Op weg naar de kunst

Bestel hier onze: Gids naar Nederlandse musea Op weg naar de kunst

bespreekt de eigen collectie van musea in Nederland en elders.

Alkmaar, Stedelijk Museum

Kunst met een vleugje lokale geschiedenis 
Het Stedelijk Museum in Alkmaar maakt met enkele topstukken een nieuwe presentatie en verbindt die met de  lokale geschiedenis, vooral  van de zeventiende eeuw. Buiten het museum, aan de overkant van het plein, staat de grote kerk waarvan Saenredam in  zijn allergrootste schilderij het interieur schilderde. Het museum is een modern gebouw met betonnen muren: hier heeft de oude geschiedenis haar plek in een nieuw gebouw. 

Vroeger, toen we op de lagere school nog  jaartallen moesten “stampen”, leerden we: 1573, Bij Alkmaar begint de victorie. Wat hield dat in? In een eerdere opstelling werd uitvoerig uitgelegd hoe de Spaanse troepen Alkmaar omsingelden, hoe de stad zich bevrijdde en hoe de nieuwe protestantse bestuurders hun ijzeren wil oplegden aan de overwegend katholieke bevolking. Dat was leuk,  afwisselend en zeer leerzaam. Nu is het grote verhaal minder aanwezig. Sinds  2024 is Alkmaars Victorie ondergebracht in een kleine ruimte, waardoor het minder leerzaam en minder verhalend is.

Saenredam in Alkmaar
De meeste schilders die hier hangen woonden in Alkmaar en omstreken of werkten er langere tijd. Een uitzondering is de Utrechtse schilder Gerard van Honthorst (1592-1656) met een prachtige warme en vrolijke ‘Heilige Familie’ (Josef, Maria en de baby Jezus)  Honthorst was in Italië geweest, Waar hij de schilderijen van de grote Renaissance meesters zag. Maar hij raakte net als veel tijdgenoten onder de invloed van Caravaggio, die naast Bijbelse taferelen ook het  gewone volk schilderde in scherpe licht/donker contrasten. Dat was wel andere koek dan de toch wel wat verheven Renaissance schilders.  Door de levendigheid van deze Heilige Familie,  die uit een hofje in Alkmaar komt, voel je je meteen betrokken bij deze jonge mensen die zo blij zijn met hun kindje (Jezus).


Heilige Familie, Gerard van Honthorst, 1632.

Een ander belangrijk werk uit de collectie is het prachtige Interieur van de Grote of Laurenskerk door Pieter Jansz. Saenredam (1597 – 1665). Dit schilderij laat meteen het grote voordeel zien van een stedelijk museum dat zich op de eigen geschiedenis richt. Want als je zou willen, kun je na je bezoek aan het museum even naar de overkant lopen om het interieur te zien.
Het is een enorm werk,  uitzonderlijk voor Saenredam. Hij schilderde het waarschijnlijk in 1665, een jaar voor zijn dood. Als je er de tijd voor neemt, valt de kracht van diens compositie pas echt op. Je wordt overweldigd. Dat is wat goede kunst doet: het spreekt allerlei zintuigen aan. Je kijkt niet alleen, maar je maakt mee wat op zo’n schilderij gebeurt. Kijkend naar het  schilderij krijg je het gevoel een volkomen realistische doorkijk te zien, zowel in de zijbeuk, als ook in het middenschip.  In werkelijkheid is het onmogelijk tegelijkertijd door de zijbeuk te kijken, als ook frontaal voor het orgel van het middenschip te staan.


Interieur van de Grote of Laurenskerk, Pieter J. Saenredam, waarschijnlijk 1665.


Interieur van de Grote of Laurenskerk, eigen foto.

Saenredam plooit heel ongemerkt de linker zijbeuk iets naar voren. Hij maakt de doorgang wat ronder en dus iets breder. Hij schildert het grote orgel met de stralende deuren net iets breder dan in de werkelijkheid. Je richt je door die kleur van de orgeldeuren automatisch op het instrument en neemt pas in tweede instantie de diepte van de zijbeuk waar. Bovendien heeft hij ongemerkt het centrale punt van het perspectief iets hoger, boven het orgel, geplaatst waardoor je niet alleen recht vooruit kijkt, maar ook een deel van het plafond ziet. Je wordt afgeleid door de ingewikkelde dakconstructie en de anekdote van het plassende hondje bij een pilaar aan de linkerkant. Zo’n plassend hondje komt vaker voor bij kerkinterieurs. Dat was de realiteit.


