Op weg naar de kunst

Bestel hier onze: Gids naar Nederlandse musea Op weg naar de kunst

bespreekt de eigen collectie van musea in Nederland en elders.

Boekrecensie: De Toorop Dynastie

22 december 2019

Een boek en een tentoonstelling over De Toorop Dynastie:
Het zal je moeder maar wezen.


Omslag van het besproken boek.

“Ik heb ze aan het kruis genageld,” schijnt Charley met grote tevredenheid gezegd te hebben toen het familieportret, De drie Generaties, klaar was waar ze jaren aan werkte. Links staat de gebeeldhouwde kop van de flamboyante Jan Toorop (1858-1928), haar vader, en rechts haar zoon, de introverte Edgar (Eddy) Fernhout (1912-1974). Er tussen, iets lager als de punt in een omgekeerde driehoek, Charley Toorop (1891-1955), Jans dochter en Eddy’s moeder. In het boek lezen we over de drie kunstenaars die zich afzetten tegen elkaar, maar ook niet konden ontsnappen aan de koepel van hun familiegeschiedenis.

Charley draagt haar witte schildersjas waardoor ze op een dokter lijkt. Ze heeft haar arm geheven met een scherpe hoek bij de elleboog, het penseel als een steekwapen in haar hand. Haar ogen zijn wijd opengesperd, haar zal niets ontgaan. Het is een schilderij waar weinig lucht in zit, letterlijk en figuurlijk.  Iedereen en alles staat gebeiteld, van de takken achter het raam en de kop van Jan tot aan de plooien in haar witte jas en de donkere schilderskiel van Eddy. De drie figuren worden verbonden door de twee raamsponningen die in een kruis boven Charley’s hoofd samenkomen en achter de mannen doorgaan.
Zelfs na Jans dood, zo laat ze zien, hoort hij nog steeds bij Charley. De kop van Jan werd in 1921 gemaakt door de beeldhouwer John Rädecker. Het is een voorstudie van het grote Toorop monument dat nog steeds aan de Haagse Jacob Catslaan staat.  Een bronzen afgietsel van De Kop staat in de entree van Museum Kranenburgh in Bergen (NH). Een kilometer van Kranenburgh staat De Vlerken, het huis dat Jan in 1921 door Piet Kramer voor Charley liet bouwen. Een atelierwoning in een late Amsterdamse stijl, geïnspireerd op Engelse cottages, wellicht een verwijzing naar Charley’s Engelse moeder?


Kop van Jan Toorop, John Rädecker (1937-2001), nu in de hal van Museum Kranenburgh, Bergen, Noord Holland

Het huis is hoger en ruimer dan een cottage. In de voorkant zit op de eerste verdieping het enorme atelierraam met witte sponningen. De fotografe Evan Besnyö, een tijd Charley’s schoondochter, maakte in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog talloze foto’s van haar en haar vrienden in de tuin en het huis.

Dynastie
Het boek De Toorop dynastie is een catalogus bij de gelijknamige expositie in het Stedelijk Museum Alkmaar (t/m 26 jan. 2020). Tegelijkertijd is het boek een overzicht van drie generaties kunstenaars uit de Toorop familie en overstijgt daardoor de tijdelijkheid van een tentoonstelling. Voor wie belangstelling heeft voor de Nederlandse figuratieve kunst uit de vorige eeuw is dit een interessant boek waarin naast de grote lijn, ook mooie kleine details staan zoals die opmerking van Charley, dat ze de beide mannen “aan het kruis” nagelde.

