Op weg naar de kunst

Bestel hier onze: Gids naar Nederlandse musea Op weg naar de kunst

bespreekt de eigen collectie van musea in Nederland en elders.

Assen, Drents Museum

Kunst, meubels en serviezen rond 1900 en het vermoorde meisje uit Yde
Wie de vaste collectie van het Drents Museum wil bekijken, zou voor het bezoek naar de website moeten gaan. Het is verstandig van tevoren een keuze te maken. Wil je de uitgebreide afdeling archeologie bezoeken, of gaat je interesse uit naar het Nederlandse binnenhuis rond 1900, of wil je juist met de (klein-) kinderen iets leuks ondernemen? Het kan allemaal in Assen, maar alles tegelijk, lijkt me wat veel. Het lijkt hoopvol, maar tegelijkertijd is het Drents Museum een van die musea waarvoor de tijdelijke tentoonstellingen de belangrijkste bron van inkomsten is. Misschien valt de eigen collectie daardoor wat uit de boot qua opstelling en presentatie.Overigens is het museum tot medio 2022 bezig met een herinrichting.  Daardoor zullen er in die tijd delen van de afdelingen archeologie, Drentse geschiedenis en  Hedendaags realisme niet altijd, of volledig geopend zijn. De collectie Kunst 1883-1935  en Het Poppenhuis zijn wel te zien. Omdat wij de eigen collectie bespreken, laten we de tekst vrijwel onveranderd. Want binnen collectie tentoonstellingen vinden regelmatig veranderingen plaats waardoor kunstwerken of, in dit geval, archeologische voorwerpen niet altijd zichtbaar zijn. Ons gaat het tenslotte om de grotere context. 

 


Een glazen kamer met toegepaste kunst.

De vaste presentatie van de kunst rondom 1900, een zwaartepunt uit de collectie, was ooit fris en anders. Na zoveel jaar vraag ik me af of die volle glazen kubussen in helder geel geschilderde zalen niet eens anders kunnen worden ingericht. Het artistieke klimaat uit die tijd werd toch bepaald door de “aller individueelste emotie”? Nu staan al die prachtige voorwerpen van banken tot lampen, van servies tot schilderij boven en onder elkaar.

De Provincie en het Turf
Het Drents Museum ontstond in 1854 als het Provinciaal Museum van Drentse Oudheden. Als zo vaak waren het de patriciërs die besloten dat er aandacht moest komen voor het eigen gebied. Drenthe had geen boeiend recent kunstleven, of spannende geschiedenis. Maar er werd wel van alles in het turf gevonden en bewaard en zo richtte men zich in eerste instantie op het verre verleden. Deze oudste collectie van het museum heet tegenwoordig de archeologie afdeling. In de loop der jaren is het museum fors uitgebreid.Je moet wel even zoeken om er via de allerlei sluipwegen te komen. Inmiddels bestaat het uit meerdere gebouwen die ondergronds met elkaar verbonden zijn. In feite begonnen de uitbreiding en verbouwing in 1995 en was het museum uiteindelijk klaar in 2011.


De entree, het ontvangsthuis

De verhuizing van de entree (het Ontvangsthuis) was ronduit spectaculair. Het gebouw was ooit een koetshuis. De architect Erik van Egeraat liet het niet alleen verplaatsen, maar zette het ook op een ‘glazen plint’. Let daar dus even op voor je naar binnengaat. Het interieur werd gestript, waardoor je, ondanks het traditionele uiterlijk, meteen in twee moderne etages terechtkomt. Beneden is een toegankelijke winkel, de toegang tot de tijdelijke en de vaste collecties. En er is de ingang tot de tijdelijke tentoonstellingen. Deze hal is een grote ruimte. Dat is wel nodig want het Drents Museum heeft de laatste jaren veel spectaculaire tijdelijke tentoonstellingen gemaakt over het Terracotta leger uit Xian, China, de Dode Zeerollen en Irakees Goud.


Herfst 2017

Via een trap, of een lift, achter de winkel, kom je bij een van de vele diverse afdelingen van de “eigen” collectie.

