Op weg naar de kunst

Bestel hier onze: Gids naar Nederlandse musea Op weg naar de kunst

bespreekt de eigen collectie van musea in Nederland en elders.

Amsterdam, Amsterdam Museum

Regenten en wezen  in een wereldstad
Het Amsterdam Museum is geen kunstmuseum, maar een historisch museum met veel kunst. Er is zoveel kunst omdat de stad door zijn eeuwenlange welvaart natuurlijk ook kunstenaars aantrok. Veel herinneringen aan dat rijke verleden zijn hier samengebracht. Het museum is een beetje een doolhof, of, zoals voormalig directeur Judikje Kiers het noemt, een kruip-door-sluip-door. Door de heldere route valt het wel mee, maar het gebouw is niet geschikt voor een bezoek met slechte knieën, of ander fysiek ongemak. Je moet regelmatig trapjes op en af. Dat is leuk, maar niet altijd makkelijk en hoort bij de charmes van een historisch gebouw.

De locatie van het Amsterdam Museum gaat ver terug. In de Middeleeuwen stond hier het Sint-Luciënklooster. Na de confiscatie van alle katholieke gebouwen tijdens de Reformatie van 1578 werd besloten dat in het gebouwen complex een Burgerweeshuis voor jongens en meisjes moest komen. Deze bestemming had het nog tot ver in de 20ste eeuw (1960). Lange tijd  kregen de kinderen, dat konden ook pubers zijn, een uniform in de kleuren van de stad, zwart en rood, waardoor ze van verre herkenbaar waren.
De ingang ligt tegenwoordig ongeveer in het midden van het complex, tussen de twee voormalige luchtplaatsen, binnenplaatsen, waar de jongens en meisjes, keurig gescheiden, moesten spelen. Aan de linkerkant, de jongenskant, staan tegenwoordig in de kastjes waar ze hun gereedschap bewaarden, voorwerpen met informatie over de geschiedenis van het burgerweeshuis.


Blik op de jongens binnenplaats met de kastjes

De Galerij
Als je in Amsterdam bent, kun je op Het Spui, tegenover het Maagdenhuis, de Gedempte Begijnensloot ingaan. Aan het einde loop je meteen door de overdekte galerij tussen het voormalige jongens- en meisjesweeshuis naar de ingang van het museum. In die galerij zijn ‘typisch’ Amsterdamse zaken tentoongesteld.
Dit deel van het museum wordt regelmatig vernieuwd. Komend van het Spui zag je in 2017 aan het eind het enorme beeld van Goliath en de kleine David staan. Ze komen uit een 17e-eeuwse Amsterdamse pleziertuin. Goliath stond lange tijd in het restaurant van het museum. Aan de achterkant van het grote beeld is het mechaniek te zien waarmee zijn hoofd en zijn ogen werden bewogen.


De openbaar toegankelijke galerij van het Amsterdam Museum, aan het einde houdt Goliath de wacht met naast hem David en een schildknaap.


Het hoofd van Goliath.


De machinerie waardoor Goliath kan bewegen

De doorgang is openbaar terrein. Sommige werken zijn zeer hoog opgehangen maar eigenlijk is dat een uitgekiende plek: op de eerste verdieping van het museum konden we deze schilderijen door kleine raampjes bekijken. Het is een effectief gebruik van de ruimte.

Schilderijen, kaarten, maquettes
De inrichting in een historisch museum is van nature anders dan in kunstmusea. Er is veel meer ruimte voor tekst en uitleg. Hier wordt een chronologisch verhaal verteld over het ontstaan van de stad met als thema Het DNA van Amsterdam. Langs een rode tijdlijn met belangrijke gebeurtenissen wordt de ontwikkeling van de stad getoond en wordt gewezen op aspecten die de stad zijn enigzins uniek karakter geven. Dat is niet alleen leuk voor buitenlandse toeristen. Er zijn leuke en wervelende digitale presentaties op schermen, waar je een gratis audio-apparaatje voor nodig hebt. Vaak wordt een voorwerp, een kaart, of object, als uitgangspunt genomen om de geschiedenis van een tijdperk te laten zien. Er zijn kaarten van Amsterdam toen het in de 13de eeuw nog een kleine nederzetting was en uit de 17de eeuw toen de uitbreiding met de grachten nog moest worden uitgevoerd. Er hangt een geschilderde stadskaart, die ons zou moeten opvallen door de schaduw van de wolken die over de stad hangen. Toen was dit opzienbarend! Wij hebben dit al vaker uit een vliegtuig gezien.


