Op weg naar de kunst

bespreekt de eigen collectie van musea in Nederland en elders.

Brugge, Gruuthusemuseum

Brugse geschiedenis door verrassende kunstwerken

“Het Gruuthusemuseum is van oudsher een museum voor toegepaste kunst. In de 5 jaar dat het gebouw voor de renovatie was gesloten, hebben we het concept van dit museum herbekeken en vernieuwd”, aldus Till-Holger Borchert, de directeur van het Brugse museum, tijdens de persconferentie bij de heropening in mei 2019. Het museum kan door de kwaliteit van de collectie wedijveren met de omliggende musea en kerken. Het mooie van Brugge is dat nog steeds veel kunstwerken zich op de plekken bevinden waarvoor ze zijn gemaakt. Zo heeft het Sint Janshospitaal nog steeds schilderijen die Memling ooit voor deze instelling maakte en staat in de Onze Lieve Vrouwekerk de liefelijke Madonna met kind van Michel Angelo. Het elegante stadspaleis van de Heren van Gruuthuse uit de 15de eeuw is zelf al een unicum dat sinds het einde van de 19e eeuw een museum is in eerste instantie voor het Oudheidkundig Genootschap en een kantverzameling. Sinds 1955 is het een stedelijk museum.

Levend verleden
Brugge kende een ongekend rijk cultureel verleden omdat het in de 14de en 15de eeuw de economische draaischijf van Europa was. Dit is nog steeds in en rondom Brugge te zien. In het kleine stadje Damme, vlak bij Brugge, staat het standbeeld van Jacob Van Maerlant van de Belgische neogotische beeldhouwer  Hendrick Pickery (1828-1894). Voor Brugge maakte hij standbeelden van de schilders Hans Memling, de grote Jan van Eyck. Het ruiterstandbeeld in de nis boven de ingang van het Gruuthusemuseum werd door zijn zoon Gustaaf Pickery gemaakt, als een neogotische interpretatie van het beroemde ruiterbeeld uit het kasteel van Lodewijk II te Blois. De ruiter stelt Lodewijk van der Aa, heer van Gruuthuse (1427-1492) voor, veruit de belangrijkste bewoner van het voormalige woonhuis.
Het stadspaleis werd tussen 1883 en 1895 gerenoveerd door Louis Delacenserie, de toenmalige stadsarchitect, in de neogotische stijl van die tijd. Het Brugse Oudheidkundig Genootschap, of zoals het toen heette de Société archéologigue, was de eerste gebruiker. In het nog niet helemaal gerestaureerde gebouw was in 1889 al de bijzondere schenking van de kantcollectie van de jong overleden barones Amedéée Liedts tentoongesteld. In de loop van de tijd werd de nadruk op de  kunstnijverheid gelegd. Naast het glas in lood, de houten beelden, handschriften en schilderijen wordt bij de herinrichting in 2019, mede dankzij een samenwerking met andere musea, een breed overzicht van de kunst en kunstnijverheid in verschillende periodes gegeven.

Het oorspronkelijke stadspaleis van de machtige familie Gruuthuse ligt in het hart van Brugge en zo dichtbij de Onze-Lieve-Vrouwekerk dat Lodewijk van Gruuthuse op het einde van de 15e eeuw een verbinding met de kerk bouwde met een eigen kapel: een erker, waardoor de familie direct in het hoogaltaar van de kerk keek. Zo konden ze zonder nat te worden, of zichtbaar te zijn voor het gewone volk, toch in hun eigen kapel de dienst bijwonen, of hun dagelijkse gebeden zeggen.


Het uitzicht vanuit de Gruuthuse-kapel op het altaar in het koor van de OLVkerk.


Het uitzicht vanuit de Gruuthuse-kapel op de ramen van de OLVkerk.


De erker van de kapel vanuit de kerk.

De oorspronkelijke versiering van het houten plafond uit de 15e eeuw in de kapel van de Gruuthuses is nu weer te zien. De versiering van het vergulde gewelf is een bizondere samenstelling van tinfolie, was en papier. Onder aan iedere rib zit een klein engeltje die op twee na nog origineel zijn.


Het plafond van de huiskapel.


Engeltje onder aan de rib.


Engeltje onder aan de rib.

