Op weg naar de kunst

bespreekt de vaste collectie van musea in Nederland en elders.

Enschede, Rijksmuseum Twenthe (2017)

Een Rijksmuseum met een eigen Gouden Eeuw
Bij ‘Rijksmuseum’ denken we aan Amsterdam. Toch heeft Nederland meerder rijksmusea. Een aantal is door particulieren aan de staat geschonken. Kröller Müller is een voorbeeld, maar ook het onbekende Rijksmuseum Twenthe in Enschede. Het ligt op loopafstand van het station, mooi voor een dagje uit. Het is niet de belangrijkste kunst die hier hangt, maar door het engagement van de verzamelaars en de huidige staf is het de moeite van een bezoek waard. De Gouden Eeuw van Twente viel in de 19de eeuw, toen de textielbaronnen hun fabrieken openden en hiermee een groot vermogen verworven. Daar werden prachtige landhuizen van gebouwd, of gekocht en er werd verzameld. De familie van Heek heeft hun vermogen deels in de kunst geïnvesteerd en het op deze manier aan de maatschappij teruggegeven.


Een tussenbericht
Er is in het museum eind juni een nieuwe collectie presentatie geopend. Eigenlijk zijn het er twee: De Schatkamers waar het museum een thematische keuze maakte en negen zalen van negen kunstenaars die soms tot hele bizondere ensembles leiden. Hieronder al vast vier foto’s.
Door het werk aan ons boek dat eind oktober uitkomt, lopen we wat achter. Maar binnenkort staan Kristoffels filmpjes, mijn verhaal en onze foto’s in Enschede 2. Het onderstaande stuk wordt en is dan geschiedenis, maar wel van belang omdat hierin het ontstaan van het museum en het engagement van de stichters wordt belicht. (Het onderwerp van de oude collectiepresentatie.) Dat is een voordeel van een website, wie dit graag wil lezen, kan het, ook later, nog vinden.

MP, 16 juli,


Schatkamer Kunstnijverheid, 2018


Macht en Onmacht, collectie interpretatie door Anne Wenzel, 2018

Veel grote musea hebben hun bezit ten dele te danken aan particuliere schenkingen. Enkele musea –denk aan het Boymans-van Beuningen, het Haags Gemeentemuseum, het More museum in Gorssel en het Voorlinden in Wassenaar – zijn  gedeeltelijk, of helemaal, het resultaat van miljonairs die hun uitgebreide verzameling een onderdak wilden geven. Ook in Enschede gebeurde dat. In het Rijksmuseum Twenthe, worden deze founding fathers geëerd: ze zijn verschillende kunstverzamelaars met hun uiteenlopende interesses in aparte, herkenbare zalen ondergebracht. Jan Barend Van Heek koos bijvoorbeeld voor de 17e tot en met de 19e-eeuw; zijn broer Herman had een voorkeur voor de Middeleeuwen. Er werd met overleg verzameld door de verschillende familieleden, op zoek naar het beste dat bij het onderwerp beschikbaar en vooral ook betaalbaar is. De stijl van de Van Heeken is waarschijnlijk een beetje te vergelijken met Brideshead revisted, van Evelyn Waugh en die prachtige ITV serie uit 1981, maar dan zonder de decadentie uit het boek.


Jan Herman van Heek, zijn vrouw Anna van Wulfften Palthe en hun oudste vijf kinderen

Het leuke in Enschede is dat Jan Bern­hard Van Heek (1863-1923) rond 1921 besloot de Nederlandse staat het Rijksmu­seum Twenthe aan te bieden. Anders dan bij de familie Kröller Müller waar testamentair een collectie mét gebouw en grondstuk werd ge­schonken, moest in Enschede nog wel een museum worden ge­bouwd. Het roerende goed bestond uit een deel van de eigen huis­verza­me­ling en een inder­haast opgerichte Oudheidskamer. Het doel van het museum werd in 1930 als volgt geformuleerd:  ‘de kunstzin en kunstliefde op te wekken bij het publiek van het Oostelijk deel van ons land’. Gelukkig mogen wij uit het westen, noorden en zuiden ook komen kijken.
De Van Heeks waren niet van adel, maar ze leefden met vergelijkbare schwung in buitenhuizen als Zonnebeek en het Kasteel Huis Bergh van Bernards broer Herman, de honorair directeur van het museum na Bernards dood. Zijn kasteeltje Huis Bergh, in ’s Heerenberg, is inmiddels ook een museum en heeft een samenwerkingsverband met het Rijksmuseum Twenthe.
Het museumgebouw werd ontworpen door Karel Muller, ‘de vader van de Twentse landhuizen’. Het museum lijkt wel een beetje op een fabrikantenvilla in de regio, het is met bakstenen gebouwd en heeft torenachtige uitbouwen naast de entree. In de loop van de tijd is het gebouw verbouwd en uitgebreid  -de laatste was een grondige verbouwing in de jaren negentig door Ben van Berkel – en is een volwaardig museum ontstaan. (De Oudheidkamer verdween naar elders in de stad.)


