Op weg naar de kunst

Bestel hier onze: Gids naar Nederlandse musea Op weg naar de kunst

bespreekt de eigen collectie van musea in Nederland en elders.

Brugge, Onze-Lieve-Vrouwekerk en de Sint Salvatorskathedraal

Levend verleden
De bouw van de Onze-Lieve-Vrouwekerk, tussen het Gruuthusemuseum en het Sint-Janshospitaal, begon omstreeks 1250. De kerk is opgetrokken in baksteen en was op dat moment, 122 meter hoog, het hoogste bakstenen gebouw ter wereld. In de 15de eeuw werd er nog een spits toegevoegd en was de kerk hoger dan tegenwoordig. Indertijd liep men de trappen op naar de ingang van de kerk, nu loopt men de trappen af! Dat komt omdat de straten alsmaar hoger zijn komen te liggen doordat bijvoorbeeld bouwpuin en afval voor nieuwe bestrating werd gebruikt.


De toren van de OLV-Kerk in de nacht steekt nog steeds ver boven het historische centrum uit.

Net als in de Pauluskerk is het doksaal, het koorhek, in de middenbeuk blijven staan. Het verdeelt de kerkruimte in twee delen: het middenschip was voor de gelovigen en het hoogkoor voor de geestelijken. In het hoogkoor zijn de praalgraven van Maria van Bourgondië en van haar vader Karel de Stoute, die op het slagveld sneuvelde. Hij werd elders begraven. Zijn achterkleinzoon, Karel V, bracht de stoffelijke resten over naar de Sint Donaatskathedraal in Brugge. Daar stond dit praal graf oorspronkelijk. Op de zwarte sarcofagen zien we de familieschilden van de voorouders. Boven de koorbanken hangen de 30 wapenschilden van de Ridders van het Gulden Vlies, een elitaire orde die de Bourgondische hertog Filips de Goede had bedacht om zich van trouwe vazallen te verzekeren.

\
Praalgraf Karel de Stoute.

Zijn dochter, Maria van Bourgondië trouwde met de Habsburgse vorst Maximiliaan van Oostenrijk. Zo ontstond het Habsburgs-Bourgondische rijk. Op haar grafmonument heeft zij een sereen geboetseerd gelaat, een weelderig golvende mantel en aan haar voeten een hond, het symbool van huiselijke trouw. (Haar kroontje staat in het museum van de Basiliek van het Heilig Bloed.) Het praalgraf van Karel de Stoute werd later gemaakt en laat een overgang tussen de gotiek en de renaissance zien. De vorst heeft zijn wapenrusting aan en aan zijn voeteneind ligt een leeuw, het symbool van kracht en strijdlust. Hij stierf op het slagveld. Beiden liggen er met open ogen, genietend van het eeuwige leven.


Praalgraf Maria van Bourgondië.

Netwerken
Op het hoogaltaar hangt een drieluik van Barend van Orley (ca 1500-1541). Het is het passieverhaal met in het midden de kruisdood. Barend (of Bernardus Dorley) was een vroege renaissance schilder en ontwerper van wandtapijten en glas-in-lood ramen. Hij was een nazaat van een adelijke Luxemburgse familie (uit Orley) maar werd Brabander en tekende soms met zijn leuze ‘Elck syn tyt’. Hij was jarenlang de hofschilder van Margaretha van Oostenrijk en haar opvolgster Maria van Hongarije. In 1516 had hij een prachtig portret gemaakt van Karel V, dat mogelijk als voorbeeld diende voor de buste die in het Gruuthusemuseum staat: een jonge man met een lief onschuldig gezicht. Zo bouwde hij een groot adellijk netwerk op, dat hem echter niet beschermde toen hij al in 1527 werd veroordeeld wegens protestantse sympathieën.


Triptiek met de Kruisdood van Christus, Barend (of Bernard) van Orley.

