Op weg naar de kunst

bespreekt de vaste collectie van musea in Nederland en elders.

Brussel: Van Buuren Museum en Tuinen

,

Evenwicht tussen binnen en buiten
Jarenlang hoorde ik regelmatig over de Van Buuren Villa in Brussel. Op een mooie lentedag in het voorjaar van 2019 zijn we met metro nr 3 naar het eindpunt, de halte Churchill, gegaan op zoek naar de rode bakstenen villa in Ukkel. De Nederlandse bankier David van Buuren en zijn Antwerpse vrouw Alice van Buuren-Piette lieten dit huis tussen 1924 en 1928 bouwen. Het detoneert een beetje tussen de frivole Jugendstill huizen uit de buurt. Indertijd woonde vooral de chique bovenlaag en artistieke elite uit Brussel in deze kleine gemeente. Ukkel lag nog buiten de stad, inmiddels hoort het als een van de vele deelgemeentes bij Groot-Brussel.

De Van Buurens kochten de grond in 1924. Alice maakte meteen plannen voor de tuin die al tijdens de bouw van de villa werd aangelegd. Als het in 1928 klaar is, ligt er rondom het bakstenen huis met steile daken een grote tuin, ontworpen door Jules Buyssens. Nog steeds staan in Aerdenhout, het Gooi en Wassenaar dit soort bakstenen villa’s uit die tijd, in Brussel zie je zelden baksteen.


Via de bakstenen trapjes rond een grote platte plantenbak op een hoek van het terras kom je op het grasveld.

In eerste aanleg bestond die uit een Art-Deco rozentuin, en een zogenoemde ‘schilderachtige tuin’ met bizondere exotische bomen en planten rondom een groot grasveld met een pergola en een klein vijvertje. De oppervlakte toen was 26 are; inmiddels is het grondstuk uitgebreid tot 1,2 hectare. David stierf in 1955. Bijna 15 jaar later liet Alice in 1968 door een tuinarchitect een doolhof van strak gesnoeide taxusbomen aanleggen. In nagedachtenis aan David van Buuren kwam er vijftien jaar na zijn dood, in 1970, een hartentuin bij. Doordat het huis met het ruime terras rondom op een heuvel ligt, is het grootste deel van de tuin uit de kamers te zien.


De schilderachtige tuin.

Eenheid binnen buiten
Het huis is in een nauwe samenwerking tussen David van Buuren (1886-1955) en zijn zwager, de Nederlandse architect Salomon Franco, tot stand gekomen. Dit verklaart de late Amsterdamse School invloed. Van Buuren was zeer betrokken bij de bouw, beroemd zijn de verhalen hoe hij de ladder opklom om details van de bouw te inspecteren. De architect en zijn zwager streefden niet alleen naar een eenheid in het huis, maar ook naar een verbinding tussen binnen en buiten. Zo zie je lichte Japanse invloeden terug en een mooie eenheid tussen huis en interieur.


De eetkamer met zicht op de tuin; in de zijramen en ook in de pergola zijn Oriëntaalse invloeden te zien.

De Van Buurens kregen hun inspiratie voor de inrichting voor een deel door de grote Exposition de l’Art Décorative die in 1925 in Parijs werd gehouden. Een groot deel van de inrichting, tapijten, gordijnen en de glas in loodramen werden ontworpen door Jaap Gidding die in Amsterdam onder andere het interieur van de Amsterdamse Tuschinski bioscoop en de bar van Hotel Americain in Amsterdam ontwierp. Voor het interieur gaat het gevoel van eenheid wellicht nog meer op. De hoogte en breedte van de verschillende kamers is goed uitgedacht. Uit allerlei details van kleine verlichte vitrines die in voorkant van de kast wegvallen,


Kleine vitrine in een ingebouwde kast in de eetkamer.

tot aan de verwarming die in de hal is weggewerkt achter een dunne plaat marmer met bronzen rooster tot de mooie meubels spreekt één elegante smaak. In de hal staat aan het begin van de trap naar boven een bronzen versie van De Geknielde, een bekend beeld van George Minne.