Tachtigers en hun interieur?
Kunst uit de periode 1885-1935 is de belangrijkste collectie van het museum, die is samengesteld uit vooral permanente bruiklenen van wel tien verschillende musea, particuliere collecties, het Instituut Collectie Nederland en de Stichting Schone Kunsten rond 1900 waarmee het museum sinds een aantal jaar een samenwerking heeft. Bij deze presentatie wordt nogal wat kennis bij de bezoeker verondersteld. In de eerste grote ruimte staan veel vitrines met toegepaste kunst, voornamelijk uit de tijd 1885 – 1900. Op de muur loopt een film over de Tachtigers, schilders en schrijvers die als credo het bekende “aller individueelste uiting van de aller individueelste emotie” hadden. Hoe het verband wordt gelegd tussen de objecten en die aller individueelste emotie is nogal onduidelijk, en dat is jammer. De collectie kan wel wat meer feitelijke informatie gebruiken.

Overzicht eerste zaal
Overzicht eerste zaal

 

Glas van Copier, Lebeau en de Bazel 1921-1935, voor de N.V. Glasfabriek Leerdam
Glas van Copier, Lebeau en de Bazel 1921-1935, voor de N.V. Glasfabriek Leerdam

In de volgende zalen volgt een breed overzicht van prachtig glas, boekomslagen, meubels, stoelen, tafels, lampen en serviezen. Kortom een doorsnee van het Hollandse interieur zoals dat in die tijd door de welgesitueerde burgerij modern en elegant werd gevonden. De invloed van de Engelse Arts and Crafts-Movement op de Nederlandse ontwerpers is groot. Ik bekijk de voorwerpen met enige vertedering. Onder de bezielende leiding van kunstenaars als William Morris en Walter Crane wilde men terug naar een “volkse eenvoud”. Dat wil zeggen geen spullen uit een fabriek die in serie produceerde, maar die in kleine ateliers werden gemaakt. Hoewel deze esthetische eenvoud voor de hele bevolking was bedoeld, werd het, zowel door de manier van produceren, als ook door het materiaal waarmee werd gewerkt, zo kostbaar dat slechts de ware en rijke liefhebber zich dit kon veroorloven.

De meeste zalen zijn kamers van het voormalige Provinciehuis en daardoor niet te groot. Ik kan me voorstellen eens kamers uit het einde van 19e-eeuw samen te stellen met hoogtepunten uit de collectie. Dan moet er gekozen worden, dan ziet de bezoeker minder, maar wel in een verband van waaruit vorm en functie in het tijdsgewricht kan worden verklaard. Er zou een zaal kunnen worden vrijgemaakt met een digitale presentatie van de niet gekozen kunstwerken uit de collectie.


Een aardewerk servies van Chris van der Hoef, 1926.

Schilderijen
In de collectie Nederlandse kunst- en kunstnijverheid 1885 – 1935 zien we ook schilderijen van Chris Lebeau, Jan Toorop en Jan Sluijters die reisden niet allemaal naar Drenthe. Vincent van Gogh deed dit wel. Hij schilderde er bijna drie maanden aan het begin van zijn carrière, in 1883. Van de vijf schilderijen die hij toen maakte, is De Turfschuit al in het bezit van het Drents Museum. Het Amsterdamse Van Gogh Museum heeft drie werken uit deze Drentse tijd. In 2019 kochten de beide musea in een opzienbarende samenwerking het vijfde schilderij: Onkruid verbrandende boer. In het niet zo grote werk, 30 bij 40 centimeter staat een boer staat zielsalleen in de wat grauwe avondlucht gebogen over een klein vuurtje. Rook kringelt vrijwel recht omhoog: het is kennelijk windstil. De lucht is grijs met wat donkere strepen, de aarde is donker en Van Gogh weet de werkende boer goed te treffen. Hij heeft een paar avonden naar de werkende boer zitten kijken, schreef hij zijn broer Theo.


Onkruid verbrandende boer, Vincent van Gogh, 1883. (Foto van de website van het museum.)

