Op weg naar de kunst

Bestel hier onze: Gids naar Nederlandse musea Op weg naar de kunst

bespreekt de eigen collectie van musea in Nederland en elders.

Den Haag, Mesdag Collectie

Kunstenaar en zakenman
Vlakbij het Vredespaleis in Den Haag ligt het museum De Mesdag Collectie. Ooit waren dit ruime huis met aanpalend museum en grote tuin de atelierwoning van het echtpaar Mesdag-Van Houten, telgen uit de upperclass van Groningen en beiden schilders. Ze lieten nog tijdens hun leven het museum na aan de staat. De museumverzameling is in honderd jaar min of meer onveranderd gebleven, zo werd bij de overdracht bepaald. Inmiddels valt het onder het Van Goghmuseum. Het museum is klein, maar fijn; het geeft een mooi beeld van de inrichting van de huizen van de rijke, artistieke elite aan het einde van de 19e eeuw.
Er hangt een degelijke keuze van schilders uit de School van Barbizon, Franse schilders in het midden van de 19e eeuw, en van de iets latere Haagse School, met hier en daar mooie verrassingen. Het echtpaar Mesdag kocht indertijd ook, naast beeldende kunst, de gewilde Japanse en Chinese kunst en kunstnijverheid. Design heet dat tegenwoordig. Tegelijkertijd verzamelden ze lokaal werk, bijvoorbeeld van Colenbrander toen hij bij de Haagse Plateelbakkerij Rozenburg werkte.
(Let op: De Mesdag Collectie is een ander museum dan het beroemde Panorama Mesdag(1881) een rond schilderij van het strand van Scheveningen van 115 meter lang en 14 meter hoog dat onder leiding van Mesdag werd gemaakt. Dit ligt in de Zeestraat en staat los van het voormalige huis en museum.)

Hendrik Willem Mesdag (1831-1915) was de zoon van een Groningse bankier. Hij trouwde met Sientje van Houten (1834 -1909). Ze was de zus van Samuel van Houten, bekend door zijn wet tegen de kinderarbeid. Ze kregen een zoon Klaus, die slechts 8 jaar werd. Beiden waren rijk. Hij werkte een tijd als effectenhandelaar in het bankiersbedrijf van de familie. Dankzij Sientjes erfenis kon hij op zijn 35ste voor de schilderkunst kiezen. Zij schilderde ook, gaf schilderles en na het vroegtijdige overlijden van hun zoontje was ze, net als hij, actief in diverse besturen. Van Sientje is de uitspraak: “Zonder mijn echtgenoot zou ik nooit een schilder zijn geworden en zonder mij zou hij waarschijnlijk geen schilder zijn geworden.
De Mesdags trokken van Groningen naar de Oosterbeekse kunstenaars kolonie. Daar kregen ze in de zomer van 1866 les in landschap schilderen van Johannes Bilders. Vervolgens ging het echtpaar naar Brussel ((1866-69), indertijd belangrijk voor de beeldende kunst door de directe verbinding met Parijs, de meest toonaangevende kunststad van Europa. Mesdag debuteerde bij de Parijse Salon van 1870 waar hij een goden medaille won. Ze bouwden ondertussen een belangrijk internationaal netwerk.

Eigen smaak
in 1869 kwamen Mesdag en van Houten met die kennis en contacten naar Den Haag waar ze aan de Laan van Meerdervoort een huis lieten bouwen. De Mesdags hadden een goed oog voor de marktwaarde van kunst en design die ze verzamelden. Ze legden een eigenzinnige verzameling aan. Eigenzinnig omdat de keuze van de kunstenaars voornamelijk binnen één traditie / generatie, hun eigen generatie, valt. Tegelijkertijd past hun verzameling in de tijdgeest door de combinatie van beeldende kunst met Japanse en Chinese kunstnijverheid.


De eerste zaal.

