Op weg naar de kunst

Bestel hier onze: Gids naar Nederlandse musea Op weg naar de kunst

bespreekt de eigen collectie van musea in Nederland en elders.

Boekrecensie: Vroege Stillevens in Nederland en Vlaanderen

13 augustus 2017

Eten en drinken in de Nederlanden

Omslag van het besproken boek

Het Mauritshuis maakte in het voorjaar van 2017 een interessante tentoonstelling over het stilleven uit de vroege 17de eeuw. De catalogus is door zijn precisie en gedetailleerdheid een belangrijk standaardwerk geworden van een onderbelicht genre. Het belang van de schilders uit de Zuidelijke Nederlanden blijkt goot voor dit ‘typisch Hollandse’ onderwerp. Jammer genoeg is het boek inmiddels uitverkocht.

 

Het is onduidelijk wanneer de eerste stillevens zijn gemaakt. Waarschijnlijk is het genre langzamerhand ontstaan door het uitlichten van achtergrondtaferelen in de religieuze kunst. Op de schilderijen van Pieter Aertsen, de Amsterdammer die in Antwerpen werkte, zie je nog een overgang: uitgebreide buffetten met wild, gevogelte en fruit, maar ook ergens in een hoekje een bijbels tafereel. Belangrijke schilders in die tijd waren Frans Snijders en Jan Brueghel de Oude. Zij maakten zelfstandig stillevens en verzorgden de fauna en flora onder andere op schilderijen van Rubens, die zelf de (half-) naakten voor zijn rekening nam.
Dit soort schilderijen zijn niet het onderwerp van het boek ‘Slow Food’. Het Mauritshuis heeft het thema beperkt tot maaltijdstillevens in de periode 1600-1640. Wel wordt, ook in het boek, een apart hoofdstuk gewijd aan de voorlopers (‘Van keukentafereel tot schuttersstuk’) waarin de Duitse schilder Flegel, de eerder genoemde Pieter Aertsen, diens jongere Antwerpse neef Joachim Beuckelaer, zijn in Haarlem werkende zoon Pieter Pieterz, evenals de schilders Joachim Wtewael en Cornelis van Haarlem belangrijke sleutelfiguren zijn.

Verstilde schoonheid
De stillevens die in het boek worden besproken hebben een onwaarschijnlijk verstilde schoonheid en zijn nog steeds een lust voor het oog. Na de inleidende hoofdstukken worden 22 schilderijen gedetailleerd besproken en voorzien van een arsenaal aan voetnoten.
In het uiterst informatieve boek begint met de eerste stilleven schilders uit Antwerpen: Hieronymus Francken de Jonge, Osias Beert, Jacob van Hulsdonk, Jacob van Es en Clara Peeters. Zij specialiseerden zich zo omstreeks 1600 in bloemstukken, fruitstukken en maaltijdstillevens. Na een grote overzichtstentoonstelling in het Prado in Madrid (2016) is het goed dat er weer veel aandacht aan Clara Peeters wordt besteed. In tegenstelling tot haar mannelijke collega’s is over haar leven heel weinig bekend. Toch was zij in haar tijd erg productief en waarschijnlijk ook invloedrijk. Hoe belangrijk de kleinste details kunnen zijn, blijkt maar weer als in het werk van Clara Peeters bijvoorbeeld wordt aangetoond dat zij op meerdere schilderijen een klein zelfportretje, soms niet groter dan 5 millimeter, toevoegt. Wie zoekt, die vindt, maar je moet wel weten dat iets te zoeken is! Door de vele vergrotingen kunnen we dit soort interessante details goed bekijken en krijgen we nog meer bewondering voor deze vooral ook smakelijke stillevens.