Het museum schrijft over de aankoop:” In 1883 was Van Gogh pas een jaar aan het schilderen met olieverf en nog zoekende naar zijn stijl als schilder. Met dit kleine maar krachtige werk uit de Drentse periode van Van Gogh wordt de collectie van het Drents Museum aanzienlijk versterkt.” De musea, het Drents Museum en het Van Gogh Museum, maakten bekend dat het schilderij afwisselend in beide instellingen te zien zal zijn. De gezamenlijke aanschaf is des te gelukkiger omdat Van Gogh veel van zijn vroege werk vernietigde, waardoor slechts een paar kunstwerken uit deze periode zijn bewaard.
Het schilderij hoort bij de ongeveer 200 kunstwerken van de Joodse kunsthandelaar Jacques Goldstikker die na de oorlog door de Nederlandse Staat werden geconfisqueerd. Na een jarenlang proces werden ze in 2006 aan zijn schoondochter gerestitueerd.

In een van de wisselende presentaties werd ooit het Drents Schildersparadijs getoond. We zagen er de grote overgang die de schilderkunst in  de 19e-eeuw doormaakte: van samengestelde en toch wel romantische landschappen, naar het realisme uit het einde van die eeuw. Omdat we het een mooie keuze uit de eigen collectie vinden, laten we dit filmpje hier staan.

Bij ons eerste bezoek aan het Drents Museum in 2016 ontdekten we nog een kleine keuze uit de enorme collectie “Hedendaags Realisme”. Het gaat om kunstenaars die vaak uit de Groningse kunstopleiding Minerva voortkwamen waar nog ver na de oorlog het realisme werd gedoceerd. Het werk van die groep konden we in in 2017 niet vinden. Waarschijnlijk was het naar het depot gebracht, zoals dat wel vaker gaat met een eigen collectieopstelling. In oktober 2017 was er aandacht voor de vier seizoenen in de schilderkunst. Ik werd er niet vrolijk van, te meer daar een jaar eerder, zoals we nog in het filmpje over het schildersparadijs zagen, zo’n bizondere tentoonstelling met het eigen bezit was gemaakt.

Grafiek in ander licht
Op de begane grond, vlakbij de kunst van omstreeks 1900, is een grafiek kabinet met wisselende tentoonstellingen uit het eigen bezit.  Grafiek is kwetsbaar en uiterst gevoelig voor licht, maar in een korte presentatie van drie maanden en door ultra violet-werend materiaal de schadelijke UV straling te verminderen, kun je bij gematigd licht de bladen toch goed bekijken. De opstelling in deze zaal verandert dan ook regelmatig. We zagen eerder tekeningen met Drents landschap.
In 2017 en 2019 werden prenten Julie de Graag (1877-1924) getoond. Een vergeten kunstenares waardoor het extra plezierig is dat haar werk onder de aandacht wordt gebracht. De Graag was een van de beschermelingen van de toenmalige kunstpaus H.P. Bremmer. Hij steunde ook Van der Leck, met wie Julie bevriend was, net als met de beeldhouwer Joseph Mendes da Costa. (In onze bespreking van het Kröller Müller Museum gaan we wat dieper in op Henk Bremmer.) Julie de Graag schilderde bloemen en dierstudies, maar maakte vooral grafisch werk: planten, dieren, portretten en dorpsgezichten. Het zijn gestileerde, sobere prenten, karakteristieke houtsneden die al een lichte mate van abstractie kennen. Door een brand in haar huis en atelier is veel van haar kunst verloren gegaan. Ze pleegde in 1924,  op haar 46ste, zelfmoord.


Van links: Boerderij in voorjaarslandschap, 1919; Winterlandschap, 1919; Akker met boom, 1919, alle drie houtsneden van Julie de Graag.