De opstelling in 2017 met Duitse en Noord-Franse beelden uit de 13e- tm de 16e-eeuw

De interesse van Jan Herman van Heek, de eerste honorair directeur, ging uit naar het grote lokale verleden. In de 15de en 16de eeuw waren Twente en Overijsel deel van de bloeiende Hanze-handel. Schilders als Joost van Cleve, Memling en Holbein, late middeleeuwers, horen daar bij. Hij zorgde Tijdens zijn directeurschap, dat 26 jaar duurde, zorgde hij voor de grote nadruk op deze periode.  Hieronder is slechts een deel van de collectie te zien die hij of wel aankocht, of aan het museum schonk.
De derde broer, Gerrit Jan van Heek jr., schonk in de jaren veertig en vijftig een grote verzameling natuur- en dierschilderijen, onder meer Saverij. Zo ontstond een brede collectie.
Ook andere vermogende families schonken een deel van hun kunst. De textielfabrikant Jan Bernard Scholten verrijkte het museum met topstukken van de Haagse School en Van Heel, eveneens een textielfabrikant, schonk veel aardewerk maar ook een Permeke en Leo Gestel. Werk op papier is er van Sluijters, Charley Toorop, Mankes, Chris Beekman en Jessurun de Mesquita.
In 1976 werd een begin gemaakt met de verzameling van moderne kunst. Onder meer met steun van de Vereniging Rembrandt slaagde het museum er in een redelijk breed overzicht samen te stellen met moderne Nederlandse kunst. Een grote schenking van Art and Project, een internationaal beroemde Amsterdamse galerie, is belangrijk voor deze afdeling.


Werk van Emo Verkerk uit de schenking van Art and Project

De galerie was sinds 1968 het middelpunt van een groot internationaal netwerk met conceptuele, minimal en land art kunstenaars als Gilbert and Georg, Donald Judd en Sol LeWitt, maar ook Nederlanders, bijvoorbeeld Emo Verkerk, Carel Visser en Joris Geurts, exposeerden bij hen. Deze hedendaagse kunst is een mooie aanvulling op de klassieke afdeling. Zo staat in Enschede dankzij het initiatief van de familie Van Heek en het slimme beleid van de verschillende directeuren een interessant museum.

Het Rijksmuseum Twenthe noemt zichzelf het museum van de verbeelding: ‘Rijksmuseum Twenthe bestudeert, presenteert en stimuleert de menselijke verbeelding. Want het is de verbeelding waarmee we vorm en betekenis geven aan onze wereld’. Dat laatste is wellicht wat overdreven. Je zou denken dat ratio en logica ook nog een rol spelen.
Het Rijksmuseum Twenthe zegt op haar website: ‘Jong en oud, hoog en laag opgeleid, kansrijk en kansarm. Rijksmuseum Twenthe is er voor iedereen. Voor de bezoekers aan de tentoonstellingen van oude en nieuwe kunst om verdieping te zoeken, te begrijpen waarom de zaken zijn zoals we ze waarnemen en hoe het zo is gekomen. Voor scholieren en studenten om kennis op te doen en om competenties te ontwikkelen waardoor ze optimaal mee kunnen doen aan de samenleving van de toekomst.’
Ik haal dit zo uitgebreid aan omdat je in het museum niet het gevoel krijgt dat deze doelstelling onderbouwd wordt door voldoende tekst en uitleg bij de kunstwerken. Het is wel heel leuk dat er voortdurend op de rol van de verschillende schenkers wordt gewezen, maar in een ‘museum voor iedereen’ zou wat meer begeleiding en toelichting op zaal ook nuttig zijn. Die wordt overigens wel bij afzonderlijke kunstwerken op de website gegeven.


