Luik, La Boverie
België, Luik
Van klassiek tot hedendaags
Het Musee des Beaux Art in Luik (het Waalse Liège), heet tegenwoordig La Boverie. Het is ondergebracht in een gerenoveerd gebouw uit 1905 op een eilandje in een zij-arm van de Maas. Maar het museum is niet de enige trekpleister. Sinds een paar jaar ligt iets buiten het centrum van de stad een stralend station van de Spaanse architect Santiago Calatrava: Liège-Guillemins. Dit werd tussen 1996 en 2009 gebouwd en was het begin van een uitgebreide stadsvernieuwing. De opening van La Boverie in 2016 maakte deel uit van dit project. Een loop- en fietsbrug verbindt de inmiddels opgeknapte wijk bij het station met het park op het eiland. Het Calatrava station is een ongelofelijk vrolijk gebouw dat als een lichte geopende oesterschelp de reizigers loslaat in de stad.
Kom dan ook vooral met de trein. Zo sla je twee vliegen in één klap: je beleeft het station en je bent in 10 minuten via het stationsplein en de mooie brug over de Maas bij het museum. (Als je toch met de auto komt, kun je vlakbij parkeren: adres Palais des Congres.)

Het station Liège Guillemins tijdens de verbouwing van het plein in 2014.
Tussen 15 oktober 2022 en 15 oktober 2023 voerde de Franse conceptuele kunstenaar Daniel Buren een prachtig kunstwerk uit in het station: “Alsof hier, in situ, de kleuren uit de hemel zijn gevallen en bewegen.” Buren wilde de reizigers laten zien dat kleuren in het station, dichtbij op de grond onder hun voeten, of juist ver weg door de glazen daken steeds met de zon mee veranderen. Het was een poëtisch kunstwerk, stralend en vrolijk in de zon, en minder opvallend op grijze dagen.
(Aan het einde van dit verhaal staan bij de NB nog een aantal foto’s.)

Het Luikse treinstation in de zomer van 2023 met het werk van Daniel Buren
De verzameling
De collectie van La Boverie is samengesteld uit verschillende verzamelingen die ooit in de stad waren verspreid, zoals een grafiek collectie, schilderijen met Belgische en deels Franse kunst, zowel impressionisten als surrealisten, oude kunst onder andere uit het voormalige bezit van het Prins-Bisdom Luik en de aanzet tot een strip museum, die typisch Belgische kunstuiting.
In de gang op weg naar de vaste collectie loop je langs een grote muurtekening, Wall Drawing, 1985, van de Amerikaanse conceptuele kunstenaar Sol Lewitt, En daarna langs schilderijen van impressionisten en surréalisten.

Wall Drawing, 1985, Sol Lewitt, her-uitgevoerd na de verbouwing in 2016.
De collectiepresentatie in het souterrain is min of meer chronologisch opgesteld. De begeleidende teksten knopen aan bij de algemene kunstgeschiedenis, zoals de ontluikende Renaissance in Noord-Europa, of het realisme in de 19e-eeuw. Toch ligt de aandacht vooral bij Luikse kunstenaars. De collectiepresentatie begint met het werk van Lambert Lombard, (1505/6 -1566) een Luikse Renaissance schilder. Hij volgde zijn opleiding in Antwerpen en in Middelburg bij Jan Gossaert, die na een reis naar Rome door de nieuwe Italiaanse kunst was beïnvloed.
Lombard werd later ook door zijn werkgever, de prins-bisschop van Luik Everhard van der Mark (een grootvader van de geuzenleider Lumay) naar Rome gestuurd. Daar zag hij de laatste nieuwigheden en kocht er kunst voor de bisschop. Hij zag er onder meer werk van Michelangelo en de kennis van de renaissance gaf hij, terug in Luik, door in zijn eigen kunstacademie aan onder meer Frans Floris en Weillem Key. Lombard wordt, na Dürer, een van de eerste echte noordelijke Renaissance kunstenaars. Hij is jonger dan deze Duitse kunstenaar. maar ouder dan Rubens.
Er zijn vier schilderijen van Lombard die op een bizondere manier worden getoond. Omdat de schilderijen losse delen zijn uit een altaarstuk met openslaande deuren, zijn ze zowel aan de voor- als aan de achterkant beschilderd. Ze zijn heel slim in een uitgezaagde witte wand gezet waar ze boven uit steken. Als je om het halve muurtje heenloopt, zie je ook de achterkant van het paneel.