Lodewijk, heer van Gruuthuse
Lodewijk van Gruuthuse, 1422-1492 was een zoon uit een van de belangrijkste Brugse adellijke families. Al in de dertiende eeuw verwierven zij het recht om gruit, of gruut, aan de bierbrouwers te verkopen. Later werd dit door hop vervangen. Doordat het oppervlakte water nog niet was gezuiverd, konden allerlei besmettelijke ziektes ontstaan en zich verspreiden. Daarom was bier toen het water van tegenwoordig, Ook de belasting die op het bier werd geheven ging naar de Gruuthuses.
Lodewijk kreeg een verfijnde opvoeding en kwam al jong in dienst van Filips de Goede (1396-1467), hertog van Bourgondië en Graaf van Vlaanderen. Door zijn diverse taken werd hij een vertrouweling van de hertog en werd opgenomen in de Orde van het Gulden Vlies, een internationaal gezelschap van de belangrijkste edellieden.


Lodewijk van Gruuthuse, Meester van de Vorstenportretten, ca 1480.

De status van Lodewijk van Gruuthuse is af te leiden uit zijn titels: Prins van Steenhuize, Heer van Avelgem, Haamstede, Oostkamp, Beveren, Tielt-ten-Hove en Spiere en Graaf van Winchester. Uiteindelijk werd hij ook stadhouder van Zeeland, Holland en West-Friesland. Hij voerde onderhandelingen over het huwelijk van Filips’ zoon met de dochter van de Engelse koning, Hij was legeraanvoerder en diplomaat voor de opeenvolgende Hertogen Filips de Goede, Karel de Stoute en Maria van Bourgondië.
Het loopt overigens niet goed af met Lodewijk. Na de onverwachte en vroege dood van Maria van Bourgondië door een val van haar paard in het bos van Torhout, ten Zuiden van Brugge, kiest hij uiteindelijk de kant van de steden en komt tegenover haar weduwnaar te staan: Maximiliaan van Oostenrijk. Hij zit tussen 1485 en 1488 in de gevangenis van Mechelen en zijn goederen worden geconfisqueerd. In 1491 wordt hij tijdens een bijeenkomst van het Gulden Vlies beschuldigd van verraad; nog voor de uitspraak overlijdt hij in 1492 in zijn paleis te Brugge.
Van Gruuthuse had een luxueuze levensstijl die niet onderdeed voor die van de hertogen van Bourgondië. Hij verzamelde onder andere dure handschriften, waarvan het grootste deel uiteindelijk in de Franse Nationale bibliotheek terecht is gekomen maar een aantal is ook hier bewaard. In zijn huishouden hingen prachtige wandtapijten tegen de kou aan de muur, er werden elegante sieraden en kleding gedragen en hij verzamelde kunst, zoals alle rijken van zijn tijd.

Klein drieluik; centraal Christus aan het kruis met op de zijluiken Johannes en Maria, 1586, beschilderd eikenhout. Er voor liggen kleine religieuze voorwerpen.

Zijn lijfspreuk: ‘Plus est en vous’ (Er zit meer in u, u kunt meer) is de rode draad bij de herinrichting van het museum.  Bij de heropening werd gezegd dat: “dit ‘Plus est en vous’ geldt voor elk collectiestuk: er schuilt meer in dan je op het eerste zicht kan zien. Elk object is een drager van verhalen over zijn ontstaan of de context waarin het gemaakt of gebruikt werd.” Dit motto duikt steeds weer op. Het is door de stadsarchitect Louis Delacenserie bij de allereerste grote restauratie / renovatie aan het einde van de 19e-eeuw, ook als leidraad gebruikt. Vandaar het neogotische handschrift, dat wij nog net kunnen lezen.


Gruuthuses motto Plus est en vous, komt vaak terug in het museum. Hier op de balk van de eerste zaal.