De familie Gruuthuse, machtige vrienden van de Bourgondische vorsten, kregen toestemming om een verbinding vanuit hun stadspaleis (het huidige Gruuthusemuseum) naar de kerk te maken. Ze bouwden rond 1472 zelfs een eigen kapel die direct zicht had op dit hoogaltaar. Door de sociale functie die het geloof toen nog had, zou je de kapel kunnen vergelijken met een soort VIP ruimte. Hier woonden de familie en hun gunstelingen de kerkdienst bij zonder door het gewone volk te worden gezien. Er zijn nog resten van de oorspronkelijke plafond-beschilderingen te zien. (Meer over de familie Gruuthuse en hun uitgebreide netwerken staat bij het Gruuthusemuseum op onze site, ook het prachtig gerestaureerde interieur van de kapel.)


De ramen van de Gruuthusekapel in de kerk.

Schilders van de contra reformatie
In de 16de eeuw was de bloeiperiode van de Brugse schilderkunst al achter de rug. De rijkdom had zich naar Brabant verplaatst. Het Antwerpse schildersgilde speelde toen, onder meer met Rubens. de belangrijkste rol in Vlaanderen. In de OLV kerk hangt werk van enkele nakomelingen van de grote meesters uit de 15de eeuw, zoals Antoon Claeissens (of Claeissins) en Jacob van Oost, en is er veel import, zoals een Christus aan het Kruis (1625) dat toegeschreven wordt aan Rubens’ leerling Antoon Van Dyck en Gerard Seghers.


Christus aan het kruis, toegeschreven aan Antoon Van Dijck, 1625.

Seghers (1591-1651) was in Antwerpen een van de eerste Vlaamse Caravaggisten. Later werkte hij, onder invloed van Rubens, met een lichter pallet, zoals hier in De aanbidding van de Wijzen. De kleine Christus is het stralende middelpunt van het schilderij.


De Aanbidding van de Wijzen, Gerard Seghers, 1662.

Gaspar de Crayer (1584-1669) was naast Rubens de meest gevraagd schilder van de contrareformatie. Die schilders moesten, na de protestantse opstanden het herstel van de katholieke geloof in Vlaanderen helpen onderbouwen. Zij vulden de leeggeroofde en geplunderde kerken met nieuwe programmatische kunst die de nog eventueel twijfelende gelovigen het Rechte Pad (naar de hemel) wees. De Crayers werk hangt in tal van kerken en abdijen, in de Onze-Lieve-Vrouwekerk hangt Het visioen van Thomas van Aquino.


Het visioen van Thomas van Aquino, Gaspar de Crayer, 1644.

Michelangelo
Boven het altaar van de rechter beuk staat Michelangelo’s wit marmeren Madonna met Kind. Het is het enige beeld dat tijdens zijn leven niet in Italië is gebleven. De broers Moeskroen, Brugse kooplieden, kochten het direct van de meester. De heren Giovanni en Alessandro Moscheroni (Mouscron, Moucheron) zijn met familieleden aan de voet van het altaar begraven. Het is een vertederend beeld omdat Onze ‘Lieve’ Vrouw hier eerder bezorgd en treurig kijkt dan lief en blij. Jezus ligt niet meer als een baby in de armen van zijn moeder, maar begint als peuter te lopen. Hij staat nog tussen haar benen en leunt tegen haar linker knie, met zijn linker beentje zal hij van het stapje komen. Maria is niet blij en stralend, maar kijkt verdrietig en in zichzelf gekeerd.


Madonna met Kind, Michelangelo, 1505.

Tegenover de Madonna met Kind staat een imposante preekstoel in vroege roccoco stijl uit het einde van de 18de eeuw. Het ontwerp is van de schilder Garemijn. Sinds het Concilie van Trente, in het midden van de 16e-eeuw, was het duidelijk welke verhalen er in de kerken te zien zouden moeten zijn. Niet alleen op schilderijen en door middel van beelden, ook preek- en biechtstoelen dienden ook het verhaal van de Bijbel uit te dragen. Hier staat Maria, omringt door engeltjes, op een wereldbol, als religieuze heerseres over de wereld; ze draagt de kuip waaruit gepreekt werd. De biechtstoelen in de kerk zijn ouder. Ze werden een eeuw eerder gemaakt in een typisch hoog barok met gedetailleerde gezichten en behoorlijk gespierde lijven.