Geschilderde stadskaart uit 1652-55, door Jan Micker (1598-1664). Het IJ in het noorden, waar nu het Centraal Station staat, ligt aan de onderkant van het schilderij! De geplande grachtengordel in het westen is nog niet gerealiseerd; het Damrak en het Rokin zijn nog water.

Gouden Eeuw?
Na het relaas van het kleine dorp volgt het ontstaan van het stadje en vervolgens van Amsterdam in de Gouden Eeuw.Het Amsterdam Museum wil trouwens af van dat begrip Gouden Eeuw. Enerzijds begrijpelijk, want voor  de meesten was het geen gouden eeuw, niet voor de verpauperde stadsbevolking, niet voor de lijfeigenen in Nederland (pas in 1792 afgeschaft), niet voor de gewesten buiten wat we nu de randstad noemen en niet voor de gekoloniseerde gebieden.
Anderzijds is het begrip Gouden Eeuw een machtig instrument waarmee juist  uitgelegd kan worden hoe de rijkdom in die tijd gepaard ging met armoede, uitbuiting, geweld. In een aantal bijschriften doet het Museum dat trouwens al!
Er is een opmerkelijk stadsgezicht van Gerrit Berckheyde. De bocht in de Herengracht vanaf de brug van de Vijzelstraat, uit 1685, is een bekend schilderij omdat het vaak als illustratie wordt gebruikt om de uitbreiding van de stad in de 17e-eeuw te laten zien. Hij liet de jonge boompjes aan de gracht weg om de stad meer op Venetië te laten lijken. Door de bomen weg te laten en de mensjes klein te houden leek het formaat van de huizen nog groter.


De bocht in de Herengracht vanaf de brug van de Vijzelstraat, Gerrit Berckheyde, 1685. (Bruikleen van het Rijksmuseum.)

Het schilderij is een bruikleen van het Rijksmuseum. Het Rijksmuseum heeft een nog een ouder schilderij met de Herengracht van Berckheyde uit 1672. In eerste instantie denk je dat het identiek is. Daar ontbreken aan de linker kant nog wat stadspaleizen, die zijn kenelijk in 1685 klaar. In dit bijschrift staat: “Sommige Amsterdammers die hier een huis kochten verdienden grof geld aan de verkoop en uitbuiting van mensen aan de andere kant van de wereld”. Er wordt herhaaldelijk op gewezen dat de rijkdom van de stad en het land niet alleen met schone handen is gemaakt: de slavenhandel wordt helder in beeld gebracht.


Muur met uitleg over de oorsprong van de Amsterdamse welvaart.

Godsdienstvrijheid?
Je kunt er ook zien dat de Opstand tegen vorst en kerk, een van de onderwerpen in het DNA van Amsterdam, niet altijd zo rechtvaardig was.  Naast een mooi interieur van de Oude Kerk (Emanuel de Witte, 1661), door de protestanten ontdaan van de katholieke beelden, hangt het restant van De aanbidding der herders (Pieter Aertsen, 1559) en een verminkte Piëta (Maria met haar dode zoon op schoot) uit 1450, beide de droeve getuigenis van de beeldenstorm die, weliswaar minder heftig dan elders, ook Amsterdam bereikte.


Twee getuigen van de beeldenstorm van de Alteratie van Amsterdam, 1578.