In Europa ontstond in het midden van de 19e eeuw een grote belangstelling voor het Verre Oosten, toen men voor het eerst uitgebreid handel kon drijven met Japan. Er kwam aanvankelijk in Parijs, en daarna in heel Europa, een grote vraag naar Japanse producten van kunst tot kunstnijverheid; van grafiek tot en met serviezen, etc..
Voor hun verzameling keramiek kochten de Mesdags ook werk van Theo Colenbrander, een belangrijk plateelkunstenaar uit die tijd. Dit contact zal zeker ook zijn ingegeven door de zakelijke betrokkenheid van Mesdag als aandeelhouder bij de nieuwe plateelbakkerij Rozenburg waar Colenbrander werkte.


Pauw, kaststel, Theo Colenbrander voor de Haagse Plateelbakkerij Rozenburg, 1888.

Colenbrander was geïnteresseerd in ‘Oosterse” motieven, hij gebruikte intense kleuren met geabstraheerde vaak oude Turkse voorbeelden.

Zakelijk instinct
De beiden Mesdags zetten hun eigen kapitaal, de erfenissen, in voor hun collecties. Eerst die van Sientje en in 1881 Mesdags erfenis. Nog tijdens zijn Brusselse leertijd bij de  –latere- Haagse School schilder Willem Roelofs, kocht hij voor weinig geld werk van bevriende kunstenaars als Roelofs en Gabriel. Toen hij lid werd van de belangrijke kunstenaarsvereniging La Société Libre des Beaux-Arts kocht hij werk van bevriende schilders zoals de dierenschilder Alfred Verwee en een groot donker ruw geschilderd boslandschap van de Belg Hippolyte Boulenger.


Houtkappers, Hippolyte Boulenger, 1868; 1e grote schilderij van rechts.

Mesdag plande zijn carrière heel slim: hij stuurde naar de Parijse Salon van 1870 een groot zeestuk met slechts aanrollende golven waarmee hij een gouden medaille won, de hoogste eer. In de Europese kunstwereld was een gouden medaille in Parijs de hoogste eer die een schilder kon krijgen, dan was je reputatie gemaakt. Hierdoor kreeg hij veel aandacht in de media (kranten en tijdschriften) en van kopers! Hij hoorde in één klap bij de top!


Branding op de Noordzee, Mesdag, 1870.

Vermoedelijk speelde het succes van de toen al beroemde Gustave Courbet mee bij zijn keuze voor de zee. Twee jaar later, in 1872, kreeg hij ook in eigen land een gouden medaille bij zijn eerste deelname aan de Nederlandse Tentoonstelling van Levende Meesters.

Brussel en Parijs
De Friese schilder Lourens Alma-Tadema, een familielid van Mesdag, speelde een belangrijke rol in de beslissing van Mesdag om schilder te worden. Hij woonde en werkte in Brussel. Tadema was er na zijn opleiding in Antwerpen en Brussel blijven wonen. Hij vond voor zijn neef en diens vrouw een opleidingsplek in het atelier van Willem Roelofs, al weer een Nederlandse schilder. Tadema’s stijl (gladschilderen) en onderwerp keuze (het klassieke Rome) zijn heel anders dan van Mesdag. Later, na zijn verhuizing naar Engeland, werd Tadema een beroemd schilder en hij was familie. Mogelijk verklaart dat waarom in de Collectie Mesdag een aantal Alma-Tadema schilderijen zitten, maar ook van zijn tweede vrouw Laura Theresa Alma-Tadema, en van haar schilderende zus Ellen Epps.


Spelevaren en een portret van George Henschel, beide van Lourens Alma Tadema, uit 1868 en 1879.