Palmezel met Christus, Zuid-Duitsland, 1300-1350

Uit de collectie en het directeurschap van Herman van Heek komt een mooie verzameling heiligenbeelden en een bijzonder beeld van Christus op een ezel, zoals hij op Palmzondag Jeruzalem zou zijn binnen gereden. Indertijd was men erg tevreden over de aankoop van een Hans Memling die eigenlijk toevallig door de kunsthandel Douwes in 1930 in London was gevonden. Het krantenbericht over die ontdekking en het bedrag dat er oorspronkelijk voor werd betaald (£500) en de prijs die Van Heek betaalde, fl 100.000, liggen in een vitrine. Hij legateerde het schilderij aan het museum! Het werk van Memling, een portret van Anna en Maria, is onderdeel van een triptiek. De andere delen, of copies daarvan, bevinden zich in andere musea. Het werd tussen 1470 en 1500 in Brugge gemaakt. Brugge was toen, samen met Venetië, een uitzonderlijke rijke stad en trok van her en der kunstenaars aan, ook Hans Memling uit Duitsland. Op de achtergrond van het schilderij zien we de ommuurde stad, de burcht (waar dus de burgers woonden, de opkomende macht) en links het kasteel, de oude macht. Op de voorgrond de heilige Anna, met witte hoofddoek en een geopend boek, het Oude Testament, in haar linkerhand; met de andere hand beschermt en leidt ze haar dochter Maria die door de geboorte van Christus naar het Nieuwe Testament voert. Deze symboliek zal de directeur zeker hebben aangesproken.


Anna en Maria, Hans Memling, ca 1470-1500

Een ander bijzonder schilderij is de Graflegging van Christus door Jacob. Jacob kwam uit Utrecht en werkte in Antwerpen, waar door hij Jacob van Utrecht werd genoemd. De graflegging heeft een ongewoon lang formaat (55 x 175 cm) en is waarschijnlijk tijdens diens verblijf in Lűbeck gemaakt. Niet direct religieus maar wellicht toch met een religieuze vingerwijzing zijn de twee prachtige portretten van Joos van Cleve, waarschijnlijk geboren in of rond Kleef, maar hij werkte tot 1540 in Antwerpen. De twee portretten, op eikenhout zijn niet groot, 40 x 30 cm. Het is hoogstwaarschijnlijk van een echtpaar, wat af te leiden is uit dezelfde kleur achtergrond, maar vooral ook uit de opmerkelijke lijsten. Die zijn een integraal deel van het paneel, dat is uitzonderlijk!

Portret van een onbekende heer, Joos van Cleve, ca 1515

Portret van een onbekende dame, Joos van Cleve, ca 1515

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bovendien heeft Van Cleve de lijsten ‘gemarmerd’: hij laat ze er als marmer uitzien. In het midden aan de onderkant zitten twee tot nu toe niet geïdentificeerde wapenschilden. Maar wat veel leuker is, Van Cleve zette op beide schilderijen een prachtige trompe l’oeil op. Bij hem loopt de bovenkant van zijn papier krullend door in de lijst. Bovendien lijkt een gesneden pen, een veer, tegen de zijkant van de lijst te rusten. Als je niet goed oplet, geloof je het meteen! Dat is de ware trompe l’oeil.

Detail, Portret van een onbekende heer, Joos van Cleve, ca 1515

Portret van een onbekende dame, Joos van Cleve, ca 1515

 

 

 

 

 

 

Bij haar is de trompe l’oeil iets eenvoudiger: een steel en de bladen van de druiventros die ze in haar hand houdt. Maar ook hier valt de levensechtheid van zo’n vensterbank op waardoor je letterlijk het gevoel krijgt bij haar en bij hem in een kamer te kijken. En dan kan het grote speculeren beginnen. Is hij een geldhandelaar en hield hij zich met de aardse dingen bezig? En heeft de druiventros een iconografische religieuze betekenis? Is het een verwijzing naar haar vruchtbaarheid? Uiteindelijk weten we het niet. Hoewel dit in eerdere catalogi van het museum sterk werd gesuggereerd, is men inmiddels hier op teruggekomen.

Tegenover Joos van Cleve hangt een prachtig portret van een andere Duitse schilder, Hans Holbein de Jongere (1499?-1543). Hij leefde een tijd in Bazel, waar hij bevriend was met de daar wonende Erasmus. Dankzij een introductiebrief van Erasmus aan Thomas Moore, collega filosoof in Engeland, kreeg Holbein toegang tot het Engelse hof. Hij werd er, net als Antoon van Dijck een eeuw later, een gefêteerd kunstenaar. Een van de vele edelen en notabelen die hij schilderde was Richard Mabott. Mabott was een belangrijk geestelijke en ‘Master’ van het Hospital of Saint Thomas.


