Op weg naar de kunst

bespreekt de eigen collectie van musea in Nederland en elders.

Amsterdam: Museum Willet-Holthuysen

Willet-Holthuisen, een 19de-eeuwse huis met allure en goede smaak
De naam Herengracht zegt het al: daar woonden in de 17de en 18de eeuw de welgestelde Amsterdamse heren (en dames) in hun riante grachtenhuizen. De ‘Heren’ waren zo belangrijk dat pas achter de Herengracht ook de Keizers- en Prinsengracht werden aangelegd! Met de opkomst van de rijke handelaren en bankiers werden de heren belangrijker dan de keizer en de prinsen. Inmiddels zijn in sommige voormalige privéwoningen aan de grachten musea gehuisvest: het Cromhouthuis (Herengracht 368), Museum Van Loon (Keizersgracht 672) en Willet-Holthuysen (aan de Herengracht 605 tussen Amstel en Rembrandtplein).

Hoe authentiek is authentiek?
In 1855 kocht Pieter Holthuysen, rijk geworden met steenkool en vensterglas, dit dubbele woonhuis. Nadat haar ouders waren overleden, trouwde dochter Louisa (1824-1895) in 1861 met de flamboyante Abraham Willet (1825-1888). Hun persoonlijkheden waren tegenpolen, maar ze deelden de belangstelling voor kunst, verzamelen en theater.


Abraham Willet op 28-jarige leeftijd, J.G. Schwartze, 1853


Louisa Holthuysen met schoothondje, onbekende kunstenaar, ca 1855

Door haar eigen enorme vermogen leefden ze op stand: ze maakten reizen, gingen naar het theater, kochten kunst en organiseerden ontvangsten. De Willets waren trots op hun bezit. Dat is niet alleen te merken aan de zorgvuldige nieuwerwetse inrichting met meubels en behangsels uit Parijs. Louisa liet Kasparus Karsen het pand schilderen. Op het schilderij zijn de bomen even weggelaten om het huis beter uit te laten komen!


Herengracht 605, Kasparus Karsen, 1865

Louisa had het pand buiten de gemeenschap van goederen gehouden en schonk het bij haar overlijden als museum aan de gemeente. Dat kwam voor de gemeente als een donderslag bij heldere hemel en men kon er weinig mee. Daardoor raakte de collectie in de loop van de tijd verdeeld over verschillende Amsterdamse musea. Daardoor komt een deel van het huidige interieur weliswaar uit het laatste deel van de negentiende eeuw, maar mogelijk niet Bij hen vandaan. Maar, zo wordt verzekerd, er wordt hard gewerkt om de oude situatie te herstellen. Het scheelde niet veel of het hele huis was in de jaren vijftig van de vorige eeuw gestript en, onder beheer van het Stedelijk Museum, klaar gemaakt voor het tentoonstellen van moderne kunst. Pas in 1985, honderd jaar na het overlijden van Louisa, werd er serieus nagedacht hoe ‘het museum’ te redden. Dat is geslaagd. Met vallen en opstaan is het huis weer geworden waarvoor het was bedoeld: het openstellen van een authentiek grachtenpand met zijn selectie van  huisraad, meubelen en kunstwerken.


Beelden in het trappenhuis

Is het nu minder authentiek omdat niet alle voorwerpen van de Willets komen? Inmiddels is er zoveel onderzoek gedaan naar het interieur in de negentiende eeuw specifiek van dit pand en in het algemeen, dat dit geen beletsel hoeft te zijn. Belangrijke elementen als de balzaal en de damessalon zijn prachtig gerestaureerd en vrijwel authentiek. Aangezien het museum zelf er op wijst dat ze ook met andere stukken moesten werken, lijkt het me geen probleem. De authenticiteit ligt in het geheel en in dit geval niet alleen in de details.


De tuin vanuit de tweede verdieping

Twee videofilms, in de vroegere ontvangstzaal en in de tuinkamer, geven een idee hoe het er in het laatste deel van de negentiende eeuw aan toe ging. Wat mij bij blijft zijn de verhalen over de feestelijke ontvangsten met minimaal twaalf gangen, allemaal (zware) gerechten uit de Franse cuisine. Abraham en Louisa gaven bals voor de fine fleur van Amsterdam. Ze hadden ieder aparte kamers waar ze hun mannelijke en vrouwelijke gasten ontvingen. Niet alleen de keuken was Frans georiënteerd, het hele interieur werd volgens de heersende Franse mode van omstreeks 1860 ingericht, de tijd van de nouvelle époque en van Lodewijk XVI. Dit was een van de eerste huizen in Amsterdam waar de Franse stijl zo werd doorgevoerd.