Biechtstoelen.

Naast de vele biechtstoelen zijn er ook veel grafmonumenten voor rijkeren belangrijke burgers. Aan het Grafmonument van Pieter Lankhals is een legende verbonden. Hij werd door zijn trouw aan Maximiliaan van Oostenrijk, de weduwnaar van Maria van Bourgondië, door opstandige Bruggelingen onthoofd. Als straf voor de opstand moest Brugge ‘ten eeuwige dage’ langhalzen (zwanen) onderhouden.


Grafkapel met op de achtergrond schilderijen van Pourbus en uit de Keulse school.

In deze grafkapel zijn nog andere graven te zien. Ze zijn, als Sneeuwwitje op haar doodsbed, afgesloten door een grote glazen deksel. Zo kunnen we de schilderingen aan de binnenkant goed bekijken. Hier hangt ook Onze-Lieve-Vrouw van de zeven smarten (ca 1520) door Isenbrandt en Het laatste avondmaal (1562) van Pourbus. (Pourbus kwam oorspronkelijk uit Gouda, maar maakte carrière in Brugge op de site staat bij Gouda meer over zijn leven.) Het schilderij van Pourbus is aan beide zijden geflankeerd door schilderijen van de ‘Keulse school’ uit de late 15de eeuw: De Aanbidding door de drie koningen en de Aankondiging (van haar zwangerschap) aan Maria.

 

Sint-Salvatorskathedraal.


Sint Salvatorskathedraal.

Van alle kerktorens in Brugge lijkt die van de Sint-Salvator het minst op een klassieke kerktoren. Met een Romaanse bovenbouw heeft hij overeenkomsten met een uitkijktoren bij een versterkte burcht. Eigenlijk is de toren niet romaans maar neo-romaans: na een brand in het midden van de 19de eeuw werd hij verhoogd heropgebouwd.
De eerste fundamenten van de kerk dateren uit het begin van de 12de eeuw. In de decennia rond 1300 werd de kerk, zoals vaker, vergroot in gotische stijl. Na de afbraak van de Sint-Donaaskathedraal tijdens de Franse bezetting, werd de Sint-Salvator vervolgens de bisschoppelijke kathedraal. Bij die nieuwe status hoorde zeker in de 19e-eeuw de pronk en praal van het sacrale. Veel kunstwerken uit de afgebroken instellingen zoals de Sint-Donaaskathedraal, de Eekhoutabdij, de Sint-Trudoabdij en verschillende andere kloosters uit de omgeving kwamen hier terecht. In 2017 werd een restauratie van 30 miljoen euro afgerond en kunnen we weer van de oude luister genieten.


Maquette van de kerk met de bouwgeschiedenis tussen begin 13e eeuw (links) t/m begin 15e eeuw (rechts) en de 19e-eeuwse uitbouw van de toren (helemaal links).

Stevige koorbanken & oorspronkelijke wandtapijten
Karakteristiek voor de hoog-gotiek zijn de kruis-rib gewelven die op pilaren rusten. De neerwaartse druk wordt doorgegeven aan kleinere pilaren die in de kapellen aan de buitenkant staan. Het gebruik van pilaren die de dragende kracht van muren overnemen is de grote uitvinding van de gotiek. Daardoor konden grote gebrandschilderde ramen met een geometrisch maaswerk in de muren worden gezet en zo stroomde het goddelijk licht de kerk in. Dat was een wereld van verschil met de oude Romaanse kerken, waar in de dikke muren slechts kleine ramen zaten. Het elegante stenen maaswerk is ook gebruikt in de vensters van de vijf straalkapellen van de kooromgang. In de hoge middenbeuk (28 meter) kijk je door de slanke pijlers, bogen en ramen automatisch naar dat licht, naar boven.
De laatgotische koorbanken (omstreeks 1430) zijn zo massief dat ze de Beeldenstorm konden doorstaan.


Koorbanken.