In Amsterdam mochten, onder bepaalde voorwaarden, zowel katholieken, als ook joden, hun geloof uitoefenen. Voor de katholieken bestond de mogelijkheid de mis bij te wonen in  huiskerken, kerken die in huizen waren verborgen. Het begrip schuilkerk is pas in de 19e-eeuw ontstaan als de katholieken meer rechten krijgen en hun eigen geschiedenis herschrijven. Een prachtig voorbeeld van zo’n huiskerk  is Ons’ Lieve Heer op Solder (zie elders op de website).
Wie echter niet bij de juiste protestantse kerk hoorde, verloor zijn officiële ambt. Een deel van de Amsterdamse elite kon geen schepen of zelfs burgemeester meer blijven of worden. Men schoof onverbiddelijk naar beneden in de rang van belangrijke families. Pas in de negentiende eeuw werd het mogelijk ook als niet-protestant in officiële ambten te worden benoemd.

In die tijd raakte het bij de rijke elite in de mode om kunst te laten maken, soms met zichzelf als model, of met hun omgeving.  Daar pasten de Amsterdamse paupers en de semi-slaven op de VOC-schepen niet in, wel de rijke families, de  officieren van de schutterijen en de besturen van instellingen zoals de gilden en weeshuizen. Zij lieten zich graag en soms zelfs herhaaldelijk schilderen. Status werd en wordt al eeuwenlang onderstreept door representatie, of het nu een SUV in de stad is, of een familieportret in de 17e-eeuw.
Er waren veel kunstenaars nodig om al die portretten of schilderijen van de bezittingen te maken. Dat kost geld, maar Amsterdam was in de Gouden Eeuw een metropool met rijke burgers die, ondanks hun protestantse achtergrond, zichzelf en hun rijkdommen graag lieten schilderen.
In het museum kom je portretten tegen die geschilderd werden door belangrijke schilders. Geen Rembrandt, maar  wel een kopie van Frans Hals en verder portretten uit de ateliers van Govert Flinck, Cornelis van der Voort, Pieter van Anraedt, Jan Lievens en andere, minder bekende, schilders.


Pendant portretten (echtparen) van machtige Amsterdamse families van o.a. Wallerand Vasillant, Ferdinand Bol , Pieter van Anraedt, Joachim van Sandrart en Jan Lievens.

De nieuwe koning
Vervolgens is er aandacht voor de Bataafse Republiek, het Staatsbewind (1795-1806) en het ‘Koninkrijk Holland’(1806-1810). Dat koninkrijk werd bestuurd door Lodewijk, de broer van de  machtige Franse keizer Napoleon.


Lodewijk Bonaparte, Charles Howard Hodges, 1808

Uiteindelijk vond Napoleon zijn kleine broertje iets te onafhankelijk en annexeerde hij het Koninkrijk.  In oktober 1811 bezocht Napoleon Amsterdam,  en werd hij met een grote ceremonie ontvangen. Dat is te zien op een schilderij van Matheus van Bree. Het zijn interessante, soms zelfs amusante schilderijen eerder met documentaire dan kunsthistorische waarde. 
Vaak is de kunst in de historische afdeling van een stedelijk museum een beetje knullig, inderdaad eerder van documentaire waarde dan kunsthistorisch. Doordat Amsterdam in de 16e-en 17e-eeuw zo’n belangrijke havenstad was, kwamen er ook belangrijke kunstenaars van elders naar de stad. Bekende voorbeelden zijn Rembrandt uit Leiden, Bol uit Dordrecht, van Bree en Quellinus uit Vlaanderen en Jacob van Ruisdael, Berckheide en Wybrand Hendriks uit Haarlem.

Veel te doen
Hoewel wij het allebei een leuk museum vinden, denk ik dat het nog leuker wordt als je er met een (klein-) kind van een jaar of 10 en ouder naar toegaat. Er zijn spannende dingen: bewegende panelen, een enorme maquette van het Paleis op de Dam, een harnas waar je achter kunt staan om een selfie te nemen. Wij houden van die grote zoekplaten, in dit geval van een groot schilderij uit 1656 (door Ingelbach, een schilder-immigrant uit Frankfurt) waarvan allerlei details op een scherm worden uitgelegd.


