Op weg naar de kunst

Bestel hier onze: Gids naar Nederlandse musea Op weg naar de kunst

bespreekt de eigen collectie van musea in Nederland en elders.

Leuven, De Sint-Pieterskerk & M-Museum

Een eeuw lang bouwen
Meer dan 1000 jaar geleden werd in Leuven een stenen romaanse kerk gebouwd. Ruim vierhonderd jaar later werd die kerk afgebroken en begon men aan het einde van de 15e eeuw en in de eerste helft van de 16e eeuw aan de huidige hoog gotische Sint-Pieterskerk. Architecten waren er nog niet. Verschillende bouwmeesters werkten bijna een eeuw aan de kerk terwijl de eenheid van stijl bewaard bleef.  Joos Massijs (of Metsys} was een van de belangrijksten. Hij was de broer van Quinten Massijs, een van de grote vernieuwers van de Vlaamse schilderkunst. Joos maakte een ontwerp voor drie torens, waarvan de middelste ongeveer 175 meter hoog moest worden, hoger dan welke toren ook. Maar … de bodem was instabiel, het ontwerp ondeugdelijk en de bouw stokte halverwege. Al met al werd het toch een prachtige kerk, een hoogtepunt van Brabantse gotiek. Het is een kruiskerk met drie beuken (lange ruimtes), en een korter dwarsschip, vandaar de naam het kruiskerk. Rondom het koor zijn ettelijke kranskapellen met veel kunstwerken.

Gotische kerk
De kranskapellen van de kooromgang lijken tegenwoordig wel een museum met beelden, schilderijen, relieken en monstransen. Het koor heeft een laatgotisch koorhek, het doksaal, een indrukwekkend kruisrib-gewelf en een doopvont uit circa 1490. Opvallend is het triomfkruis uit de 15e eeuw dat net achter en los van het doksaal staat. Onder de kerk is er een sobere maar mooie romaanse crypte.


Triomfkruis voorkant.


Triomfkruis achterkant, let op Maria nu aan de rechterkant. Ze is uit het lood geslagen.

De preekstoel is een verhaal apart. Die is gemaakt in een opmerkelijk naturalisme dat in zuidelijk Brabant tussen de 17de tot de 19de eeuw gebruikelijk was. De hele kansel, zowel de trapopgang, als de kuip en de overkapping, vertelt één religieus verhaal. We zien onder de kuip Norbertus die met paard en al omvalt; dit is het moment van zijn bekering. Norbertus, mogelijk uit Gennep, werd rond 1000 de stichter van de Premonstratenzers of Norbertijnen. De preekstoel uit 1742 is oorspronkelijk gemaakt voor het Norbertijnerklooster in Ninove, ten westen van Brussel. Leuven ligt oostelijk van Brussel.


Detail, Preekstoel met de val het paard en Norbertus.

Wel of niet de hostie?
Even zo bizonder is de 12 meter hoge Sacramentstoren, die Joos Massijs ook al ontwierp. Hierin werden de hostie en de wijn bewaard. Bij zijn Laatste Avondmaal met de 12 apostelen brak Christus het brood en zei: ‘Neem en eet, dit is mijn lichaam’. In de eucharistie wordt dit ritueel herhaald door de uitreiking van de hostie en de wijn als het lichaam en bloed van Christus. Dit is sinds het begin van de 13de eeuw het hoogtepunt van de mis. Daarvoor kwam men naar de kerk. De eucharistie bracht geld in het laatje: wie de kerk financieel steunde, kon zo een “aflaat” verwerven waarmee zonden werden vergeven. Dit was een belangrijke bron van inkomsten.
De Sint Pieterskerk wilde met de eucharistie groots uitpakken. De opdrachten aan Bouts voor het veelluik over Het Laatste Avondmaal en aan Mattheus de Layens voor de uitvoering van de Sacramentstoren maakten deel uit van dat ritueel. Zij speelden een hoofdrol tijdens de kerkdienst.


De Sacrementstoren van Joos Metsijs en Matheus de Layens.