Het Drents museum heeft veel werk van Julie de Graag en Simon Moulijn. Het beheert de nalatenschap van hun tijdgenoot, de graficus Dirk Nijland en alle prenten van Graadt van Roggen horen tot het eigen bezit. Terecht is het museum trots op al die schetsboeken, tekeningen en etsen, maar te veel blijft verborgen in dat kleine prentenkabinet. Dat niet alles verborgen hoeft te blijven,  zagen we bij een vorige grafiek tentoonstelling. Daar werden bijvoorbeeld schetsboekjes letterlijk in een filmprogramma ontsloten. Er moet toch ergens een plek zijn te vinden om zo’n programma permanent te tonen. Bovendien zou het mooi zijn als de hele collectie op die manier wordt ontsloten. Iedere bezoeker ziet dan in ieder geval een deel en wie weet is er ook wel een mooi website project van te maken, waar alle grafiek alfabetisch wordt getoond. Met zoveel jaarlijkse bezoekers blijft er toch ook geld voor de eigen collectie en haar ontsluiting over? Er zou een spaarpot kunnen worden aangelegd?

Uit de turf
De archeologie afdeling bestaat uit twee verdiepingen. Het is verleidelijk om bij de lange loop van de geschiedenis stil te staan en te beseffen dat de verworvenheden van vandaag nog maar heel recent zijn. Boven is er heel wat te zien aan oude en heel oude voorwerpen. Van mammoetschedels tot een wollen pak uit de 16e eeuw. Men weet dat zo precies omdat de schaambuidel die in de broek is gemaakt, toen “korte tijd populair was”, zo staat in het bijschrift.

Begin van de archeologie tentoonstelling
Begin van de archeologie tentoonstelling

reconstructie mannen kleding, 16e eeuw
Reconstructie mannen kleding, 16e eeuw

Turf was eeuwenlang een belangrijke brandstof. Daardoor werden de veenarbeiders eigenlijk de eerste archeologen. Zij schepten voor hun karig bestaan het oude moerasgebied leeg.  In die veengronden bleef van alles, afgesloten van de lucht, goed bewaard: munten, ongewone stenen, kleding, sieraden, wapens, huishoudelijke voorwerpen en ook resten van mens en dier.  Bij het turfsteken,  kwamen die vondsten uit het veen tevoorschijn. Toen in 1854 dit museum wordt opgericht waar men archeologische vondsten wilden bewaren, kwamen de veenarbeiders van alles en nog wat brengen. Nog steeds zien we de turfvondsten: munten, bijlen van vuursteen en brons, armbanden van brons, ploegen, aardewerk, houten schalen, kralensnoeren, en, uit latere eeuwen, haarvlechten.  Je kunt meer informatie krijgen via schermen en een kaartje dat je helemaal aan het begin uit een automaat hebt getrokken.

Bodemvondsten
Bodemvondsten

zaaloverzicht
Zaaloverzicht eerste zaal

Beneden worden op een lange muur filmpjes getoond uit de lange geschiedenis van Drenthe, beginnend met het steentijdperk,10.000 v.C. en via de hunebedden eindigend bij de turfstekers. Voor jongere kinderen misschien nog interessant om naar te kijken. Die zullen mogelijk de veenlijken die in de zijkamers liggen, ook nog spannend en mischien toch wat eng vinden? Ik vind het een beetje bizar naar het lijk van een vermoorde man 5000 jaar geleden en van het 2000 jaar geleden ook al vermoorde meisje van Yde te kijken. Er wordt, naar het schijnt ook een film vertoond over het Drama van Yde, maar die voorstelling begon niet hoe lang we ook wachtten.

Levensgroot Poppenhuis
Dat is natuurlijk het nadeel als een museum tentoonstellingen, of elders kinderpresentaties lardeert met technische mogelijkheden die niet of slecht werken. Het is treurig voor een deur te staan die niet opengaat als de voorstelling zou moeten beginnen, of  een telefoon waarop vragen worden gesteld en schermen waar je iets op zou moeten kunnen zien, allemaal niet werken. Gelukkig is dat niet overal het geval. In een oud huis is achter het museum het ‘Grootste Poppenhuis van Europa’ ondergebracht. Die kamers kun je bezoeken alsof je door de kamers van een poppenhuis loopt. Het echte poppenhuis is niet al te groot, maar de bewoners van het oude patriciërs huis waarin je loopt (eigenaar de heer van Lier, zijn dochter, zijn zoon, de kokkin, de tuinman en de dienstmeid) nemen je digitaal mee op een tocht door de verschillende vertrekken. In de spiegel van iedere kamer vertelt het personage met gedragen stem hoe het er vroeger aan toe ging. Dit is een leuke vondst, maar na een kamer of twee wordt het toch wat oubollig. Je zou ook op je eigen tempo begeleid door praktische informatie, kennis over het huis en de bewoners kunnen krijgen, of interactiever door kleine filmpjes met informatie te laten zien.