Opmerkelijk zijn de zeven wandtapijten boven het koorgestoelte. De tapijten maken deel uit van een reeks over het leven van Christus die gered werd bij de afbraak van de Sint-Donaaskerk. Zij werden in 1730-31 gemaakt in het Brusselse atelier van Jasper van der Borcht. De hoogtijdagen van de Bruggse wandtapijtenindustrie waren toen al lang voorbij.


Koor met koorbanken en wandtapijten.

De ontwerpen, de kartons, voor de scènes werden geschilderd door een andere Brusselaar, Jan (of Jean) van Orley, een verre verwant van de schilder Barend van Orley, van wie een tripttiek in de Onze-Lieve-Vrouwekerk hangt. Het is interessant om wat heen en weer te lopen, dan merk je dat, net als bij het etsen, de tapijten het ‘tegenbeeld’ van het schilderij zijn. De kartons waren het voorbeeld voor de wevers,


Een klein stukje van een enorm glas-in-loodraam in de zijbeuk van het transept, het kruispunt van de kerk. Daaronder een groot schilderij De voordracht in de tempel van Jean van Orley.

Van deze serie met het leven van Christus hangen alle (geschilderde) kartons her en der in de kerk. Net als in andere kerken in de stad beslaat het koorgedeelte meer dan de helft van het oppervlak van de kerk.


Het tapijt met De voordracht in de tempel, naar het ontwerp van Jean van Orley.

Van het oudste kerkmeubilair is weinig overgebleven. Dat werd, zoals elders in Vlaanderen, zwaar beschadigd door de protestantse Beeldenstorm. Tijdens de contrareformatie die hierop volgde werden in de 16de en 17de eeuw opdrachten uitgezet voor barokke altaren, biechtstoelen en een preekstoel. Onder de bak van de preekstoel staat Sint-Elooi, de beschermheilige van het bisdom, in witmarmer (1785),.


Preekstoel, van Hendrik Pulinx met het beeld van Sint Elooi door de Brusselaar Laurent Taminne, 1785.

Wervelende God de Vader
Vanuit het koor ziet men aan de andere kant van de kerk het barokke koorhek, het doksaal. Dit koorhek hoort natuurlijk in het midden van de kerk te staan: in de jaren dertig van de vorige eeuw werd het verplaatst. Op dat moment begint de liturgie te veranderen en de priester komt wat dichter bij het volk. Het orgel achter en boven het doksaal is met 3652 pijpen een van de meest monumentale in Vlaanderen.


Het verplaatste doksaal met het orgel en het witmarmeren beeld Zegenende God de Vader, van Artus Quellijn de Jonge, 1682.

In het midden van het doksaal zit een imposante God de Vader van Artus Quellinus, de Jonge (1625-1700). De familie Quellinus (of Quellijn) was in haar tijd zo beroemd dat ze gedurende 15 jaar meewerkten aan de decoratie van het Paleis op de Dam in Amsterdam.. Dat Artus de Jonge en zijn oom Artus de Oude, twee katholieke beeldhouwers, in het toen calvinistische Amsterdam die opdracht kregen, zegt iets over hun roem.
Het vakmanschap en de originaliteit van Quellinus  zijn goed te zien aan deze zegenende, doch strenge, God de Vader. Hij  zegent in een wervelwind de gelovigen, maar hij haalt hen, net als de huidige bezoekers, naar zich toe. Van alle kanten zit er beweging in het beeld: van zijn handen tot aan de wapperende mantel. En vergeet niet, vroeger stond dit beeld in het midden van de kerk en keek de gelovige de hele tijd naar deze God!


Zegenende God de Vader, Artus Quellijn de Jonge, 1682.


Zegenende God de Vader, Artus Quellijn de Jonge, 1682.


Zegenende God de Vader, Artus Quellijn de Jonge, 1682.