De Dam, gezien naar het Noorden, met het Stadhuis in aanbouw, Johannes Ingelbach, 1656.

In een van de presentaties wordt in hoog tempo de stadsuitbreiding van Amsterdam getoond. Wie dat wat rustiger wil bekijken kan op verschillende kaarten zien hoe Amsterdam groeit. Zo begrijp ik eindelijk waarom de Oude Kerk ten oosten van het Damrak, de oudste kerk van de stad is. Voor mijn gevoel ligt die kerk net buiten het centrum omdat tegenwoordig de Dam en de grachten aan de westkant het centrum liggen. In de verschillende panorama’s en kaarten zie je dat de eerste uitbreidingen van dorp naar stad ten oosten van het huidige Rokin en de Dam plaatsvonden. Daar kwam dan ook de ‘Oude Kerk’ te staan. Een katholieke kerk die na een beeldenstorm en de protestantse machtsovername een sobere kerk werd waarin de ruimte door al die gotische ramen een eigen karakter krijgt. Ik begrijp nu ook waarom de Dam en het Damrak zo heten. Ik zag op een kaart uit 1342 dat De Dam oorspronkelijk echt een dam in de rivier De Amstel was die het oosten met het westen van de stad verbond; van de dam liep een ‘rack’ (recht stuk water) naar Het IJ en de grote haven.


Detail (uit 1342) van een grote kaart uit 1665 die gedigitaliseerd op een enorme lichtbak is geprojecteerd. Het brede water dat uitkomt op het IJ is het huidige Damrak.

Ik weet dat het Rokin op het einde van de 19e-eeuw is gedempt en dat het huidige Damrak dus ooit open water was, maar toch had ik het nooit zo gevisualiseerd. Als je de ontwikkeling op de kaarten bekijkt, krijgt het centrum meer logica. De beroemde 17e-eeuwse uitbreiding haalde het evenwicht uit de middeleeuwse stad; de tweede sprong op het einde van de 19e-eeuw met de concertgebouwbuurt maakte een moderne stad van Amsterdam. Latere uitbreidingen brachten de stad buiten de stad. De ontwikkelingen van die laatste periode, ruwweg na Napoleon, brengen ons dichter bij de eigen tijd. Ook hier weer video’s ter illustratie, maar ook schilderijen van Mondriaan en Breitner die een idee geven van de stadsuitbreiding en het verdwijnen van de oude buurten rond 1900.


Paltrokmolen in de Schinkelbuurt, Piet Mondriaan, 1900 (bruikleen Gemeentemuseum Den Haag).

In het laatste gedeelte van dit DNA wordt aandacht besteed aan het verzet. Er is onder andere een licht geabstraheerde plaquette door Frits Sieger van twee arbeiders voor hun communistische blad De Tribune. Sieger was een van de beeldhouwers van de Amsterdamse School. Hij maakte, net als Raedecker en Hildo Krop, veel beelden voor de openbare ruimte in Amsterdam, onder meer het borstbeeld van P.C. Hoofd, de kop van Wibaut en Woutertje Pieterse (op de Noordermarkt).


De Tribune, Frits Sieger

Daarnaast is er veel beeld over het alternatieve Amsterdam uit de laatste helft van de vorige eeuw: Provo, Dolle Mina, de wietcultuur.

Armoede versus welvaart
Vergeet de Regentenkamer niet. Die is moeilijk te vinden achter Amsterdam Wereld-stad. In de ruimte voor de Regentenkamer hangt een schilderij uit 1885 met drie jonge meisjes door Thérese Schwartze. Het ziet er idyllisch uit, maar het was geen lolletje weeskind te zijn, zo blijkt uit de getuigenissen op de website. De wezen konden tot hun 21ste blijven en werden vervolgens weggestuurd met een kist met schamele bezittingen. Tot ver in de vorige eeuw was je altijd herkenbaar als arme wees door het verplichte uniform.