De vier auteurs (Mieke Reijnders, Marjan van Heteren, Caroline Roodenbrug en Marja Bosma) hebben vooral parallellen getrokken tussen de kunstenaars en aandacht geschonken aan de wisselwerking tussen de verschillende generaties.
Jan hielp Charley financieel steeds weer. Soms vroeg hij vertwijfeld af waar al dat geld bleef. Hij betaalde de kinderjuffrouw en het dienstmeisje die Charley nodig had om te kunnen schilderen. Hoewel ze een aantal zelfportretten met de kinderen maakte,  kwamen zij “er qua moederlijke aandacht al die jaren bekaaid vanaf. Ze moesten hun eigen weg zien te vinden,” schrijft Marja Bosma. Tegelijkertijd was Charley weer niet te beroerd om het grootste deel van haar erfenis in het tijdschrift, de internationale revue i10, van haar minnaar Arthur Müller Lehning te stoppen. Ze timmerde, net als haar vader, ook aan de weg. Ze zette bevriende kunstcritici in om haar eigen schilderijen en die van Eddy te bespreken.
Naast Bram Hammacher, de kunstcriticus en later directeur van het Kröller Müller, was de kunsthandelaar Jacques Goudstikker belangrijk voor haar ontwikkeling. Die wees haar op de kunst uit de zeventiende eeuw -een zwaartepunt in zijn bedrijf- en deed haar enkele ideeën aan de hand. Zo was er het zijn idee het schilderij de Kaasmarkt van Alkmaar, 1932/33,  te maken met de twee potige kaasdragers diagonaal in het beeld, tegenwoordig in het Stedelijk Museum Alkmaar. Hij bedacht ook het thema van de Maaltijd der vrienden,1932/33, tegenwoordig in het Boijmans. Op het laatste schilderij staan al die haar dierbaar zijn en in de buurt waren. Dat zijn haar kinderen met hun geliefden, Rietveld, Rädecker met vrouw en kind, Jani Roland Holst, Pyke Koch en Wim Oepts. Het is net zo’n programmatisch schilderij als de Drie Generaties dat later zou zijn. Hier staat ze aan de zijkant, maar hoort ze duidelijk bij de moderne kunstenaars en hun families.

Steunende moeder?
Jan Toorop liet Charley vrij in haar ontwikkeling, hij moedigde haar juist aan eigen wegen te zoeken. Zij legde echter een zware druk op Eddy’s ontwikkeling. Hij leerde schilderen van haar en zijn grootvader, maar zij keurde ronduit werk af zoals zijn ‘Mondrianisne’. Ze bedoelde Eddy’s schilderijen van interieurs waar op het eerste zicht vaak een te heldere geometrisch compositie aan ten grondslag ligt. Zij raade hem aan landschappen en stillevens te maken omdat die beter verkopen. In haar inleiding citeert Marjan van Heteren een brief van Eddy die hij na de dood van zijn moeder schreef aan een gemeenschappelijke vriend: “Zij heeft indirect toch veel voor mijn leven betekend, maar het was noodzakelijk ook wat dat betreft een zekere afstand te houden, omdat het zo’n sterke persoonlijkheid was, dat het bijna onvermijdelijk werd invloed te ondergaan of in reactie te gaan – geen van beide zijn goede gronden om je eigen werk uit te bouwen.”
Met deze kennis is het niet vreemd te zien dat Fernhout na de dood van zijn moeder in 1955 vooral  zeezichten maakte. Hierin ontwikkelde hij zijn eigen intense manier van schilderen die uiteindelijk in de abstractie uitmondde.

Exposities door de tijd heen
De tentoonstelling in Alkmaar is niet de eerste expositie waarin de drie generaties zijn verenigd. Het is leuk dat in het boek met kleine afbeeldingen de getoonde kunstwerken van de eerdere edities staan. Zo zie je ook wat vroeger belangrijk werd gevonden aan hun band. De noodzaak van zo’n tentoonstelling werd in het verleden ingegeven doordat Charley geld nodig had (in 1937) mede om Eddy te ondersteunen, zoals haar vader dat bij haar had gedaan, of omdat Eddy (in 1971) het artistieke verschil wilde laten zien.


Eerste zaal van de tentoonstelling in het Stedelijk Museum van Alkmaar De Toorop Dynastie, (Okt 2019 – jan 2020.)