Detail, plassend hondje, links onder bij de pilaar tussen de zijbeuk en het middenschip.

Saenredam leidt ons om de tuin: hij toont de ervaring van de ruimte, niet de werkelijkheid. Zo wordt de werkelijkheid een kunstwerk: het zit ingenieus in elkaar, ongemerkt net even anders dan in het echt. Misschien is het schilderij daardoor toch beter, mooier en aansprekender dan de wekelijkheid?

Ook Alkmaar kende zijn Gouden Eeuw
Naast het kerkinterieur van Saenredam hangt het in 2021 aangekochte  “Interieur van een gefantaseerde katholieke kerk“ door Emanuel De Witte (1616/17-1691/92).  De Witte werd in Alkmaar geboren, maar werkte uiteindelijk in Amsterdam. Hij leidde een rommelig leven en pleegde zelfmoord, toch  had hij niet over succes te klagen. Hij was in zijn tijd al beroemd door zijn hele speciale, vaak bedachte, kerkinterieurs met kunstige perspectieven. Dit schilderij is rond 1670-80 gemaakt. Tijdgenoten herkenden  het door de versiering aan de muren en het imposante grafmonument van een bisschop meteen als een katholieke kerk, maar in die tijd bestond zo’n grote katholieke kerk niet meer. In de Republiek waren naast de sober ingerichte protestantse kerken alleen de zogenaamde ‘huiskerken’ toegestaan! En zo’n kleine katholieke huiskerk is heel wat anders dan dit imposante gebouw.(Denk bijvoorbeeld aan Ons’ Lieve Heer op Solder in Amsterdam.)


Interieur van een gefantaseerde katholieke kerk, Emanuel De Witte, ca. 1670/80.

De klandizie van Emanuel De Witte waren de superrijke Amsterdammers. Kunst en geld gaan goed samen. Ook in Alkmaar was er naast immense armoede veel rijkdom en genoeg geld om schilders opdrachten te geven. Een van die rijke burgers was Dirck van Os, een Antwerpse tapijthandelaar die in Amsterdam de VOC had helpen oprichten en vervolgens samen met zijn broer voor de droogmaling van de Beemster zorgde en daardoor voor de bloei van Alkmaar. Hij heeft zich, met de typische molensteenkraag, laten schilderen door de Haarlemse etser/schilder Cornelis de Visscher. Hij was 29 jaar en net uit Antwerpen aangekomen. Het schilderij hangt aan het begin van een reeks schilderijen over Alkmaar (meestal) door 17de-eeuwse Alkmaarse schilders.

Portret van Dirck van Os (1556-1615), Cornelis de Visscher, 1583.

Alkmaars landschap
Alkmaar was omgeven door water (de Schermer, de Wormer, de Beemster) en één van de specialisten van het Hollandse rivierlandschap, Salomon van Ruysdael, heeft dat prachtig geschilderd.

Gezicht op de Grote of Sint Laurenskerk van Alkmaar vanuit het noorden, zomer 1644, Salomon van Ruysdael

In 2025 hing naast dit zomer landschap ook een winter met zicht op Alkmaar ook van Salomon van Ruysdael. (De pendant, het zusje van de zomer.) Van Ruysdael gebruikte voor beide werken een vrijwel identiek standpunt. Vergeet echter niet dat de schilders van de 17e eeuw niet ter plekke, werkten. Zij tekenden buiten en schilderden in hun atelier omdat ze bijvoorbeeld per kleur hun verf moesten (laten) mengen. Die verf werd bewaard in een dichtgeknoopte varkensblaas en bleef ternauwernood een dag of twee goed. Des te meer bewondering krijgen we voor het realisme van deze landschappen. ( Dit winter werk hoort overigens niet bij de eigen collectie van het museum. Het is een langdurig bruikleen van National Gallery of Ireland die het werk al in 1873 aankocht. Mooi dat internationaal bruikleenverkeer tot zo’n mooie en historische combinatie leidt.)

Gezicht op de Grote of SintLaurenskerk van Alkmaar vanuit het noorden, winter, 1644, Salomon van Ruysdael, in bruikleen van National Gallery of Ireland, Dublin.

Een ander Gezicht op Alkmaar vanaf het nog onbedijkte Schermermeer is curieus. Toen Vroom in 1638 de opdracht kreeg om Alkmaar en de Schermer te schilderen, was de Schermer al een paar jaar drooggelegd. We zien eigenlijk een fictief beeld met de torens van de stad en de vele molens op de achtergrond en de drukke zeilscheepvaart in een zware noordwesterwind op de voorgrond.

