327 voor Chr. het koninkrijk innam, contact met het Middellandse-zee gebied. De zijderoute die China via Zuid-Azië met zuidelijk Europa verbond, liep door dit gebied.  De stijl, kleding en toch ook gelaatstrekken, is eerder hellenistisch geïnspireerd en sluit aan bij de Grieks-Romeinse beeldhouwkunst. Daarnaast bezit het Rijksmuseum natuurlijk een groot aantal klassieke Boeddha’s die eleganter zijn uitgevoerd, meer in de stijl van de apsaras uit centraal Indië.

De bodhisattva Maitreya, Gandhara, Pakistan, verguld en beschilderd leisteen, 3e-eeuw

De bodhisattva Maitreya, Gandhara, Pakistan, verguld en beschilderd leisteen, 3e-eeuw

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In Nederland bestaat een eeuwenlange belangstelling voor toegepaste kunst uit Oost-Azië. We herkennen de schotels nog op de 17e-eeuwse stillevens die elders in het gebouw hangen. In de collectie van het Rijksmuseum zitten enkele duizenden voorwerpen, vooral lakwerk, zijde, en porselein. China heeft een lange periode van grote intellectuele en artistieke bedrijvigheid gekend, maar het bleef moeilijk toegankelijk. Japan liet in de tweede helft van de 19e-eeuw de handel toe, eigen specialisten bouwden elders verzamelingen op. Denk in dit verband bijvoorbeeld aan Okakura Kakuzó, de raadgever van Isabelle en Jack Gardner.  Link naar bespreking Isabella Gardner Museum, Boston
In de benedenverdieping, onder de Zuid-Azië collectie, staat een bonte verzameling van Chinese, Japanse en Koreaanse kunst. Het zijn enerzijds gebruiksvoorwerpen (de gebruikelijke kopjes, borden, vazen, kamerschermen, bijouterie, etc.) en anderzijds bijna uitsluitend religieuze beelden. Niet de Boeddhabeelden, maar beelden van monniken trekken de aandacht. Ze zijn majestueus vorm gegeven, met gezichten waar het geluk en de gelukzaligheid van af stralen. De meeste los in de ruimte zodat je rondom de figuur kunt lopen. Hun sereniteit en licht gestileerde vormen houden je aandacht vast. Vaak hebben de beelden ogen van glas door hun schittering lijkt het heel even alsof dit dode materiaal toch tot leven komt.

Een luistrende lohan, een volgeling van Boeddha, beschilderd en gelakt hout, glas, China 13e-14e eeuw

Een luistrende lohan, een volgeling van Boeddha, beschilderd en gelakt hout, glas, China 13e-14e eeuw

Detail van de lohan

Detail van de lohan

 

 

 

 

Shotoku Taishi, beschilderd hout, Japan, 16e-eeuw.

Shotoku Taishi, beschilderd hout, Japan, 16e-eeuw.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bij de vaste collectie is weinig of geen tweedimensionaal werk te zien, dat is jammer. Mogelijk komt daar verandering in sinds het Rijksmuseum in 2016 de collectie Elise Wessels geschonken kreeg, een unieke verzameling Japanse prenten uit de eerste helft van de twintigste eeuw. De eigen collectie bestaat al uit ca. 2000 oudere prenten van zeer hoge kwaliteit, onder meer van Hokusai en Hiroshige.

Wie ooit de documentaires van Oeke Hoogendijk heeft gezien over de tienjarige renovatie van het gebouw: Het Nieuwe Rijksmuseum kan zich misschien net zo goed als ik nog het tedere gebaar herinneren waarmee conservator Menno Fitski een van de twee enorme 14e eeuwse Japanse tempelwachters voorzichtig over de buik streek toen ze eindelijk in de opslag van het museum stonden. Vervolgens zei hij zoiets als: “ze horen hier niet te staan. Ze moeten op zaal daarvoor zijn ze hier naar toegekomen.” Hij keek er diep treurig bij, kennelijk wist hij al dat het nog even zou duren.
De beelden zijn indrukwekkend, expressief en ontroerend omdat je ook zonder het gebaar van Fitski begrijpt dat ze van groot belang zijn. Ze staan met z’n 2-en voor een muur en domineren een zaal.

Twee tempelwachters, hout met resten van beschildering, Japan, 13e- 14e-eeuw

 

 

 

 

 

 

 

Ieder enorm beeld bestaat uit een aantal houten blokken die met een toen ontwikkelde techniek samengesteld één beeld vormen. Ze zien er angstaanjagend uit en dat was ook de bedoeling: als tempelwachters moesten ze letterlijk het kwaad buiten de deur houden. In hun hand dragen ze een vajra, waarmee ze de onnozelheid kunnen verpletteren.

Details

Details

 

 

 

 

 

 

img_5375

img_5344-2

De een heeft een gesloten en de ander een open mond; dat betekent a en un en is te vergelijken met ons alpha en omega, het begin en einde, de kennis van alles. Als je tussen hen doorloopt naar de tempel, blijft het kwaad achter en treedt je de wereld van de zuiverheid en goddelijke kennis binnen.

 

Informatie en voorzieningen

Rijksmuseum, afdeling Aziatische Kunst

Museumstraat 1, 1071 XX Amsterdam
W website Rijksmuseum
T 020 6747 000
Dagelijks  9.00-17.00 uur

bereikbaarheid
20 tot 30 min. mt tram 2 of 5 vanuit CS, meer info op website bij adres en route
parkeren achter het museum
collectie informatie
zaalteksten Aziatica bondig, informatief
presentatie Aziatica collectie mooi en zorgvuldig
route informatie - vrij helder
vriendelijkheid
suppoosten behulpzaam belangrijk ivm de drukte
winkel vriendelijk
kinderactiviteiten
in het museum, veel, info op website: plan je bezoek, kinderen, klas of groep
eigen ruimte ja verschillende
museumwinkel
restaurant / wc zie verder Voorzieningen Rijksmuseum 1

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.