De voorkant van het Lombard altaarstuk.

De achterkant van het Lombard altaarstuk.
Achter het gefragmenteerde altaarstuk hangt werk van Gerard de Lairesse (1640-1711). Dat was toch de bekende Amsterdamse kunstenaar uit de tijd van Rembrandt, de schrijver van het invloedrijke Het groot schilderboeck (1707)? Ja en Nee. Hij was Luikenaar en maakte hier zijn eerste schilderijen. Hij was een classicistisch kunstschilder en graficus, hij schilderde voornamelijk verhalen, naast Bijbelse verhalen, vooral historische, allegorische en mythologische scènes. Lairesse ontvluchtte Luik mogelijk na een vechtpartij toen hij 24 was. De schilderijen die hier hangen, zoals de Bijbelse Judith maakte hij later.

Judith, Gerard de Lairesse, 1687
Via Maastricht en Utrecht kwam Lairesse in Amsterdam waar Gérard dus Gerard werd. Rond 1700 was De Lairesse beroemder dan Rembrandt. In de vorige eeuw werd er een (bekende ) Amsterdamse straat naar hem vernoemd.
Na het werk van Lombard, en De Lairesse, staan we onverwachts in de 19e-eeuw bij het werk van Delfrance en Constantin Meunier. Iets verder hangt een groot portret dat Ingres in 1804 van Napoleon Bonaparte maakte. De stad kreeg het in 1805 cadeau van Napoleon. Het is een echt statieportret: een propaganda stuk. Napoleon staat er als cliché van de moderne leider van het land en de revolutie. Let op het geïdealiseerde ‘nobele’ hoofd van de Eerste Consul en zijn beroemde hand in het jasje.

Napoleon Bonaparte, Eerste Consul, J.A.D. Ingres, 1804.

Napoleon Bonaparte, Eerste Consul, J.A.D. Ingres, 1804, detail
19e-eeuw sociaal engagement
Een kleine eeuw na Napoleon wordt in Wallonië een heel andere kunst beoefend, realistische kunst met oog voor de meestal erbarmelijke omstandigheden van de arbeiders. Luik, Seraing en Charleroi waren de bakermat van de industriële revolutie op het Europese continent. Luik werd een rode industriestad: de schilderijen van Constantin Meunier en Cécile Douard, twee Brusselse kunstenaars, brengen dit treffend in beeld.

La Coulée à Seraing, Constantin Meunier, ca 1880
De Engelse broers John en Charles James Cockerill stichtten in 1817 in de tuinen van het voormalige Bisschoppelijk Paleis aan de oever van de Maas een ijzergieterij met twee koepelovens en later een eerste hoogoven op cokes. Het was een ideale plek doordat de op de Maas naast de deur van de fabriek ligt en het ijzer direct getransporteerd kan worden. Bovendien was er voortdurend koelwater beschikbaar. Seraing werd de eerste zware industriestad op het Europese continent. Meunier toont in La coulée à Seraing, de staalgieterij in Seraing, de stoom, het licht en de hitte van het vuur en het vloeibare ijzer door de sjouwende, trekkende, sjorrende arbeiders met hun ontblote bovenlichamen.
In L’Enterrement d’un paysan, van Léon Frédéric (1856-1940) is er meer sprake van een modieus sociaal realisme. We zien het verdriet van een jonge weduwe met haar zoontje tijdens de begrafenis van haar man. Ze zijn omringd door familie en vrienden. Dit schilderij verwijst direct naar een van de beroemdste revolutionaire schilderijen van Gustave Courbet: Un enterrement à Ornans, uit 1849/50. (Nu in het Musée d’Orsay, te Parijs.) Beide werken zijn enorm. De Courbet is ruim 3 meter hoog en meer dan 6,5 meter breed. Het schilderij van Frédéric is ook groot, maar wel de helft kleiner, meer aangepast aan de huiskamer. Waar Courbet solidair was met de arme boeren uit zijn geboortestreek, is dit bij Frédéric een cliché geworden. Het is niet meer dan een sfeerbeeld: sociaal realisme zonder de aanklacht tegen onrecht, zoals we dat wel bij Meunier zien.