Gezicht op Alkmaar vanaf het nog onbedijkte Schermermeer, Cornelisz Vroom, 1638

De Haarlemse schilder Hendrik Cornelisz Vroom was de vader van het Hollandse zeegezicht. Hij had al op jonge leeftijd in Sevilla,  Florence, Rome  en Lyon in verschillende paleizen opdrachten uitgevoerd. Met het schilderen van schepen en havens verdiende hij een fortuin.

Lokale Schilders
Vroom en van Ruysdael waren Haarlemmers, de schildersfamilie Van der Heck  kwam uit Alkmaar. De bekendste was Claes Jacobsz van der Heck (1780-1652), de neef van Maarten van Heemskerck, de zoon van diens zuster. Hij gaf leiding aan een groot atelier met leerlingen en gezellen waardoor zijn oeuvre uitgebreid en divers was. Zo schildert hij klassieke stukken met een stichtende boodschap als Het Oordeel van Salomo en Het oordeel van Cambyses. Het eerste is het bekende Bijbelverhaal over koning Salomon die moet besluiten welke vrouw de echte moeder van een baby is. Beiden beweren dat het levende kind van hen is. Salomon dreigt de baby in tweeën te laten splijten, zodat ieder haar deel krijgt. De echte moeder weigert. waardoor duidelijk wordt dat dit haar kindje is.

Het Oordeel van Salomo,  Claes Jacobsz van der Heck, 1616.

Het tweede gaat over een Perzische koning die zijn eigen corrupte  rechter laat villen. Het villen wordt niet echt getoond, wel de afgestroopte huid die de bekleding van een stoel wordt waarop Otanes, de zoon van de corrupte rechter, voortaan recht zal spreken. De koning maakt een waarschuwend gebaar, zo eindig je als je omkoopbaar bent.

Het oordeel van Cambyses, Claes Jacobsz van der Heck, 1620.

De schilderijen werden samen met een even groot derde werk, De justitie van Graaf Willem III, 1618 voor de Schepenkamer van het Alkmaarse stadhuis gemaakt waar ook recht werd  gesproken. De kunstwerken herinnerden de magistraten aan hun opdracht eerlijk en onbevooroordeeld te handelen. De schilderijen hangen tegenwoordig weer samen in één zaal.

Caesar Boëtius Van Everdingen
Naast de  aandacht voor lokale schilders zoals de schildersfamilie Van der Heck, is er uiteraard ook veel werk te zien van die andere belangrijke Alkmaarse schilder: Caesar Boëtius Van Everdingen. Je kijkt met plezier naar zijn schilderijen. Ze horen weliswaar niet bij de top van onze kunstgeschiedenis, maar het zijn vaak wel hele mooie voorstellingen met een raak oog voor detail en de tijdgeest.
Als je de grote groepsportretten van de schutters bekijkt, bijvoorbeeld Officieren en vaandeldragers van de Oude Schutterij, in de prachtige bewerkte originele houten lijst, zie je de tevredenheid van de bestuurders en bevelhebbers van de ordediensten. De klus van de strijd tegen de Spaanse koning is geklaard, hun welvaart is begonnen. De wapens zijn in 1657 vooral ceremonieel. Hun bolle buiken in de dure pakken verraden dan ook eerder het goede leven, dan grote waakzaamheid.


Officieren en vaandeldragers van de Oude Schutterij, Caesar Boëtius van Everdingen, 1657.

Van Everdingen is de meester van het detail. In dit statige enorme stuk zitten smakelijke zaken zoals de zwarte glanzende linten van de sluit-strik van een broek, het licht op de zoom van die mantel en de gekke zool met spijkers, die zo lijkt het, net over de rand van de verhoging valt waarop de schutters staan!


Detail uit de Officieren en Vaandeldragers van de Oude Schutterij, Caesar Boëtius van Everdingen, 1657.


Detail uit de Officieren en Vaandeldragers van de Oude Schutterij, Caesar Boëtius van Everdingen, 1657.