Drie meisjes uit het Amsterdamse Burgerweeshuis, Thérese Schwartze, 1885

Het burgerweeshuis werd door de stad betaald. Rijke dames pasten op het wel en wee van de meisjes, en heren op de jongens. Dit engagement wilde men graag laten zien. Er werden groepsportretten geschilderd met de weldoeners; vaak stond er een zielig weeskind bij dat net op dat moment bij het bestuur wordt aangemeld.


De Regentessen van het Burgerweeshuis, Jacob Backer, 1634

Bij de dames blijkt uit het bijschrift dat zelfs hebzucht bij deze plichtsgetrouwe families voorkomt. De man van Aecht Oetgens van Waveren, de vrouw  links aan de tafel, vergrootte zijn kapitaal door voorkennis. Barthold Cromhout kocht vlak voor de beroemde stadsuitbreiding veel land dat hij vervolgens veel duurder aan de stad verkocht. Die arme wezen wisten van niets; zij moesten tevreden zijn met hun dagelijkse gortepap.
In de Regentenkamer hangen naast de enorme  groepsportretten een aantal zeegezichten en is aan het plafond een achttal schilderingen aangebracht door de fijnschilder Gerard de Lairesse. De Lairesse, een immigrant uit Luik, was een tijdgenoot van Rembrandt, die hem ook schilderde. De Lairesse werd uiteindelijk (in die tijd) populairder dan Rembrandt. Vandaag rest van zijn naamsbekendheid niet veel meer dan een straatnaam in Amsterdam..


Kristoffel (2018) in de Regentenkamer naast het portret van de Regenten

Verleden in het licht van het heden
Het is een toegankelijke opstelling, zonder de valkuilen uit het verleden te verdoezelen: slavernij, slavenhandel, religieuze orthodoxie en uitbuiting worden net zo in het verhaal opgenomen als ziekte, welvaart, cultuur en politieke ontwikkelingen. Wil je diepgang, lees vooral de borden en bijschriften bij de objecten. Wil je luchtig vermaak: kijk vooral de filmpjes op de grote schermen. Wij vinden het leuk losjes door de verschillende zalen en kamers te lopen en stil te staan bij wat opvalt. Zo blijft er ruimte over voor een volgend bezoek.

 

Informatie en voorzieningen

Amsterdam Museum,

Kalverstraat 92  en Sint Luciënsteeg 27

W website Amsterdam Museum
T 020 5231 822
dagelijks, dus ook maandag, 10.00 – 17.00 uur,  LET OP in corona tijd is het dubbel belangrijk eerst de website van het museum te raadplegen over het reserveren van de kaartjes en de openingstijden.

bereikbaarheid
OV lopen langs de Nieuwezijdsvoorburgwal in 15 minuten, dat is langs de achterkant van de Dam en Het Koninklijk Paleis. Met tram 1, 2,5, 13 en17 duurt het ongeveer even lang
Parkeerplek als altijd duur en beperkt in Amsterdam
collectie informatie
folder niet gevonden
zaalteksten goed en overzichtelijk
presentatie collectie leuk alles staat in een grotere kritische context
route informatie redelijk de route is ingewikkeld
digitaal - app niet gevonden. De audio tour is eigenlijk verplicht,hier hoor je de gesproken info van de filmpjes
vriendelijkheid
suppoosten
winkel alleen een heel klein verkooppunt bij entree
kinderactiviteiten
leuke info op website onder Kinderen o.a. bouwplaten om thuis binnen te halen
eigen ruimte ja kinderen tot 18 jaar gratis
museumwinkel
assortiment is te klein om te beoordelen
kunstboeken idem
kinder-kunstboeken idem
grappige kleine cadeautjes idem
museumrestaurant
prijs/kwaliteit goed
menu beperkt maar goed en voedzaam
wc
schoon de wc’s zijn gender neutraal
makkelijk te vinden, je komt ze aantal x tegen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.