Er trokken veel Nederlandse schilders gedurende een langere tijd naar Brussel (onder meer Roelofs en Gabriel) en naar Parijs (Jozef Israëls en Jacob en Matthijs Maris). Tijdens hun Brusselse tijd kwamen de Mesdags in contact met schilders uit de School van Barbizon, het nieuwe realistische Franse schilderen. Barbizon ligt dichtbij Parijs in het bos van Fontaineblau. De schilders, aanvankelijk vooral Millet, Troyon, Corot, Rousseau en Daubigny, hadden een afkeer van de populaire romantische landschappen met pergola’s, cypresen en elegante arme boeren en boerinnetjes. Ze schilderden het landschap met robuuste penseelstreken zoals ze het zagen.
Ze veronderstelden dat de 17e-eeuwse schilderijen van het Hollandse landschap ook een realistisch landschap was. Pas later kwam de kunsthistorische kennis dat die schilderijen samengestelde landschappen waren op basis van tekeningen, herinneringen en interpretatie. Dit werd in de 17e eeuw zo goed gedaan, dat het nog steeds realistisch aanvoelt.
Door de uitvinding van de verftube konden in de 19e eeuw de schilders voor het eerst hun verf meenemen en buiten werken. Ze hoefden maar een dop van een tube te draaien en konden aan de slag en de volgende dag weer en na een maand nog steeds. Ze maakten vaak ter plekke de kleine schilderijtjes, zoals het landschap hier onder van Daubigny,  in de deksel van hun schilderkist.


De oevers van de Oise, Charles- François Daubigny, 1872.

Realisme succesvol
De schilders van Barbizon werden steeds succesvoller op de Parijse Salons, jaarlijkse verkooptentoonstellingen, waardoor ze jonge kunstenaars, Franse en buitenlanders, inspireerden. Door die salons ontstond een levendige kunsthandel met dit moderne werk. De zaak Goupil, waar zowel Theo van Gogh, als ook korte tijd zijn oudere broer Vincent en hun oom Vincent werkten, had niet alleen vestigingen in de Franse hoofdstad, maar ook in New York, Berlijn, Wenen, Londen en in Den Haag. Wie niet naar Parijs wilde reizen, kon vaak in Brussel of zelfs in Den Haag terecht voor de nieuwste ontwikkelingen.


Het grote schilderij is van Charles-François Daubigny: Rotsen bij Villerville-sur-Mer, 1864-72.

Door de exposities en natuurlijk ook door de exposities in hun eigen museum was Mesdag belangrijk bij de doorbraak van de Barbizon School in Nederland. Het werk van Rousseau, Corot, Courbet en Vollon hangt er nog. Maar hun voorkeur ging uit naar Charles-Francois Daubigny waarvan Mesdag ruim 20 schilderijen kocht.

Museum aan huis
Mesdag hoorde in 1876 met andere Haagse School schilders als, Bosboom, Jacob Maris en Jozef Israëls bij de oprichters van de Hollandsche Teekenmaatschappij. Hij werd meteen voorzitter. De kunstenaarsvereniging organiseerde jaarlijkse tentoonstellingen. Het bestuur stuurde ook eigen werk in. Mesdag deed mee en kocht er werk van anderen voor zijn verzameling. De Teekenmaatschappij was ook bedoeld voor de aquarelkunst die toen een hoogtepunt beleefde. Met waterverf kregen de landschappen iets lichts en luchtigs, lag er nog meer nadruk op het vluchtige aspect. De exposities waren ook verkooptentoonstellingen, de aquarellen  van onder andere J.H. Weissenbruch, Bosboom, Jozef Israels, Blommers, Jacob Maris en Anton Mauve waren toen al geliefd.


Het grote schilderij in het midden is van Jozef Israëls: Alleen, uit 1881 op de linker wand hangt van Matthijs Maris, De Keukenprinses, uit 1872 en op de andere wand ook van Matthijs De Bruid, 1868/9.