Hal met een lamp: Jan Eisenloeffel, ramen: Jaap Gidding en de latere bronzen versie van De Geknielde, George Minne


De Geknielde, George Minne, brons.

De Muzieksalon
De grootste kamer is de muzieksalon, een kamer en suite aan de linkerkant van de hal. Die begint met een Cosy Corner met open haard waarboven een erg donker geworden zeelandschap van Permeke. Links daarvan hangen De val van Icarus van Brueghel uit de 16e eeuw met eromheen drie stillevens van Fantin Latour uit het einde van de 19e eeuw.


De Cosy Corner.

Op De val van Icarus boven het bankje zien we in een heuvelachtig landschap aan het water een ploegende boer, een schapenherder en een hengelaar. Op het water varen boten. Hoewel het niemand opvalt, gebeurt er iets vreemds: Icarus is in zee gevallen, rechts onderaan steken nog net twee benen boven het water. Zijn vader, Daedalus, kijkt links boven in de lucht vertwijfeld toe. Beiden ontsnapten van Kreta waar ze gevangen zaten nadat Daedalus voor de koning van Kreta een doolhof had ontworpen om de mensenetende Minotaurus gevangen te houden. Voor hun vlucht bouwde Daedalus vleugels waarbij de veren met bijenwas aan het houten frame vastzaten. Hij waarschuwde Icarus niet te hoog te vliegen, want door de warmte van de zon zou de bijenwas smelten en de vleugels kapot gaan. Icarus luisterde niet, wilde alsmaar hoger en viel. (Dit schilderij zou jaren later de aanleiding voor Alice zijn geweest een doolhof aan de tuin toe te voegen.)
Na dendrochronologisch blijkt het schilderij niet van Pieter Bruegel de Oude ( ca.1525-1569) te zijn, maar kan, gezien de kwaliteit van het werk, aan één van de zonen, of hun atelier worden toegeschreven. Zoals wel vaker bij de de kunstwerken van Pieter Bruegel de Oude maakten de volgende generaties kopieën van zijn werk. De eerste versie van dit schilderij op doek waarschijnlijk uit 1558, hangt in het Brusselse Museum voor Schone Kunsten. (Hier staat Daedalus overigens niet op. Die zou bij een restauratie zijn overgeschilderd.) In ieder geval hangt in de Cosy Corner een topstuk uit de Europese kunstgeschiedenis.


Val van Icarus, omgeving van Pieter Bruegel de Oude (ca.1525-1569) en drie stillevens van Fantin Latour (1836-1904).

In de muzieksalon werden regelmatig uitvoeringen gegeven. Alice van Buuren-Piette (1890-1973) was bevriend met Koningin Elisabeth, de echtgenote van Koning Albert I, die sinds 1937 een inmiddels wereldberoemd jaarlijks muziekwedstrijd organiseerde. De Koningin schijnt gevraagd te hebben of de deelnemers aan het pianoconcours op deze vleugel, die ooit van de Franse componist Erik Satie is geweest, mochten oefenen. Het kleed op de vleugel is van Gidding. Voor de kleuren werd hij geïnspireerd door een klein schilderij van Kees van Dongen; dat werd in 2013 gestolen. (Tegenwoordig hangt er een foto.)


Het kleed van Jaap Gidding. Beide schilderijen zijn van Gustave van de Woestyne: links de Annunciatie en rechts De rijke en de arme boer.

Door de warme kleuren en het grote raam is het een vriendelijk vertrek. Veel meubels zijn speciaal ontworpen.


De muzieksalon, rechts staat de vleugel. Het schilderij aan de linkerkant is van Gustave van de Woestyne: Het hofje van de Heilige Agnes, uit 1911.