Chronologisch en Thematische verdieping
Het Gruuthusemuseum is een stadsmuseum dat de geschiedenis van Brugge vertelt aan de hand van drie perioden: de Bourgondische periode (de 15e tm 16e eeuw waar Lodewijk van Gruuthuse lange tijd als een spin in het net zit), de 17e en 18e eeuw waarin de rijke patriciërs de boventoon voeren en het tweede deel van de 19e eeuw waarin Brugge een toeristisch cachet krijgt, aantrekkelijk vooral Engelsen op weg naar Waterloo of voor hun Grand Tour op weg naar Zuid-Europa. In die tijd wordt het uitgedoofde maar goed bewaarde historische centrum een inspiratiebron voor allerlei romantische en symbolistische kunstenaars, van schilders tot schrijvers en componisten. Bovendien valt deze tijd samen met een internationale belangstelling voor de gotiek. Architectuur, meubilair, boeken, sieraden, schilderkunst werden in de 19e-eeuw lange tijd gedomineerd door deze hang naar een interpretatie van het verleden. Het ‘dode Brugge’ werd het Venetië van het Noorden en de reïncarnatie van de middeleeuwen.


Neogotische plafond en muren van de entree.

Ik vind het begrijpelijk, maar ook grappig dat bij de herinrichting van een oud gotisch paleis, het gebouw gedeeltelijk is teruggebracht naar de neogotische elementen van Delacenserie. Zo zijn de muren bedekt met het regelmatige tegelpatroon dat hij er op liet schilderen. Een vergelijkbaar patroon werd eveneens als tromple l’oeil door Cuypers bij de bouw van het Rijksmuseum ingezet.


Zaaloverzicht 2019, eerste zaal met de introductie tafel en het portret van Gruuthuse.

Ontwikkelingsgeschiedenis
Bij de inrichting ontstaat door het chronologische raster van de drie periodes de mogelijkheid een ontwikkelingsgeschiedenis van de stad te laten zien, een ontwikkeling die overigens in allerlei musea in de stad kan worden uitgediept. Ieder thema krijgt op witte tafels een introductie waarbij soms op tablets, of andere interactieve media, informatie wordt gegeven. Er zijn filmpjes met houtbewerking, zilversmeden en andere ambachten die nog steeds worden uitgeoefend. Ergens staat een tafel met monsters van verschillende materialen: steen, albast, hout etc. waardoor  je eens de verschillende materialen kunt voelen. Er is een groot scherm waarop de verschillende Europese handelswegen uit de 14e tot de 17e eeuw worden aangeven. Het is verrassend voor ons hoeveel zeeroutes in die tijd in Brugge eindigden!

In de eerste zaal hangen naast een grote geschilderde kaart van Brugge uit de tweede helft van de 16de eeuw, twee deuren van een oorspronkelijk ongetwijfeld religieus drieluik met de (familie) portretten van de schenkers. Het middenpaneel is verdwenen. De deuren van het drieluik zijn mooi in een sobere nis opgehangen. Er zijn een paar opmerkelijke dingen. De twee vrouwen rechts zijn de twee echtgenotes van Juan II Pardo. Achter hem staan de zonen en bij de vrouwen de dochters. Hoewel het Spanjaarden zijn, is in de achtergrond een gedetailleerd stadsgezicht van Brugge te zien. Blijkbaar voelde de familie Pardo zich hier zo thuis dat ze dat ook wilde laten zien. Dat is niet zo vreemd.De aristocraten, de geestelijke leiders en de rijke handelaren woonden steeds luxueuzer. Dat zorgde voor een nooit geziene ontwikkeling van alle kunstvormen. De elite liet zich graag portretteren, mede als statussymbool waardoor van heinde en verre schilders naar Brugge kwamen, onder meer Van Eyck, Memling, Adriaen Isenbrandt, Gerard David en later Pieter Pourbus.


Juan II Pardo en zijn echtgenotes, Antonius Claeissens, ca 1580.

Brugge was het overslagpunt van de handel uit Zuid-Europa naar het noorden en omgekeerd. Er waren een Florentijnse, een Oost-Europese en een Spaanse wijk in de stad. In de achtergrond van de Pardo luiken zien we, zoals vaker, Brugge. De stad had in haar hoogtijdagen in de 14e  en 15e  eeuw een aantal grote kerken, kloosters, het Bourgondische hof, stadspaleizen en huizen van steen en hout aan de rivier de Reie. De Reie was de waterweg en levensader voor de handel die via het Zwin de zee en de stad bereikte.


Digitale bewerking van het stadsgezicht uit de twee zijluiken van het familieportret van Juan II Pardo en zijn echtgenotes door Antonius Claeissens, ca 1580.