L’Enterrement d’un paysan, Léon Frédéric, 1907.
19e-eeuw frivool
Een heel ander soort kunst is het laat 19e-eeuwse schilderij van Alfred Stevens: La Parisienne Japonaise geschilderd tussen 1872 en 1874. Het werd pas jaren later door de stad Luik gekocht. Stevens (1823-1906) was een Vlaming die in Parijs carrière maakte. Lange tijd hoorde hij bij de beroemdste schilders van Parijs. (Zijn grootvader was tijdens de Slag om Waterloo aide de camp, persoonlijke assistent, van Willem I.)
Stevens schilderde vooral de Parisiennes uit de hoogste kringen in hun luxueuze omgeving, waar hij zelf deel van was. Hij kreeg er onder meer les van de classicistische schilder Ingres, waar het museum het Napoleon portret van heeft. Het verschil tussen de twee portretten, van Napoleon en deze mondaine dame, is levensgroot. Hier staat geen cliché, maar een modieuze jonge vrouw die zichzelf in een spiegel bekijkt. Wij zien haar op de rug, met hoog opgestoken rossige haar. Ze draagt een grijs zilveren kimono met bloemen, in die tijd in de mode in Parijs. Je ziet nog net het kanten ondergoed dat haar borsten bedekt.
La Parisienne japonaise, Alfred Stevens, 1872-74.
Door de spiegel zien we haar omgeving: het behang, de vaas met bloemen, de grote spiegel met de beschilderde lijst laten allemaal haar rijke milieu zien. De grote haarspelden, de parels in haar oren en de dikke gouden armband die net wat licht vangt bevestigen dit. Het is een prachtig, om niet te zeggen smakelijk schilderij. Toch lijkt er een waas van melancholie in de ruimte te hangen, wat die rijkdom iets terloops geeft.