Richard Mabott, Hans Holbein II, (1533)

Het museum heeft ook enkele portretten van die andere Duitse grootmeester, Lucas Cranach, die zeker de moeite waard zijn. Er hangen geen portretten van Vlaamse meesters uit die tijd (16de – 17de eeuw), maar wel landschappen. Landschappen werden in het verleden veel geschilderd, met of zonder figuren, met of zonderen taferelen. Taferelen zijn ook sociologisch interessant, want, hoewel vaak geïdealiseerd, geven ze toch een idee van het leven in die tijd. Pieter Bruegel de Oude is een van de eersten die dit soort schilderijen en etsen maakte. Het museum heeft van zijn twee zonen Jan Brueghel de Oude en Pieter Brueghel de Jonge wel een aantal landschappen. Die zijn altijd op de interessante website te zien.

]
IJsvermaak op de IJssel bij Kampen, Barend Avercamp, ca 1650-1675

Ik bleef wel hangen bij het Winterlandschap van Barend Avercamp. Inderdaad, Barend, de jongere neef van Hendrick Avercamp, maar in een vergelijkbare stijl als zijn oom. Het mooie van een bevroren plas is dat meerdere lagen van de bevolking op een beperkte ruimte samen kwamen. Alleen op dat ijs kon geschaatst, gesleed, gegleden, gekolfd en gelonkt worden.

In een van de zalen, denk je op een kop van een oude man te zien die Rembrandt heeft gemaakt. Uit het bijschrift blijkt dat het schilderij dat de familie Van Heek bij de gerenommeerde kunsthandel Katz kocht, ook door de Rembrandt kenner en directeur van het Metropolitan Museum in New York, Wilhelm Valentiner, aan Rembrandt werd toegeschreven. Inmiddels blijkt dat dat toch (zoals veel andere toeschrijvingen) niet het geval. Het blijft overigens een prachtig geschilderde kop.


Studie van een kop van een oude man, maker onbekend, 17e-eeuw

De Nederlandse landschapsschilderkunst kreeg in de loop van de 17e-eeuw een uitgesproken eigen karakter. De landschapsschilders in de tweede helft van de 19e eeuw, dikwijls samengevat onder de noemer van de Haagse school, trekken die lijn verder. Op een muur hangen die 2 eeuwen door elkaar en het is interessant te zien wat de overeenkomsten en de verschillen zijn. Maar nog leuker is dat er door een echtpaar Van Heek in 1985 ook een zeezicht van Claude Monet is gegeven.


Falaises près de Pourville, Claude Monet, 1882

Monet was zeker net zoveel als onze Haagse School schilders, door het Hollandse 17e-eeuwse landschap beïnvloed. In Enschede kun je met dit in je achterhoofd kijken of je wat overeenkomsten kunt zien. Monet was tenslotte als meester van het vluchtige licht weer een belangrijke inspiratie voor de Haagse School!

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Informatie en voorzieningen

Rijksmuseum Twenthe

Lasondersingel 129-131, 7514 BP Enschede
W Rijksmuseum Twenthe
T 053 201 2000
di t/m zo 11.00-17.00 uur, actuele informatie op de website

bereikbaarheid
van station Enschede ruim 10 min lopen
parkeren bij het museum, info op website: plan uw route, parkeren
collectie informatie
folder niet gevonden voor de vaste collectie
zaalteksten helder over schenkers, minder over kunstwerken
presentatie collectie onverwachts: grotendeels op 'schenker' ingericht
route informatie duidelijke plattegrond bij kassa
digitaal - app niet gevonden
vriendelijkheid
suppoosten, behulpzaam, maar voortdurend geloop door de zalen
winkel vriendelijk
kinderactiviteiten
in het museum, informatie op de website bij plan uw bezoek
eigen ruimte waar veel wordt gedaan
museumwinkel
assortiment uitgebreid, met (duurdere) bizondere juwelen en tassen
kunstboeken redelijk uitgebreid
kinder-kunstboeken goed
grappige kleine cadeautjes vielen niet zo op
museumrestaurant
prijs/kwaliteit niet goedkoop grappige petit fours
goed brood, goede karnemelk, aardige bediening
wc
schoon
makkelijk te vinden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Cookies aanpassen