Clara Peeters, Kazen, artisjokken en kersen, ca 1615

 

 

 

 

 

 

 

Van Antwerpen naar Haarlem
Na de Antwerpse hoogtij komt het Haarlemse stilleven tot ontplooiing. Dat had natuurlijk veel te maken met de vluchtelingenstroom die na de val van Antwerpen in 1685, de sluiting van de Schelde en de inquisitie op gang was gekomen. In de vroege 17e-eeuw bestond de helft van de Haarlemse bevolking uit Vlaamse immigranten. Onder hen aan aantal kunstenaars. Ook de kunstenaars van eigen bodem ondergingen de invloed van de Antwerpse voorbeelden, zoals Fred Meijer in zijn bijdrage over de wisselwerking schrijft. De grondleggers van het maaltijdstilleven in de Noordelijke Nederlanden, Floris van Dijck en Nicolaes Gillis, krijgen de nodige aandacht evenals natuurlijk de grootmeesters die daarna volgden: Pieter Claesz, in Antwerpen geboren, en Willem Heda. Mede door hen ontstond na 1640 een sterk nieuw genre met een overdaad aan eten, drank en kostbare voorwerpen.  Bij het kijken naar de schilderijen van Jan de Heem of Abraham van Beijeren loopt het water je nog steeds in de mond.

Floris van Dijck, Stilleven met kazen, 1610

 

 

 

 

 

 

Pronkstillevens
Dan stelt zich de vraag of dit vanitasstillevens waren, of pronkstillevens, met andere woorden, hadden ze een moraliserend boodschap (leef matig, denk aan de dood: alles is sterfelijk) of hingen de burgers graag een teken van welvaart en welbevinden aan hun muren? Met die vraag worstellen een aantal auteurs in het boek. Een doodshoofd, verwelkte bloemen, de brandende kaars, een zandloper, insecten ze verwijzen duidelijk naar het vergankelijke. Lange tijd werd die moraliserende iconografie als de boodschap gezien die de vrome 17e-eeuwer op de weg Gods dienden te houden. Maar de prachtige rijk gevulde tafel aan de muur werd waarschijnlijk ook als een statusverhogend teken van welvaart ervaren. misschien zelfs levensgenot? Het is moeilijk te geloven dat hoewel overwegend Calvinistisch Nederland die verleidelijke pronkmaaltijden alleen aan de muur had hangen vanwege de moralistische boodschap van bijvoorbeeld het half geleegde glas. Dat glas wekt in de beste stillevens ook de suggestie dat je zelf aan tafel zit, of hebt gezeten en het leegdronk. Dan wordt het toch een kwestie van heerlijk genieten van al dat moois.

Er ontstond een enthousiaste vraag naar deze stillevens. Hingen ze ook in streng Calvinistische huishoudens? Daar is geen uitsluitsel over. Het zou interessant zijn om daar onderzoek naar te doen. Met een studie van boedelbeschrijvingen zal het misschien mogelijk zijn de kunst aan de muur en de geloofsovertuiging aan elkaar te koppelen. Simon Schrama schreef (in Kunstzaken): de enorme stapels voedsel op de voorgrond en minieme verwijzingen naar de heilige tekst ver op de achtergrond zijn: “aanleiding tot onoplosbare vragen over het belang dat respectievelijk wordt gehecht aan het rijk van het heilige en het rijk van het profane.”
Tegenwoordig luistert dat onderscheid niet meer zo nauw en zal vrijwel iedereen van ‘Slow Food’ kunnen genieten. Alleen, en dat is vreselijk jammer, het boek is al uitverkocht, dus wie het wil hebben, moet nu al op zoek op de 2ehands boekensites!
Kristoffel Lieten /Opwegnaardekunst.nl
Titel: Slow Food. Hollandse en Vlaamse maaltijdstillevens 1600-1640.
Auteurs: Quentin Buvelot, Yvonne Bleyerveld, e.a.
216 pp.
Uitgever: Zwolle: Waanders & De Kunst  / Den Haag: Mauritshuis, 2017.
ISBN 9789462621169

Bewaren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.