Detail, La Parisienne japonaise, Alfred Stevens, 1872-74.
Impressionisten
Stevens schilderde nog heel precies. Die stijl kwam onder druk te staan, eerst door schilders als Corot, Millet en Daubigny, die in navolging van Courbet buiten het landschap schilderden. Zij werkten in Barbizon, ten zuiden van Parijs. Vervolgens kwamen rond 1874 de Impressionisten die nog minder realistisch werkten dan de schilders van Barbizon. Zij gaven met vluchtige en vage contouren hun indrukken, hun impressies, weer.
Zij schilderden buiten: niet alleen landschappen, maar ook scenes uit het dagelijks leven, in de stad en op het platteland. In de collectie van het Boverie zit werk van Monet, Boudin, Pisarro, Signiac en Sisley, vooral landschappen. Maar ook de Femme au corset rouge van de Luikenaar Adrien de Witte. Het is een momentopname van een Italiaanse vrouw die haar kapsel verzorgt, het rode corset over haar hemd geeft aan dat ze getrouwd is. Dat hemd zakt net even af waardoor haar tepel zichtbaar is.
Het impressionisme ontstond in Frankrijk maar werd al snel succes in België. Brussel was, naast Parijs, rond 1900 een centrum van de vernieuwende kunst. Wie niet naar Parijs wilde, of kon gaan, vond hier een zelfde artistiek vooruitstrevend milieu. Bekende kunstenaars van die tijd ontwikkelden, naar Frans voorbeeld, een nieuwe stijl: Theo van Rysselberghe (het pointillisme), Anna Bloch en Emile Claus (luminisme), en de Oostendenaar James Ensor. Hij werd lange tijd afgewezen door de kunstwereld maar zijn maskers pasten weer bij de nieuwste ontwikkelingen.
Vroege 20ste- eeuw
La Boverie heeft een prachtig schilderij (Après-midi à Amsterdam) van de jong aan kaakbeen kanker (in Amsterdam) gestorven beeldhouwer en schilder Rik Wouters (1882-1916). Hij was een Fauvist, een ‘wilde’ schilder.
Het is een schilderij uit 1915 van zijn vrouw en model Nel. Typisch voor Wouters zijn de twee grote kleurvlakken: rechts het groen naast het raam achter Nel en de licht blauwe lambrisering onder het raam. Het rode kussen achter Nels rug contrasteert met de groene muur, maar zorgt voor een diagonaal door de rode zeilen van de platbodem in de gracht. De bakstenen aan de overkant van de gracht zijn Iets lichter rood bruin. Zo ontstaat een scherpe driehoek in het schilderij die je onbewust volgt van de huizen in het midden naar de zeilen links, via de blos van de omkijkende Nel naar het kussen kijkt. De losheid van zijn ‘wilde’ manier van schilderen maakt dit schilderij, vreemd genoeg, juist ‘echter’. We voelen dat Nel zich zo weer kan omdraaien naar het uitzicht; ondertussen ving Wouters voor ons haar snelle glimlach.

Après-midi à Amsterdam, Rik Wouters, 1915.
Rik Wouters en de grote Belgische surrealist Rene Magritte (1898 – 1967) zijn vrijwel tijdgenoten. Rene Magritte is een schilder die het hele doek volledig controleert. Hij schildert zo secuur dat je zijn streken eigenlijk niet ziet. Maar dat is zeker niet altijd zo geweest. In de vaste presentatie hangen twee werken van hem. La Forêt voldoet aan die verwachting: glad-geschilderd en een titel die het onderwerp enigszins onderuit haalt. We zien een blad dat tegelijkertijd een kale boom zou kunnen zijn (of andersom) waardoor de titel, het bos, de lading niet dekt. We zien zelfs geen boom, wel de associatie van een boom door een rechtopstaand blad dat bijna is vergaan. Magritte heeft het blad op zo’n onverwachte manier in het landschap gezet dat het toch een boom lijkt te zijn. Dit spel met associaties, en mogelijke onmogelijkheden is karakteristiek voor zijn kunst.

La Foret, Rene Magritte.
In het schilderij L’univers interdit, uit 1943, zien we in eerste instantie, een blonde naakte vrouw op een wat tuttebollige canapé. Ze heeft haar ogen gesloten, ze glimlacht en haar hand ondersteunt haar hoofd. Hier is de associatie: een jonge vrouw die kennelijk over iets prettigs mijmert, zo sereen en tevreden ligt ze erbij. Tot we zien dat rondom de bank rood koraal staat en haar dijen zich aaneensluiten tot een vissenstaart! In tegenstelling tot wat je gewend bent van Magritte is deze zeemeermin voor zijn doen ruw en losjes geschilderd. Dat is een stijl die we niet meteen met zijn werk verbinden. Hij heeft echter een aantal jaar op deze manier geschilderd, werk dat pas ver na zijn dood aandacht kreeg. Het is een verrassend schilderij dat je vriendelijk op het verkeerde been zet.