Inrichting
Sommige kamers, zoals de studeerkamer, de damessalon en het veel persoonlijker verzamelaarskamertje van Willet, zijn al gerestaureerd. De andere ruimtes zoals de eetkamer, de keuken, de provisiekamer en de studeerkamer met bibliotheek van Willet geven eerder een indruk hoe de inrichting er uit zal hebben gezien.


Het verzamelaars-kamertje


De eetkamer

Bij de inrichting werd indertijd speelde geld geen rol. Er werden beelden in het trappenhuis gezet, vergulde trapleuningen aangebracht, kortom kosten noch moeite gespaard om er een klein paleisje van te maken naar de modernste Franse smaak uit het midden van de negentiende eeuw. Je ziet dat het zorgvuldig en met goede smaak bijeen is gebracht.


Trappenhuis

Dat blijkt bijvoorbeeld uit de balzaal. Daar hangt overigens geen kunst. De Willets hadden speciaal een bijzondere en kostbare wandbespanning in Parijs laten maken en als er kunst op werd gehangen zou het de delicate stof aan het zicht ontrekken. De bespanning is zelf een kunstwerk. De balzaal, met de prachtige lichte tapijten op de vloer, werd ook gebruikt voor literaire avonden en uitvoeringen met kamermuziek.


De balzaal


De balzaal

Het kleine zaaltje is verbonden met de ‘dameskamer’. Dat diende vermoedelijk tijdens de feesten en partijen als een soort antichambre, waar de dames zich konden terugtrekken in een klein gezelschap. Louisa ontving hier haar vriendinnen. Hier hangen de schilderijen die ze zelf kocht. Haar duurste aankopen waren Franse schilderijen: een fruitstilleven van Desgoffe en de Vrouw met Kind en Geit van Bouguereau.  Dit schilderij toont niet eens een geïdealiseerde werkelijkheid, maar een fantasie met een prachtige boerin, haar kind op de arm, mollig en schoon, blakend van gezondheid, samen met een aanhankelijke geit. Dit is een variatie op de edele harmonie tussen de arme, lees eenvoudige, mens en de natuur à la Rousseau. In de realiteit van de negentiende eeuw crepeerden kleine boeren min of meer. Bouguereau maakte een sprookje van het onderwerp dat ver van het dagelijks bestaan staat. (Het platteland als genre was niet ongebruikelijk in die tijd. De Haagse School schilder Jacob Maris begon zijn carrière met het schilderen van geïdealiseerde Italiaanse boerinnetjes.)


Italiaansche vrouw met kind en geit, William Bouguereau, 1867 (Foto uit de catalogus)

Geen voorlopers
William-Adolphe Bouguereau (1825-1905) was een classicistisch opgeleide kunstschilder, gespecialiseerd in mythologische taferelen en idyllische landschappen. Schilderijen van vrouwen, vooral vrouwen met kinderen, zoals deze waren een tijd lang zijn meest best verkopende onderwerpen. Toen het schilderij werd gekocht was Bouguereau een van de grootste schilders van zijn tijd. Dat veranderde snel: hij vond de nieuwe manieren van schilderen, vooral het impressionisme, maar niets. Hij werd tamelijk snel vergeten.
Dit soort schilderijen van de vrouw met kind en geit, waren ook in die tijd dat ze gekocht werden nogal traditioneel. Bij de Nederlandse kunstenaars was ze echter iets meer in haar eigen tijd. Ze had belangstelling voor Charles Rochussen en voor de schilders die in Oosterbeek werkten zoals de vader en zoon Bilders. Zij kocht werk van de vader, Johannes Bilders, niet de zoon die moderner werkte.
Louisa was dol op de bloemstillevens van Adriana Haanen. Haanen was in die tijd als schilderende vrouw zelfs in Amsterdam nog een uitzondering. Desondanks kreeg ze wel veel waardering. Ze was honorair lid van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten en later ook van Arti et Amicitiae, de Amsterdamse kunstenaarsvereniging. Als ze deel nam aan de jaarlijkse tentoonstelling van de Levende Meesters, won ze regelmatig prijzen.  Haanen verhuisde in 1861 naar Oosterbeek en ging samenwonen met haar vriendin, Maria Vos. Ook van deze Maria Vos werd een Stilleven met gevogelte gekocht. Hoewel zowel Haanen als Vos in hun tijd gewaardeerde schilders waren, hebben slechts weinig musea werk van hen. Hier hangen ze zoals vroeger aan de muur.