De goederen voor Brugge werden in Sluis en Damme overgeslagen. De buitenlandse handelaren bouwden indrukwekkende ‘natiehuizen’. Brugge wordt het Europese politieke, economische en artistieke centrum. In de vele herbergen werd internationale handel gedreven: stoffen, ivoor, getijdenboekjes, kruiden, glas en andere luxe goederen worden er verhandeld. De geldhandel tiert welig. Het begrip beurs is trouwens vernoemd naar de familie Van der Buerse, bizonder succesvolle herbergiers op de kruising tussen de  Grauwwerkerstraat en de Vlamingstraat. Herbergiers traden op als tussenpersonen bij financiële transacties (en de verkoop van schilderijen).
In de zestiende eeuw kwam de Goudse schilder Pieter Pourbus (1523/24-1584) in Brugge. Hij was ook cartograaf en werd een uiterst succesvol schilder van portretten. In de tentoonstelling hangt het portret van Juan Lopez Gallo en zijn drie zonen. Gallo was de consul generaal van Spanje en president van de Spaanse natie (de Spaanse handelaars) in Brugge. Hij was rijk geworden met de handel en zoals gebruikelijk zien we hem, knielend met zijn 3 zonen als een vroom katholiek en in militaire uitrusting: op hem en zijn zonen kon je bouwen! Ook dit schilderij is een deel van een drieluik waarvan het middenstuk en de rechter zijdeur, met zijn vrouw en dochters, zijn verdwenen.


Portret van Juan Lopez Gallo en zijn drie zonen, Pieter Pourbus, ca 1568.

Toen het Zwin verzandde, viel de zeehandel stil. Dit was een van de oorzaken van de neergang van Brugge. Nadat Antwerpen in de 16e eeuw en nog later Amsterdam in de 17e eeuw de centrale handelsposten in Europa en de wereld waren geworden, zakte Brugge weg in stedelijke genoegzaamheid. De inmiddels rijke handelaren pasten op de centjes en namen de elegante manieren van de oude elite over. Hun rijkdom en luxe zien we in de zalen op de tweede verdieping. Dat er in die tijd naast al deze luxe en overvloed ook veel armoede was Brugge, is alleen voor de oplettende bezoeker te zien in details.

Verrassend uitgewerkte thema’s
Naast dit historische overzicht is er aandacht voor specifieke thema’s. Met thema’s als knooppunt van handel, leven in luxe, huisraad voor de happy few, in gebed verzonken en elegant en verfijnd, wordt de situatie van de stad en haar inwoners geschilderd.  In zaal 2 wordt uitgelegd hoe de beroemde ketting van het Gulden Vlies, een schapenvacht van goud, in elkaar steekt. In het kleine zijkabinet staat een van de ontroerendste portretten van een jonge Karel V die ik ken. Het is gemaakt van beschilderde klei (terracotta) met een eenvoudige houten hoed. Karel V en later zijn zoon Filips II hadden beiden de beroemde Habsburgse lange puntige kin, wat zelfs op geflatteerde portretten nog is te zien. Hier geeft die kin de jongen iets onschuldigs, waardoor je even vergeet dat dit de machtigste Europese vorst van zijn tijd is. Op latere portretten staat hij altijd met een baard. Oorspronkelijk, zo wees onderzoek uit, rustte de kop niet op dit gipsen lijf met de grote gouden ketting van het Gulden Vlies; dit is later toegevoegd.


Karel V, misschien gemaakt door Conrad Meit, 1520-1530.

De Sireschakel van de schutters van de Sint-Sebastiaansgilde uit Brugge laat het vakmanschap van een zilversmid uit 1560 zien. De Schutterskoningsketting, gemonteerd op een fluwelen kraag, is gemaakt van zilver, messing en stof. Degene die de vogel tijdens het jaarlijkse schuttersfeest schiet, is koning voor een jaar en wordt op die dag getooid met deze ketting. Dit wordt overigens nog steeds gedaan: elk jaar in mei verdwijnt tijdens de koningsschieting van de schuttersgilde de ketting enige tijd uit het museum om weer gebruikt te worden. De Sireschakel bewijst de sociale status van rijke burgers die zich aan het einde van de 16e eeuw konden meten met de adel.