Vaak zijn schuttersstukken wat houterig. Dat is eigenlijk ook niet zo vreemd: de schilder moest de gezichten van deze belangrijke heren in hun functie als officier en/of vaandeldrager laten zien. Te veel joligheid wordt dan niet gewaardeerd. Boëtius maakte van de mannen weliswaar geen mensen van vlees en bloed, maar door zijn oog voor het sappige detail zijn het toch individuele personages. Slechts een enkele schilder, Hals en Rembrandt bijvoorbeeld,  kon daar een goed ‘verhaal’ van maken. Maar dat mooie verhaal was echter niet de bedoeling. De ‘Nachtwacht’ geldt nu weliswaar als het absolute topstuk van de 17e-eeuw, het werd indertijd door de opdrachtgevers afgekeurd. De officieren wilden eigenlijk hun geld terug, want ze kwamen niet voldoende, lees niet goed/deftig in beeld.


Portret van Cornelis Jacobsz Groot, Caesar Boetius van Everdingen, 1656.

Van Everdingen  hoorde bij de hogere burgerij van Alkmaar, mannen die ook in het bestuur van de stad zaten. Hij kreeg van en door hen opdrachten. Hij maakte enorme schilderijen voor belangrijke vertrekken, zoals de raadzaal van het stadhuis. Zijn theatrale, maar elegante stijl viel goed in de smaak, juist door dat statige karakter en zijn aandacht voor de (kostbare ) details van de kleding.

Bergense School
Op de  bovenste etage hangen de schilders van de Bergense School. De Bergense School wat is dat?, had de titel kunnen zijn, want het wordt niet duidelijk.
Zijn dat schilders (vrouwen en mannen) die tussen 1900 en 1970 voor korte of lange tijd naar Bergen kwamen, het kustdorpje met zijn bossen en zijn duinen, op veilige afstand van het rumoerige Amsterdam? Sommigen woonden er een groot deel van hun leven, anderen niet of slechts kortstondig Zijn het de bevriende schildersgroep en die elkaar vaak in het artistieke milieu in Amsterdam hadden leren kennen? Zijn het de schilders waarvan de mecenas Piet Boendermaker werk kocht?

Piet Boendermaker, Jan Sluijters, 1914De makelaar en mecenas Boendermaker was met Leo Gestel die toen toch al een naam had, maar ook met de onbekende Dirk van Blaaderen. Hij kocht duizenden tekeningen en schilderijen. Of zijn het schilders die qua stijl het midden hielden tussen Impressionisme en Expressionisme en tot 1940 nog een vleugje Kubisme toevoegden? Waren het schilders die geϊnspireerd werden door  de Franse schilder Henri Le Fauconnier die na de eerste wereldoorlog een tijd in Bergen woonde? Of is het, zoals Charley Toorop ooit zei: ‘een vloek om tot de Bergense School te worden gerekend’? Ze woonde tientallen jaren in De Vlerken dat haar vader Jan Toorop er in 1921 voor haar liet bouwen.

De Vlerken, eigen foto, 2017

Naast schilderijen van vroege inwoners van het dorpje zoals Arnout Colnot en Dirk Filanski, hangt hier werk van kunstenaars die  lange tijd in Bergen (of vlakbij in Schoorl en Groet) woonden, zoals John en Willen Rādecker, Charley Toorop, Matthieu en Piet Wiegman, Leo Gestel, Frans Huysmans, Gerrit van Blaaderen en anderen die er slechts heel kort woonden, of op bezoek kwamen. De meesten exposeerden bij de Hollandse Kunstenaarskring, een kleine kunstenaarsvereniging die mede door Gestel in 1913 werd opgericht. Ze waren modern hadden belangstelling voor de nieuwste kunst uit het buitenland, lees Parijs en München, en zetten zich af tegen de gevestigde Haagse School schilders. Wim Schumacher, Else Berg, Mommie Schwarz, Jan Sluijters, en Piet van de Wijngaerdt waren kort of langer lid. De grafici Bernard Essers en Graadt van Roggen woonden lange tijd in Bergen, maar hun grafische werk is niet altijd op zaal.