Kerk en Universiteit
De hostie was een van de grote strijdpunten tussen de katholieke kerk en de Lutheranen die in Vlaanderen veel aanhangers hadden. In 1543 werden twee vrouwen, Antonia van Rosmalen en Katelijn Metsys, beschuldigd van Lutheraanse denkbeelden. Tijdens de rechtszitting hielden zij vol dat het lichaam van Christus niet echt aanwezig is in de hostie. Samen met 33 anderen werden zij ter dood veroordeeld. Op het plein tussen de kerk en het stadhuis werden ze levend begraven.
De decaan van de Sint Pieterskerk, ook rector van de katholieke universiteit, maakte van Leuven een bolwerk van het katholieke geloof met als centraal dogma het geloof in de hostie en het vagevuur. De propagandamachine kwam op stoom met beelden en schilderijen als het zichtbare verhaal van de katholieke leer.

Oorlogsschade
Tijdens beide wereldoorlogen was er in Leuven veel schade. De correspondent van de NRC berichtte op 3 september 1914: ‘De verwoesting in binnen- en bovenstad is onbeschrijflijk. Alleen het stadhuis stond als sierlijk kleinood te midden van puinhoopen onbeschadigd. De St. Pieterskerk is gedeeltelijk verwoest, maar lijkt mij te repareeren. De kunstschatten zijn behouden gebleven. Het avondmaal van Dirk Bouts was gaaf, als alle schilderijen.’ Zo zie je maar, in een kerk kunnen nog steeds wonderen gebeuren. Het veelluik van Bouts overleefde beide wereldoorlogen.


Resten van vernietigde beelden.

Kunstwerken
De kerk bezit een groot aantal beelden, waaronder een laatgotische Anna te Drieën, een Christus op de Koude Steen (begin 16de eeuw) en zelfs tweemaal een beeld van Fiere Margriet, een lokale heldin die later heilig is verklaard.


Een van de kranskapellen met van links naar rechts Fiere Margriet, Anna te Drieën en Christus op de koude steen.

Links staat Fiere Margriet (Margaretha). Dit is een apart Leuvens verhaal. Deze Margaretha van Leuven staat hier met een wijnkruik in haar linker hand, een verwijzing naar haar werk in de herberg van haar ouders. Tijdens de moord op haar ouders in 1225, verzette Fiere Margriet, een meisje van achttien zich zo hevig dat ze werd vermoord. Haar lijk werd in de Dijle river gegooid. Het dode meisje dreef echter stroomopwaarts de stad weer in, tot bij Hendrik I, de hertog van Brabant.
Zo werd ze patroonheilige van jonge dienstmeiden, horeca personeel en martelaren. In de 16de eeuw kreeg Fiere Margriet een eigen kapelletje en bedevaartsoord in de Sint-Pieterskerk. In 1902 werd ze zelfs zalig verklaard! In haar kapel hangen naast een beeld ook vijf schilderijen uit 1760. De Brabantse kunstenaar Pieter Jozef Verhaghen die hofschilder werd van de Oostenrijkse keizerin Maria-Theresia, schilderde op typisch 18e-eeuwse zoetelijke manier deze legende in vijf schilderijen.


Fiere Margriet Sint Pieterskerk, Leuven.

Het is soms zelfs voor katholieken niet duidelijk waarom Anna, de moeder van Maria, zo groot wordt getoond, terwijl Maria en Christus, haar dochter en kleinzoon, op haar schoot, zo klein zijn. Vroeger was Anna, net als haar dochter, ook een belangrijke schakel tussen God en zijn zoon Christus. Anna was onbevlekt zwanger geworden, dat wil zeggen zonder tussenkomst van haar man Joachim. Het Concilie van Trente (1545-1563) heeft het belang van Anna afgezwakt en zo werd Maria dominant, ook op beelden en schilderijen.

Anna te Drieën, Sint-Pieterskerk, Leuven.