De Zwarte Salon
Achter de muzieksalon ligt de kleinere Zwarte Salon, zo genoemd omdat de muren zijn bekleed met een stof die is gemaakt van zwart paardenhaar. Het is een kamer met aan twee kanten ramen.


Aan een van de muren in de Zwarte Salon De Herder, van Gustave van de Woestyne.

De eetkamer
Het ensemble in de eetkamer is gemaakt door de Mechelse meubelmaker Joseph Wynants heeft. Hij gebruikte een licht Braziliaans palissander hout (sycomoor) en Makassar, Indonesisch ebbenhout, voor de donkere accenten. Er spreekt een mooi gevoel voor verfijning uit de donkere houten lijsten, de lichte golving van de lage inbouw kasten met kleine donker ingelegde kleuraccenten en de onopvallende symmetrie in de kamers. Voor alles is het beste materiaal gekozen.


De eetkamer vanuit de tuin gezien, met de kleine vitrines boven de lage kasten. Links en rechts van de deur stillevens van Van de Woestyne; aan het plafond lampen van Lalique.


Een doorkijkje van de Zwarte Salon door de eetkamer naar het dressoir met er boven een wandkleed De Vier Elementen van Jaap Gidding.

Het tapijt in de eetkamer is ontworpen door Maurice Dufrêne, die beroemd werd door de grote Parijse Art deco tentoonstelling in 1925. (Dit is een kopie, het origineel was versleten.) De rustige kleuren van de eetkamer krijgen door het opvallende tapijt een mooi tegenwicht.

Hal
In de hal valt niet alleen het beeld van George Minne op, maar ook de glasinlood ramen van Gidding en de bizondere lamp van de Nederlandse ontwerper Jan Eisenloeffel.


Lamp: Jan Eisenloeffel en ramen: Jaap Gidding.

Vanuit de overloop is het grote schilderij De Kindertafel van Van de Woestyne uit 1919, goed te bekijken. Aan tafel zitten van links naar rechts Mary, Maxime, David, Elisbeth en Béatrice. Vrienden gaven de Van Buurens dit werk cadeau. Het is een bizonder schilderij doordat de schilder zich helemaal boven het gezin plaatst. Voor deze plek waar je zelf iets hoger op de overloop staat en naar beneden kijkt, is het prachtig gevonden.

]
De Kindertafel,
Gustave van de Woestyne, 1919, er naast de hallamp van Eisenloeffel.[/caption]

Collectie
De keuze voor Van de Woestyne is niet zo vreemd. Van de Woestyne en Van Buuren raakten bevriend. In totaal zijn er een dertigtal werken van Gustave van de Woestyne (1881-1947) in de collectie. Van Buuren kocht zijn eerste schilderij Het hofje van de Heilige Agnes al in 1913 en gaf hem de opdracht voor zes stillevens in de eetkamer. Alle zes hebben iets met de functie van een eetkamer te maken, zoals het schilderij met potplanten bij een half gevulde wijnkaraf en wijnglas. Er zijn fruitstillevens en een werk met een koffie- en waterkan, kopjes, glazen en druiventrossen. Alle stillevens zijn gladgeschilderd en hebben bijna allemaal een vreemd perspectief dat soms, net als bij de kindertafel, vreemd hoog is geplaatst. Dit zorgt met de grote precisie waarmee ieder voorwerp afzonderlijk is geschilderd voor een vreemde stemming. Hoewel de kleuren veel lichter zijn, deden deze zes schilderijen me denken aan de stillevens die Hynckes en Charley Toorop een paar jaar later maakten en die we Magisch Realistisch noemen.