Sireschakel van de Sint-Sebastiaansgilde, 1560.

Detail en geheel
Brugge leed, net als heel Vlaanderen, hevig onder de godsdienstoorlog tussen de protestanten en de katholieken. Hier begon de opstand van de Geuzen (en niet bij Den Briel). Kerken werden geplunderd en van 1578  tot 1584 was Brugge een protestantse republiek. Twintig jaar eerder, in 1559. was Brugge een bisdom geworden en de Sint-Donaaskerk werd uitgebouwd tot een prachtige kathedraal. De protestante rebellen vernietigde met hun beeldenstorm veel van die pracht. De Sint-Donaaskathedraal werd in 1795 tijdens het Franse bewind afgebroken. In het museum staat vrij onopvallend de beschadigde deurnaald tegen een muur.


Detail van de deurnaald uit de Brugse Sint Donaaskathedraal.


Detail begeleidende informatie over plaats deurnaald bij de dubbele kerkdeuren.

Een deurnaald is de versierde steun tussen twee kerkdeuren. Er staan meestal heiligen op al of niet met profane versieringen. Hier stond waarschijnlijk Petrus, de portier van de hemel. De deurnaald is tijdens de protestantse opstand zwaar beschadigd. Door de naald met een goede uitleg in de tentoonstelling te zetten, wordt het ongebreidelde godsdienstgeweld en de volkswoede tegen de clerus uit die tijd zichtbaar. Zelfs een kerkdeur versierd met kleine afbeeldingen van heiligen moest het ontgelden.
In laat middeleeuwse kastelen en woonhuizen hingen altijd wandtapijten als versiering en tegen de kou. Tapijten, gemaakt met ongekleurde wol als schering, en gekleurde wol, zijde en katoen als inslag. De kostbare kunstwerken werden een symbool van luxe en macht. De beste ambachtslieden hielden er zich mee bezig. Grote Vlaamse schilders zoals Van Orley, Rubens en Teniers maakten ontwerpen.
Het Gruuthusemuseum heeft tapijten die onder meer ontworpen werden door Lancelot Blondeel en Cornelis Schut, een collega van Rubens. Brugge was beroemd om zijn wandtapijten die er al in de 15e eeuw werden gemaakt. Ze kregen niet alleen een stadskeurmerk, maar ook het merk van de wever. Ze hangen her en der in het paleis. In de zaal voor de bidkapel, worden ze gecombineerd met prachtige houten heiligen beelden. Er is onder andere De Intrede van moeder Gods in de tempel te zien.


De Intrede van moeder Gods in de tempel, anoniem, wandtapijt.

Een prachtig verhaal dat niet in de bijbel staat, maar in de apocriefe verhalen. Kristoffel vertelt het uitgebreid in het filmpje hieronder. In het kort komt het erop neer dat vóór Maria haar moeder Anna ook al door de heilige geest zwanger raakte! Uit dank schonk Anna haar dochter Maria, later de moeder van Christus, aan god. Maria werd ze naar een huis gebracht met louter ‘onbevlekte’ vrouwen. Doordat Anna, zonder tussenkomst van een man zwanger werd, is Maria zonder erfzonde geboren.

Wie een strak chronologische verhaal zoekt, zal dat niet in het Gruuthusemuseum vinden alleen al omdat het gebouw anders dicteert. Wij vonden dat geen probleem er is zoveel te zien, te doen en te leren.


Verandering in een dame van stand uit de 18e eeuw.

Misschien is het Gruuthuse geen kunstmuseum pur sang, maar de kwaliteit van de kunstwerken van hele kleine kruisbeeldjes tot enorme wandtapijten, van handschriften uit de 14e eeuw tot aan het interieur van de huiskapel, alles is van hoge kwaliteit. Er zijn kleine en grote verrassingen; er wordt op vele manieren informatie gegeven; de heldere indeling; en de zorgvuldige, liefdevolle inrichting van de zalen, het zijn allemaal redenen om naar het museum te gaan en wat mij betreft terug te keren.

Informatie en voorzieningen

Het Gruutehusemuseum
Dijver 17c, 8000 Brugge, België
W website Gruuthusemuseum
T +3250448711
di t/m zo 9.30-17.00 uur, altijd op de website de actuele informatie nakijken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.