Als laatste staat in deze kapel aan de rechter kant: Christus op de Koude Steen, een motief waarin Christus’ als mens wordt benadrukt. De koude steen komt uit de apocriefe verhalen. Dat zijn verhalen over het leven van Christus en heiligen die niet in de Bijbel staan, maar door de eeuwen heen zijn toegevoegd. Zo wordt met Christus op de Koude Steen het moment aangegeven dat hij, moe van het gesleep met het kruis, even op de ‘Koude Steen’ gaat zitten. Hier heeft hij echter touwen om zijn polsen en kan dus nog niet aan de tocht zijn begonnen. Dit is kennelijk na zijn veroordeling en vóór zijn kruisweg.


Christus op de koude steen, begin 16e eeuw, Sint-Pieterskerk, Leuven.

Een van de oudste beelden uit de kerk is een Sedes Sapientiae, een beeld dat weliswaar in 1442 werd gemaakt door Nicolaas de Bruyn, maar op basis van een ouder beeld uit de 13de eeuw. Dat verklaart ook de ‘stijfheid’ van het beeld. (Sedes Sapientiae betekent de zetel der wijsheid, synoniem voor Maria, de moeder van Christus.)
Haar mantel zou vroeger uit gouddraad zijn gemaakt. Ze hangt hoog tegen een muur. Op die hoogte kan zie je niet dat het beeld werd gerestaureerd: het viel in 1944 tijdens bombardementen in duigen.


Sedes Sapientiae, Nicolaas de Bruyn, 1442.

Belangrijke kopie
De Sint-Pieterskerk heeft naast twee werken van Bouts en de schilderijen van Verhaghen ook de zogenaamde Edelheeretriptiek. Dit is een kopie van de wereldvermaarde Kruisafname die Rogier van de Weyden rond 1435 voor de Leuvense kapel van Onze Lieve Vrouw van Ginderbuyten maakte. Het origineel is in het Prado Museum te Madrid. Er zijn rond 50 kopieën bekend; deze kopie voor de Leuvense familie Edelheere werd al in 1443 gemaakt. Het is een drieluik, een triptiek met op de binnen zijluiken de schenkers met hun wapenschilden en patroonheiligen.


Edelheerentriptiek, naar Rogier van der Weyden, kopie, 1443.

Links knielt Willem Edelheere, de man in het rode gewaad. Hij was trouwens toen al overleden! De Heilige Jacobus de Meerdere, zijn beschermheilige, stelt hem als het ware voor, achter hem knielen twee zonen, waarvan een in priestergewaad.


Linker zijpaneel: Willem Edelheere, zijn zonen en Heilige Jacobus de Meerdere, naar Rogier van der Weyden, 1443.

Op het rechter luik staan zijn echtgenote Aleydis Cappuyns, hun twee dochters en haar beschermheilige Aleydis.


Rechter zijpaneel met Aleydis Cappuyns, en dochters, samen met de heilige Aleydis, naar Rogier van der Weyden, 1443.

Op het middenpaneel wordt Christus van het kruis gehaald en ondersteunt de apostel Johannes Maria die van verdriet flauwvalt. Maria Magdalena sluit als het ware aan de rechterkant dit tafereel af.
De familie Edelheere wordt door deze opstelling, zie eerste foto hierboven, waarin ze net zo groot zijn als de figuren uit het middenpaneel en op gelijke hoogte met hen staan, directe vrome getuigen van een van de belangrijkste gebeurtenissen uit de Bijbel!


Middenpaneel, Kruisafname, naar Rogier van der Weyden, 1443.

Het is een wonder dat de triptiek hier nog hangt. In de achttiende eeuw hing het schilderij vol gaten in het middenpaneel in de kleedkamer van de kanunniken. Het werd als kapstok gebruikt. Later verhuisde het naar de zolder en lag het in 1825 met een hoop planken op een vlooienmarkt. Bij toeval werd het door een kunstkenner gezien en van de ondergang gered.