 

binnenkant en
binnenkant en

buitenkant van het poppenhuis
buitenkant van het poppenhuis

Het Drents Museum heeft veel en ook veel dat de moeite waard is, dus gewoon gaan kijken. Maar laten we vooral hopen dat er binnenkort tijd is, de vaste collecties af te stoffen en nieuw in te richten met enthousiaste informatie.

N.B.

Matthijs Röling
In 2018 kreeg het museum van twee grote verzamelaars, Cees Röling en het echtpaar Ad en Willy Adriaansen, een groot aantal schilderijen van Matthijs Röling. Röling was niet alleen docent aan de Groningse Academie Minerva, hij hoorde samen met Wout Muller bij de belangrijkste schilders van het Noordelijk Realisme. Schilders die ondanks alle aandacht voor de abstracte in de tweede helft van de vorige eeuw realistisch ( herkenbaar) werkten. In het werk van Röling heerst een sprookjesachtige sfeer. De tuinen zijn mooi, de dames liefelijk en de fruitmanden vol. Röling loopt vaak als een onbevangen jongen op zijn schilderijen. Het is een wereld met olifanten en berenvellen waarin een soort middeleeuwse rust en stilte heerst.


Interieur met schilder en zijn model, Matthijs Röling, 1970

Door al die prietpraat er om heen vond ik het werk vaak te onbevangen, het werd te jolig. Uiteindelijk verbond Röling zich steeds meer met de traditie en werd het onderwerp een aanleiding om te schilderen waardoor er indringende schilderijtjes ontstonden.


Groene Specht, Matthijs Röling, 1992

Het Drents Museum was het eerste museum waar Matthijs Röling in 1965 een expositie kreeg. Het is dan ook een prachtige uitbreiding van hun eigen verzameling Röling werken, tekeningen, schilderijen en schetsboeken. “In dank aanvaard” is een tijdelijke tentoonstelling, een hommage aan de schenkers en Röling die loopt tot 30 juni 2019. Ik laat het stukje over de Röling collectie hier staan, omdat dit werk niet alleen belangrijk is voor de eigen collectie van het museum, maar ook omdat Röling en zijn werk van groot belang zijn voor het levend houden van de figuratieve traditie. Het is mooi dat het Drents Museum deze collectie uitbreidt en er hopelijk regelmatig werk uit zal laten zien.

Bewaren

Bewaren

Informatie en voorzieningen

Drents Museum

Adres Brink 1, 9401 HS Assen
W Drents Museum
T 0592 377773
di t/m zo 11.00-17.00 uur, actuele informatie zie website

bereikbaarheid
makkelijk met OV 10 van het station
parkeren niet echt dichtbij het museum
collectie informatie
folder niet ontdekt
zaalteksten helder en makkelijk vindbaar
presentatie collectie 1885-1935 niet zo goed, archeologie goed
route informatie - onduidelijk voor sommige afdelingen
digitaal - app niet ontdekt
vriendelijkheid
suppoosten
winkel
kinderactiviteiten
in het museum,
eigen ruimte, niet alles werkt
museumwinkel
assortiment breed ook ivm tijdelijke exposities
kunstboeken binnen de periode 1893-1935
kinder-kunstboeken leuk
grappige kleine cadeautjes wisselend assortiment
museumrestaurant
prijs/kwaliteit goed
menu gedegen, met verse producten en grappige taartjes
wc
schoon
makkelijk te vinden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.