Jan Toorop was op allerlei manieren een uitzondering in de kunstwereld van zijn tijd. Hij was, zo vond men, door zijn Indische achtergrond exotisch. Belangrijk ook was dat hij door nieuwsgierigheid, meer dan welke Nederlandse tijdgenoot dan ook, op de hoogte was van de internationale ontwikkelingen. Hij bracht de nieuwste kunststromingen mee uit Parijs, Londen en Brussel en liet zijn collega’s in Amsterdam en Den Haag hier ruimschoots in delen. Later zette hij jaarlijks  op de boulevard in Domburg tijdens de zomermaanden een afbreekbaar houten tentoonstellingszaaltje voor de verkoop van zijn eigen werk, maar ook van vrienden, toen nog onbekende jonge kunstenaars als Mondriaan, Gestel, Sluijters, Cornelis Spoor, Jacoba van Heemskerck en zijn dochter Charley.
Charley werd in haar Bergense huis net zo’n middelpunt van haar cirkel met vooral links georiënteerde schrijvers en beeldende kunstenaars. Ze maakte vooral stevige stillevens, treurige moeders met kinderen en liet gebeitelde arbeider-trots uit Zeeuws-Vlaanderen en elders zien. Na haar tia’s, aan het einde van de oorlog, schilderde ze jaarlijks de bloeiende appelboom uit haar achtertuin.
Edgar werd uiteindelijk leraar aan de Haarlemse Ateliers 63, een kunstenaarsopleiding die we nu als masterstudie zouden omschrijven. Hier kreeg ook hij een kring van jonge kunstenaars om zich heen die zich dankzij zijn engagement konden ontwikkelen. In dit didactisch steunende aspect ligt een duidelijke overeenkomst tussen de drie generaties. De verschillen blijven echter levensgroot zoals het boek wellicht ongewild laat zien.

Fenomenale omslag
De boeiendste van de drie kunstenaars vind ik Edgar Fernhout. In zijn vroegste werk zie je invloed van de oude fijnschilders, een trend die vaker voorkwam bij schilders tussen de twee wereldoorlogen. Maar hij werd geen magisch realistische schilder zoals Willink, Koch, of Hynckes. Hij observeerde en koos de moeilijkste onderwerpen zoals een open raam voor een wolkenloze hemel (1933). Tweemaal niets dus, een lichte lucht gekaderd door de raamsponningen, een gordijn en de zoldermuren. Dit mooie schilderij ontbreekt zowel op tentoonstelling, als ook in het boek. In zijn laatste periode, na de dood van zijn moeder, gebruikte Fernhout titels als Winter, Herfst en Kou. Het zijn volledig abstracte werken die bestaan uit toetsten, kleurnuances en korrelige verdikte likjes verf. In het vroege werk zien we de buitenkant van de dingen, zoals het open raam in de zoldermuur, de huid van fruit in stillevens of van mensen in zijn portretten; later zien we de weergave van zijn gevoel bij over de herfst, winter, kou. Die omslag is fenomenaal.


Foto uit het besproken boek De Toorop Dynastie.

In de tentoonstelling en in het boek wordt vaak, soms te vaak, op de overeenkomsten tussen de generaties gewezen. Zo staat er in het boek een Zee van Jan Toorop uit 1887 boven een Zee van Eddy  uit 1958. (In de tentoonstelling hangen ze ook boven elkaar.) In de context van beider werk spelen die schilderijen echter een andere rol. Bij Jan is het een snel schilderij , een van de vele impressionistische werken; voor Eddy werd De Zee, het draaipunt waardoor en waarin hij uiteindelijk de abstractie vond. Formele aspecten duiden niet altijd op dezelfde artistieke insteek, of doelen.

De Toorop Dynastie, bijdragen van Marja Bosma, Marjan van Heteren, Mieke Rijnders en Caroline Roodenburg; Uitgeverij Waanders & de Kunst, 128 pagina’s, paperback, 100 illustraties, Nederlands,
ISBN 978 94 6262 260 9, € 24,50.

T/m  26 januari 2020 is de tentoonstelling De Toorop Dynastie te zien in het Stedelijk Museum te Alkmaar. Het hier besproken boek is de catalogus van die tentoonstelling.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.