Dirk Bouts in Leuven
Dertig jaar voor Leonardo Da Vinci zijn beroemde Laatste Avondmaal maakte, kreeg Dirk Bouts de opdracht het heilig sacrament te schilderen. Dirk Bouts, ook wel Dierick Bouts (waarschijnlijk Haarlem ca. 11410= Leuven 1475) was in de Bourgondische tijd, de tijd van de Vlaamse Primitieven, een vooraanstaand schilder. Veel werk van Bouts is verdwenen; er zijn wereldwijd nog slechts 25 schilderijen bekend.
Hoe kwam Bouts in Leuven? Mogelijk werkte hij in Haarlem al samen met Aelbert Ouwater. Hij is wellicht als zoveel kunstenaars in die tijd naar Vlaanderen gegaan. Er was daar een bloeiende kunstmarkt met grote schilders als Jan van Eyck en Rogier van der Weyden. Er zijn vermoedens dat Bouts zowel het werk van Jan van Eyck goed kende, mogelijk is hij in zijn leertijd zowel in Brugge geweest, waar Van Eycks’ atelier was, als ook in Brussel. Hij heeft misschien in Brussel bij Rogier van der Weyden gewerkt. Van beide grote Vlaamse kunstenaars zijn namelijk belangrijke elementen in het werk van Bouts terug te vinden: de sublieme weergave van het licht van Jan van Eyck en de compositie van Rogier van der Weyden. De ontbrekende schakel zou het contact in Brugge met de schilder Petrus Christus kunnen zijn, die na Van Eycks dood diens atelier had overgenomen. In Leuven werd hij een gevierd schilder. Hij trouwt in 1448 met Catharina van der Brugghen, een rijke Leuvense patriciërsdochter, ook wel Catherina Mettengelde genoemd. In 1472 wordt hij tot stadsschilder benoemd.


Dirk Bouts’ beeld aan het Leuvense stadhuis 19e eeuw.]

Rond het midden van de 15e eeuw was Leuven belangrijker dan Brussel, zo stond er sinds 1425 de eerste universiteit van de Nederlanden. De combinatie van universiteit en Sint-Pieterskerk waar de rector van de universiteit een belangrijk bestuurder was, zorgde voor scherpslijperij in de religieuze kunst. Daarnaast woonden de Brabantse hertogen in Leuven. Het hertogdom Brabant was een groot gebied dat van ’s Hertogenbosch via Breda ten oosten van Antwerpen naar Leuven liep en waar zelfs delen van Limburg bij hoorden. Al deze belangrijke personen en instituties als de universiteit, de stad, talrijke kloosters en kerken waren opdrachtgevers voor bouwwerken die weer gevuld werden met kunstwerken.

Twee altaren voor de Sint-Pieter
In opdracht van de Broederschap van het Heilig Sacrament maakte Bouts voor de Sint-Pieterskerk de Marteling van de heilige Erasmus. Het drieluik bevindt zich nog steeds op zijn oorspronkelijke plaats in een zijkapel.


Marteling van de heilige Erasmus, Dirk Bouts, ca 1460, Sint Pieterskerk Leuven.

Op het middenpaneel zien we de vreselijke marteling van de heilige Erasmus, in de vierde eeuw een bisschop van Antiochië in Syrië. Twee beulen hijsen de organen uit het lichaam van de martelaar. De rijk geklede personen, waaronder keizer Diocletianus, die hem veroordeelde tot deze straf, kijken vrij onbewogen toe.
Verder valt op dat de martelaar zelf geen krimp geeft en het absoluut geen bloederige bedoening is. Dat is geen toeval, maar het gevolg van een bewuste godsdienstige beleving. Het wonder verdient onze volle aandacht, niet door ons er als toeschouwer emotioneel bij te betrekken, maar door het als droog verhaal te vertellen. Hier leer je dat de martelaar deze gruwelen kan doorstaan dankzij diens standvastig geloof en verdiende hij het om heilig te worden.


Middenpaneel Marteling van de heilige Erasmus, Dirk Bouts, Sint Pieterskerk Leuven.

In maart 1464 kreeg Bouts de opdracht voor het Laatste Avondmaal. Vier jaar later was het voltooid. Het bestond uit 5 delen: het centrale paneel en links en rechts twee onder- en boven panelen. De panelen verdwenen in het begin van de 19de eeuw naar Duitsland (Berlijn en München) en kwamen pas na de eerste wereldoorlog terug naar Leuven. Men wist niet meer hoe de zijpanelen moesten hangen. Op basis van het contract uit 1464 kon men de ophanging min of meer reconstrueren. Hoewel sommige kunsthistorici, zoals Friedländer, betwistten de keuze. Er is weliswaar weinig bekend over het leven van Bouts, maar van dit 15e-eeuwse kunstwerk bestaat nog een uitgebreid contract. Daardoor weten we wat de opdracht was, hoeveel er betaald werd, wie de theologen waren die hem voor dwalingen moesten behoeden, en hoe de compositie er ongeveer uitzag.