Bloeiende rozen over een oude ballustrade, Johanna Haanen, 1868 Foto uit de catalogus

Er zijn twee kleine schilderijtjes van de broers Jacob en Willem Maris, uit de tijd dat ze hun vrijere Haagse School werk maakten. Ze hangen in het intieme Verzamelaarskamertje van Abraham dat is ingericht in de Hollandse neo-renaissance stijl. De muren kregen na restauratie, een diep rode velours bekleding waarin, typisch voor die tijd, zonnebloemen zijn uitgebrand: de haartjes van het velours rondom de bloem zijn weggebrand.


Het verzamelaarskamertje met links Gezicht op Dordrecht, Jacob Maris, 1884 en rechts Witte Koe, Willem Maris, z.j.

Herenkamer
Zijn ontvangstkamer op de bel-etage wordt tegenwoordig Herenkamer genoemd. Abraham Willet kreeg van Louisa een jaarlijkse toelage van 4000 gulden die niet altijd voldoende was voor zijn flamboyante levensstijl. Hier liet hij zijn vrienden op de hand werken uit zijn collectie zien. Waarschijnlijk kwamen hier ook bevriende schilders zoals Cornelis Springer, Johannes Bilders, Charles Rochussen, Willem Roelofs, Johan Greive en de toentertijd bekende paardenschilder Thomas Verschuur.

Een aantal van hun schilderijen hangt nog in de kamer, naast landschappen van minder bekende Franse schilders. Er wordt geprobeerd de originele collectie die inmiddels verspreid is geraakt, weer bijeen te brengen. Het plafond komt uit een pand elders aan de gracht.


De Herenkamer 2018 met stadsgezichten en landschappen uit het midden van de 19e eeuw.

Willet had al voor zijn huwelijk, een grote kunstverzameling, met ettelijke Barbizon schilders, maar die had hij vervolgens weer geveild, net als een deel van zijn enorme verzameling glas, keramiek, zilver en wapens. Die hadden, misschien meer nog dan de schilderkunst, zijn grote belangstelling. Door verkoop en schenkingen aan musea is niet meer duidelijk wat hij in bezit had. Een deel daarvan is verdwenen in de brand van hun villa in Le Vésinet bij Parijs.

 


De antiquiteiten kast van Willet. Voor / op de kast hangt een schilderij Johan G. Hainz: Het rariteitenkabinet, uit ca. 1666. In de kast staat een deel van Willets eigen verzameling porselein, een nautilusschelp, beken, beeldjes, vazen en ivoor.

Boven de deur van de herenkamer hangt het grootste schilderij,  Figaro (de St Bernardshond van Abraham geschilderd in zijn hok bij hun buiten in Le Vésinet). De hond werd daar waarschijnlijk geschilderd, liggend op de krant Le Figaro, door Wouter Verschuur, de beroemde dierenschilder van die tijd. Het is zelfs bij de Amsterdamse kunstenaarsvereniging Arti et Amicitiae geëxposeerd. Misschien vond Louisa het wat groot, of wellicht zelfs niet mooi. Het beest ligt er ook wat vreemd bij. Dit schilderij lag bij haar overlijden op zolder.  Ze had haar eigen honden en katten ook een aantal keer laten schilderen.


Figaro, Thomas Verschuur, 1877

Abraham Willet leefde op grote voet. De jaarlijkse toelage van 4000 gulden die hij kreeg was niet altijd voldoende voor zijn flamboyante levensstijl. Ooit bezat hij schilderijen van de Zuid Nederlandse Quinten Metsijs en Maerten van Heemskerck. Ondanks dit gemis is het museum Willet-Holthuysen door de interessante negentiende-eeuwse interieurs met kunst uit die tijd een leuk museum aan de gracht.

NB Er is geen restaurant in het museum dus dat deel ontbreekt in de Voorzieningen.

Informatie en voorzieningen

Museum Willet-Holthuysen

Herengracht 605, 1017 CE Amsterdam
W website Willet-Holthuysen
T 020 5231 730

dagelijks, 10.00 – 17.00 uur,  uur meer info op de website

bereikbaarheid
Tram 4 en 14 halte Rembrandtplein
niet te doen in Amsterdam
collectie informatie
folder niet gevonden
zaalteksten leuk en uitgebreid
presentatie collectie toegankelijk
route informatie wijst zich vanzelf
digitaal - app niet aanwezig
vriendelijkheid
suppoosten
kinderactiviteiten
alleen onderwijs, kinderen tot 17 jaar gratis. Er is veel informatie dus wel leuk voor kinderen van 8 en ouder
eigen ruimte niet aanwezig
wc
schoon
makkelijk te vinden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.