In 1889 werd Mesdag voorzitter van Pulchri, de belangrijkste Haagse kunstenaarsvereniging. Een functie die ook goed was voor de verkoop van het eigen werk en de inkoop van zijn collectie. Hij bleef tot 1907 voorzitter en speelde een belangrijke, financiële, rol in de vestiging van Pulchri aan het Lange Voorhout, nog steeds een prestigieuze plek in het Haagse.
In 1887 bouwden de Mesdags naast hun huis aan de Laan van Meerdervoort een museum om de collectie meer ruimte te geven. Ze stelden het meteen open voor kunstenaars en kunstliefhebbers die zondags op afspraak het museum konden bezoeken! Het was een bizonder initiatief, nog ver voor het Kröller Müller museum aan het Voorhout openging.
De Mesdag Collectie is een specialistisch museum met kunstenaars uit de Franse School van Barbizon, de eerste generatie Haagse School schilders en Oosterse kunstnijverheid, van Turkije tot China en Japan. Sientje en Hendrik kochten echter geen populaire Impressionisten of Symbolisten, noch jonge kunstenaars van de volgende generatie met een eigen stijl, zoals Witsen, Veth, of Van Looy.


De eerste zaal.

Deze specialisatie maakt de collectie bizonder. Mesdag was goed op de hoogte van zijn tijdgenoten en kocht vaak bij hen schetsen en studies voor schilderijen. Ze kochten vaak schilders die werkten zoals zij dat zelf deden: met een spontane, lossere manier van schilderen. Let op, dat was indertijd een brutale nieuwe wijze. Het zogenaamde glad-schilderen was nog erg populair, daarin zie je vrijwel geen afzonderlijke penseelstreek. Het is zo glad als een spiegel.

Sientje Mesdag nam net als haar man actief deel aan het Haagse kunstleven. Volgens een artikel in een damesblad uit 1904 wilde ze “als een zelfstandige kunstamazone worden beschouwd.” Ze had, zo blijkt uit verslagen van kunsthandelaren, een belangrijke stem in het aankoopbeleid. Na haar dood in 1909 heeft Mesdag geen enkel werk meer aangekocht.
Er zijn bijna geen schilderijen van Sientje te zien, noch van andere vrouwelijke kunstenaars als Gerardine van de Sande Bakhuyzen en van Margaretha Roosenboom, schilders van bloemstillevens. Hun werk zat vooral in de eigen collectie die buiten de museumverzameling viel. In de loop van de tijd is daar door de erfgenamen uit geveild.
In 1903 schonken de Mesdags de collectie en het museum naast het huis al aan de staat. De schenkingsakte bepaalde dat in de samenstelling en de ophanging van de collectie niets veranderd mocht worden. Na Mesdags dood in 1915 werd hun eigen collectie voor 200.000 gulden aan de Staat aangeboden, die dit bedrag toen niet kon, of wenste te betalen. Vandaar dat de erfgenamen later werk veilden.


Een bovenzaal.

Vervolgens zwierf het museum door de Nederlandse museumwereld: Het Rijks was een tijdje eigenaar en vervolgens het Mauritshuis. Uiteindelijk kwam het in 1990, tijdens het directeurschap van John Leighton, bij het Van Goghmuseum en een jaar later werd ook het woonhuis gekocht.

Mancini
De Mesdags hadden in het licht van hun collectie aparte voorkeuren, zoals blijkt uit de liefde voor het werk van de Italiaanse schilder Antonio Mancini (1852-1930). Mesdag ondersteunde Mancini gedurende 20 jaar financieel met 2500 francs “om voor dat bedrag schilderijen dan wel studies te schilderen.


Gezicht op Rome, Antonio Mancini, 1894.

Uiteindelijk hadden ze 150 werken, een 50-tal schilderijen en 100 tekeningen en pastels. Vermoedelijk waren de Mesdags onder de indruk van de speciale technieken die Mancini gebruikte. Hij mengde wel eens glinsterende glassplinters in de verf.

Detail hemel, Gezicht op Rome, Antonio Mancini, 1894. Als je goed kijkt, zie je het raster nog.