Realiteit in Bijbels verhaal
Het Broederschap van het Heilig Sacrament was ook hier weer de opdrachtgever. Dit is van grote betekenis voor het schilderij. Zoals eerder verteld was de symboliek van de hostie van groot belang, niet alleen in de strijd tussen katholieken en afvalligen (protestanten), maar ook binnen de kerk. Juist dit Broederschap waakte over de betekenis en uitvoering van de eucharistie, het Heilige Sacrament. Dit verklaart de ingetogenheid van het gezelschap. Hier is geen verbijstering over Christus uitspraak dat een van de apostelen hem binnenkort zal verraden en een ander hem driemaal zal verloochenen, zelfs Judas valt niet erg uit de toon in dit ingetogen gezelschap.


Het Laatste Avondmaal, Dirk Bouts, Sint Pieterskerk Leuven, 1464-68.

Onwillekeurig vraag je je af of Bouts er niet wat meer reuring in had kunnen brengen. Dat is echter niet de vraag van de Leuvense tijdgenoten. Die zien dat er aan deze stille tafel de allereerste eucharistieviering wordt gehouden. Christus kijkt niet naar zijn apostelen, maar naar ons, wij worden er direct bij betrokken! Het is van programmatische betekenis dat Christus’ zegenende hand het middelpunt van het middenpaneel is.


Detail middenpaneel Laatste Avondmaal, Dirk Bouts, 1465-68.

De begeleidende theologen zullen hier een rol in hebben gespeeld. Ze staan overigens, net als de burgemeester van Leuven, links naast Christus ook in deze voorstelling. Al weer zie je dat tijdgenoten de middelaar zijn bij een religieus gebeuren.
Deze actualisering van het oude verhaal in de tegenwoordige tijd, begint al met de inrichting van de laatgotische ruimte, een kamer van een rijke burger. Het perspectief van deze ruimte klopt omdat Bouts het nieuwe snufje van het centraal perspectief toepast. Hierin gebruikt de schilder één vluchtpunt waardoor alle verhoudingen worden bepaald. De ramen kijken uit op het Leuvense stadhuis in aanbouw en achter de open deur ligt een tuin, die misschien ook voor Leuvenaren herkenbaar was.


Middenpaneel Laatste Avondmaal, Dirk Bouts, 1465-68.

Op de zijpanelen staan vier voorstellingen uit het oude testament die ook met brood te maken hebben en een soort voorbode zijn van het laatste Avondmaal en en dus de eucharistie. Die vier kleinere panelen tonen de ware kracht van Bouts. Aan de rechterkant rapen de kinderen van Israël het manna in donker avondlicht en de engel wekt de profeet Elia in helder morgenlicht in de woestijn. Hier zien we een van Bouts grote verworvenheden: hij gebruikt het realistische landschap om ons directer bij de gebeurtenis te betrekken. Zijn landschappen onderstrepen de actualiteit van de gebeurtenis. Hij doet het zo goed, dat het al niet meer opvalt.


Rechter zijpanelen Laatste Avondmaal, boven De kinderen Israëls rapen manna, onder De Engel wekt de profeet Elia, Dirk Bouts, 1464-68.

Niet aanwezig, wel belangrijk
Bouts kreeg van het stadsbestuur twee grote opdrachten voor het prachtige nieuwe stadhuis naast de Sint-Pieterskerk: een drieluik met het Laatste Oordeel en vier grote panelen met Gerechtigheidstaferelen. Deze grote schilderijen moesten de bestuurders en rechters er aan herinneren dat ze uiteindelijk altijd worden afgerekend voor hun daden. Sinds 1871 hangt in de Musea voor Schone Kunsten in Brussel De gerechtigheid van keizer Otto III, die zijn eigen vrouw tot de dood veroordeelde nadat bleek dat ze een valse getuigenis had gegeven. De zijpanelen van het Laatste Oordeel zijn tegenwoordig in het Musée des Beaux Arts te Lille.