Aan de andere kant van de kerk, achter het koor, is op het einde van de 15e-eeuw een kooromgang met de kranskapellen aangebouwd. In een van de kapellen staat een 15de eeuwse portret van Karel de Goede, Graaf van Vlaanderen. Deze graaf werd in 1127 in de Sint Donaaskathedraal vermoord. Ook zijn reliekschrijn in verguld koper en ingelegd met halfedelstenen staat er, maar die werd pas in 1884 gemaakt, het jaar dat Karel de Goede (beter laat dan nooit) door de paus zalig werd verklaard.


Reliekschrijn in verguld koper van de Zalige Karel de Goede (Van Damme en Bourbon).

Opmerkelijk is ook het Sint-Annaretabel (1533), waar waarschijnlijk nog de oorspronkelijke polychromie, de beschildering op zit. Hier zien we de stamboom van Anna, de moeder van Maria. Naast haar staan onder andere kinderen uit eerdere huwelijken zoals Hismeria, Eloët, Cleophas en Salomé. Boven haar in de stamboom zitten andere afstammelingen. Joachim, haar derde echtgenoot, was niet Maria’s verwekker. God was de verwekker van Maria, zo zei men, omdat Anna inmiddels te oud was om nog kinderen te krijgen. Net zoals hij later bij haar dochter Maria het kind Jezus zou planten. Maria is dus zelf, al ‘onbevlekt’ ter wereld gekomen.
(Op het Concilie van Trente, 1545-1563, waar de nieuwe iconografie, de beeldtaal, van de katholieke kerk werd besproken, is het belang van Anna ontkend. Ze was tenslotte een vrouw met drie huwelijken. Die aandacht voor het aardse, het vleselijke, werd niet meer zo gewaardeerd. Vanaf dat moment in het midden van de zestiende eeuw, kwam Maria en haar onbevlekte ontvangenis centraal te staan. We boffen dus nog dat we in de Sint Salvator haar stamboom zo uitgebreid kunnen bekijken.)
Boven Anna zien we Maria met haar zoon Jezus. Op de zijluiken staan geschilderde voorstellingen van de Heilige Hubertus en van de heilige Lucia. De eerste was de patroonheilige van diverse gilden; de tweede werd aangeroepen door blinden, zieken en prostituees. De Sint-Lucia legende was blijkbaar heel geliefd in Brugge.


Het Sint Anna-retabel.

In de kooromgang hangen veel grote Bijbelse schilderijen van Jacob van Oost(1601-1671). De kathedraal bezit 17 doeken van deze bekende Brugse schilder. Omdat ook zijn zonen ook schilder werden, wordt Brugge in deze tijd ook wel eens aangeduid als de Van Oost-stad. Van Oost was enkele jaren in Rome geweest, waar hij beïnvloed werd door de moderne en heftige schilderkunst van Caravaggio. Later kwam hij onder de invloed van Rubens’ manier van schilderen. Hij maakte net zulke feestelijk verhalende schilderijen voor de contrareformatie. Hoewel Van Oort wel wat bescheidener in zijn formaten was. Hier kunnen we enkele voorbeelden zien zoals: De Aanbidding van de herders (1642) en Sint-Jozef en het kindeke Jezus.


Sint-Jozef en het Jezuskindeke, Jacob van Oost, ca. 1660.

In de Schatkamer aan de zuidzijde van de kathedraal bevinden zich de meest waardevolle kunstwerken. De toegang tot dat gedeelte is niet gratis. Hier hangen een dozijn hoogtepunten uit 15e-eeuwse Vlaamse schilderkunst, onder andere van Rogier van der Weyden, Dirk Bouts, Jan garemijn, Lanceloot Blondeel, Piegter Pourbus en Hugo van der Goes.

Bij deze twee kerken staan buiten de adresgegevens en de openingstijden geen Voorzieningen, want die zijn er niet.

Informatie en voorzieningen

Onze-Lieve-Vrouwekerk
Guide Gezelleplein, Brugge
W website Onze-Lieve-Vrouwekerk
open van 9.30 tot 17.00. Op zondag na 13.30.

 

Sint-Salvatorskathedraal
Zuidzandstraat/Steenstraat, Brugge
website Sint Salvatorkathedraal, Brugge
open van 10.00 tot 13.00 uur en van 14.00 tot 17uur 30.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.