L’univers interdit, Rene Magritte 1943.
Naast Magritte is Paul Delvaux een meester van het Belgische Surréalisme met schilderijen vol realistische voorstellingen in onbestaanbare combinaties. Een aantal Vlaamse expressionisten woonde en werkte in Sint Maartens Latem, ten zuiden van Gent. Zij schilderden de ruwe en de liefelijke kant van de dagelijkse werkelijkheid van de hen omringende boeren, maar ook het stadsleven. Vaak ontbrak het perspectief in hun voorstellingen. Er is werk tentoongesteld van Constant Permeke, Frits van den Berge en Gustave van de Woestyne.

De blinde violist, Gustave van de Woestyne, 1920.
Het museum heeft een opmerkelijke verzameling avant-garde uit de periode 1895-1915, met werk van Ensor, Kokoschka, Liebermann, Gauguin, Chagall, Picasso, Franz Marc, Marie Laurencin, De Vlamink, Kees van Dongen en anderen. Het is een vreemde groep kunstenaars die noch een gezamenlijk verband hebben, noch een club vormen. Hoe komt het dat ze dan opeens samen in dit museum in Luik zijn te vinden?
Dit heeft met de tijd vlak voor de Tweede Wereldoorlog te maken. De nazi’s vonden de kunst van alle bovengenoemde kunstenaars entartet, dat wil zeggen ontaard / gedegenereerd. Zij verwijderden die kunstwerken uit Duitse en Oostenrijkse musea en plukten ze uit geconfisqueerde Joodse bezit om er geld mee te verdienen. Het museum geeft heldere informatie over het feit dat deze groep kunstwerken indertijd werd gekocht bij twee grote internationale verkopen in 1939. Het eerste deel komt uit de beruchte Entartete Kunst veiling die in juni 1939 in Luzern werd gehouden en het tweede deel werd in augustus van dat jaar in Parijs gekocht.
Kunst kopen op een veiling van de Nazi’s? Het museum voert als excuus aan dat de drie initiatiefnemers van deze aankopen bekende Luikse anti-fascisten waren, bekende tegenstanders van de Nazi’s. Die ondernamen kennelijk een snelle reddingsactie.
Doordat het museum een antwoord geeft op de vraag of dit door de beugel kan, krijgt de collectie een minder bittere bijsmaak. Er is kritisch naar het eigen verleden gekeken waarbij geen doekjes voor het bloeden zijn gebruikt.
NB
Als smaakmaker en aanrader een paar foto’s van het prachtige station van Calatrava: Luik-Guillemins.




Liège Guillemins in kleur 15 oktober 2022 // 15 oktober 2023

Station gezien van het voorplein en details

van de gevel

op een perron
* BRON over de vroege Belgische / Waalse industrialisatie van de gebroeders Cockerill is deze website over Belgisch industrieel erfgoed.
| Informatie en voorzieningen | |
|---|---|
La Boverie, Parc de la Boverie 3, 4020 Liège W La Boverie nl | |
| bereikbaarheid | |
| makkelijk met OV tot station Luik-Guillemins mooie wandeling | |
| parkeren bij het museum gaat dichtbij het museum moeilijk, maar er is een parkeer mogelijkheid bij het Palais des Congres | |
| collectie informatie | |
| folder niet gevonden | |
| zaalteksten goed informatief | |
| presentatie collectie goed doordacht, hedendaagse kunst wat weggeschoven | |
| route informatie helder en logisch | |
| digitaal - app niet gevonden, op de website staat verrassend NL | |
| vriendelijkheid | |
| suppoosten | |
| winkel | |
| kinderactiviteiten | |
| niet ontdekt, noch in het museum, noch op de site | |
| niet ontdekt | |
| museumwinkel | |
| assortiment sluit goed aan bij collectie | |
| kunstboeken niet breed maar wel goed | |
| kinder-kunstboeken redelijk uitgebreid | |
| grappige kleine cadeautjes leuk vooral voor kinderen | |
| museumrestaurant | |
| prijs/kwaliteit | |
| menu wordt ter plekke gemaakt, als het druk is, duurt dit lang, maar het is lekker.. De ruimte is beperkt | |
| wc | |
| schoon | |
| makkelijk te vinden | |
Geef een reactie