Doelloze opstelling
Mooi werk, dat zeker, maar Toorop, Filarski, Else Berg, Jan Gestel, Graadt van Roggen, Jan Sluijters, de broers Rādecker, de broers Wiegman hebben vooral hun al dan niet tijdelijke woonplaats gemeen. Ze kunnen moeilijk als één groep worden bekeken, natuurlijk is er een verwerkt en late echo van het kubisme te herkennen, maar ook het Duitse expressionisme, twee totaal andere, zo niet tegengestelde kunstopvattingen. Waarschijnlijk is er daardoor ook weinig lijn in deze afdeling te ontdekken. Door de vreemd neergezette slinger wanden loop je lukraak langs de diverse schilderijen en mis je waarschijnlijk ook nog eens een aantal. Iets meer concentratie, iets meer helderheid in wat de conservator wil vertellen zou helpen, en vooral een duidelijker opstelling zodat bezoekers uiteindelijk ontdekken  wat de eigenheid en de variëteit is van ‘de Bergense School’.
Naast al mijn gemopper zijn er lichtpuntjes: onder meer het werk van Gerrit van Blaaderen (1873-1935). Hij studeerde in Amsterdam, Haarlem en Antwerpen en ging vervolgens naar Laren waar hij net als zijn vriend Hart Nibbrig met een lichte toets schilderde. Denk dan aan Franse Pointillisten als Seurat en Signac.
Later kwam Van Blaaderen onder invloed van Paul Cézanne en dat is heel ander werk. Cézanne vond dat alle vormen naar basisvormen konden worden herleid als de cirkel, het vierkant en de rechthoek. Hij werkte vaak in een zandgeel, grijs groen kleurenschema. Van Blaaderens schilderijen krijgen daardoor een andere structuur en opbouw. Van Blaaderen maakte mooi authentiek werk, hij had goed gekeken naar goede kunst en daar zijn lessen uit getrokken voor een eigen kunst.

Zwarte schuur bij ’t Oude Hof, Gerrit Willem van Blaaderen, 1921.

Die invloed van Cézanne werd naar Nederland gebracht door Henri Gabriel Le Fauconnier, een Franse avant-garde schilder en vroege kubist. Le Fauconnier had nog les gehad van Paul Cézanne. In 1914 bezocht Le Fauconnier Jan Toorop in Domburg die daar inmiddels een bloeiend (zomers) kunstencentrum had opgebouwd. Het begin van de Eerste Wereldoorlog overviel Le Fauconnier, om de Franse dienstplicht te ontlopen, besloot hij in Nederland te blijven. Aanvankelijk woonde hij in Amsterdam, maar verhuisde in 1919 naar Bergen waar toen al een aantal schilders woonden. Leo Gestel had er sinds 1918 een atelier en Gerrit van Blaaderen verhuisde dat jaar ook naar Bergen waar Boendemakers woonde. Uiteindelijk stierf hij straatarm nadat Boendermaker het zelf financieel moeilijk kreeg.

Toorop
Bij de ingang van de zaal hangt tegenover het werk van Henri le Fauconnier, een pointillistisch schilderij van Jan Toorop. Toorop woonde nooit in Bergen, maar liet er dus door de architect P.L. Kramer de atelier woning De Vlerken voor zijn dochter bouwen. Toorop woonde in Brussel, later in Katwijk en Den Haag. En zomers in Domburg. In Brussel was hij lid was Les Vingt, jonge schilders die goed op de hoogte waren van de nieuwste Franse ontwikkelingen binnen de beeldende kunst. Hij bracht die nieuwe Franse avant-garde mee naar Nederland, expressionisme met niet-realistische kleuren. Jan Toorops werk hangt hier ook vermoedelijk omdat hij die belangrijke schakel was voor de schilders van de Bergense school met de Europese avant garde.

PS
Wie vooruit denkt, bestelt bij de boekhandel reeds voor feestdagen en verjaardagen voor de leukste familieleden, de beste vrienden en de aardigste buren onze:
Gids naar Nederlandse musea, Op weg naar de kunst,
Auteurs: Micky Piller en Kristoffel Lieten; Uitgever Waanders in de Kunst.
Altijd actueel door de QR codes die verbinden met onze site voor commentaar en de website van het museum voor informatie!

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Informatie en voorzieningen

Alkmaar Stedelijk Museum

Canadaplein 1, 1811 KE Alkmaar
W Stedelijk Museum Alkmaar

T 072-5489789
di t/m zo 11.00-17.00 uur, actuele info op de website, let op soms is het museum op vrijdagavond open

bereikbaarheid
makkelijk met OV 15 min. lopen van station Alkmaar
parkeren naast het museum
collectie informatie
folders
zaalteksten
presentatie collectie
route informatie - goede pictogrammen
digitaal - app niet gevonden
vriendelijkheid
suppoosten
winkel
kinderactiviteiten
in het museum, leuke boekjes, niet gratis €2,-
eigen ruimte, niet ontdekt
museumwinkel
assortiment
kunstboeken
kinder-kunstboeken
grappige kleine cadeautjes
museumrestaurant
prijs/kwaliteit
menu
wc
schoon, later op de dag minder schoon
makkelijk te vinden

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.