Stilleven met witte koffiekan, of De Afwezigen, Gustave van de Woestyne

Gustave van de Woestyne wordt bij de Lathemse school gerekend, maar hij werd in 1925 al docent aan de Brusselse academie en in 1928 hoogleraar aan het Hoger Instituut voor Sierkunsten in TerKameren, vlakbij Ukkel. Hij gold als een van de grote moderne Vlaamse schilders. Naast deze 30 werken van Van de Woestyne kocht Van Buuren ook kunst van andere Vlaamse schilders uit die tijd zoals Ensor, Van den Berghe, De Smet, Permeke en Rik Wouters, waarvan hij naast een schilderij ook een beeld, Het lachende Meisje, verwierf. In zijn collectie zitten oudere kunstenaars als Hercules Seeghers, Guardi en van Gogh, maar ook buitenlandse tijdgenoten als Signac, Braque, Max Ernst en de Japanner Foujita, waarmee Van Buuren bevriend was.


Het lachende meisje, Rik Wouters.

Twee kamers van David van Buuren
Op de eerste verdieping wordt in de voormalige slaapkamer een leuke film vertoond over het leven van het Joodse echtpaar dat nog net op tijd naar Amerika vluchtte, maar na de oorlog terugkwam naar Brussel.
De atmosfeer in de twee kamers van David van Buuren is nog steeds elegant, maar op het eerste gezicht wat koeler, lijkt het. Er hangt een opmerkelijk groot werk van de 17e-eeuwse Haarlemse landschapsschilder en graficus Hercules Seghers. Het is een fantasielandschap met hoge bergen en begroeide rotsen in gedempte kleuren. Aan de overkant, dus de kant waar Van Buuren naar keek, als hij aan het bureau zat te werken, hangt een schilderij van Gustave De Smet waarin een vrouw de toeschouwer (dus eigenlijk Van Buuren ) via een spiegel aankijkt.


Vrouw in de spiegel, Gustave De Smet.


Doorkijk van uit Van Buurens kantoor naar zijn atelier.

Het bureau lijkt door de strakke art deco vorm eenvoudig. Er is een bijzonder notenhout voor gebruikt en het schrijfdeel werd bekleed met segrijnleer, een speciaal haaienvel. De nerven van het hout lopen in een stralenpatroon over het halfronde blad.


Het Bureau van Van Buuren, met daarachter een uitzonderlijk groot landschap Bergstroom van Hercules Seghers.


Het notenhouten bureaublad.

In een van de kasten staat een prachtig klein zeegezichtje met bootjes van Braque. Jammer genoeg zonder jaartal.


Les Barques, G. Braque.

Van Buuren was geen onverdienstelijk amateur kunstenaar. In zijn degelijke atelier, naast het kantoor, hangt een zelfportret naast het portret dat Van de Woestyne in 1935 van hem maakte. Zelf ziet hij zich eerder als een onrustig mens, met baard en haar, terwijl zijn vriend hem als de keurige financier en hoogleraar neerzet: kaal, elegant, minzaam en een tikje afstandelijk.


Zelfportret, David van Buuren.


David van Buuren, Gustave van de Woestyne, 1935.

De Van Buurens waren niet alleen de maecenas van Gustaaf van de Woestyne maar ook voor het Koninklijk Paleis voor Schone Kunsten waar David in de Board of Patrons zat. Ze schonken het museum schilderijen van Van Dijck, Peter Huys en Permeke. In de villa zie je nog steeds dat David en Alice van Buuren met hun kunst leefden. De aankopen liggen dicht bij hun eigen interesses en niet zo zeer bij een investeringsbelang, of de mode van het moment. Zo ontstond de eenheid tussen hun huis, de verzameling en de tuin.

 

Informatie en voorzieningen

Van Buuren Museum & Gardens
41 Avenue Léo Errera Laan; 1180 Brussel
W website van Van Buuren Museum & Gardens
T 0032 (0)2 343 48 51
woe. tm ma. 14.00 – 17.00 uur,  di. gesloten, meer info op de website.

Bereikbaar Metro/Tram 3,  Halte Churchill
Parkeerplek niet al te veel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.