 

M – Museum Leuven


M Museum, Leuven, binnenplaats.

Transhistorisch museum
Op 350 meter van de kerk staat de moderne toegangshal van M – Museum Leuven. Het museum heeft een vrij grote verzameling van oudere tot hedendaagse kunst. Die collectie wordt door elkaar getoond. Dat is niet nieuw, wel actueel is de “transhistorische” benadering. Wat die benadering precies inhoudt is onduidelijk. Volgens het afdelingshoofd Oude Kunst is er geen definitie. ‘In transhistorisch perspectief gaan we uit vanuit onze perceptie vandaag’. In de benadering van M kun je naar kunst kijken zonder enige kennis van kunst, of kunstgeschiedenis: ‘je stelt eigenlijk dat elk kunstwerk hedendaags is’ (citaten uit het tijdschrift Museum Leuven, Nummer Vijf ).
In het voorwoord van hetzelfde nummer staat dat het niet zo interessant is te weten wat de kunstenaar bedoelde met het werk: ‘Het is jouw keuze, jouw mening, jouw beleving. En misschien is dat wel waar kunst écht over gaat.” Je kunt je afvragen waarom je dan naar binnen zou gaan, als je eigen beleving en eigen mening voorop staat? Heb je daar dan nog (eeuwenoude) kunst voor nodig? Wellicht is digitaal naar plaatjes zoeken ook wel transhistorisch verantwoord? Op de site van het museum staan samenvattingen van tentoonstellingen uit het verleden. Er is een leuk overzicht van een Rodin, Meunier, Minne tentoonstelling uit 2020 op hun website,


De Zaaier, Constantin Meunier, 1893.

Transhistorische musea zoals M in Leuven, Museum Arnhem en het Van Abbe in Eindhoven, zoeken niet meer naar onderlinge kunsthistorische ontwikkelingen, of verbanden met onze tijd, maar stellen het individu en zijn/haar/het individuele beleving / ervaring centraal. Het publiek erbij betrekken, dat klinkt heel modern.
Nu is de eigen collectie in Leuven onderhevig aan een durende wisseling. Soms wordt een combinatie van kunstwerken samengesteld door een panel van ‘tien proefkonijnen’, willekeurige mensen uit Leuven en omstreken die er gezellig op los babbelen.
Dat wil niet zeggen dat je geen kunstwerken van betekenis in M kunt zien, verwacht er alleen geen uitleg bij over de kunsthistorische context. In het kader van Bouts noemen we de onlangs verworven Man van Smarten (Christus met doornenkroon) dat in zijn atelier is gemaakt.


Man van Smarten, Dirk Bouts en atelier, 1470.

 

PS.

De kerk heeft voor bezoekers een en HoloLens 2, een slimme bril die je 3D-beelden laat zien uit de geschiedenis van de Sint Pieter, de kunstwerken en andere opmerkelijke dingen uit het eigen bezit, zoals de beenderen van de aller eerste hertog van Brabant …

 

#visitleuven #oudekunst #dagjeweg #rubens #kerkeninvlaanderen #eigencollecties #KunstinVlaanderen #museuminVlaanderen #VisitFlanders #ToerismeVlaanderen #oudekunst #Vlaamsemusea #VlaamsePrimitieven #eigencollecties #ownk #opwegnaardekunst.nl

Informatie en voorzieningen

Sint Pieterskerk, Leuven
Grote Markt z/n, 3000 Leuven
W website van de kerk
T +32 16 20 30 20
ma tot zat: 10 tot 16.30 uur, zond: 11 uur tot 16.30 uur. Van 1 oktober tot 31 maart gesloten op woensdag.

M-Museum
Vanderkelenstraat 28, 3000 Leuven,
website van het museum
T+32 16 27 29 29
Dagelijks, 11:00 – 18:00 uur, WOENSDAG GESLOTEN!, Donderdag: 11:00 – 22:00 uur

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.