Vaak zette hij een zogenoemde graticola voor het onderwerp, of zelfs op het doek: een raster van verticale, horizontale en diagonale draden. Op sommige schilderijen is dat nog onder de ruig opgebrachte verf te zien. Opmerkelijk is wel dat Mesdag de Italiaanse schilder in die 20 jaar nooit ontmoette.

Verwervingen
Inmiddels wordt ook voor de Mesdag collectie, afwijkend van de bepalingen in de schenkingsactie van 1903, werk aangekocht zoals de Haringrookers door Philip Sadee; vier vrouwen met haringmanden geschilderd op een deurpaneel! Een recente aanwinst is een schilderij van Hendrik Mesdag zelf: Hollands Strandgezicht (ca 1880) werd door een particulier geschonken. Het is, anders dan de meeste zeegezichten, een strandgezicht met blauwe luchten en een kalme zee. Het strand van Scheveningen, toen nog zonder badgasten maar met visvrouwen die wachten op de lading in de vissersboten.


Hollands Strandgezicht, Mesdag, 1878/80.

Mesdag had een imposant figuur, veel geld en een dominant karakter. Zijn invloed op het artistieke reilen en zeilen in Den Haag was groot. Jonge schilders als Witsen, Breitner en Van Gogh wisten dat ze hem beter te vriend konden houden.


Hendrik Willem en Sientje Mesdag, rond 1905.

In de loop van zijn lange leven kreeg Mesdag volop erkenning voor zijn schilderkunst en verzamelbeleid. Artistiek Den Haag kon niet om het echtpaar heen, maar af en toe was er ook wel een ironisch commentaar te horen. Van Hendrik Mesdag werd gezegd dat hij ‘welbespraakt als hij is, gaarne zijn eigen liefelijke geluid hoort’ en over het talent van Sientje Mesdag werd geschreven dat het ‘zeer, zeer middelmatig is en blijft’. Bij de vele ‘bewonderaars’ was het niet duidelijk of ze liefhebber waren ‘van het werk of de portemonaie van het echtpaar’.

NB
Meer over Lourens Alma Tadema in ons stuk over het Fries Museum.

PS
Wie vooruit denkt, bestelt bij de plaatselijke boekhandel reeds voor feestdagen en verjaardagen voor de leukste familieleden, de beste vrienden en de aardigste buren onze:
Gids naar Nederlandse musea, Op weg naar de kunst
Auteurs: Micky Piller en Kristoffel Lieten; Uitgever: Waanders in de Kunst.
Altijd actueel door de QR codes die met onze website en de website van het museum verbindt!

Informatie en voorzieningen

Mesdag Collectie
Laan van Meerdervoort 7-F, 2517 AB Den Haag
W website van het museum
T 070- 362 14 34
vrijdag, zaterdag en zondag van 10 tot 17 uur. Altijd ook naar de actuele info op de website kijken! Gesloten ma t/m woensdag, Eerste Kerstdag en 1 januari.

bereikbaarheid
Vanaf den Haag CS met bus 24, of 28 vertrekt boven op het busplatform, Bij Laan van NOI tram 1, allemaal halte Vredespaleis.
parkeergarage niet heel veel in de buurt.
collectie informatie
folder leuk
zaalteksten goede informatie
presentatie collectie mooi en zorgvuldig
route helder
digitaal -niet aanwezig wel op de website veel informatie
vriendelijkheid
suppoosten
winkel
kinderactiviteiten
niets gevonden
niet gevonden
museumwinkel
assortiment heel beperkt, wat er is, is leuk
kunstboeken rondom het onderwerp
kinder-kunstboeken lheel beperkt, wat er is, is leuk
grappige kleine cadeautjes niet gevonden
museumrestaurant
zeer beperkt en in corona tijd alleen om mee te nemen
menu niet aanwezig, ook niet zonder covid
wc
redelijk schoon
makkelijk te vinden

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.